Pierwsze 200 wierszy.
we leven nu
genieten van vandaag
we krijgen geen spijt zeker van onze zaak
de zon die straalt
we zijn zorgeloos
we voelen ons goed of je op wolkjes loopt
niks staat ons in de weg
niemand die ons wat doet
wij vieren ons eigen feest
we zingen vol goede moed
niks staat ons in de weg
niemand die ons wat doet
wij vieren ons eigen feest
we zingen vol goede moed
leef je uit
we leven voor dit moment
nu zijn wij
daar moeten we wat mee doen
leef je uit
Wat is dat?
Is dat een van die Edelsteendolfijnen?
Dat is voor het eerst.
We halen hem aan boord.
Je bent een drukke, zeg.
Ja, hier gaat ze wel mooi voor betalen. Kom, we gaan.
Nee.
Smaragd.
Geen zorgen, ik kom je halen. Blijf hier, dan zijn jullie veilig.
Ik zal hem vinden.
Is dit hele huisje voor ons?
Zeker wel. Niet slecht, hè?
Zeker niet slecht.
Nog mooier dan online.
Kijk, je kunt zelfs naar boven.
- Net een boomhut. - Wat cool.
Ik droom, maak me niet wakker.
Over dromen gesproken, ik wil slapen op zo'n bed.
Je kunt het hele resort zien. Prachtig.
Er is een glijbaan.
Wat? Een glijbaan?
Waar is meneer Drijfie? Ik ga.
Deze verrekijker is superkrachtig.
- Nog bedankt daarvoor. - Graag gedaan.
Dat is het minste voor jou en je voet. Zie je Ken al?
Daar is hij.
O, dat was een mooie golf.
Mocht ik maar.
Het is zo rot om je enkel te verzwikken...
...als je naar een strand met supergolven gaat.
Ik weet het, balen.
We gaan je missen, maar er zijn meer coole dingen.
Schelpen zoeken, vogels kijken, zandkastelen bouwen.
Zandkastelen bouwen is geen sport.
Jij hebt nooit zand in je gips gehad, zeker?
Niet echt comfortabel.
Nee, dat is ook zo.
Het mag er gelukkig morgen af.
- Ik blijf wel bij je tot dan. - Dank je, Chels.
Moet je kijken, een blender en fruit. Voor smoothies.
Kijk uit, kleintje.
Ik wil dolgraag ruilen, Stace.
Ik wil liever verder werken aan m'n fotoblog.
Hoe maak je die winnende onderwaterfoto als je het water niet in gaat?
- Goed punt. - Hé.
Hoe vinden jullie het?
Het is geweldig, Ken.
Je boft echt dat je stage mag lopen hier.
We vinden het super hier.
Fijn dat jullie er zijn.
- Heb je zeemeerminnen gezien? - Chelsea, Ken bestudeert echt zeeleven.
Ze leven in de zee.
Je hebt ze nooit gezien, maar het kan best.
Nou, heb je dolfijnen gezien?
Dolfijnen? Nee. Ik bestudeer zeesterren en zee-egels.
Met bestuderen bedoelt hij bakken schoonmaken.
Ja, je hebt gelijk.
Maar ik heb nog een uur pauze. Dus wie wil er mee naar het rif?
- Ik. - Ik zou wel willen.
- Skip, je gaat mee, toch? - Hé.
Stoppen.
Kwijlaanval. Gelukkig is hij waterdicht.
Kom Skip, we gaan ons klaarmaken.
Ik kom al. Oeps. Ik vergeet dit bijna.
Ga je naar ons kijken, Stacie? Of naar coole vogels?
Nee, vogels kijken is voor...
...de vogels.
Mensen zijn interessanter.
We kunnen gaan snorkelen...
...maar met freediving bekijk je het rif pas goed.
Wat gaan we zien? Vanaf hier lijkt het niet veel.
Wacht maar af. Dat zie je wel.
Technisch gezien mag je zo niet duiken, maar...
Daar gaan we dan.
Kom op, Skipper.
ik laat de wereld stralen
wacht maar tot je het ziet
iets wat je nooit voor mogelijk hield
je gelooft je ogen niet
ik heb sterren in m'n handpalmen vast
ze vliegen op, doen een rondedans
't is net een droom
en ik grijp nu m'n kans
wat supermooi, wat wonderschoon, wat een magie
wat supermooi, wat wonderschoon, wat een magie
kijk eens omhoog
de sterren aan de hemelboog
in het donker stralen ze zo groots
zo groots, zo groots
en het is supermooi supermooi, supermooi
Jullie zagen dat wezen toch?
Het was net te ver. Weet jij wat het was?
Geen idee. Het ging die kant op.
- Zullen we het volgen? - Zeker. Ik heb tijd.
Wat, meneer Drijfie?
Kun je geen genoeg krijgen van de glijbaan? Ik ook niet.
Stacie, kijk je nog steeds naar mensen?
Nee, naar Barbie, Ken en Skipper op de boot.
Komen ze alweer terug?
Nee, ze varen de andere kant op.
Laat eens zien.
Waar gaan ze naartoe?
Wat is dat daar?
Niet eerlijk. Een felgroene dolfijn.
Een groene dolfijn?
Je droomt, Chels.
Kijk zelf maar.
- Dat meen je niet. - Ik zei het.
We moeten gaan kijken.
'We'? Hoezo? Je kunt niet eens lopen.
Ik ga rijden.
Wauw, gaaf.
Kom op.
Wacht op mij.
Smaragd.
Daar ben je.
Wat ben ik blij dat ik je gevonden heb.
Is alles goed?
Ik weet het. We moeten je los krijgen.
Ik krijg hem niet open, hij zit vast.
Er moet een manier zijn.
Geen zorgen, ik bevrijd je.
Ik moet gaan. Ik kom terug.
Ik denk dat wat we gezien hebben, deze kant op ging.
Wat is dit voor plek?
Het onderzoekscentrum waar ik werk.
Kom op, Chels. Even doorlopen.
Ik doe m'n best.
Hé, wat doen jullie hier?
Barbie, dit moet je zien.
- Wat is dat? - Het is een dolfijn.
Dat zie ik, maar hij is groen.
De puppy's zijn nieuwsgierig.
Hij vindt je leuk, Taffy.
Hé jochie.
- Ik heb nog nooit zoiets gezien. - Ik ook niet.
Maar er is hier een mythe met Edelsteen- dolfijnen. Gewoon een fabeltje, dacht ik.
Hoort hij hier te zijn?
Ik dacht dat dit een opvang was voor zieke of gewonde dieren.
Hij lijkt niet ziek of gewond. Misschien is hij binnen gekomen en kan hij niet weg.
Hij wil weg.
Hé, ga weg daar.
Ken, wat ben je aan het doen?
Waarom breng je dit dier in gevaar door het hek te openen?
We dachten dat hij per ongeluk naar binnen was gezwommen.
Hoe weet jij dat nou?
Ben jij een dolfijnexpert?
Natuurlijk niet, maar...
Marlo, dit is mijn vriendin Barbie.
Barbie, dit is Marlo.
M'n baas.
Leuk u te ontmoeten, Kens baas over wie ik zoveel hoor.
Het leek of hij weg wilde. Ik dacht dat hij vast zat.
Hij zit niet vast. Zie je niet dat hij ziek is? We observeren hem.
- Hij ziet er niet ziek uit. - Hé, ik ben de expert.
Marlo, is dit een van die Edelsteendolfijnen?
Hij heeft niet de kenmerken en ik dacht dat het een mythe was.
Nee, die bestaan niet. Mensen verzinnen wat als ze iets niet snappen.
Zoals zeemeerminnen? Doejongen, toch?
Ja.
- Maar zeemeerminnen bestaan wel. - Alles is mogelijk, Chels.
Marlo, is hij echt ziek?
Deze dolfijn zat in een visnet en moet worden onderzocht.
De dierenarts komt morgenmiddag.
Hij zal besluiten of we hem vrij kunnen laten.
Als je het niet erg vindt, wil ik m'n onderzoeksassistent terug.
Sorry Marlo, ik kom.
- Kunnen wij helpen? - Ik denk het niet.
Jullie aanwezigheid geeft stres voor de dolfijn.
Kom maar terug als de dierenarts er morgenmiddag is.
We hebben hem net ontmoet.
Dan is het makkelijker om gedag te zeggen morgen.
Tijd om te gaan. Laat hem met rust.
- Na jou, Marlo. - Uiteraard.
Wat zijn jullie?
Wees stil, dolfijnen van het land.
Goed zo. Rustig maar.
Niemand vertellen dat jullie mij zagen.
Het is ons geheimpje.
Het is al even geleden dat ik op landbenen liep.
Hoe krijg ik je hieruit, Smaragd?
No comments yet. Be the first to leave one.