لومړۍ 200 کرښې.
- Geeft u me hem terug? - In ruil voor wat?
- Voor mijn dankbaarheid. - Hier.
- Woont u hier? - Ja.
- Heeft er hier oorlog gewoed? - Oh, overal.
- Anne! - Ja, schat?
Kom hierheen!
Dit lijkt erg op de plek waar Ronald geparachuteerd werd in '44.
- Het kan dezelfde plek zijn. - Morgen is het zijn verjaardag.
- Hij zou 34 zijn geworden. - 34...
Dick!
- Nee maar, achtervolg je me? - Ja, meneer.
- Ik ga daar slapen. - Ah...
Kom hier, Elizabeth.
Dit vind ik niets. Boven zitten we beter.
- Papa slaapt liever hier. - Het is maar voor één nacht.
Goedenavond, meneer.
- Goedenavond. - Goedenavond.
Kijk, die mensen daar moeten veel slaap hebben.
DE ZAAK DOMINICI
Doorrijden, heren. Doorrijden, graag.
Doorrijden.
Niet aankomen. Kom.
Hé, jochie. Help eens.
- We wachten al vier uur op u. - Ja. Dat weet ik.
Maar dat verklaart deze bende niet.
Wat een rotzooi.
- Liet u hen hier toe? - Wat moest ik anders?
Vooruit, stuur ze naar de overkant.
Vooruit, wegwezen.
Dames en heren, maak de weg vrij.
Kom, wegwezen. Naar de andere kant, graag.
Ze zijn hier geen geld komen stelen.
Maak de inventaris op.
Bedankt. En wie is dat daar?
Dat is de vent. En dat daarginds is het vrouwtje.
Commissaris.
Kijk eens wat ik vanochtend gevonden heb.
Een oorlogswapen.
Een aan de voorkant van de auto en de andere hier.
En naast de hulzen vonden we dit.
Twee niet ontplofte kogels.
De schutter wist niet goed hoe het geweer werkte.
Dat is interessant.
Bedankt.
Neem me niet kwalijk.
U treft wellicht mijn vingerafdrukken hier op de deur aan.
Hoezo?
Ik was hier. Het slot zat klem.
Ik heb een gendarme uit de auto geholpen.
Wie bent u?
Ik ben Gustave Dominici.
Ik woon daarginds.
Ik heb foto's van het bloed op de weg genomen. Onbruikbaar.
Maar de bloedvlek bij de zinkput is prachtig.
Neem me niet kwalijk, meneer commissaris.
Wat doen we met de hielafdruk?
Laten we gaan.
- Is hij daar niet weggestuurd? - Nee. Er is niets tegen me gezegd.
Neem me niet in de maling. Dat is de kleinzoon van de boerderij.
Dat is onbruikbaar. Het is geen foto waard.
Commissaris, het meisje ligt daarginds.
Ik krijg die schoft wel. Ik zet het hem betaald.
Ik heb haar afgedekt.
Hoezo?
De gendarmes wilden dat. De mieren begonnen eraan te knagen.
- Wie bent u? - Ik woon daarginds.
Grand'Terre is van mij.
- Hoeveel mensen wonen daar? - Heel erg veel.
Erbinnen en erbuiten heel wat volk.
Vanuit hun boerderij moeten ze alles gezien hebben.
Hier. Kijk eens.
Hé, commissaris!
- Hé! - Commissaris!
Een Rock-Ola.
Jullie waren te laat, maar daarna ging het snel.
Commissaris, kijk wat er onder het hoofd van het meisje lag.
Dit is het moordwapen.
Dat zal ons meer vertellen.
Wat pastis, dokter?
Geef me wat water.
Ja, maar niet in de drinkbak van mijn paard.
Als hij bloed ruikt, drinkt hij niets.
Ik vraag je om water. Dat is toch simpel?
Ik heb net iets akeligs gezien.
Een mooi meisje met een ingeslagen hoofd.
Wat me vreemd lijkt, zijn haar voeten.
Schone, witte, intacte voeten.
Ze is niet gedood waar ze gevonden is.
Ze is daarheen gebracht.
- Denk je dat het de stropers waren? - Wellicht.
Dat dacht Gustave.
Het is onmogelijk.
Ze hadden het tenminste moeten horen.
Een vuurtje?
Als je voor meer informatie komt, we hebben niets gezien.
- Hebt u niets gehoord? - Jawel. Ik heb schoten gehoord.
Het was rond 01.00 uur. Ik werd er wakker van.
De hond maakte kabaal.
Kijk eens.
- Hebt u die ooit eerder gezien? - Nee. Nooit.
- Wie doet er hier de was? - Wat?
Wie doet er hier de was?
Wil je dan soms de was doen?
- De oudste zus doet de was. - En u?
Ik doe de was van mezelf, mijn man en de kleine.
Germaine haalt mijn was op. Ze doet thuis de was.
En laat ze haar was hier drogen?
Ben je gek? Ze brengt hem gestreken terug.
En die broek dan?
- Welke broek? - Die daar achter u.
Ah, dat moet u aan Gustave vragen.
Kent u dit wapen?
Nee. Nog nooit gezien.
En die broek daar? Is die van u?
- Welke broek? - Ik zie er maar één.
Nee. Ik draag alleen blauwe broeken. Mijn vader draagt ribfluweel.
Nee. Laat maar.
We gaan naar het ziekenhuis. Ik wil weten wat de autopsie uitwees.
...die langs de weg kampeerden.
Het waren Jack Drummond, zijn vrouw en hun dochter.
Hij speelde een grote rol in de laatste wereldoorlog,
als wetenschapper en diëtist.
Hij en zijn vrouw zijn doodgeschoten.
Hun tienjarige dochter werd doodgeslagen met een geweer.
Het kan om diefstal, een schanddaad of om stropers gaan.
Het is wel vreemd dat vakantiegangers ervoor kozen
om langs de rijksweg te slapen, in een bocht, op het grind.
Als dat echt toeval was, wordt het onderzoek simpel,
maar als het geen toeval was...
Ik ga naar bed. Welterusten.
Welterusten, Gaston.
5 AUGUSTUS 1952 EERSTE DAG VAN HET ONDERZOEK
Nog nooit gezien.
Maar waarom vraagt u mij dat?
- Bent u dan niet Yvettes vader? - Jawel. Hoezo?
We kennen dat wapen niet.
Mijn vader heeft een oude Gras,
maar hij stroopt niet eens meer. Vroeger was dat wel wat anders.
Bedankt, mevrouw Caillat.
En? Kent u het wapen?
Nee. En als we wapens hadden gehad, hadden wie die al lang ingeleverd.
Men was als de dood voor Grand'Terre.
Geen enkele Duitser durfde er te komen.
- Zelfs wij waren er bang voor. - Waarom?
Je hebt zo van die plekken.
En toch gebruikten alle verzetscellen het.
Was de ouwe de baas?
Hij gaf er maar weinig om, maar hij deed dienst als brievenbus.
De ouwe wist dus alles.
Altijd al.
Je hebt zo van die mensen die alles voor zich houden.
Overal in de rondte zijn gasten uit de lucht komen vallen,
met wapens, en met andere dingen.
En nu liggen ze allemaal daar, begraven onder de bomen.
Boeit dat u niet?
U hebt ongelijk. Ik zeg dat om u te helpen.
Later zul je er ook dol op zijn.
Het is lekker.
Er kwamen hier veel mitrailleurs neer in de oorlog.
U rakelt oude koeien op, commissaris.
Met nieuwe lijken.
Wapens heeft iedereen hier gehad, en we verdeelden ze.
Ongeacht onze partij deden we onze plicht.
Dat weet ik. Jullie joegen op de Duitsers.
En jullie rekenden met elkaar af.
Dat waren onze zaken.
U bedoelt te zeggen dat u goede zaken deed.
Met het geld dat geparachuteerd werd,
werden bars en kruidenierszaken in Marseille gekocht.
In elk geval niet door mij.
We zijn hier arm gebleven.
- U kent dit wapen dus niet? - Nee.
Burgemeester, u weet,
als er hier wapens rondslingeren, we dat even door de vingers zien,
maar u moet ze inleveren.
De wet is serieus.
Ik zou het zeggen als ik wat wist.
Ik ben die nacht vroeg gaan slapen en om 05.00 uur opgestaan.
Ik heb dat wapen nooit gezien. Dat weet ik toch wel?
U leidde het parachuteren toch, voor het Verzet?
Ja. En daar ben ik trots op.
En ik ben nog de lokale partijsecretaris.
Als ik gesjoemeld zou hebben met het geld,
de bevoorrading en de gedropte wapens zouden ze me ontslagen hebben.
We kregen stenguns. Engelse wapens, nooit Amerikaanse.
Dit wapen komt anders wel uit die tijd.
Zeg, als u me echt moet hebben, zal dat lukken,
maar alleen voor stroperij, verder niets.
Vooral op everzwijnen. Als ik ze zie, kan ik niet anders.
En ik bewaar altijd een bout voor de priester.
- Paul... - Kijk, dit is Clovis Dominici.
Met hoeveel zijn jullie bij de Dominici's?
Ik ben de oudste zoon. U bent bij mijn zussen geweest?
Hij moet toch bij iedereen langsgaan?
Het zijn vrienden. We zijn het eens en hebben geen geheimen voor elkaar.
Pardon, Clovis.
Zegt dit u wat?
Van wie is het, Clovis?
Vooruit, zeg het me snel. Snel.
Ik ken dat wapen niet.
No comments yet. Be the first to leave one.