لومړۍ 200 کرښې.
Het lijkt of het geluk ons toelacht.
Al zegt papa wel dat zoiets niet bestaat.
Sommige mensen zijn klaar voor kansen en tegenslagen...
en sommige mensen niet.
Geluk bestaat niet.
Na de oorlogen was het duidelijk wie er klaar voor was en wie niet.
De mensheid staat mijlenver van haar primitieve roots.
We zijn de elementaire basis vergeten.
Zoals voedsel vergaren.
Ik kan het me niet voorstellen, maar alles was vroeger verpakt en kant-en-klaar.
Papa vertelt dat maar al te graag.
We zijn het niet vaak oneens met elkaar.
Ik prijs me gelukkig met een papa als hij.
Jakey?
Hoe ging het?
Redelijk, voor het einde van het seizoen. Zes zalmen en wat snoeken.
Zijn ze aan het roken? - Ja.
De koeling lekt enorm. Ik denk dat die eens goed hersteld moet worden.
Zet maar op het lijstje. - Heb ik gedaan.
Het eten staat op het vuur. Ik kom er zo aan.
Het is oké. Alles komt goed.
Doe open. - Kijk maar niet naar hem.
Het is oké. Alles komt goed.
Alles goed, Jakey?
Die droom.
De oorlogen liggen achter ons.
We moeten iets doen om die herinneringen uit te wissen.
We moeten op de toekomst focussen en het verleden begraven. Oké?
Hulp nodig, ouwe? - Het lukt wel.
Zeker weten?
Voor je terug bent, is het hout al gehakt. - Droom maar verder.
De verliezer kookt en maakt schoon. - Afgesproken.
De bijl is scherp. Goed gedaan.
Naar binnen.
Blijf hier. Een ander die binnenkomt, schiet je neer.
Papa, ik schakel die rotzakken wel uit. - Jij blijft hier.
Bescherm onze thuis.
Ik ga rondkijken. Als ik over 30 minuten niet terug ben...
weet je wat je moet doen.
De pot op.
Alles oké?
Ja. Ja.
Hij heeft wat kogels afgevuurd, maar kon niet mikken.
Je bent te vroeg.
Ik hoorde schoten en ik wilde helpen.
Je zult nog genoeg mensen kunnen begraven.
Het is ook belangrijk dat jij ons huis bewaakt.
Ik ben er klaar voor. - Dat weet ik wel.
We zijn te veel op ons gemak, hij was op weg naar ons huis.
Als we niet paraat staan, worden we zelf begraven.
Doe jij het nodige met deze rotzak? Dan ga ik me even opfrissen.
Papa. - Wat is er?
Je bloedt. - Verdomme.
Stelt niks voor, maak je maar niet druk.
Regel jij dit maar en kom dan naar huis.
Kom op. Dit is geen democratie.
Stuk stront.
Zeg tegen mijn dochter...
dat ik van haar hou.
Hoe gaat het? - Maak je toch geen zorgen.
En hou op met dat te vragen.
Het stelt niks voor, het is maar een negen millimeter.
In De Zwitserse Familie Robinson bidt de vader en vinden ze het eiland.
God heeft ze daar niet heen geleid.
Nee, Jake.
Het gaat erom dat hij zo wanhopig was.
Om te overleven praat je met fictieve figuren.
Trouwens, het is maar een verhaaltje.
Een verhaal over de zoektocht naar Utopia.
Weg van de mensheid en al het kwaad.
Waarom teken je dat?
Dat stond op de borst van die man. - En dan?
Geloven buitenstaanders nog in religie?
Arme en wanhopige mensen klampen zich er nog aan vast, denk ik.
Hoe kunnen ze na al die oorlogen nog geloven?
Dat is het enige wat de massa nog rest.
Hoop voor de hopelozen.
Kom maar, Jakey. Je hoeft niet bang te zijn.
Deze man kan ons geen pijn meer doen.
Wat als er nog slechteriken komen? - We moeten klaar zijn.
Maar je mag niet bang zijn, want dan pakken ze je.
Ze zijn niet zoals wij. Kijk vooral niet in hun ogen.
Dan komt het goed. - Hoezo?
Als je hen in de ogen kijkt, proberen ze je wijs te maken dat ze mensen zijn.
Vergeet dat nooit.
Gaat het?
Ja, het gaat. Ik wilde dat toch niet meer horen?
Hoeveel vallen heb je geplaatst?
Zeven. - Maak er twaalf van tegen vanavond.
Papa?
Papa?
Papa.
Kom hier, kom hier.
Wat kan ik doen?
Kook wat water en haal whisky voor me.
Neem verband uit de verbandkist.
Er is niks meer.
Neem de schoonste doeken die je vindt en gooi die in het kokende water.
We hebben al het nodige.
Dit is onze thuis. Voor altijd.
En mama dan? Komt zij nooit meer terug?
Jakey.
Mama is dood.
Ze komt niet terug.
Ze hebben haar vermoord.
Begrijp je dat?
Ik haat hen.
Vul je hart niet met haat, zoon.
We hebben elkaar. Ik zal je beschermen tot mijn dood.
Hoe gaat het?
Jakey...
je moet even goed luisteren.
De antibiotica is vervallen.
Neem de sleutels maar.
Ga naar de voorraadplaats.
Jakey? Als ik te zwak ben...
en de buitenstaanders komen...
dan moet je schieten om ze te doden.
Wie een voet op ons terrein zet, maak ik af.
Ga naar de voorraad bij de grote spar.
En haal daar het noodboek.
...vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
Medicatie van buitenaf
Ben je er klaar voor?
Ja.
Je moet weten dat je er klaar voor bent.
Je moet het voelen in je botten. - Dat weet ik, papa.
Je schiet beter dan ik.
Je moet er klaar voor zijn...
om iedereen te begraven die je tegenkomt. Ben je dat?
Ik ben er klaar voor. Ik kan dit.
Zeg me dat je een kogel tussen de ogen plant van iedereen die je ziet.
Iedereen die ik zie. - Man, vrouw of kind.
Ze vermoorden je allemaal.
Onderschat hen niet, of je overleeft het niet.
Laat hen niet de eerste stap zetten.
Papa, ik kan dit.
Je wordt weer beter, dat beloof ik je.
Ga nu maar.
Dit is heel belangrijk, Jakey.
Dit is onze eerste verdedigingslinie.
De buitenwereld zit vol slechte en wanhopige mensen...
die ons zomaar kunnen vermoorden.
Er bestaan plunderaars...
die rondrijden in auto's op benzine en die iedereen meenemen.
Zelfs kinderen? - Vooral kinderen.
Hele steden zijn afgebrand. Vrouwen en kinderen werden levend verbrand.
Waarom dan? - Omdat mensen wanhopig zijn.
En onvoorbereid.
Ze steken ons huis in brand met ons er nog in.
Enkel voor een geweer of wat eten.
Daarom zijn we hierheen gekomen.
Hier zullen we lange tijd veilig zijn.
Ik heb de antibiotica en de steroïden. - Jakey?
Hier.
Heeft iemand je gezien?
Nee. Niemand heeft me gezien.
Heb je buitenstaanders gezien?
Ja.
En?
Ik heb hen vermoord.
Hoeveel? Waar?
Eén vrouw. Waar de medicatie lag.
Geen mannen? Niemand anders?
Ik zag verse sporen, dus ze waren aan het jagen. Hier.
Ik heb een dag op de uitkijk gezeten en heb haar gedood.
Weet je zeker dat je niet gevolgd werd?
Ja. Ik heb het gecontroleerd voor het sneeuwde. Zeker weten.
Nu kunnen we er een tijdje niet meer heen gaan.
Was er nog voorraad?
Nee, niks van waarde.
Ze hadden ook geen bescherming. Zelfs geen wapens, denk ik.
Iedereen heeft wapens.
Jakey?
Je hebt het heel goed gedaan.
Dat kan toch niet? Er moet nog gedroogd vlees zijn.
Er is enkel nog zalm, ik heb net gekeken.
Ik weet zeker dat er nog vlees was.
Misschien waren het de wolven wel.
Je moest dat herstellen. - Heb ik gedaan.
Misschien waren ze ons te slim af. - Verdomme.
We hebben rood vlees nodig voor de winter.
Ik ga wel.
Ik kan het wel. Die medicatie heb ik toch ook gehaald?
Ik wil geen onnodige risico's nemen nu ik al gewond ben.
Papa, laat mij maar doen.
Ik breng die kelder eerst nog wel in orde.
Je hebt gelijk.
Soms vergeet ik dat je een volwassen man bent.
Ga niet naar die boerderij.
Ze zullen de daders zoeken.
Nee, ik ga wel naar het noorden.
Is hier nog iemand?
Wat doe je in mijn huis?
Is hier nog iemand?
Vermoord me alsjeblieft niet. - Is hier nog iemand?
Nee. - Je liegt toch niet tegen me?
Nee.
Heb je iemand over mij verteld? Ben je me gevolgd?
Wat doe jij hier?
No comments yet. Be the first to leave one.