لومړۍ 200 کرښې.
Tranio!
Tranio! - Meester!
Meester Lucentio.
Nu, gij weet hoe de vurige wens om 't schone Padua, der kunsten wieg, te zien,
mij naar 't vruchtbare Lombardije, dien lusthof van het groot Italië, dreef.
En hoe mij 's vaders wens en wil daartoe zijn zegen gaf, en u tot metgezel.
Het is de wil van mijn vader Vincentio,
die me vanuit Pisa hierheen heeft gestuurd op deze eerste dag van het academiejaar,
dat ik ga studeren aan de hogeschool en door edel doen zijn rijkdom glans verleen.
Hier zijn we aan 't doel en willen 't pad der kennis, der edele studies inslaan.
Daarom, Tranio, wil ik mijn studietijd aan deugd en aan dat deel der wijsheid wijden,
dat leert hoe ons het waar geluk alleen door deugdbetrachting kan ten dele vallen.
Zeg mij, Tranio...
Onthoud uw raad mij niet, want nu ik Pisa voor Padua verliet,
voel ik mij als een die uit een plas in 't meer zich stort, en gretig zijn dorst te lessen tracht.
Beste jonge meester, ik denk hierin volkomen als gijzelf,
en ben verheugd dat ge in uw plan volhardt, der zoete wijsheid honigzoet te zuigen.
Tranio!
Maar laat ons, terwijl wij deugd en zedenleer bewonderen, de liefde niet verzaken...
...geen stijve stokken zijn.
Niets gedijt als lust en liefde ontbreekt.
Meester?
Meester?
DE GETEMDE FEEKS
Lucentio!
DE SCENARISTEN DANKEN WILLIAM SHAKESPEARE.
ZONDER HEM ZOU DEZE FILM NIET MOGELIJK ZIJN GEWEEST.
Lucentio!
Lucentio!
Lucentio!
Lucentio.
Meester.
Ga weg!
Ontsluier uw gelaat!
Bianca!
Tranio, ik brand, ik smacht, ik sterf, als ik die jonge zachte maagd niet win.
Is 't mogelijk dat liefde zo ineens de mensen pakt?
Bianca!
Naar binnen. Uw zuster is razend.
Uit m'n weg, dwaas!
Bianca!
Bianca... Bianca! - Signor Battista...
Edele heren, dringt u niet verder aan, want wat ik vast besloot is u bekend,
mijn jongste dochter Bianca niet uit te huwen, aleer mijn oudste een man heeft opgedaan.
Aleer mijn oudste een man heeft opgedaan!
Heeft een van u zin in Katharina, die maak haar vrij het hof.
Ik ducht haar slof, ze is mij te grof.
Zeg, mijn vader, is het uw bedoeling mij te koop te veilen aan dit edel paar?
Wat zegt u daar? Een paar?
Met u wil niemand zijn gepaard, voordat u toont een liever zachter aard.
Geloof mij, heer, wees niet beducht. Gij zijt niet halfweg tot mijn hart.
En dacht ge 't soms, dan verfde ik uw facie als van een hansworst...
...en nam een driepoot op en kamde er 't hoofd u mee, zoals men dorst.
De deerne is stapelgek of wonderdwars.
Van de andere 't zwijgen me behaagt, de zachte schuchterheid der maagd.
Wees er niet bedroefd om, mijn Bianca. Ik heb u toch niet minder lief.
Mijn kind... mijn gehoorzame, lieve dochter.
Mooi poesje!
O, zuster! Het verlustigt u dat ik niet lustig ben.
Vader, deemoedig eer ik uw wil.
Ik heb tot gezelschap mijn muziek en boeken.
Daar ben ik mee alleen, toch niet alleen.
Hoor Tranio, 't is net een godin die spreekt.
Ga naar binnen, Bianca. - Nee!
Ge sluit haar op om deze duivelin, en straft haar voor de scherpe tong van de andere?
Berust erin, heren, want het staat vast.
Maar wijl ik weet, hoe zij genoegen vindt in zang en snarenspel en poëzie,
verlang ik onderwijzers in mijn huis, bekwame lieden.
Weet soms een van u, Hortensio of signor Gremio, er zo, zend hen gerust tot mij.
Zijn zij geschikt, dan zal ik ruim betalen.
En nu vaarwel!
Duivelin! - Onderwijzers...
Bemint gij 't meisje, spits voor haar vernuft en geest dan.
Hoor hoe 't staat: Haar oudere zus is zo boos en vinnig,
dat, tot de vader van 'r af is, zij die gij mint thuis moet koekeloeren.
O Tranio, welk een wreedheid van de vader!
Maar hebt gij niet gehoord hoe hij voor haar geschikte leraars zoekt om les te geven?
Ik heb 'n plan, Tranio.
Nu, ik wed zowaar, uw plan en 't mijne gaan zeker hand aan hand.
Gij wordt de leraar en neemt het onderwijs der schone op u.
We zijn nog niet bekend hier,
en niemand leest het af op ons gezicht wie heer en wie dienaar is.
We doen het zo:
Gij zijt de meester, Tranio, in mijn plaats. Hier in Padua zijt gij de zoon van Vincentio.
Zo wil ik spelen voor Lucentio, omdat ik hart heb voor Lucentio.
Houd huis, voer staat, heb dienaars, als ware ik het.
Gij stelt mij voor als een leraar, bekwaam om de jongste dochter van Battista te onderwijzen.
Zo gebeure het.
Gij...!
Signor Gremio!
Laten we onze vijandschap begraven en ons als vrienden aaneensluiten.
Het is voor ons beiden van belang.
We krijgen toegang bij Bianca en hebben 't geluk weer mededingers te zijn in haar min,
zolang we één ding tot stand brengen.
Wat dan, bid ik u? - Aan haar zuster een man bezorgen.
Een man? Een duivel, ja! - Ik zeg een man.
Ik zeg een duivel. Gelooft gij, Hortensio, dat, al is haar vader ook nog zo rijk,
iemand zo gek zal wezen de hel te trouwen?
Wat, Gremio, al gaat het uw lijdzaamheid en de mijne te boven haar luid gekrijs te verdragen,
kom man, er zijn nog wel goeie kerels genoeg in de wereld, als ze zo maar te vinden waren,
die haar wel met al haar gebreken, en 't geld erbij, zouden nemen.
Zelfs niet voor een goudmijn.
We vinden een man voor Katharina en maken zo Bianca vrij voor het huwelijk.
Het mijne of het uwe?
Wie 't snelste paard berijdt, steekt de ring.
Ik ben 't ermee eens. Ik weet, zo'n man bestaat.
Ik geef 't beste paard van Padua,
aan hem die flink erop aan wil rijen, naar haar vrijen en 't huis van haar bevrijen.
Ik weet, zo'n man bestaat.
Ik weet, zo'n man bestaat.
Ik weet, zo'n man bestaat.
Grumio!
Kom, Grumio! Kloppen, zeg ik.
Kloppen, heer? Wien moet ik kloppen?
Heeft iemand uw edelheid vereffonteerd?
Gehoorzaam, vlegel. Klop me hier en flink! - U hier kloppen, meneer?
Schelm, klop me eens aan deze deur, en dat het klinkt, of ik klop u dat morgen 't oor nog zingt.
Mijn meester zoekt ruzie.
Als ik u klop, dan breekt het mij later op.
Kom, doet ge 't of niet?
Help vrienden, help, mijn heer is dol! - Klop als ik 't beveel, gij lompe vlegel!
Hortensio. Mijn goeie vriend Hortensio.
Petruccio!
Wat is hier aan de hand? Sta recht, Grumio.
Als dit geen wettige reden is om uit z'n dienst te gaan.
Hij beveelt mij hem te kloppen...
Aartsdomme schelm! Signor Hortensio, Ik zeg die guit te kloppen aan uw deur,
en wat ik zei of niet, hij wou 't niet doen. - Kloppen aan de deur?
Hebt gij niet gezegd "Klop mij hier dat het klinkt..."?
Knaap, pak je weg of zwijg, dat raad ik je.
Signor Petruccio, wat goede wind blies u van 't oud Verona naar Padua?
U en uw ouwe trouwe snaakse dienaar Grumio.
Signor Hortensio, hoor hoe het met mij staat:
Mijn vader Antonio overleed,
en ik daal nu deze doolhof in,
en zoek er mijn fortuin en een vrouw.
Uw...?
Fortuin en een vrouw.
Vrouw... zei u?
Haar vader heet Battista Minola, een hoffelijk en recht vriendelijk edelman.
Haar naam is Katharina Minola.
Petruccio, mag ik zonder omhaal u eens werven voor een fel en lelijk wijf?
Doch neen, voor zulk een raad kreeg ik geen dank, en toch 'k beloof u dat zij rijk zou zijn...
...echt rijk.
Maar neen, ge zijt te zeer mijn vriend. Zo'n koopje mag ik u niet leveren.
Op mijn woord, als zij hem zo goed kende als ik,
zou ze begrijpen dat kijven bij hem weinig uitricht.
Hortensio, tussen vrienden zoals wij zijn weinig woorden nodig.
Kent ge er ene die rijk genoeg is voor Petruccio's vrouw,
want rijk is 't refrein voor mijn huwelijksdans...
...waar ze ook zo lelijk als Florentius' bruid,
oud als Sybille, en even fel en vinnig als Socrates' Xantippe of erger nog,
het schrikt bij mij de lust niet weg tot de echt,
waar ze ook zo wild als de opgezweepte zee van Adria.
Ik zoek een rijke trouw in Padua. Trouw ik rijk, dan trouw ik goed in Padua.
Kijk 's heer, hij vertelt zomaar platweg hoe hij erover denkt.
Geef hem maar gouds genoeg en ge kunt hem laten trouwen met een pop,
of 'n oude slons zonder tanden, zelfs al had ze al de ziekten van tweeënvijftig paarden.
O, niets komt hem te onpas, als er maar geld bij is.
'k Heb in mijn buidel goud, veel goederen thuis,
en trek de wereld rond...
...op zoek naar m'n fortuin en een...
...vrouw.
Ik slaap niet, Hortensio, eer ik haar heb gezien.
Nu, Petruccio.
Als ik...
...u en Katharina samenbreng, wil ik u om een gunst vragen:
Help me haar zuster Bianca te winnen.
Ik doe het, zolang het geen goud is. - Kan mijn vriend Petruccio mij 'n dienst doen,
en mij, stemmigjes gekleed, voorstellen aan de oude Battista als degelijke onderwijzer.
Een onderwijzer.
Om in muziek Bianca les te geven.
Door die vermomming krijg ik op z'n minst gelegenheid om met haar samen te zijn,
en onverdacht mijn liefde te verklaren.
Zonder dat de oude Gremio me herkent!
Het is Gremio, mijn medevrijer.
Wees gegroet, signor Gremio.
Wees welkom, vriend Hortensio.
Raadt gij niet waar ik naartoe ga? Naar Battista.
'k Had hem beloofd dat ik zou rondzien naar een onderwijzer voor de schone Bianca,
en 'k heb het geluk gehad...
Cambio!
...deze jongeman te ontmoeten.
Vooruit.
Een knap jong mens, juist om verliefd te zijn.
Zeer goed. Deze heer uit Verona die ik toevallig heb ontmoet,
wil gaan vrijen naar de kregelige Katharina. Ja, krijgt ze goed wat mee, haar trouwen ook.
Heer, goede dagen en zo'n wijf zijn twee.
Maar hebt gij lust, ga dan uw gang gerust. Ik zal in alles u behulpzaam zijn.
Maar wilt gij zulk een boskat?
Wil ik leven?
Signor Petruccio.
Ik takel u af tot geen een man u nog bekijkt.
Hier... en hier!
Denkt u m'n oor vervaard voor wat geruchts? Hoorde ik dan nooit 't brullen van de leeuw?
Hoorde ik de zee, door storm gezweept, niet woeden, gelijk 'n toornige ever, wit beschuimd?
Hoorde ik kanongebulder niet, in 't veld, noch 's hemels zwaar geschut daar in de lucht?
Hoorde ik nooit, in een slag van grote legers, gehinnik, krijgsgeschreeuw, trompetgeschal?
Ik breek uw gebeente!
En reutelt gij me van een vrouwentong,
No comments yet. Be the first to leave one.