لومړۍ 200 کرښې.
Haalt u rustig adem.
In.
En weer uit.
Probeer uw gedachten niet te schikken.
Laat ze simpelweg los.
En haal heel diep adem.
In.
En uit.
Als ik 'nu' zeg, opent u uw ogen.
Nu.
Ja, en sluit ze maar weer.
Goed. Goed.
En nu gaat u tweemaal dieper uw ontspanning in.
Neem de tijd.
Ik neem je mee terug. Naar de bron.
De bron van je angst.
Ik zal je begeleiden.
Stap voor stap.
Stap voor stap.
Naar de bron van je angst.
Naar de waarheid.
Je bent in Keulen, je thuisstad.
Het is zomer, kort voor je je terugtrekt.
Daar is je vader.
Je bent erop gebrand eindelijk naar het front te gaan.
Alles achter te laten.
Daar staat de vrouw die je liefhebt.
Maar iets houdt je bij haar weg.
vertaling: Ericsson
Novorzjev, Sovjet-Unie 1496 km van Berlijn
Wat willen die lui?
Kleding.
Jullie uniform. Dan gebeurt er niks.
We willen alleen uw kleding. -Knielen.
Berlijn-Neukölln 29 april 1929, 5:53 uur
Ben je soms aan de dunne?
Druk bezig. -Schiet nou maar op.
fotostudio Johann König
Met een kuise blik in de camera. En nu de aartsengel Gabriël.
Draai je nou eens om, Maria. Zo zie ik toch niks.
Meer, deze kant op.
Ik wil zien hoe de Heiland je neemt.
Een beetje tempo, Paul. Sneller.
Draaien, zo zie ik niks.
Zedenpolitie, u bent aangehouden. De voorstelling is voorbij.
Netjes in een rij, dames en heren.
Geslachtsdelen bedekt, mond dicht.
Neem alles hier in beslag. Elke foto, elke film, elk blik, alles.
Er mag niets verloren gaan.
Jij daar, met die trompet. In de rij. -Breng alles naar de auto.
Wie ben jij? -De timmerman.
Wie? -De vader van Jezus.
Kijk nou, God speelt ook mee. De maagd Maria...
en deze mooie krullenbol. Iedereen is er.
König.
Paragraaf 118: Kunst is vrij. Bewijs dat ik geen kunstenaar ben.
Je bent een rat.
En jij een lastige vlieg. -Die komen op stront als jij af.
Dat kunnen we niet over onze kant laten gaan.
We zijn nog niet klaar.
Nog even.
Ze zijn zo klaar met het heilige paar.
Uitklokken.
Jou ken ik.
Iedereen afvoeren.
Kom tevoorschijn.
Als je me neerknalt, pakken m'n collega's je.
Die dikzak krijgt me niet te pakken. -Zijn wapen is groter dan dat speelgoed.
Ik weet niet hoe het in Keulen gaat, maar hier trek je als eerste je wapen.
Dat ligt helaas beneden.
Dat brengt Willy morgen wel terug.
Zeg eens netjes dankjewel, vriend.
Ik hoor je niet.
Weet je ook waarvoor?
Politiemoordenaars krijgen namelijk de doodstraf.
Nu blijft het bij poging tot moord. Naast die smeerlapperij.
Maar ik heb niks... -Had ik jou iets gevraagd?
Maar...
misschien is dit schot nooit gelost.
En wist je hierboven te ontkomen. Je weet wel hoe dat gaat.
Stel je maar even voor aan m'n collega uit Keulen.
Krajewski. Franz.
Rang en regiment.
Soldaat eerste klasse, infanterie. 2de Hanseatisch, westfront.
Onderkomen? -De ruïne op Hermannplatz.
Goed, duidelijk.
Luister goed. Erwin van de kiosk, bij het metrostation...
hoort bij ons. Je meldt je om 12:00 uur.
En als wij een vraag stellen, heb jij antwoord.
Jezus, zenuwlijer. Verman je eens een beetje.
Waar is Lotte?
Waar heb je gezeten?
Overal.
Heb je niet geslapen?
Meteen door naar je werk? Hoe doe je dat toch?
Slapen gaat ten koste van de tijd die je wakker bent.
En ik moet bij de les blijven.
Hoe was het hier? -Het paradijs op aarde.
Leopold.
Linkerzak. -Heb je iets voor me?
Geel. Die had ik nog niet.
Wat heb je daar?
Niks, een blauwe plek.
Pak jij m'n kousen even? Het valt allemaal wel mee, Toni.
Wat moet die klereherrie? Waar is de huur?
Op tafel. -Dat is maar de helft.
De rest komt vanavond. Kijk uit.
Met een stijve kun je niet mikken.
Pak 'm eens beet. -Varken.
Dit moet twintig zijn, Lotte. Of Schröder zet ons op straat.
Vanavond, beloofd.
Een aandenken aan je spannende verblijf in de hoofdstad.
Waar ken je die man van? -Krajewski?
Geloof of het of niet, hij is ooit politieman geweest.
Dacht na de oorlog terug te kunnen komen.
Die zenuwlijer.
Op een dag komt het bij een actie tot een vuurgevecht.
En die schijtlaars draait door.
Hij is ontslagen. Eerloos.
Aan de kant, knuppel.
Niet doen.
Hou op.
Ik ga naar de politie. Wil je mee?
Zenuwlijers zijn aan het front geknakt.
Nu hoef je maar te blazen en ze vallen al om.
Ik heb in België gevochten.
En in Frankrijk.
En jij?
Alleen de finale.
Siegfriedlinie.
Kapotte machines zijn het. Meer niet. Die horen op de schroothoop.
Waarschijnlijk.
politiebureau Rote Burg Alexanderplatz, Berlin-Mitte
Goedemorgen. -Pardon.
Ik sta hier ook al een uur. -Kauwgum?
Lekker.
Is Reckwitz al geweest? -Goedemorgen.
Eén keer. Het is slap vandaag.
Goedemorgen, Jänicke. Al vroeg druk.
Goedemorgen, meiden. -Hoofdcommissaris.
Wie is die deftige meneer?
Goedemorgen, dames. We hebben twaalf kopieën nodig.
37 definitieve overeenkomsten.
90 dagvaardingen.
En iemand met kennis van... -Ik.
Frans?
Fräulein Amelie, natuurlijk. Dat was het, dames.
Meer is er nu niet. U mag wachten, maar ik verwacht niet veel.
Traudel?
Tot morgen. -Wacht, nog één ding.
Het fotoarchief van Moordzaken.
Die dame met de groene hoed. -U daar.
Fräulein Ritter?
Boeddha wil... Gennat, hoofd Moordzaken.
Hij wil een trefwoordenregister met alle moorden van dertien jaar:
Vindplaats, wapen, lichaam. De hele rataplan.
En ik moet... -Beschrijf wat je ziet. Systematisch.
Bijvoorbeeld: Bijlmoord, ingeslagen schedel, amputatie.
De foto's zijn op zaak gesorteerd. Datum, nummer.
Trefwoordenregister.
Dan kun je op overeenkomsten zoeken. Hetzelfde wapen of een dader...
Heb jij die foto's gemaakt? -Boven ligt nog drie keer meer.
Een mark per uur, morgen teken ik je briefje.
Weet je wat commissaris Rath over je heeft vergaard...
in de afgelopen weken, sinds je uit Keulen weg bent?
Maar nu even over hem.
Zeg eens, wat is het voor man?
Ik moet u over uw collega vertellen?
Hij kent jou, dus jij hem ook. -En krijg ik nog iets?
Jij?
Een kusje.
Wacht eens, daar zit iets.
Kom, voor de draad ermee.
Z'n vader is dik met de burgemeester, een hoge ome bij de politie.
Weet ik al.
Hij is ambitieus.
Taai. Een echte bijter. -Weet ik ook al.
Trouwe kerkganger. Gelooft in God. -Weet ik allemaal al.
Wat weet ik nog niet?
Hoe moet ik dat nu weten, hoofdcommissaris?
Waarom zit hij bij Zeden?
Waarom niet iets fatsoenlijks? Moord, corruptie, geheime politie?
De verhoorprotocollen, commissaris. -Bedankt.
Verder nog iets? -Bedankt.
Waar is Wolter?
Die verhoort König. -Wat?
Ik wil weten wat er tussen jullie speelt.
En wat hij van jou wil. Hij komt niet voor je vieze films.
Hij is katholiek. Die houden daar niet van.
Jij smeekt er gewoon om om als pedo de bak in te gaan.
Je hebt geen idee met wie je te maken hebt.
Over wie heb jij het?
Gereon Rath?
We hadden het net over je. Goed dat je er bent.
Ik wilde net een plasje gaan doen.
Ik handel dit wel af.
Je weet wat ik zoek.
Waar is die film? -Hij kan beter gewoon betalen.
Hij betaalt niet. Daarom ben ik hier.
Hij betaalt.
No comments yet. Be the first to leave one.