As primeiras 200 linhas.
Op het eiland was ook een riviertje met zoet water.
Verstopte Robinson daar z'n boot? - Ja, onder bosjes en takken.
En bouwde hij die boot alleen? - Natuurlijk.
Er was toch niemand anders.
Hij heeft alles alleen gemaakt. - Ook z'n hut?
De hut ook. En z'n gereedschap.
Alles wat hij nodig had om te leven.
En is die hut er nog? - Alles is er nog.
Ze hebben alleen hem opgehaald. 28 jaar woonde hij op het eiland.
En nu woont er niemand meer? - Niemand.
Sinds Robinson weg is.
Ik was op het eiland gebleven. Ik was nooit meer weggegaan.
Het was altijd warm op het eiland, zei je. Het hele jaar.
Lekker, als het altijd warm is. - Weet jij veel. Het was zo heet...
dat hij een parasol maakte van palmbladeren. Anders had hij...
het nooit volgehouden.
Ik ben niet bang voor hitte. Mij kan het niet warm genoeg zijn.
Als ik wat ouder ben, ga ik erheen.
Hoe wil je er dan komen? - Ik word scheepsjongen.
En bij het eiland deserteer ik. - Zo'n kereltje als jij...
willen ze heus niet hebben. - Ik ben sterker dan je denkt.
Twee vrachten katoen bij Land's End en in het pakhuis is geen plaats.
U werkt te langzaam. - Ik heb te weinig mankracht, Mr Gillis.
De kinderen doen hun best, maar het zijn geen volwassenen.
Er zijn toch sterke jongens bij. - Maar hoeveel?
Uitpluizen gaat nog wel, maar weven is te zwaar voor ze.
Sneller.
Een beetje vlijtiger vandaag, Ben? - Ja, Mr Miles.
Echt waar?
Te zwak, Mr Gillis. - We mogen niet verslappen.
Het Engelse katoen gaat naar de hele wereld. We moeten aan de top blijven.
We leven tenslotte in de 18e eeuw.
Wat doen we met hem?
Laten we weggaan, Jim.
Ik wil hier weg.
Wacht.
Maud.
Maud. - Wat is er?
Wat is er? - Ben.
Alweer? - Als hij niet werkt, moet hij weg.
Z'n ouders hebben het geld nodig. - Kom.
Ben, kom. Ik neem hem mee. Als Mr Miles komt, zeg ik...
dat hij me helpt. De natte wol is te zwaar voor mij.
Ga hier liggen. Hier ziet niemand je.
Hier is het lekker warm.
Als je hard zingt, ben je niet meer bang in het donker.
Nee, helemaal niet meer. - Zie je wel?
Hij kan niet ver zijn, majesteit. Het park wordt bewaakt.
Als m'n zoon iets is overkomen, bent u verantwoordelijk, Lord Horace.
Ik begrijp niet wat prins George bezielde...
om z'n slaapkamer te verlaten. Zijne hoogheid is...
zo'n verstandig kind.
Binnen.
Majesteit, zijne hoogheid is gevonden.
Waar is m'n zoon? - Hij kan hier elk moment zijn.
Ik wil hem onmiddellijk zien. - De toestand van zijne hoogheid...
Jawel, majesteit.
Hoogheid, zijne majesteit wacht. Geeft u dat maar hier.
Even uw linkeroor. En nu het rechter. Wat een toestand.
Mijn hemel, uw broek is helemaal nat.
Waar was u, prins George? - In het park, majesteit.
In het park? Midden in de nacht, in de regen?
Ja, majesteit. - Wat heeft u daar gedaan?
Ik heb geslapen. - Geslapen?
Ik wilde weten of een mens bij zulk weer buiten kan slapen.
Doet u vaker zulke experimenten? - Ja. Zo heb ik vastgesteld...
dat je vis kunt bakken op hete stenen.
Niet mijn schuld, majesteit. Ik heb het nooit over vis gehad.
Wat doet u, Mr Pum? - Daar zat een druppel, majesteit.
Ik zag hem in de hals van zijne hoogheid lopen.
Hoe komt u op die merkwaardige ideeën, prins George?
Ik heb een boek gelezen en wilde weten of alles waar was.
Wat voor boek. - De Robinson, majesteit.
Zijne majesteit heeft de Robinson verboden, dat weet u toch?
Bevalt dat boek u zo goed dat u de behoefte voelt...
net zo te leven als die Robinson? - Ja, majesteit.
Dat begrijp ik niet. Is uw bed niet zacht genoeg?
Is de koninklijke keuken niet goed? - Jawel, majesteit. Maar...
Wordt dan niet alles voor u gedaan? - Daarom juist, majesteit.
Pardon? - Alles wordt voor me gedaan.
Robinson kon alles zelf doen. Ik vind het spannend om iets te doen.
U zult op een van de machtigste tronen op aarde zitten.
U zult de kroon van dit land dragen. U heeft andere taken...
dan vis bakken en buiten slapen. - Ja, majesteit.
En ik verzoek u zich meer met die taken bezig te houden.
Breng de prins naar bed, Mr Pum, zodat hij geen kou vat.
Uitstekend, majesteit.
Mag ik u verzoeken, hoogheid?
Majesteit, ik heb prins George verteld over de rampzalige rol...
die de schrijver van Robinson in uw leven heeft gespeeld.
Dat hij in de gevangenis zat, omdat hij zo vaak het bewind...
van uwe majesteit heeft aangevallen. - En wat zei mijn zoon daarop?
Spreek. - Hij antwoordde:
Die man moet erg moedig zijn om mijn vader tegen te spreken.
Dus zover gaat dat.
Ik heb hem ook uitgelegd waarom de regering van uwe majesteit...
Robinson verbieden moest. Omdat dat boek onze jeugd vergiftigt.
Omdat de matrozen met honderden van onze schepen drossen...
om op onbewoonde eilanden te leven zoals die Robinson.
Dertig voet hoog hief de golf me op. Maar ik voelde...
dat hij me naar het strand droeg.
Niet al te ver van me vandaan zag ik de palmen op het strand...
die naar de grond bogen in de storm.
Drie keer voelde ik de bodem onder m'n voeten.
En twee keer trok het water me terug in de oceaan.
Het scheelde een haartje of die grote vloed werd m'n ondergang...
toen ik opnieuw gegrepen werd door een golf.
Die smeet me zo hard tegen de rotsen...
dat ik bewusteloos bleef liggen.
Als de vloed op dat moment was teruggekomen...
dan was ik voorgoed verloren geweest.
Gelukkig kwam ik op tijd weer bij.
Ik was gered. - Mr Defoe.
Ja, ja...
En zo, lieve kinderen, begon m'n eerste dag op het eiland.
Waar u 28 jaar lang bleef? - Ja, m'n jongen.
Helemaal alleen.
28 lange jaren.
Het eten staat op tafel, Mr Defoe. En jullie moeten nu naar huis.
Mr Defoe, heeft u meteen de berg beklommen of pas in de middag?
Genoeg, heb ik gezegd. Komt u, Mr Defoe.
Altijd hetzelfde. Uw hand is helemaal warm van de opwinding.
Verhalen vertellen is niet goed voor u. - Laat me m'n verhalen vertellen.
De kinderen zijn de enigen die nog naar me luisteren.
De jongens geloven echt dat u Robinson bent...
en alles zelf heeft meegemaakt. - Dat heb ik ook.
Maar u heeft m'n moeder en mij verteld dat u in werkelijkheid...
nooit op het eiland bent geweest. Een oude matroos vertelde het verhaal.
Ja, hij heeft het me verteld. Maar ik heb het opgeschreven.
En weet je, als je zo oud wordt...
geloof je op een dag dat je het zelf hebt beleefd.
Nou, nou... - Nou ja, goed.
Je hebt deze oude kerel weer op een leugen betrapt.
Verdorie, ik moest me schamen.
Komt u maar.
Waren ze er allemaal weer? - Ja, Mrs Cantley.
Ze waren er allemaal. - Gelukkig komen ze alleen op zondag.
Ze zouden u nog ombrengen me hun nieuwsgierigheid en hun vragen.
Zeg eens, Maud...
werkt die kleine bleke ook bij jullie?
Ben? Ja, natuurlijk. Hij werkt ook bij Mr Gillis.
We leven in een grote tijd.
Hij wordt met de dag groter.
Ook kinderen moeten werken. - Wat moeten we anders doen?
Leren lezen en schrijven.
Kleine jongens zoals Ben horen alleen maar te spelen.
Maar hoe moeten we geld verdienen als ze ons niet laten werken?
Dat kind heeft gelijk, Mr Defoe.
Kan uw vader wel betalen? - Als hij wil wel.
Vooruit dan maar.
Wat komt u nu weer doen? - Ik moet naar m'n vader.
Master Tom, als hij u ziet, is hij daarna weer ziek.
Het is dringend. De jongen wordt opgesloten wegens schulden.
Mijn naam is Greene.
Tom?
Wat is er gebeurd? - Het spijt me, Mr Defoe...
maar Mr Heep, de waard van de Gele Papegaai laat uw zoon arresteren.
Hij is hem 50 pond schuldig.
50 pond.
Kom mee naar m'n kamer.
We wachten hier, Mr Defoe.
Je gaat naar de gevangenis. - Alleen als ik niet betaal.
En daarom ben ik hier. - Daarom ben je hier.
Mijn zoon gaat naar de gevangenis.
Dit is het eind.
Kan ik het helpen dat die waard zich zo opwindt? 50 pond.
Wat is nou 50 pond? - Meer dan ik heb, Tom. Veel meer.
Er is nogal wat veranderd sinds de laatste keer dat je hier was.
Dat krijg je als je je vader maar eens per half jaar bezoekt.
Dit is alles wat ik heb: twee kostuums, twee hemden. Wil je die hebben?
Neem ze maar. Meer heb ik niet.
Of dit, papier.
Beschreven papier. Het manuscript van Robinson.
Dat ze ook verboden hebben.
Help me nog één keer, vader. Ik zweer het, de laatste keer.
De laatste keer. Hoe vaak heb je dat niet gezegd?
Alsjeblieft.
Nee.
Goed, dan gaat de zoon van de grote Daniel Defoe naar de gevangenis.
De zoon van de vroegere raadsheer van de koning. De heren aan het hof...
zullen erom lachen. - Ik kan je niet helpen.
En al zou ik het kunnen, dan deed ik het nog niet.
Ik heb je alles gegeven. Ik heb m'n huis verkocht...
om je schulden te betalen. M'n rijtuig, m'n boeken, alles.
Ik weet niet eens hoe ik die brave vrouw moet betalen...
die me in huis heeft genomen.
Heb je alles voor mij gedaan?
Als je alles voor me gedaan had...
stond ik nu niet zo voor je. - Wat bedoel je?
Waarom ga je niet naar de koning om je met hem te verzoenen?
Dat gaat niet, Tom.
Dat kan ik niet. - En waarom niet?
Dat zal ik je zeggen: omdat je gelijk wilt hebben.
Die knappe Daniel Defoe. Hij weet als enige ter wereld...
wat recht en onrecht is. En iedereen moet hem geloven.
En z'n mond houden en voor hem kruipen.
Of het nu de koning was, m'n moeder of ik.
Je denkt alleen aan jezelf.
We kunnen gaan, Mr Greene. - Tom.
Het spijt me, Mr Defoe. Ik dacht wel...
No comments yet. Be the first to leave one.