As primeiras 200 linhas.
Geweldig.
Zeker geen zin.
Oudejaarsavond, 21 uur.
- Dag. - Waar gaat het over?
- M'n auto is gestolen. - U bent de derde.
- En u bent vast niet de laatste. - Dat kan me niet schelen.
Als ik dat zou zeggen, kwamen we nergens. U bent meneer?
Jean -Marie Jabelain.
Goedenavond, notaris.
Sorry dat ik zo laat ben, maar het verkeer zat helemaal vast.
- Is het nu beter? - Nee.
- Waar is mijn collega? - Koffie aan het halen.
Ik vroeg of hij voor mij ook wilde meenemen, maar of hij het hoorde...
Hij is zoals u. Hij hoort alleen wat hij wil.
Ik hoor alles wat u zegt en bovendien schrijf ik alles op.
Ik hoop dat alles binnenkort gerangschikt is.
Wat moet dat voorstellen?
- Hebt u op de tafel gelopen? - Nee, uw collega moest...
Nee, maar. Een mooie vent uw hoofdinspecteur.
Hij schijnt een pruik te dragen. Is dat zo?
Ik lijk bitter, maar ik heb geen uitnodiging gehad.
- Vast kwijtgeraakt bij de post. - Spijt u dat?
Het is toch gezellig: Kussen onder de mistletoe, moppen tappen,
de dames showen hun juwelen en
stellen hun minnaar aan hun man voor...
- Bent u getrouwd, inspecteur? - Ik ben drie keer getrouwd geweest.
Ik schijn nogal vervelend te zijn. Gaat u zitten.
Ik begrijp niet waarom het nu moet, maar er zijn nog dingen onduidelijk.
Vooral dat verhaal over die hond. Wacht madame Martinaud niet op u?
Nee, mijn vrouw wacht niet op mij.
Goedenavond, Belmont.
- Wil jij ook? - En Mr Martinauds koffie dan?
- Dat is deze. - Dan is dat zijn koffie.
Laat maar, ik ben al gespannen genoeg. Maar toch bedankt.
We hadden het net over de hond.
- Welke hond? - Dat kan nog leuk worden.
Eerlijk gezegd is dat verhaal... Wacht, ik lees het eerst voor.
Eens zien.
Op de avond van de derde wandelde u
met de hond van uw buren, de Brunets.
- Klopt dat? - Inderdaad.
- Ik hou van honden. - Waarom hebt u er dan zelf geen?
- Omdat m'n vrouw van katten houdt. - Hebt u een kat?
Nee, dat geeft rotzooi. M'n vrouw wil een kat die niets bevuilt.
- Een kat is minder vies dan een hond. - Kanaries zijn het smerigst.
Die wilde ze ook niet, maar ik hield voet bij stuk. Soms lukt me dat.
Ja, ja. De kanaries, de hond van de buren.
- Hoe heette hij ook weer? - Brunet.
- De hond. - Tango.
O ja. Tango, Ierse setter. Die honden hebben een goede reukzin, hè?
- Het zijn jachthonden. - Inderdaad, en nog goed ook.
Als je ze mee op jacht neemt, maar Tango is meer voor de gezelligheid.
- Tango schrijf je zoals de dans? - Hoe moet je het anders schrijven?
Als een paso doble?
In al uw verklaringen zegt u: Toen ik het lichaam ontdekte...
- U noemt nooit de hond. - Wat wilt u daarmee zeggen?
Normaliter zou de hond het lichaam hebben gevonden.
O nee, wacht even. En ik had het dossier nog wel doorgespit.
- Toen u in de file stond. - U hebt gelijk.
Volgens Mr Brunet laat u inderdaad Tango vaak uit, maar die avond niet.
- Niet op de avond van de derde. - Brunet kletst uit z'n nek.
Ik wil best een eind meegaan, maar Madame Faure op nummer 12
kraamt dan zeker ook onzin uit en Marcel Esperu op nummer 19 ook.
Dus u bent de enige die niet kletst?
- Wat moet ik geloven? - U moet hen geloven.
Ik heb niets tegen u, hoor. Ik koester geen enkele wrok.
Als ik gevoelens zou moeten hebben voor iedereen die hier langskomt...
Maar een zekere verbetenheid toch wel.
In negen dagen tijd zijn er twee meisjes verkracht en vermoord.
Ik wil weten door wie.
Of u dat bent of iemand anders, maakt me niet uit.
- Dat is niet waar. - Jawel.
Als een zwarte kleine meisjes verkracht, is het een gewone zaak.
Maar als een notaris zoals ik het heeft gedaan
is dat 'n buitenkans voor een agent. Dat betekent aandacht van de kranten
en misschien zelfs van de tv. Nietwaar?
- Geef nou maar toe. - Gaan we soms de rollen omdraaien?
Misschien word ik gedreven door ambitie
maar waarom zouden uw buren een verklaring tegen u afleggen?
Omdat ik rijk ben en een mooi huis en een leuke vrouw heb.
Of omdat ze denken dat ik dat niet verdien.
Ik ben niet bovenmatig slim of knap.
De middelmatigen accepteren het succes van de uitzonder lijken.
Ze klappen voor begaafde mensen en kampioenen
maar het succes van een andere middenmoter kunnen ze niet uitstaan.
- U hebt vast anonieme brieven gekregen. - Niet meer dan anders.
Nou ja, niet echt veel meer. Fransen schrijven graag aan de politie.
Ze schrijven over belastingfraude, illegale uitbreiding en zomeer.
En natuurlijk over twee verkrachtingen.
Sommigen beweren zelfs dat uw vrouw u ertoe heeft aangezet
en anderen dat ze juist toeschouwer was.
Maar in geen enkele brief wordt vermeld dat u zo middelmatig bent.
Wel dat u excentriek bent.
In ieder geval hebben twee ooggetuigen bevestigd dat u zonder hond was.
- Nee, nee. - Hoezo, nee?
Mag ik even?
Ze zeggen alleen dat de hond hen niet was opgevallen.
Het is onderstreept.
Kom eens even.
Wat is dat voor verwarring?
Hij heeft gelijk Ze zeggen dat de hond hen niet was opgevallen.
- Is dat niet hetzelfde? - Nee, dat is niet hetzelfde.
Dat kan dus betekenen dat hij er niet was of dat hij er wel was, toch?
Wat verandert dat?
Als de hond bij u was, had hij het lichaam gevonden.
- Nogmaals, wat verandert dat? - Ja?
- De hond heeft ons toch niet gebeld? - Ik heb het hem niet ingefluisterd.
Toen uw collega me ophaalde, had hij het over een ommetje langs het bureau.
Ik ben hier nu een uur. Niemand vraagt zich af of ik iets anders te doen heb.
Dat had ik wel.
Ik vrees dat het langer duurt dan we hadden gedacht.
Als u naar huis wilt bellen, ga uw gang.
Eerst een nul draaien.
Kom je, Belmont?
Hier, Mercier.
Wat moet dit voorstellen? Mooie streek, hoor.
'Kom eens even.' Wil je me afschilderen als een zeurpiet?
Heb jij kleingeld?
Wat wil je nu met dat hondenverhaal? Dat slaat toch nergens op?
Een notaris die oudejaarsavond bij de politie doorbrengt evenmin.
- Is hij volgens jou schuldig of niet? - Als ik het dossier lees wel.
Maar als hij tegenover me zit, twijfel ik.
Pardon, heren. U kunt terugkomen. Er wordt thuis niet opgenomen.
Tweeëntwintig uur vijf.
Bedankt, ik heb mijn eigen gif.
Als u dorst heeft: Er staat een automaat in de gang.
Inspecteur Belmont heeft kleingeld.
Kende u Geneviève Le Bailly oppervlakkig of heel goed?
Een man van mijn leeftijd kan een meisje van acht niet goed kennen.
Volgens de mensen uit de buurt was het een vrolijk en spontaan kind.
Goedlachs, ja. Alles behalve gesloten.
Die met iedereen zou meegaan.
Ja, ze zou met iedereen meegaan, maar het liefst met een notaris.
- Dat zeg ik niet. - Nee, dat zegt u niet.
- Wat tik ik? - Alles behalve gesloten.
U tikt alles op. Uw vragen zijn zo laag dat u zich ervoor geneert.
Vanaf nu wordt alles op papier gezet. Misschien verandert u dan van toon.
Goed. Leeftijd, beroep, gezinssituatie...
- Verdomme. - Naam, voornaam, beroep...
- Dat is me al 20 keer gevraagd. - Nu vraag ik het.
U wilt dat alles op papier wordt gezet. Heet u Martinaud?
- Jérôme... - Jérôme, Charles, Emile.
Notaris. Boulevard de Lattre. Jobourg, Manche.
- Bent u getrouwd? Zonder kinderen? - Ja, zonder kinderen.
- Omdat ze troep maken? - Ik heb geen kinderen
- omdat m'n vrouw ze niet kan krijgen. - Of wil ze het niet?
- Toen bleek dat het niet kon... - En adoptie?
- De hond is ook van de buren. - Wat bent u tactvol en fijngevoelig.
En dit dan, verdomme? Getuigt dit van fijngevoeligheid?
De politie trof de kleine Geneviève Le Bailly zo aan. Op haar buik.
Ze lag op haar buik en u had haar herkend.
Ja, aan haar kleren en haar haar. Ik weet het niet meer.
Echt een vraag voor een agent. Alsof je iemand niet van achteren herkent.
- Nou, nou. - O ja.
Aan haar trainingspak zag ik dat het woensdag was.
Op woensdag gaat ze naar het stadion. Wacht eens even.
Woensdag de 3de. Brunet heeft gelijk Hij had de hond niet kunnen zien.
Hij was al buiten aan het spelen. Ik heb hem geroepen. Zo was het.
- En hij volgde u? - Ja, natuurlijk.
- Geen domme hond. - Dat geloof ik ook.
Zeg eens eerlijk, Martinaud,
Weet u waarom u hier bent?
Dat dacht ik al.
U bent hier omdat u wordt verdacht. Van getuige bent u verdachte geworden.
Dat is geleidelijk aan gegaan. Ergens hebt u een uitglijer gemaakt.
- Dat is vast niet aan u voorbijgegaan. - Niet echt.
Alleen snap ik de uitglijer niet.
Twee meisjes zijn vermoord. Twee kinderen.
De eerste op 25 november op het strand van St Clément.
De tweede op 3 december in het park van Jobourg, vlakbij uw huis.
Vervelend genoeg was u in de buurt toen de eerste moord plaatsvond.
En op bij de tweede was u ook ter plaatse, want u vindt het lichaam.
En waarschuwt de politie.
We hebben muren te kort om de namen op te schrijven van de moordenaars.
Die hun slachtoffers dood aantroffen.
Wat eigenlijk logisch is want zij waren op de hoogte.
U hebt een zeer persoonlijke interpretatie van burgerplicht.
- Ik weet niet meer wie zei... - U vergeet veel, hè?
We zijn niet langer veilig als we een politiebureau binnengaan.
Door types als u krijg je al kippenvel als je de politie belt.
- We vergeten even die telefoontjes... - Maar waarom?
- De agent heeft mijn stem herkend. - Dat klopt.
Als iemand voor mij getuigt, wordt dat terzijde geschoven.
De inspecteur zei 'even'.
Prima.
En nu? Waar gaan we over praten? Over honden, vogels...
De eerste moord. De duinen van St Clément.
Dat is nog niet zo lang geleden. De ochtend van dinsdag 25 november.
Op het strand, aan de zuidkant.
Het lichaam van een kind wordt gevonden: Pauline Valera, acht jaar.
Verkracht, vermoord door wurging.
Het gebeurde in de bunker. Ze rende weg en de moordenaar haalde haar in.
Dezelfde dag wordt uw auto aangetroffen in de haven.
Op nog geen kilometer van de duinen. Hij had er de hele nacht gestaan.
De politie had het nummer genoteerd om vijftien of twintig over zeven.
De horloges van agent Berger en brigadier Quéret staan niet gelijk.
- Hopelijk valt u daar niet over. - Ik zeg niets.
Het meisje wordt een half uur later gevonden.
Hadden ze de horloges gelijkgezet?
Wat let mij om die machine niet in z'n bek te duwen?
No comments yet. Be the first to leave one.