As primeiras 200 linhas.
Jokkie.
MOPS, BOOTSMAN EN MOZES
ik wil je een verhaal vertellen en een lied voor je zingen
ik zag een leeuwerik in de lucht die de lente bracht
het is eindelijk lente
leeuweriken zingen in de lente
het is lente, de beken kabbelen lente, de vreugdevuren branden
en de diepblauwe lucht wordt lichter, elke dag
Help, Bootsman.
Bootsman, help. Red me.
Lieve kleine Mops, ben je alweer in het water gevallen?
En je draagt je zwemvest niet, ondanks onze waarschuwingen.
lk heb Bootsman, dus dat hoeft niet. -Toch wel.
Weet je wat Bootsman is?
De liefste hond in de hele wereld.
Dat is fijn. Ga nu snel naar huis en trek droge kleren aan.
O papa, ik wilde nog zeggen dat hij ook de slimste hond ter wereld is.
Snel naar huis, zei ik.
Kom, Bootsman.
Jij bent al bijna net zo lief en slim als Bootsman.
Hallo.
Je gaat jagen, zie ik. -Ja, op zeevogels.
Ga je mee? -lk moet op m'n winkel passen.
lk kan zeker geen 300 kronen van je lenen?
Niet van mij. Vraag maar aan iemand anders.
Juist. Kom, Cora.
Mama, ik ben in het water gevallen. -Niet weer, hè.
Kijk niet zo vergenoegd. Ga thuis iets anders aantrekken.
Moeten we je aan de waslijn hangen? -Die valt dan naar beneden.
Schiet op. -Natter kan ik niet worden.
Zeg Mops, ga jij altijd met je kleren aan zwemmen?
Krijgt u hem niet gestart, oom Melker? -Natuurlijk wel.
U hebt het niet in uw vingers.
Let maar eens op.
Je moet er zo aan trekken.
Straks krijg je een lel als je niet gaat.
lk dacht dat u dankbaar zou zijn.
Ga weg. Spring in een meer of zo...
...of ga met Pelle spelen. Wegwezen.
Vooruit.
Weet u, oom Melker, u hebt het niet in uw vingers.
Hij heeft het niet in z'n vingers, hij heeft het niet in z'n vingers.
lk help je wel Jokkie vangen als ik me heb verkleed.
Het heeft een bepaald ritme, Johan.
Tik, tik, tik.
Daar komt niets van in, luilak.
Help me hem te vangen.
Stop. Johan, Niklas.
Pak hem. -Eerst het ligstro.
Dus opa, de heks zei:
Prins Rillo, je zei dat ik op een vis lijk.
Dus nu verander ik jou in een vis. Was dat geen eng verhaal?
Was dat geen slechte heks? -Nee, niet echt.
Wel waar. Het was een slechte heks, ziet u wel.
Ja, ze was wel een beetje slecht.
Maar ja, heel veel mensen zijn een beetje slecht.
Kijk, daar is Jokkie.
Lieve kleine Jokkie.
Stina.
Pak hem vast. -Er is niets met hem.
Gelukkig heb je hem gevangen. -Dat was niet moeilijk.
Pelle, wil je het verhaal van de drie betoverde prinsen horen?
lk heb al jouw verhalen al gehoord.
Luister dan naar Kalle Spring-in-'t-veld.
lk heb hem leren praten. Hij kan 'Loop naar de hel' zeggen.
Niet waar. -Dat verzin je.
Wacht maar af.
Kalle, zeg eens: Loop naar de hel.
Zeg het dan, Kalle.
lk wist het wel.
Loop naar de hel. Vooruit, Kalle.
Wat zei ik je?
Weet je wat? Volgens mij is Kalle een betoverde prins.
Echt niet. -Jawel. Hij kan praten.
Heb je ooit gehoord van een prins die 'Loop naar de hel' zegt?
lk zal je leren dat alleen kikkers in prinsen kunnen veranderen.
Dat weet iedereen.
lk las eens een sprookje over een prinses die een kikker kuste.
Hij veranderde meteen in een prins.
Dat ga ik ook eens proberen.
Dan kunnen hij en Malin met elkaar trouwen.
En jij kunt met je betoverde prinsen naar de hel lopen.
Maar Pelle, dan hoeft ze niet zo ongetrouwd te zijn.
Hij wil niet dat Malin een prins krijgt.
Dat komt doordat hij geen moeder heeft.
Waarom heeft hij dan geen moeder?
Die is lang geleden gestorven. -Waarom?
Geen idee. Het is zoals dat oude liedje, denk ik:
de wereld is een eiland vol zorgen
nu aanwezig, morgen verdwenen
enkel stof blijft achter
Best triest.
Arme Pelle.
Waar zijn de kikkers?
Hebbes.
Moet je zien. -Een betoverde prins.
Hij is behoorlijk smerig.
Was Malin maar hier. -We gaan haar zoeken.
ik zou dolgraag trouwen als ik maar schoenen had
mijn moeder zou ze voor me kopen als ik niet zo ongebonden was
Hoe gaat het, pap? -Het is hopeloos.
Hij is nooit betrouwbaar geweest maar af en toe deed hij het.
Niemand heeft vertrouwen in mij.
lk krijg hem wel aan de praat. Hij zal draaien als een tierelier.
Puik, pap. Zolang je je maar vermaakt.
Weet je wat, Stina?
We kunnen deze kikker een kus geven.
Dan verandert hij in een prins en laten we hem los op Malin.
Jij eerst.
Bah, het is eng.
Geef hem nou een kus. -Doe jij het.
Dit is dwaas. We doen het tegelijk.
Een, twee, drie.
Het is niet gelukt.
Een prins.
Malin.
Kijk, Malin. -Kijk eens wie hier is.
Pardon, is er een winkel op dit eiland?
lk ga er zelf heen, dus kom maar mee.
lk heet Peter. Peter Malm.
ik zou graag willen trouwen, zie je
Zeg Malin, er is iets wat ik graag zou willen weten.
Wanneer ga jij trouwen?
Het zit zo: je moet wachten tot je iemand vindt om van te houden.
lk weet het: je kunt met een betoverde prins trouwen.
Bestaat zoiets? -Sloten vol.
Kikkers zijn betoverde prinsen. -Dat wist ik niet.
Je kust de kikker... -En je krijgt meteen een prins.
Zo gemakkelijk? -lk ga op een dag trouwen.
Met een betoverde prins? -Nee, met een loodgieter.
Die verdienen geld als water, zegt m'n vader.
Dan trouw ik ook met een loodgieter want ik wil zijn zoals Mops.
Juist, ja.
Negen, tien. -Dank je.
O, en een pond bloedworst.
Eten prinsen bloedworst? -Nee.
Het is vast voor z'n varkens bij het paleis.
Soms gebeuren er mooie dingen. -Vandaag ook?
Ja. Dank je wel. -Maar ik heb niets gedaan.
Je stond bij de steiger als een prachtige zomerdag.
Dat zijn dan twee kronen. -Dank u.
lk ga ervandoor met m'n bloedworst maar ik kom terug.
Kom naar de steiger, alsjeblieft. -We zien wel.
Hoorde je dat?
Hé, hoe heet jij? -Peter.
Hoe oud ben je?
ik heb het in m'n vingers
als het om buitenboordmotoren gaat
Dit piefje past op dat palletje.
Waar is het nou? Er verdwijnen niet zomaar dingen.
Het moet ergens liggen.
Daar.
Kijk eens wat ik heb gevonden.
Je ziet er niet uit, Pelle.
Wat een vuiligheid. -lk ben in een plas gevallen.
Met je nette broek. -lk had geen tijd om hem uit te doen.
Trek hem nu maar uit want ik ga wassen.
Ga je mij wassen? Spring maar in het meer.
Je springt in bad. -Wij lopen ook gevaar. Kom mee.
Haal er niet te veel af.
We houden van ons broertje zoals hij normaliter is.
Met zwarte oren en een grijze nek.
Dag, Peter.
lk had verwacht dat hij een kroon zou dragen.
Ze dragen doordeweeks geen kroon, alleen op zondag.
O, Mops en Stina.
lk wil jullie iets laten zien.
Hoe vinden jullie het?
Wat een prachtig kleintje.
Waar heb je het gevonden? -Bij het rif.
Hij zat vast tussen de visnetten.
Arm kleintje. -Ja, arm kleintje.
Mag ik hem aaien? -Ja, hoor.
Je mag hem hebben. -Wat?
lk zei: Je mag hem hebben. -Helemaal voor mezelf?
Wat ontzettend aardig van u, Mr Westerman.
Pap, kom eens. Waar is iedereen?
Mam.
Joepie, ik heb een zeehond.
Bootsman, kom eens kijken.
Mam, pap, Teddy, Freddy. lk heb een zeehond.
lk wil u een cadeautje geven, Mr Westerman.
Wat dacht u van een zelfgeborduurde prent?
Het is niet echt iets wat ik dolgraag zou willen hebben.
Laat hem met rust, Bootsman. Af.
Kijk pap, ik heb een zeehond.
Hij heet Mozes, zoals Mozes in het papyrusbootje.
Waar laat je hem? -Niet in je bed of op je kamer.
Maar mam, hij is van mij. Papa?
Het zal veel werk zijn om hem te voeren.
Mops heeft een zeehond, opa.
Toe, opa. Kunt u wat haring voor de zeehond vangen?
lk kan vast wel genoeg vis voor een zeehond vangen.
En wij kunnen hem voeren. -En een vijver aanleggen.
En hij mag wel in het boothuis blijven, toch?
Ja toch, papa?
Toe? -Alsjeblieft?
Goed dan.
Opa, weet u wat ik denk?
Volgens mij is Mozes een betoverde prins.
No comments yet. Be the first to leave one.