As primeiras 200 linhas.
- Ik wil de commissaris spreken. - Waarover?
- Ik heb iemand vermoord. - Kom binnen.
Ik luister.
Mijn naam is Pierre Tardivet, met "VET" aan het eind.
Ik geef rekenles aan het Chateaubriand College.
DE VROUW MET TWEE GEZICHTEN Aangepast en verbeterd door BuStEl
Tien jaar geleden besloot ik dat ik wilde trouwen.
Academicus, 30 jaar, zoekt huwelijk met ontwikkeld, gezond meisje van 25
dat bescheiden is, een aangenaam karakter heeft en goed gebouwd is.
- Dat zijn vijf regels. - Ik tel er maar vier.
Veertig tekens per regel, tel maar na.
Spaties tellen ook mee.
Schrap in dat geval de laatste twee regels maar
en zet gewoon: uiterlijk onbelangrijk.
Uiterlijk onbelangrijk.
Ik heb het huwelijk altijd beschouwd als iets serieus.
Mijn leerlingen hadden hun problemen, maar ik ook.
Ik kreeg veel reacties en moest een keuze maken.
Ik ging methodisch te werk en vermeed allerlei valkuilen.
Ik dacht dat ik vrouwen kende.
Had ik het kunnen voorzien? Nee, het was echt niet mijn schuld.
Binnen.
- Bezoek voor u. - Dank u.
Georges Vausange.
Georges Vausange. Daar heb ik het.
Vausange, Marie-José.
- Dat was in Étretat. Toen was ze vijf. - Een beetje jong voor mij.
Zes jaar, acht jaar.
Elf jaar, vijftien jaar.
Kortom, u zag haar opgroeien.
Hier is ze zestien. Dat was de laatste.
Verder zijn er geen foto's meer.
Ze liep niet bepaald de deur plat bij fotografen.
Laat hem de foto met Véronique zien. Dat is haar jongere zusje.
Een maand geleden is ze toevallig op een doopfoto beland.
Een knap meisje.
- Marie-José is die andere. - Die erachter staat.
Wanneer kan ik haar ontmoeten?
- U gaat akkoord? - Met een ontmoeting wel.
Verder leg ik me nergens op vast. Zullen we iets afspreken?
Dat ligt wat gevoelig. Ze weet hier niets van.
- Als ze het wist, zou dat een ramp zijn. - Een ramp?
Ze heeft één gebrek: ze is trots.
Ik kan moeilijk met haar trouwen als ik haar niet ken.
- Houdt u van muziek? - Ja, zoals iedereen. Waarom?
Marie-José werkt in een platenzaak.
- Kent u Wilhelm Furtwängler? - Alleen van naam.
En Beethovens vijfde symfonie?
Het noodlot dat aanklopt.
- Houdt u van Beethoven? - Beethoven?
- Ik beklaag wie hem niet waardeert. - Die mist wat in het leven.
Het is hemelse muziek.
- Je vergeet jezelf, laat je meeslepen. - Absoluut.
- En Furtwängler? - Houdt u niet van hem?
Jawel, zie hier het bewijs.
- Hij dirigeert met zoveel bezieling. - Absoluut.
- Hij is momenteel in Parijs. - Zaterdag geeft hij een concert. Ik ga.
Wat een toeval. Ik ook.
Ik heb twee kaartjes gekocht. Ik heb ze zelfs bij me.
Ik geef u er eentje. Moeder zou meegaan, maar ze is ziek geworden.
- Ik heb al een kaartje. - Dan zit u op de eerste rij.
Niets zal u ontgaan, zelfs zonder toneelkijker.
- Ik ben het gewend om bovenin te zitten. - U gaat zeker niet alleen?
- Met wie zou ik moeten gaan? - Met mij, als u me een beetje mag.
Zeg toch geen onzin.
- Furtwängler, de vijfde. - Dat is dan 2950 frank.
- Alleen voor Furtwängler? - De symfonie staat op zeven kanten.
Natuurlijk. Ik was even afgeleid.
Hier is uw pakje.
Alstublieft, misschien voor iemand anders.
En misschien tot zaterdag. Je weet maar nooit.
Ze kwam naar het concert en daarna zagen we elkaar vaker.
Ik ging ook naar de verloving van haar zus.
- Meneer Gérard Durieux? - Hiertegenover.
Mama, mag ik u voorstellen: Pierre Tardivet.
Eindelijk. Ze heeft het al zo vaak over u gehad.
Ach, daar bent u dan.
- Papa, u kent mijnheer Tardivet niet. - Wat dan nog? Op uw gezondheid.
- Pardon, mevrouw. - Nee, ik heb genoeg gehad. Jij ook.
Het is een mooie dag voor de kinderen, al worden de ouders er wat weemoedig van.
Op het geluk van Véronique.
Het werd tijd dat ze trouwde. Ze was niet meer te houden.
Heel anders dan haar zus, Véronique. Zij is als champagne.
Marie-José is meer zoals kamillethee. Hè, kleintje?
- Hij bedoelt het goed. - Ik hou van kamillethee.
Die kun je de hele dag drinken. Champagne niet.
- Mogen we zo vrij zijn? - Neemt u ons niet kwalijk.
- Ze zijn erg aardig. - Iedereen hier is vriendelijk.
Jullie kennen elkaar al. Gérard Durieux, mijnheer Tardivet.
Ik herinner me u. Een melomaan in hart en nieren.
- Proficiat. - Ik verwacht een wederdienst.
Maar waar is de heldin van het feest? Véronique.
- U bent mijnheer Tardivet. - Ja. Mijn verloofde.
- Hoe raadt u dat zo? - U straalt het uit.
U aanbidt haar. U bent geweldig, mijnheer Tardivet.
Mag ik? Ik moet even profiteren van het feit dat ik nog vrijgezel ben.
Kom, we gaan dansen. Mag ik met hem dansen?
Jij mag Gérard even lenen.
- Ik heb een gijzelaar. Kom mee. - Maar ik kan niet dansen.
Dan leer ik het u wel.
- Dans je niet? - Nee, ik heb er niet zo'n zin in.
- Om mij een plezier te doen? - Nee, Gérard. Vandaag niet.
Zo ja... Eén, twee, drie. Wel je evenwicht bewaren.
Ziet u wel? Het is niet moeilijk. U geeft toch rekenles?
Tel dan met uw voeten. Eén, twee, drie, vier.
Eén, twee, drie, vier. Wat leert u ze eigenlijk op school?
Vooruit, één, twee, drie, vier. Laat mij maar doen. U zult het zien.
Wil je me iets geven voor mijn verloving? Iets charmants?
Als ik dat kan.
Een glimlach. Een echte glimlach.
Het spijt me. Dat kan ik niet.
Wat moet je trouwens met een glimlach van mij?
Kom terug, Marie-José. Dit is belachelijk.
- Haal haar. En wees lief voor haar. - Wat heeft ze?
Niets. Het is mijn schuld. Ik ben een bruut.
Wat is er, Marie-José? Zeg iets.
Laat me. Ik wil alleen zijn. Ga maar terug. Ik kom straks ook wel.
Straks? Wat moet ik met al die mensen die ik niet ken?
Ik ben alleen voor jou gekomen.
- Ben je niet gelukkig? - Jawel, hoor. Zie je dat niet?
Kun je dat niet van mijn gezicht aflezen?
Mooi, hè? Al dat geluk. Vooral het profiel.
Toe nou... Toe nou maar.
Neem me niet kwalijk. Ik ben een onnozele dwaas.
Laat me maar. Het doet er niet toe.
Het doet er niet toe? Maar ik ben toch je vriend?
Op een vriend moet je kunnen rekenen.
En ik wil ook je verdriet delen.
Het is geen verdriet, meer een lichte teleurstelling.
Ik had gedacht dat Gérard
de dromen van een jong meisje. Dwaze dromen.
Omdat we elke avond samen rookten en praatten, dacht ik,
maar het stelde niets voor.
Toen kwam mijn zus me op een avond ophalen.
En Gérard bracht haar thuis.
U ziet het, het is een heel dom verhaaltje.
Vreemd, je zus is erg amusant.
Maar om nou mijn leven met haar te willen delen...
- Ze is zo mooi. - Er is schoonheid en schoonheid.
Je hebt schoonheid die je meteen opvalt en je verblindt.
En je hebt schoonheid die je langzaam ontdekt, van binnenuit.
Nee, kruip niet weg in de schaduw. Ik wil wat zeggen, maar in het licht.
- Wat deed ik toen ik je ontmoette? - Mij een kaartje aangeboden.
Voor een plaats aan mijn zijde. En die is nog steeds beschikbaar.
Voor mij ben je mooi, heel mooi.
- Ik vind je... - Ja?
Ik vind dat je over veel kwaliteiten beschikt. Zo.
En nu vergeten we alles, gaan we terug en lachen we. Het leven is mooi.
Zie je wel? We lopen al in de pas.
- Het is zover. We vertrekken. - Tot ziens.
En vergeet niet hem zijn medicijnen te geven.
- Ze zal heus goed voor me zorgen. - Vangen, mama.
- Gauw schrijven, hoor. - Venetië.
Ze heeft geluk dat ze met mijn zoon is getrouwd.
- Bedankt voor alles. - Niets te danken.
Je weet niet wat dit voor me betekent. Venetië. Het klinkt misschien vreemd,
maar dit is echt een mooie droom die uitkomt.
Venetië. Eigenlijk niks voor mij. Ik kom uit Belleville.
- Mogen we gaan spelen? - Wel in het zicht blijven.
En denk om de portieren.
Mevrouw Benoît en ik zijn twaalf jaar geleden in Venetië geweest.
- Twaalf jaar geleden? - Ja.
We gingen voor een weekje, maar zijn gebleven.
- Liefde op het eerste gezicht? - Nee, zaken. Een mooie kans.
Een kapsalon.
- "Permanent Etienne". Heel exclusief. - En dat loont, zelfs in Venetië.
Twaalf jaar is kort als je alles wilt zien.
Ik wed dat je al uren naar een carpaccio kunt kijken.
Als je het toeristisch bekijkt wel, ja.
Maar verder is Venetië de omgekeerde wereld.
De vogels lopen op straat en de leeuwen en paarden staan op het dak.
Niet normaal: vogels lopen en mensen varen.
In Venetië zijn geen zebrapaden.
- Daarvoor gaan we er niet heen. - Kwestie van smaak.
- Nou, ik mis ze anders wel. - Kwestie van gewoonte.
En dan die stank, poeh. Maar wij zijn verwend.
En dan die klokken. Dat gaat maar door.
En als het de klokken niet zijn, dan zijn het de muggen.
Bimbam, dat is Venetië.
Waarom blijft u er dan?
Omdat ik een stijfkop ben.
- Als u mijn mening over Venetië vraagt... - Die vraag ik u niet.
Nee, dat sta ik u niet toe.
Je vertrouwt je koffers toch niet toe aan een vreemde.
Bravo, u laat zich niet inpakken.
- En wat zei ik u? Wat een stank, hè? - Hou toch op. Het ruikt heerlijk.
Uw vrouw is een positief mens. Kijk, daar is onze taxi. Haast u.
Bij de derde halte uitstappen. Het kan niet missen.
En als u nog iets nodig hebt, u weet me te vinden.
Houd een oogje op uw koffers en op mevrouw.
- Hopelijk hebt u een goede reis gehad. - Heel goed, alleen wat lang.
Nu kunt u uitrusten. U hebt onze beste kamer.
Ik regel de formaliteiten wel.
Daar is geen haast bij, meneer Tardivet.
Jawel, ik doe het liever meteen.
Kijk eens hoe mooi het uitzicht is.
Dat komt later wel. Eerst verhuizen we naar een ander hotel.
- Maar dit hotel bevalt me. - Het gaat om het principe.
Je houdt je aan de afgesproken prijs. Jij was erbij.
- Wat hadden we afgesproken? - 1600 lire per dag.
No comments yet. Be the first to leave one.