De dief

De dief

Baixar Legenda em Dutch

Informações de lançamento

De dief
Um comentário por FMS2025

Tags

other
Publicado em: 2026-08-04
Downloads: 4
Deficientes Auditivos: No

Pré-visualização das legendas em Dutch

As primeiras 200 linhas.

Vierentwintighonderd jaar geleden, toen de Griekse schrijver Herodotus leefde,

zag de wereld er al zo uit.

Maar dat wist hij niet.

De wereld die hij kende, reikte niet veel verder

dan een paar landen rondom de Middellandse Zee.

De bakermat van onze beschaving, hebben wij later geleerd.

Maar ook dat wist Herodotus nog niet.

Hij wist al wel, dat niets zo onbestendig is, als een samenleving op aarde.

Dat mensen die in staat zijn samen een beschaving te vormen,

ook altijd in staat zijn die beschaving samen weer te gronde te richten.

Egypte bijvoorbeeld. 3000 jaar voor Herodotus

was daar als geschenk van de Nijl al een beschaving ontwikkeld

die het eeuwige leven leek te hebben.

Het land vruchtbaar, de bodem rijk, de mensen geduldig en blijmoedig

in het zekere besef dat hun ziel en hun lichaam

over de dood heen zou kunnen blijven voortleven.

Over hen gesteld, de farao.

Zoon van een god, dus zelf goddelijk.

Vandaar de piramides, de tempels, en de koningsgraven,

waarin ooit zijn mummie voor altijd bewaard moest worden.

Een schijnbaar onvergankelijke samenleving, maar wel van mensen.

Mensen die ook al eeuwen geleden eerlijk waren, of leugenachtig,

machtsbelust, zachtaardig, jaloers, bang, of dom.

Of slim, zoals deze man uit het volk van Thebe, 1500 jaar voor onze jaartelling.

Straks sterft zijn vader, en de omstandigheden maken hem dan

tot de meest gevreesd Egyptenaar aan het hof van de grote goddelijke farao.

Ik dacht dat jij mijn voeten mocht kussen?

Ik mocht dat gisteren, farao.

Is er verschil tussen vandaag en gisteren,

tussen gisteren en morgen, zijn in mijn rijk niet alle dagen gelijk?

Niet allemaal vervuld van glorie en geluk?

Ja farao.

Ongepaste nederigheid dus.

De drager van de krokodillenkop is niet langer de drager van de krokodillenkop.

DE DIEF

naar Herodotus' Historiën Boek II,121

Hé! Je vader sterft! Je moet naar huis!

Hij sterft! Maar we hebben niets!

Hoe moeten we hem laten balsemen? We hebben wit linnen nodig.

We moeten hem over de rivier brengen, maar we hebben niets!

Hij heeft niet eens een graf aan de andere oever.

Wij schrijven het jaar zeven van mijn rijk.

Ik ben zo uitgeput door de weldaden die ik mijn volk bereid,

dat de goden in de zonnebaan niet begrijpen hoe farao toch volhoudt,

en wat heb ik om mij heen?

Tekeningen van mijn tombe, mijn tempel, mijn eeuwige woning.

Want dit is mijn graf. Ja.

Knik niet van ja. Is dit mijn graf?

Houd ik steen in de hand, goud?

Is dit ruimte?

Kan een god er in slapen?

Papyrus!

Terecht werpt u het papier weg, farao.

Papier is een droom.

Duizenden staat gereed de werkelijkheid te bouwen.

Expedities uit Nubië zijn onderweg met graniet en albaster.

Uw bouwmeesters staan gereed en wachten nog op uw goedkeuring.

Voor uw rijk zijn achtste jaar heeft bereikt,

zal aan de overzijde van de rivier uw tempel zijn verrezen.

- Zo snel? - Sneller, als 't moet.

Jullie verwachten dus dat ik snel zal sterven.

Ons ontbreekt het inzicht in de plannen

van u en uw goddelijke broers en zusters.

Priestertaal! Altijd alles weten, tot het erop aankomt,

en dan opeens vroom en dom, maar wel haast hebben!

De zekerheid dat uw tempel gebouwd is, zal u de kracht geven

om nog oneindig lang aan deze kant van het leven bij ons te blijven.

Ik moet er niet aan denken.

Leg me die tekeningen uit, en amuseer mij intussen.

Ik wil praten... alleen... met mijn zonen.

Ik bouwde de muur voor farao.

De muur van zijn schatkamer.

Welke muur?

De muur naar de ochtendzon.

Wat wil je ons vertellen?

De schatten, veel.

Jullie kunnen naar binnen.

Hoe dan? Waar?

Neem een hand zilver.

Een hand is genoeg... voor mijn dode lichaam.

Maar hoe dan?

Een hand zilver, niet meer.

Beloof me, dat het niet meer is.

Maar hoe komen we erin?

Beloof het. Niet meer dan een hand.

We beloven het. Alleen voor de balseming.

Luister, de muur naar het oosten, ja?

Maar waar? Is er een gang? Een tunnel?

Een steen.

Ja. muren en gangen, dat weet ik nu wel.

Iedere steenbakker kan een huis bedenken voor de eeuwigheid.

Maar is er opgeschreven wat ik moet meenemen in mijn graf? Staat alles erin?

Er zijn drie kamers, farao, drie kamers voor...

Wat? Waar is de schrijver van de inventaris?

Kom, laat zien, is er opgeschreven wat ik moet meenemen?

Hoe kan ik hier nu praten over mijn graf tussen die vrouwenlichamen?

Alles is opgeschreven, farao.

- Staat alles erin? - Alles, farao.

- Mijn troon? - Uw troon.

- Mijn bedden? Aardewerk? - Uw bedden. Al het aardewerk.

- De vrouwen die ik heb liefgehad? - Er zijn beelden gemaakt

van alle vrouwen naar wie u aan gene zijde zou kunnen verlangen.

En hoe zijn ze gekleed?

In het kleed van de grote koninginnen, sommige naakt.

En als het land moet worden bewerkt op de velden van yalu?

Er zijn tientallen beelden van boerenknechten en arbeiders.

Als u er honderden wenst, zullen er honderden gemaakt worden.

En mijn uitwerpselen?

Er is een gouden emmer voor uw onsterfelijke behoeften.

Muren, he? Gangen, he? Stalen, he? Maar is de tempel beveiligd?

Uw tempel zal verborgen liggen in de zandrotsen aan de overzijde.

Verborgen, terwijl iedereen kan zien waar jullie bouwen.

Twaalf schijndeuren misleiden de ongelukkige,

die zich aan uw graf zou willen vergrijpen.

En dus neemt hij de dertiende deur.

Een doolhof leidt naar uw tombe,

en de ingang naar de tombe wordt afgesloten door een granieten blok.

Uw lichaam zal veilig zijn, uw mummie onschendbaar.

Priesters, bouwmeesters, schrijvers!

Hebben jullie ooit het graf gezien van de god Cheops? Geplunderd.

Het graf van de god Chephren? Geplunderd.

Djoser? Geplunderd.

Waar is hun mummie gebleven, waar is hun ziel die het lichaam zoekt?

Hebben jullie die beschermd met je reuze granietblokken,

jullie reuzeschijndeuren, jullie reuzedoolhoven?

De goden zelf zullen over uw tombe willen waken...

Kalmeer mij niet, ik wil niet gekalmeerd worden.

Laat liever de tong afsnijden van iedereen daar aan aan het bouwen is,

en laat mijn graf tot in de vijftigste generatie bewaakt worden

door blinde soldaten, want die horen de voetstap van de kever in het zand.

Waarom wordt er overigens helemaal niet meer gedanst?

Laat ons leven! Wijn, wijn!

Wijn!

Wat gebeurt er, als Amon-Ra mij op dit ogenblik bij zich roept

en mij mee slaat met de dood?

Hoe treft hij mijn priesters aan in het uur van de waarheid?

Prevelen zij gebeden van de dood?

Zeggen zij de onbegrijpelijke route van de onderwereld?

Zijn zij overmand door smart?

Hebben zij tranen in de ogen?

Denken ze aan het hart van hun farao,

als het straks gewogen wordt tegen de veer van de hondegod

terwijl de vernietiger toekijkt?

Reken maar van niet!

De priesters dronken wijn, en verlustigden zich

in de aanblik van dansende vrouwen,

terwijl hun farao stierf in een wolk van zorg en kom...

Farao leeft.

Zijn goedheid is zo onmetelijk groot dat hij ons hier niet reddeloos alleen laat.

Farao sterft.

Het dodenschip vaart stuurloos onder de Nijl door.

Farao kent de koers niet, omdat zijn priesters hebben verzuimd,

hem de kaart te leren van de andere wereld.

Uw priesters staan klaar om u alles te leren.

We doen of ik dood ben voor het te laat is.

Open mijn mond opdat ik eeuwig adem.

Open mijn oog opdat ik eeuwig zie.

Nu, zo is het wel genoeg.

Waarom toch steeds dat gepraat over de dood, leef ik of niet?

U heeft altijd geleefd, u zult altijd blijven leven.

Precies, en onthoud dat.

Ik prijs uw schetsen, bouwers, mijn verbeelding schoot tekort.

Wordt het de schitterendste tempel van alle eeuwigheden?

Zien, zien, mijn tombe wordt 80 vingers lang en breed.

Koel als de nacht.

Er zijn teksten in gebeiteld die mijn daden vertellen en mijn goedheid bezingen.

Is er ruimte genoeg?

Er is ruimte genoeg, en anders kan je nog wat kwijt op de buitenmuren.

Wie schetst mijn ontroering, ik keur het goed, ik keur alles goed.

Priesters, priesters, ik keur alles goed!

Mijn kinderen! - Uw kinderen, farao?

Ja, hoor je me niet, moeten mijn kinderen het dan niet zien.

- Al uw kinderen? - Al mijn kinderen.

De priesters verzamelen de kinderen van farao.

En ze vergeten de enige.

En wie is de enige?

Wie is de enige?

Jij, natuurlijk, jij.

Kom, en zie de schetsen van mijn tempel.

Ik wil ze niet goedkeuren zonder jou.

Die daar mogen alleen even toekijken terwijl jij ze ziet.

- Ze kunnen gaan. - Ze kunnen gaan.

Het is te licht.

De maan staat aan de andere kant. De muur ligt in de schaduw, kom.

Ik begrijp werkelijk niet waarom je dit land

zou willen regeren, het is allemaal narigheid.

En wat zou je allemaal niet kunnen zijn?

De grote zuster van farao, de grote dochter van farao,

de grote moeder van farao.

De grote bedgenote van farao.

Alles is beter dan farao zelf. Het is een voortdurende zorg.

Het is mijn zorg.

En dan oorlogen, wat moet je als meisje alleen in al die vermoeiende veldtochten?

Zijn er veldtochten nodig?

Maandenlang in de brandende hitte tussen allemaal rauwe soldaten,

en maar vechten en maar vechten.

- Jij hebt nog nooit gevochten. - Oh nee, en tegen de Nubiërs dan?

Dat was Ramses, twee generaties geleden.

Nou ja, ik bedoel de Aziaten.

Dat was de grote Tutmoses.

Comentários

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left