As primeiras 200 linhas.
Wat voor een muziek is dit? Ik heb dat nog nooit gehoord.
Doedelzak.
Is daar iemand achter je?
Kom eruit!
Ik wil zien wie er tijdens het werk slaapt in plaats van werken.
Ik zie.
Aan het spelen in mijn kar, of niet?
Laten we gaan!
Kom!
Dat tuig.
Kom!
Heb je alle flessen en reageerbuizen gewassen in het laboratorium?
Ja Baron, ik werkte de hele nacht om alles schoon te maken.
Waarom is het laboratorium zo rommelig de laatste tijd?
Hoe kan dat, ik heb alles opgeruimd.
Je weet dat ik alles schoon en netjes wil hebben.
Hoe kan ik in zo'n puinhoop werken?
Toen ik studeerde bij professor Blümberg, in Frankrijk
moesten we twee jaar lang de vloeren schrobben
voordat ik m'n neus in het laboratorium kon steken.
Maar Baron, u weet dat ik in uw werk geloof.
We hebben samen zo hard gewerkt.
We hebben van alles gedaan in het laboratorium, en ik ben u zo dankbaar dat ik dat kon.
Ik weet het, Otto.
Je bent een goede assistent.
En bracht goede onderdelen binnen.
Die 'hand' was perfect.
Dank u wel, Baron.
Maar wat we nu echt nodig hebben is een perfecte... 'neus'.
Ja!
Iets dat de fijne kenmerken vertegenwoordigt... van de Servische idealen.
Wat bedoelt u daar mee? Servische idealen, daar heb ik nog nooit van gehoord.
Otto, je begrijpt het niet. Het Servische ras stamt direct af van de oude Grieken.
Dat wist ik niet.
Maar...
Waar vindt u zo'n soort neus?
In de stad, Otto, in de stad.
Ik herinner me dat ik naar school ging.
Onze gouvernante bracht mij en m'n zuster elke dag naar school.
En ik zag die wezens op straat.
Maar we mochten niet met hen spelen. Omdat wij beter waren.
Zij waren boeren, zo vertelden ze ons.
Meer dan eens ontsnapte ik, stond dan in het veld om die wezens voor uren te observeren.
Nu komen onze studies eindelijk tot een einde.
We hebben een prachtige vrouw.
En ik weet zeker, onder deze mensen
vinden we onze perfecte... 'Neus'.
Stop!
Kom!
Laten we gaan!
Kom op, kinderen.
Baron!
Je wilt niet geloven wat voor een dag ik had!
Ik moest de kinderen van de smerigste school van de stad halen.
Je hebt zelf voor deze school gekozen, lieverd.
Ja, ik hield van de school, maar ik wist niet, dat die vieze kleine kinderen...
Vertel me er meer over tijdens het diner.
Tijdens het diner?
Kom, we gaan!
Ze hebben toch geen tijd voor ons.
Altijd druk met dat domme laboratorium.
Wat een puinhoop in deze kamer!
Waarom heb je deze?
Ik heb het al honderd keer gezegd. Waarom heb je mooie dingen
als je er niet voor zorgt?
Kijk naar de troep op de vloer.
Dat zouden we niet moeten doen, dat weet je?
Kom op, trek je kleren uit en doe je speelkleren aan.
Goed? Ga je gang en ik moet jullie iets vertellen.
Ik ben heel blij, dat jullie van die vreselijke school zijn.
De kinderen op die school horen niet bij jullie.
Jullie zijn heel speciaal. Jullie zijn anders.
Ze zijn jaloers en vertellen vreselijke verhalen over jullie moeder en vader.
Olga!
Sommige dingen die ze zeggen zijn waar.
Wanneer ze over je moeder spreken
vertellen ze soms de waarheid en soms liegen ze, omdat ze jaloers zijn.
Mensen die jaloers zijn vertellen altijd leugens.
Geef me de borstel.
Ik ga je mooi maken.
Je moet jezelf altijd omringen met mooie dingen.
Ik hou van hoe je eruitzien.
En je broer...
Ik heb altijd naar schoonheid gezocht.
In feite, sta ik erop.
De lever en de nieren zijn verwijderd...
en je hebt ze in de voorraadflessen gedaan?
Ja.
Laten we dit nutteloze lichaam dan wegdoen.
Ja, Baron. Ja.
De kinderen zouden naar het buitenland moeten worden gestuurd.
Het onderwijs zou daar veel sneller gaan.
Absoluut niet, ze zouden meer van ons leren.
Overigens, wil ik ze niet uit huis.
Maar het is alleen in hun voordeel.
Moeder en vader komen over veertien dagen...
en die zijn erop tegen. Dat weet je heel goed.
Goeie God, ik zie niet naar hun bezoek uit.
Het enige wat ze doen is zich bemoeien met ons, proberen ons leven te regelen.
Erik, je moet wat soep eten. - Waarom zeur je zo tegen die jongen.
Omdat hij er niet erg sterk uit ziet, de laatste tijd.
Hij ziet er, volgens mij, wel goed uit.
Ik dacht over een paar jaar geleden, over een reis met moeder
naar St. Petersburg. Om haar broer te bezoeken.
Toen ik die mooie Russische balletdanser ontmoette.
Hij reisde na mij naar Monte Carlo.
Trouwens, jij was daar ook. Herinner je, je dat je met vader naar Hotel De Paris kwam?
Ja, ik herinner.
En wat gebeurde er toen?
Moeder nam hem voor zichzelf.
Moeder was een heel gelovige vrouw.
Ze handelde alleen in jouw belang.
Een gelovige vrouw!
Waarom moet je altijd op moeder afgeven? - Dat doe ik niet.
Ik vind dat ze heel egoïstisch is.
Ze heeft je alle sieraden nagelaten, of niet? - Vader heeft je alle bezittingen nagelaten.
Zo is het altijd gegaan in onze familie.
Vader mocht me ook niet graag.
Nu heb je het gemunt op vader!
Heeft hij je niet meegenomen naar Parijs?
Moet je daar nu over beginnen. Weet je wat ik deed.
Ik verbleef de hele tijd in mijn hotelsuite, terwijl hij weg was met zo'n sloerie.
Ik begrijp het niet.
Waarom moeten je dit bespreken in bijzijn van onze kinderen?
De kinderen?
Wat moet ik met ze aan nu ze van school zijn?
Waarom neem je ze niet mee voor een picknick, morgen?
Picknick!
We moeten weer een van die verdomde gaten graven.
Ik vraag me af wat ze er in stoppen.
Ik weet het niet. Ik graaf gewoon.
Ik wil met je praten. - Waarover?
Meen je het? Dat je een...
monnik wilt worden?
Ja.
Ik wil een leven in het klooster.
Bedoel je, rondlopen in die pijen? - Ja
En de hele tijd bidden? - Ja, dat wil ik.
Ik heb je nooit horen bidden. Ik heb je zelfs nooit zien bidden.
En nu wil je dat ineens de rest van je leven doen.
Monniken werken in het veld, net als wij.
Het is niet zo'n groot verschil.
Ja, maar weet je wat ze eten?
Brood en water.
En dat maakt je niet uit?
Niet echt.
Ik begrijp het niet, we zijn ons hele leven al vrienden.
Als je echt een monnik wilt worden, is dat aan jou.
Maar weet je wat je opgeeft?
Dat is goed.
Je gaat nooit met me mee als ik naar de meisjes in het dorp ga.
Omdat... ik bij de Orde wil.
Waarom ga je niet een keer met me mee? Maak je geen zorgen.
Als je niet weet wat je moet doen, kijk dan gewoon naar mij.
Dan leer je het wel.
Goed.
Er is een probleem met de eileiders.
Ik moet ze vervangen om ze sterker te maken.
Welke andere onderdelen heb je van die man gehaald?
Deze, Baron.
Een perfect exemplaar.
Ja.
Zaadblaasjes. Zijn te lang. We moeten een aantal van hen veranderen.
Bereid het nu voor.
Deze heuvel is hoog!
Kijk!
De herder maakt zich geen zorgen over zijn schapen.
Kom op. Laten we de deken hier neerleggen en iets gaan eten.
Toe maar!
Zo gaat ie goed. Nee, nee, anders om.
Toe maar!
Zo is het goed.
Mijn appels!
Ze rollen helemaal naar beneden.
Kom op, help me ze oprapen.
Kijk, daar liggen er twee.
Wat gebeurt er hier?
Doe je kleren weer aan!
Maak dat je wegkomt, smerige hoer!
Jij weer.
Ik wil met je praten.
Ga terug naar de stallen!
En neem je vrienden mee.
Kom naar boven.
Wat gebeurt er op mijn landgoed?
Ik wil het weten.
Ik lette gewoon op de schapen. - En het meisje?
Ze kwam gewoon langs.
Hoelang werk je al voor ons? - Nog maar kort.
En wie heeft je aangenomen? - De voorman.
Ja, ik heb je al eerder gezien.
Je weet, dat ik het met m'n man over jou moet hebben.
In feite, denk ik, dat ik je morgenvroeg wil zien.
Op het kasteel.
Is dat begrepen?
Ruim alles hier op.
Sommige mensen weten niet hoe ze zich moeten gedragen.
We moeten het goede hoofd vinden voor dit lichaam.
Het moet van een man zijn, die vrouwen heel erg aantrekt.
Met overtuigende kenmerken en sensueel.
No comments yet. Be the first to leave one.