Первые 200 строк.
Je pizza opeten, anders geen dessert.
Voor ik het vergeet. Dat is voor je turngerief.
We zijn straks weg.
Waar ga je naartoe?
Werk op een bouwplaats.
Nu nog? - Ja, nu nog.
En om tien uur in je bed. Jouw bed, geen ander bed. Oké?
En morgen boterhammen maken voor school. Beloofd?
Yo, Milano.
En haal die hond van onder tafel. Hij moet in het kot buiten.
Dries.
Hé, je gaat hier nog tien minuten blijven, anders vindt m'n ma dat raar.
En niet op m'n bed zitten.
Milano, je boterhammen maken, hè.
Milano, waar zijn de aanstekers?
Echt waar...
Oké.
Voel je het?
Nu aan jou.
Komaan, Milano, gaat dat elke week zo zijn?
Waarom?
Oké, kom. We zullen vandaag enkel klanken doen. Goed?
Ik wil het liever niet meer.
Jij zou wel moeten kunnen praten.
Vandaag niet praten?
Hier.
Hier, pak dat.
Aziz.
Aziz. - Ja, sorry.
Milano.
Kom snel binnen.
Weet je papa dat je hier bent?
En heb je al gegeten?
Dat die vader altijd zijn zoon alleen thuis laat, vind je dat normaal?
Nee, maar dat gesprek hebben we al gehad.
Ja, maar dan nog.
Ah ja. Die is nieuw.
Allee, oud-nieuw.
M'n moeder koopt alleen maar oude rommel op.
Alain.
Het is niet waar.
Ik heb hem nochtans zo gezegd dat hij je niet meer mocht lastigvallen.
Oké, dat is vriendelijk.
Bij de buren ligt er een sleutel.
Zeg hem dat. Hij kan dus binnen. Hij kan gewoon altijd binnen. Oké?
Ja, bedankt.
Weet je nog dat ik salto's kon maken?
Als een waternimf.
Waarom zwem je nooit meer?
Als je oud wordt, krijg je schrik van alles.
Het is jammer.
Milano, als je het koud hebt, kom eruit.
Ik vraag me af waarom Bernice niet meer belt.
Bernice, met haar dik gat.
Als zij in het zwembad sprong, mocht ik het erna bijvullen.
Rook je weer?
Ben ik ooit gestopt?
Begin maar te stoppen met zoveel wijn te drinken.
Ik ben te oud om nog met iets te beginnen, Renée.
Neem je je medicijnen?
Bernice is al drie jaar dood. Dat weet je heel goed.
Natuurlijk weet ik dat. Bernice...
Ik wil vanavond pasta eten.
Ga jij wortels halen.
Dat is 33,50 euro, alsjeblieft.
Dat is voor op de saus.
Doe maar, maar geen rare dingen in mijn saus.
En madame Zwembad niet meer lastigvallen.
Je bent nu groot genoeg. Ga er niet meer naartoe.
Ik weet wel dat ze voor je gezorgd heeft vroeger, maar nu ben ik er.
Ik heb je moeder gezien.
Wie heb je gezien?
Je moeder.
Maar je zei toch dat ze in een ander land woonde en daar is doodgegaan?
Voor mij is zij dood.
Een kat heeft ook negen levens.
Waar is ze?
Ze is nergens, Milano.
Ik heb ze gewoon gezien. Meer niet.
Haal je maar niets in je hoofd. Het zijn gewoon wij twee.
Maar ik wil haar ook zien.
Dan zal ik een keer onder alle bruggen moeten gaan kijken of ze daar ligt.
Milano.
Bedankt.
Maar allee, waarom doet u niet open als we aanbellen?
Als u de deur niet opendoet, gaat het zo.
Ik kom m'n werk doen...
als gerechtsdeurwaarder Renée van der Keelen.
U bent mevrouw Sonck? - Ja.
Ze zijn nog maar geweest. - Ja.
Mag ik gaan zitten? - Ja.
U betaalde goed af, maar stopte plots een paar maand geleden. Waarom?
Sorry, ik moet opnemen.
Hallo, mama.
Is hij daar nu? Maar waarom?
Pas op dat hij niet verdrinkt. Hij zwemt als een hond. Ik bel straks terug.
Ik ga mijn werk doen, goed?
Hier.
Hij liet ons achter met al die schulden.
Ja.
Al die afwezige vaders.
Eet smakelijk, mijn straatjongen.
Milano. Het is toch Milano, hè?
Een mooie stad, Milaan. Daar niet van...
Is je papa weer aan het werk?
Die man werkt hard. Dat moet ik hem nageven.
Laat het.
Hij spreekt geen Frans.
Milano...
Met z'n boulevards, winkels, banken en kathedraal.
Het is lang geleden, maar ik herinner me het nog goed.
Waar zat je gisterenavond?
Ga je er weer een gewoonte van maken om altijd naar haar te gaan?
Je weet wat ik daarvan denk. Buiten met die hond.
Als je weet waar ik zat, moet je het niet vragen.
Wat scheelt er met jou? - Dat weet je maar al te goed.
Doe eens niet zo egoïstisch.
Ik ben speciaal voor jou jam aan het mixen. Zonder brokken.
Ik heb die brokken net graag.
Aziz, pas.
Hé, Osman.
Hé.
Onze hond. - Onze hond.
Kijk naar z'n schoenen.
Kom, Milano, naar huis.
Huiswerk maken.
Wist jij dat de moeder van Osman en Aziz alleen maar kroketten maakt?
Echt waar, dat is het enige dat die eten.
Madame Boeddhabeeld ruikt zelfs naar kroketten.
Maar zij gaan wel op vakantie naar zee.
De zee?
De zee is saai.
Dat is alleen maar zand.
Wees blij dat ik niet hele dagen kroketten maak zoals hun ma.
Heb je mijn mama al gevonden?
Ik zou haar niet 'mijn mama' noemen.
Je had beloofd dat je haar ging zoeken.
Kijk eens wat ik nog allemaal moet doen in dat vuil schimmelkot.
Ik heb het recht haar te zien.
Alles op zijn tijd, Milano.
Zoals op vakantie gaan, zeker?
Gebaar eens rustig. Zo versta ik je niet. Dat weet je.
Zoals op vakantie gaan, zeker?
Wij zijn aan het sparen, Milano. We gaan binnenkort een mooie auto hebben.
Hebben die buren een mooie auto?
Ik wil een mama.
Je hebt geen mama.
Altijd brood hier.
Je moet niet zo kijken.
En je ruikt trouwens weer naar chloor.
Heb je daar gezwommen?
Is het daar leuk, ja?
Ze leert zelfs gebarentaal.
Maar dat is veel te moeilijk voor haar.
Het heeft mij al zoveel tijd gekost.
Weet je wat het is?
Dat is een heel grote lantaarn met weinig licht.
Nooit vergeten waar je vandaan komt. Van hier.
Wij zijn niet zoals die Renée.
En zij is niet zoals wij.
En zij is niet je moeder...
Wat ze ook in haar hoofd haalt, ik ben dat.
Je weet goed genoeg wat ik bedoel.
Daar eten we bruin brood.
Van bruin brood krijg je diarree.
Dat is ongezond.
Kom.
Als je dorst hebt...
Daar is het.
Kom.
Daar is ze.
Dat is je mama.
Tong ook kwijt?
Is het niet duidelijk?
Dit is Milano.
Dit is toch niet het moment.
Het is nooit het moment voor jou.
Moet dat zo?
Moet dat zo? Dat vraag jij aan mij?
Hij wil dit, ik niet.
Hij heeft daar recht op, voor alle duidelijkheid.
Is het goed als we elkaar een andere keer zien? Ergens anders?
Als er niemand is, mag je handdoeken vouwen.
Ja.
Wij zijn hier toch?
Kom, Milano...
Je mama moet handdoeken vouwen.
Ze zei niks tegen mij.
Natuurlijk niet.
Zij is ook niks.
Zo groot was je. Zo klein en potdoof.
En ze was weg.
Ik leerde die gebaren van jou.
Ik heb je operaties betaald. Ik heb alles betaald.
Ik was je bijna kwijt.
Voor haar besta je niet.
Ik wilde gewoon dat je het met je eigen ogen zag.
Nee, Milano, die hond zit hier al veel te veel binnen.
Vind jij dat normaal dat wij die hond zelfs eten geven...
waar die junk van een beetje verderop niet eens naar omkijkt?
No comments yet. Be the first to leave one.