Первые 200 строк.
Jud?
Je moet opstaan.
De wekker is gegaan. - Dacht je dat ik dat niet wist?
Jud?
Je komt te laat. - Hou je kop.
Die wekker loopt heus niet voor.
Dat doet pijn. - Hou dan ook je kop.
Ik zeg het tegen mama. - Kop dicht, zei ik.
Zet je de wekker op 7 uur? - Doe het zelf.
Toe, je bent toch al op.
Pik los, kleren aan.
Jij moet opstaan, ik niet. - Over een paar weken ga je met me mee.
Niks ervan. Ik ga niet in de mijn werken.
Waar dan? - Weet ik veel. Niet in de mijn.
Nee, want ten eerste moet je daarvoor kunnen lezen en schrijven.
En ze willen daar geen watjes.
Doe je het licht uit? - Doe het zelf.
M'n fiets.
Toch nog. - Ik ben toch niet te laat?
Het had weinig gescheeld.
Ik heb moeten rennen. Jud had m'n fiets ingepikt.
Hoe ga je het dan doen? - Lopend.
Hoe lang denk je dat dat duurt? - Niet lang.
Er zijn er zat die jouw baantje willen. Ook jongens uit betere buurten.
Heb ik u ooit laten zitten?
Het ziet er weer somber uit, hè? - En het is fris ook.
Players met filter, een pakje van twintig. - Twee van tien ook goed?
Tot kijk dan maar weer. - Tot kijk.
Je weet wat ze over je zeiden.
Kijk maar uit, zeiden ze, lui uit die buurt stelen als de raven.
Ik heb nog niks van u gestolen. - Omdat ik je de kans niet geef.
Ik heb al een hele tijd niks gejat. - Schiet nu maar op.
Hoe gaat ie? - Best.
Je moet ook zo'n kar nemen. - Een step gaat nog harder.
Ik zeg altijd: Liever derde klas rijden dan eerste klas lopen.
Derde klas, deze roestbak?
Dit is een van onze beste modellen. Brutale aap.
Hij kan maar 30 per uur. - Je lult te veel.
Desperate Dan wordt ten val gebracht.
'Waar wil je vechten?' 'Hier.'
'Ik ga weer onderuit. Hoe kan dat?' 'Zo, ik spring boven op hem.'
Dit keer krijg je me niet. Alsjeblieft, een dreun in het middenrif.
Wat is dat op m'n gezicht? Olie?
'Geef terug.' 'Daarom gleed ik uit. Onzichtbare olie.'
Vuilak. Je verdient een lesje.
Hier, pak aan.
'Waar is hij terechtgekomen?' 'Midden in de volgende week, oom Dan.'
Goeienavond. - Snel terug, hè?
Heb je ze over het hek gegooid? - Nee, ik weet een korte route.
Zeker over andere mensen hun terrein.
Weet je nu nog niet waar die tas hoort?
Hoe laat is het? - Tijd voor school.
Zo laat al? - Ik ben blij dat ik je geen les geef.
Pas op, Mr Porter.
Kluns. Wil je me dood hebben? - Ik verloor m'n evenwicht.
Je bent er toe in staat ook. Ik schrik me rot.
Gaat u maar even rustig zitten.
Gaat het weer? - Het kon niet beter.
Dan ga ik maar. - Kom niet te laat vanavond.
Allot? Butler? Bridges?
Absent, meneer. - Bridges absent. Casper? Clegg?
Fisher? - Duitse Bocht.
Zei je wat? - Per ongeluk.
Sta op. Wat zei je? - Duitse Bocht.
Vind je dat grappig of zo? - Nee.
Waarvoor zei je het dan? - Toen u 'Fisher' zei, floepte het eruit.
Vissersbank, Duitse Bocht... Het scheepsweerbericht.
Ik luister altijd. Ik vind het mooie namen.
En je vond het nodig om die idioterie met ons allen te delen?
En de orde te verstoren? - Het floepte eruit.
Net als jij, Casper. Onder een steen vandaan gefloept.
Stilte, zei ik. Zijn er nog meer absenten, behalve Bridges en Fisher?
En bij de meisjes?
We moeten naar de aula. Rij voor rij. Jullie eerst. Opstaan.
Pamela, mond dicht.
Wat was dat met die Duitse Bocht, Billy? - Hou erover op.
Ga je morgen mee nesten uithalen? Hoe laat?
Een uur of zes. - Zorg dat je er bent.
Ga je ook mee, Guth? Nesten uithalen?
Wanneer? - Morgen. Zes uur.
Ik ga met m'n vriendin naar Sheffield. - Smoesjes.
Wat moet dat zo vroeg?
Maak Mac even wakker. - Dat kan ik niet doen, om deze tijd.
Toe nou. - Ik stuur z'n vader op je af.
Daar heb ik niks aan. Ik kom voor uwzoon.
Rot op. - Maak hem nou wakker.
Ik maak hem niet wakker. Het is veel te vroeg. Hij gaat niet met je mee.
Wat doe je hier? - Niks.
Donder op. Dit is privé-terrein. - Mag ik even naar dat valkennest kijken?
Er is daar geen nest. Wegwezen. - Ik heb ze eruit zien komen.
Wou je de eieren meenemen? - Er zijn al jongen.
Dan heb je er niks te zoeken. - Mag ik niet even van dichtbij kijken?
Vooruit dan maar.
Daar, in dat gat. - Daar nestelen ze al jaren.
Nooit geweten. - Haast niemand weet het.
Hij vloog eerst naar die paal, toen ging hij bidden...
liet zich op z'n prooi vallen en bracht die naar z'n jongen.
Die muur staat al jaren op instorten. Ik hou de kleine uit de buurt.
Als ik hier ergens woonde, zou ik een jong africhten. Dat kan.
Weet je hoe dat moet? - Weet u het?
Dat weten er maar weinig. Als je het verkeerd doet, is het mishandeling.
Kent u mensen die het hebben gedaan? - Een paar.
Die moesten het opgeven. Het lukte ze niet.
Waar kan ik meer aan de weet komen?
In de bibliotheek hebben ze er vast wel boeken over.
Waar is die? - In de stad.
Ben je lid? - Hoe bedoelt u?
Van de bibliotheek. - Ik wil enkel een boek over valkerij.
Alleen leden krijgen boeken mee. - Ik hoef er maar één.
Heb je al zo'n formulier ingevuld?
Dan ben je geen lid. Je vader moet het ondertekenen.
Die is weg. - Dan wacht je tot hij thuiskomt.
Hij komt niet terug. - Dan moet je moeder tekenen.
Die werkt nu. En morgen is het zondag. - Er is geen haast bij.
Ik maak het heus niet stuk.
Je hebt vieze handen. Dan krijgen we vieze boeken.
Ik lees geen vieze boeken. - Dat mag ik hopen, op jouw leeftijd.
M'n moeder kent iemand die hier werkt. - Dat maakt niet uit. Ze moet tekenen.
Er moet iemand tekenen van boven de 21. Iemand die stemgerechtigd is.
Ik ben boven de 21. - Niet waar.
Ik moet altijd stemmen voor m'n moeder. Ze vindt het vervelend.
Je zult moeten wachten. - Kan ik niet ergens anders heen?
Hier verderop is een tweedehandsboekhandel.
Kan ik u helpen?
Ja, ik ben op zoek naar Noel Cowards autobiografie, Present Indicative.
Wat moet je hiermee? Je kan niet eens lezen.
Valkerij. Wat wil je daarover weten? - Geef terug.
Hoe kom je eraan? - Geleend.
Gestolen, zul je bedoelen. Waar? - In een winkel in de stad.
Je bent echt geschift. Geld jatten, oké, maar een boek?
Alsjeblieft. - Ik probeer er zuinig op te zijn.
Wat moet je ermee? - Ik ga een torenvalk africhten.
Jij kunt nog geen vlo africhten.
Hoe kom je aan een valk? - Ik weet een nest.
Niet waar. - Dan niet.
Waar? - Zeg ik niet.
Dat doet pijn. - Zeg dan waar.
Bij het oude klooster.
Je had m'n arm wel kunnen breken. - Ik ga er ook eens heen, met m'n buks.
Dan zeg ik het tegen de boer. Die beschermt ze.
Roofvogels zijn schadelijk voor boeren. Ze eten de kippen op.
Ja, ze halen hele koeien uit de wei. - Grapjurk.
Klets dan niet. Ze zijn klein. Ze jagen op muizen, insecten en kleine vogeltjes.
Ik ga ook op jacht vanavond. Ik denk wel dat ik iets groters te pakken krijg.
Heb je al gegeten, Billy? - Nee.
Doe dat dan. Je weet het te vinden.
Hoe is het met de paarden, Jud? - Goed. Twee winnaars.
Ga je me trakteren? - Jij wordt al elke avond getrakteerd.
Kom niet weer laveloos thuis. - Hoezo, neem je visite mee?
Als ik net zoveel scharrels had als jij, had ik niet te klagen.
Die types waar jij tegenwoordig mee omgaat...
Beter dan die manke van jou. - Reg? Die is niet mank.
Dat kan nog komen. Ik ga tenminste niet met gierigaards om.
Hoor hem. Jij smijt met geld als een Schot zonder armen.
Geen cent krijg je van hem los. - Omdat hij jou doorheeft.
Hij laat zich nog liever een haar uit z'n reet trekken.
Pas maar op je woorden. Je bent niet te groot voor een pak slaag.
Van hem zeker. - Ik zou hem maar niet onderschatten.
Ik word eerder door de bliksem geraakt. - Hou eens op.
Elke zaterdag hetzelfde liedje. Ik kleed me om en je begint te fokken.
Je hebt praatjes alsof dit jouw huis is. Zover is het nog niet.
Maar ooit komt het zover.
Over m'n lijk. - Dat bedoel ik.
Ik word doodziek van je. Ik werk elke dag...
en als ik dan uit wil, begin jij. Ik wil al niet meer.
Mij best. Ik zal je niet missen. - Nee, want jij gaat lekker de hort op.
Wat een knappe gozer. Welke dame wordt vanavond de gelukkige?
Gods geschenk aan de vrouw.
Krijg ik wat te drinken van je vanavond? - Als ik nog wat overhoud.
Ik had ze wel even mogen poetsen.
Wat maakt het uit. Straks is het toch donker.
Wat doe jij vanavond? - M'n boek lezen.
Vijf voor zeven. Ik kom weer te laat.
Hier heb je twee shilling. Haal maar een flesje prik en een zakje chips.
Zorg dat je in bed ligt als ik thuiskom.
Welterusten.
Allemaal wel leuk, maar uiteindelijk wil je toch vastigheid.
Dat werk komt me ook de neus uit.
Vastigheid kan altijd nog. - Het ligt er maar net aan wat je wilt.
Ik wil thuiskomen, eten, in bad, omkleden en de deur uit.
Als je met de verkeerde getrouwd bent geweest, word je toch wat huiverig.
Jij weet ook dat hij nooit heeft gedeugd.
Maar dan aarzel je toch voor je weer trouwt.
Ik kan haar niet verbieden met wie dan ook om te gaan. Ze is oud genoeg.
Wat er van Billy terecht moet komen, ik weet het niet.
In een andere omgeving en met een betere opleiding...
was het misschien nog wat geworden. Nu is het een hopeloos geval.
Ik ben tevreden. Wat kom ik nou te kort?
Wat moeten die jongens? Ik weet niet eens of Jud wel mijnwerker wou worden.
Een vrouw van mijn leeftijd, met twee kinderen...
wil vastigheid, een fijn huis...
en iemand die je lekker kunt verwennen als hij thuiskomt.
Zoals ik jou verwen. - Maar we zijn niet getrouwd.
Geef me eens een zoen. - Doe even normaal.
Je hebt weer te veel bier op. - Helemaal niet.
Heb je die manke weer bij je, mam?
Hou je mond, jij.
Hebben jullie gehoord van z'n bruiloft?
Hij had confetti met elastiek eraan. Zo gierig is hij.
Laat hem. - Hij zoekt toch zelf rottigheid?
No comments yet. Be the first to leave one.