Первые 200 строк.
Tijden hebben tijden.
Altijd herhaalt een tijd z'n tijd.
Wat is er eigenlijk veranderd in al die eeuwen?
Jaarlijks gedenken we het verleden...
maar wij Friezen kunnen ons eigen lot toch niet bepalen.
Ooit hebben wij er in het hemelse rijk voor getekend.
Dat was toen onze ziel op zoek was naar een nieuw bestaan...
in weer een nieuwe tijd.
Het was 1345.
Wij wisten dat ze zouden komen.
De Hollanders.
Wij waren er klaar voor.
Hoor het ijzer.
Zie hun harnas.
Benen die wegzakken in de modder.
Onze zompige Friese kleigrond heeft bloed nodig.
Veel bloed.
Wij willen dat geven. Wij kunnen dat geven.
Al ben ik onbeschermd en heb ik alleen maar een harnas van gebed.
Ik ben een boer en ik blijf een Friese boer.
Maar m'n ploegschaar is nu een speer geworden.
Dat zal die verdomde Hollanders leren.
Liever dood...
dan slaaf.
Dood aan alle Hollanders in naam van onze geliefde Heer.
Friesland is vrij.
Maar voor hoelang?
Zullen wij ooit onze zwaarden weer kunnen omsmeden naar een ploeg?
Een ploeg die ons land zal klaarmaken voor onze kinderen en kleinkinderen.
Onze aarde, onze Friese grond.
Waar ik voor leef.
En door. En door.
Pier, hou hem vast. -En door.
Denk om de stront, jongen. -En door.
Hé, Renze.
Je hebt een mooi kind, Sybrandt. -Maar jij hebt ook een mooi kind.
Renze, ik wil je wat vragen. -Hé, jongen.
Weet je wat dit is? -Dat is stront.
Eeuwenoud. Dit is Gods eigen schijthuis.
Op stront groeit de liefde. En er komen mooie kinderen van.
Daar woont hij.
En hier staat hij.
Hoezo?
Ik dacht dat jij een Fries was.
Kom maar, schatjes.
Wat doet heit? -Heit danst.
Heit is de beste danser van heel Friesland.
Krijg ik een kus?
Dit wordt mijn vrouw.
Mag ik een kus van jou stelen?
Je weet niet eens hoe ik heet.
Ik ga met jou trouwen.
Ja, ik trouw met jou.
Ik wil later ook met heit trouwen.
Maar dan heeft heit er twee.
Ik overleg wel even met hem, oké?
Ik heb de mooiste kinderen. En ik heb jou.
Maar het gaat jou ook aan, Pier.
Ik begrijp er geen zak van.
De Hollanders willen dit. De Saksen willen dit.
En de Roomsen.
Wat is er hier dan dat ze zo graag willen hebben?
Het gaat altijd om geld.
Om macht. Daar kunnen wij niet tegen.
Wij laten ons er niet onder krijgen. Dat steekt.
Lekker laten steken.
Dit, Pier.
Dit is van ons.
En hoe moeten ze dat dan van ons afpakken?
Je steekt je kop in het zand.
Het is klei.
Wat is er?
Blijf maar liggen. Er is niks.
Het is wel goed, toch? -Ja, het is goed.
Wil je hem er even in hebben?
Je bent de liefde van m'n leven.
Hoi, Pier. Ze geeft veel, man. -Dat is mooi.
Hé, mannen.
Wij hebben het even besproken, maar jullie hebben recht op een uitstapje.
Dat meen je niet.
Wij maken dit klusje wel even af, hoor.
Het zal wat worden als vrouwen de macht krijgen.
Als het erop aankomt, hebben wij die macht al lang.
Er is genoeg. Wil jij even melken, Renze?
Ga jij maar melken. -Wil je mijn broek aan?
Snel, anders bedenk ik me nog.
Waarom heeft een Fries zo'n grote bedstee?
Omdat een Fries altijd dwarsligt.
Wat een stomme grap.
Daar ben je te jong voor, hè? Laat me je oor eens voelen.
Dacht ik al. Nat.
Nog eentje. Waarom hebben de Friezen Bonifatius vermoord?
Dat weet ik. -Ik niet.
Weet ik wel. -Zeg het maar.
Ik help je wel even.
Ze vroegen Bonifatius: Is Fries wel een taal?
Toen zei hij:
Fries is een splaakgeblek. Net als jij, Sybrandt.
Maar goed dat ze hem hebben vermoord.
Het was grappig.
Over Bonifatius.
U vroeg toch waar we het over hadden? -Even rustig.
Ik haal een kan bier. Het komt allemaal goed.
Niet naar luisteren. Thys, rustig.
Laat hem maar.
Pier, het is tijd.
Het is de hoogste tijd, Pier.
Ik heb Fries bloed.
Dat was niet zo slim van Pier.
Mem was gelukkig met heit.
We gaan eten.
Wij samen.
Iedereen is uit op oproer. Iedereen wil de macht.
Ons Friese volk, Gwijde, kan geen baas verdragen.
Ze dulden niets boven zich.
Geen koning, geen adel.
Friesland is van de Friezen. Die willen baas blijven op eigen erf.
Luister dan naar de Aarde, Pier.
Naar Moeder Aarde.
Luister naar Moeder Aarde.
De Aarde vertelt ons vaak alles over het verleden.
Goed luisteren naar Moeder Aarde.
Luister maar.
Ik hoor een zwaard. -Een zwaard?
Zie je nou wel? -Dat kan toch niet, Wobbel?
In de grond, een zwaard. -Een zwaard in de grond?
Het zou kunnen, maar ik hoor niks. -Het zit in de grond.
Een zwaard in de grond. Ik zal nog eens luisteren.
Zo'n grote? -Gooi maar grond op Pier.
Ik ben dood.
Ik hoor het zwaard in de grond.
Nu ben ik dood. Ik ben dood.
Ga je slapen, jongen? -Zeg maar welterusten.
Welterusten, jongen.
Slaap lekker.
Ik wil er graag nog een jongen bij.
Morgen dan maar, toch?
Het kan nog net.
Je bent een dwaas.
Hoor je dat, Kedde?
Natuurlijk hoor je dat.
Is er iets?
Ik kijk alleen maar.
Wil je ook?
Wil je bier?
Heb je dan bier? -Ja, ik heb bier.
Gehaald bij de oude Jakobsen. En ik heb het zelfs koud staan.
Hoe dan?
Een ijskoud biertje voor m'n Piertje.
Zeg het maar dan. -Wat?
Je geeft me nooit bier zonder dat er wat is.
Ik zie het in die ogen van je.
Is het feest?
Voorzichtig. Denk erom.
Zeg dat het zo is. -Het is zo.
Ik dacht het al even, maar ik voel me vandaag anders, niet fit.
Maar dat is goed, toch?
Dit wordt me er eentje.
Deze jongen wordt een boer. Dat kan niet missen.
Hij gaat me helpen op het land.
En hij wordt groter dan ik.
Het kan ook een meisje zijn. -Tuurlijk niet. Het wordt een jongen.
Doe je ogen dicht.
Doe ze maar open.
Hoe kom je hier nu weer aan? Dit is te veel.
We moeten sparen.
Waarvoor? -Waarvoor? Voor onze drie kinderen.
Dit is wat het is. En dat is genoeg.
Dit is geen land om kinderen groot te brengen.
Er is zo veel onrust. Kunnen we dit straks nog wel ons vaderland noemen?
Onze kinderen worden hier geboren. En ze groeien hier op.
En ze zullen van ons land houden.
Ons Friesland, waar ze voor willen sterven als het moet.
Achter de einder, Pier. -Daar is niks.
Helemaal niks.
Ik wil graag dat feest van zonet terug.
Kom je?
Luister nou naar de Aarde.
Luister naar Moeder Aarde, Pier.
Wie ben jij?
Mijn bloed zit aan jouw handen.
Ik heb nog nooit iemand gedood.
Dat weet ik.
Maar dat blijft niet zo.
Ik zal jou beschermen, waar je ook bent.
Het zit in de grond. De aarde zit vol kennis des Heren.
Ik hou verschrikkelijk veel van onze grond.
Deze grond wordt gebruikt als losgeld.
Als een offer? -Om je liefde te borgen.
Begrijp je dat, Pier?
Ik wil alleen maar vrede.
Ik heb een gezin. Ik word weer vader.
En het land, hoe moet dat dan?
Friesland is als een kind van mij.
Friesland heeft je nodig.
Wat bedoelt u?
Kijk.
Grutte Pier.
Grutte Pier.
Hij zal rechtspreken over machtige natiën.
No comments yet. Be the first to leave one.