Первые 200 строк.
Hé, hoe gaat het met je? - Goed. Dank je.
Voor wie is het? - Voor Bobbi met een i.
Je hebt dit boek geschreven om de dood beter te begrijpen en te accepteren.
Ik vind de dood onnatuurlijk. Waarom moet iets dat leeft, sterven?
Dank je.
Ingrid, je hoefde maar een uur te signeren.
Maar er staat nog een lange rij.
Oké, wat jij wilt. - Kun je mijn boek signeren?
Stella, ik had je niet gezien. Waarom stapte je niet meteen op me af?
Dat is gênant. Je lijkt wel een magneet, zoveel jongeren en niet alleen vrouwen.
Stella, dit is Anh. Anh, Stella. - Aangenaam.
Ik zal alle boeken signeren. - Ik hou de rij in de gaten.
Oké.
Wat heb ik je lang niet gezien. - Ik woon nu in Boston.
Ik wilde mijn zoon zien en Martha opzoeken in het ziekenhuis.
Je weet toch dat ze kanker heeft? Het is erg.
Martha? Martha Hunt?
Ja, ze ligt in het Manhattan Memorial. Ik dacht dat je het wel wist.
Nee, ik heb haar al jaren niet meer gezien. Martha, ziek? Niet te geloven.
Ze zal het fijn vinden als je langsgaat. - Natuurlijk.
Natuurlijk ga ik haar opzoeken en fijn dat je bent gekomen. Dank je wel.
Nog gefeliciteerd. - Dank je.
Tot gauw. - Dag.
Voor wie is het? - Francis.
Ben jij dat? - Nee, mijn vriendin.
Ze bewondert u heel erg en ik ook. - Bedankt.
Kunt u erbij zetten: 'Het zal niet meer gebeuren.'
Ja, hoor.
Bedankt. Het zal niet meer gebeuren.
Dat hoop ik.
Hallo. Ik kom voor Martha Hunt. Ik geloof dat ze op de 16e verdieping ligt.
Oké. Een ogenblik.
Klopt. Kamer 1614. De lift is aan het einde van de gang links.
Bedankt. - Graag gedaan.
Martha?
Ingrid.
Wat een verrassing.
Hoe kwam je erachter? - Ik kwam Stella tegen en zij vertelde het.
Sorry, maar ik wist niet dat je ziek was.
Ach, we hebben het allebei druk met ons werk en de tijd vliegt voorbij.
Ja, en ik heb in Parijs gewoond. - Dat hoorde ik. Ik heb over je gelezen.
Je hebt weer een nieuw boek en dat doet het goed.
Dank je.
Nou, hoe gaat het met je?
Je bent het vast zat om het steeds te moeten zeggen.
Het is baarmoederhalskanker. Fase 3.
Het is niet operabel, maar ze behandelen me, dus ik ga nog niet dood.
Ik ben een proefkonijn voor een experimentele behandeling.
De resultaten zijn boven verwachting goed. - Geweldig.
Heel fijn en je ziet er opgewekt uit.
Nou, ik schommel tussen euforisch en depressief.
Wat naar. - Het hoort erbij.
De artsen hadden me gewaarschuwd voor ups en downs.
Het klinkt absurd...
maar nadat ik me had neergelegd bij mijn einde...
is het overleven bijna teleurstellend. - Dat moet je niet zeggen.
Nee, ik was klaar om te gaan.
In feite...
toen ik de eerste diagnose kreeg...
wilde ik geen behandeling. - Gelukkig ben je van gedachten veranderd.
Het idee...
dat ik niet wist... - Hoe dan ook, ik besefte dat ik...
nog niet zover was om het feest te verlaten.
Maar eerlijk gezegd, was ik aan het idee gewend.
Daar is niks mis mee, als je maar niet de handdoek in de ring werpt.
Je hebt al veel oorlogen meegemaakt. - Ik leef er nog elke dag mee.
O Ingrid, ik ben zo blij je te zien.
Ik heb je zo vaak bijna gebeld. - Ik jou ook.
Stom dat het zolang moest duren, maar nu kom ik je opzoeken tot je me beu bent.
Echt? Beloof je dat? Daar hou ik je aan.
Je dochter weet het toch?
Ja.
Toen ik besloot geen behandeling te willen, vertelde ik het haar...
en ze zei alleen:
Het is jouw keuze.
Punt.
Alsof het iets triviaals was.
Iets wat losstond van haar.
Hoe gaat het tussen jullie? - Ach.
Zoals altijd. We hebben nauwelijks contact.
Wat doet ze? - Het gaat goed met haar. Ze is...
agent voor klassieke musici.
Het klinkt misschien vreselijk...
maar ik heb niet het gevoel dat ze mijn dochter is.
Ik fantaseerde vaak dat ze bij de geboorte was verwisseld.
Wat?
Hoe kom je erbij? Ze lijkt als twee druppels water op je.
Ze heeft me nooit echt als moeder gezien.
Waarom niet? - Ik was een tiener toen ik haar kreeg.
Ik wist me geen raad met een baby.
En toen we begonnen bij Paper Magazine leefden we praktisch 's nachts.
Herinner jij je New York in de jaren '80?
Alles wat ertoe deed, gebeurde 's nachts.
Daarna ging ik aan de slag als oorlogscorrespondent.
Ik was continu op reis en dat maakte het niet beter.
Mijn werk nam me geheel in beslag.
Ik was nooit zoals een echte moeder hoorde te zijn.
Maar Michelle begon me te haten...
lang voor ik zo vaak van huis was.
Ik herinner me dat ik haar wrok voelde, zelfs toen ze nog klein was.
Ze liet het heel duidelijk merken.
Ze kon het niet verdragen...
dat ze geen vader had.
Ze zag andere meisjes met hun vader...
en wilde alles weten over de hare.
Eerst zei ik dat ik niet wist wie hij was.
Dat was olie op het vuur.
Ik loog tegen haar.
Natuurlijk wist ik wie haar vader was. Hij heette Fred.
We hadden een tijdje verkering voor hij werd opgeroepen.
Hij moest op de valreep nog vechten in Vietnam.
Toen hij een jaar later terugkeerde, was hij niet meer dezelfde.
Fred, wat is er gebeurd?
Een kapot speeltje.
Hé, het is goed. Ik ben bij je. Het is voorbij. Je bent weer thuis.
Voor mij is het niet voorbij.
De oorlog zit nog in mijn hoofd.
Ik kan er niet van loskomen.
Ik heb elke dag hallucinaties.
Ik was bijna de hele tijd high.
Ik weet niet wat ik verder moet.
Maar ik blijf niet hier.
Het is oké.
Je bent vrij om te doen wat je wilt en wat het beste voor je is.
Oké.
Dank je.
Mag ik je kussen?
Weet Michelle dit? - Nee.
Ze begon naar haar vader te vragen vanaf dat ze kon praten.
Maar dit valt niet uit te leggen aan een kind, toch?
Rond de puberteit was er al zo'n kloof tussen ons...
en die definieerde haar adolescentie.
Maar tegen die tijd was ik al uit beeld.
Ik was in New York met jou, leidde m'n eigen leven...
Ik sprak af met Fred om hem over de situatie te vertellen.
Dus ik heb een EHBO-cursus gedaan en omdat ik veteraan ben...
ben ik aangenomen in een ziekenhuis in San Diego.
Goed nieuws, toch?
Ik heb ook nieuws.
Ik ben zwanger.
Zwanger?
Ja.
Ik wilde volgende week verhuizen.
Wat gaan we doen? - Wat ik ook doe, mijn ouders steunen me.
Ik ben niet alleen.
Werken in een ziekenhuis lijkt me niet goed voor iemand die zo beschadigd was.
Dat is vergelijkbaar met oorlog. Therapie en afkicken was beter geweest.
Ja, dat was verstandiger geweest.
Hij wilde nuttig zijn.
Z'n geweten sussen.
Hij geloofde dat mensen helpen tussen leven en dood...
de beste manier was om in het reine te komen met zichzelf.
Ik kon hem alleen van zijn verantwoordelijkheid verlossen.
Hij vertrok voor Michelle's geboorte. Hij heeft haar nooit gekend.
Hij heeft nooit gebeld om naar haar te vragen.
Wat heb je haar verteld? - Ze zal 12 zijn geweest...
Ze wilde weten waar hij woonde.
Dat wist ik niet meer.
Ze bleef zo aandringen...
dat ik een oude schoolvriend van hem opspoorde.
Die vertelde me dat Fred was getrouwd...
en onlangs was overleden.
Ik vroeg hem naar het nummer van zijn vrouw...
en ik heb haar gebeld.
Ik wilde weten wat er was gebeurd.
Ze vertelde me...
dat ze op weg naar huis waren na een reisje.
Is dat rook?
Ja.
Er staat iets in brand.
Een huis.
We moeten de brandweer bellen.
Stop. - Fred.
Wat ga je doen? - Een kijkje nemen.
Nee, dat is waanzin. Fred. - Misschien is er iemand binnen.
Stop, dat is gevaarlijk. Kijk me aan. Ik ben hier.
We bellen de brandweer bij een pompstation.
Hoor je dat gegil niet? - Nee, ik hoor niets.
Fred, alsjeblieft. Fred.
Ga niet naar binnen.
Hoor je dat gegil niet? Er is iemand binnen. Haal hulp.
Meneer, meneer, help me alstublieft.
Help. Mijn man is daarbinnen.
Mijn man is binnen. Mijn man is daarbinnen.
Hij dacht gegil te horen. - Twee mannen achterom.
Hij ging naar binnen om mensen te redden.
Ga in uw auto zitten en blijf hier. Is er nog iemand anders?
Geen idee. - Pak de ladder. Er is iemand binnen.
Terug naar uw auto, alstublieft.
Spuit water op dat bovenste raam.
Zo ja. Het zal uitdoven.
Goed gedaan.
We konden niets voor hem doen.
Hij was nog beneden.
Overmand door de rook en de vlammen. - En de andere lichamen?
Er was niemand. Dit huis stond al lang leeg.
Alleen uw man was binnen. - Maar hij...
Hij zei dat hij mensen hoorde gillen. - Onmogelijk.
Er was niemand anders.
Dat klopt.
No comments yet. Be the first to leave one.