Первые 200 строк.
Lucille?
Dag, meneer. - Dag, Pauline.
Er hangt een lentegeur. - Hoe bedoel je?
Dat zei mevrouw Lucille.
Is ze al zo vroeg wakker?
Ze heeft in de keuken een sinaasappel gepakt.
En ze zei dat u later zou komen.
Alleen een sinaasappel? - Ja.
Ik moest u zeggen dat u diep moest ademhalen zodat u de lente kon ruiken.
Waarom was je zo vroeg weg? Ik was ongerust.
Er overkomen me alleen goede dingen.
Dat recept wil ik wel. - Er is geen recept voor.
Voor jou is het makkelijk, maar voor mij is het veel ingewikkelder.
Mag ik? - Natuurlijk. Doe maar.
Charles, kan Lucille misschien in je flat oefenen?
Ik heb geen flat. En Lucille is een natuurtalent.
Toen ik op de universiteit zat, kon ik niets.
Je moet je benen meer spreiden. Veel meer.
Nee, ik doe het liever zo. - Dan sla je ernaast.
Hé, rustig aan. - Wat is er?
Johnny, Lucille moet zich concentreren. We weten dat jij alles weet.
Van wie is de blauwe bal? - Van Antoine.
Wie is Antoine? - Dat ben ik.
Kom op, Lucille.
Ernaast.
Wie is er aan de beurt? - Jij.
Jij bent, Antoine.
Ik verlies niet graag.
Kijk goed.
Hij is wel erg onhandig. - Neem me niet kwalijk.
Slecht gespeeld. - Deed je het met opzet?
Kun je even de bal gaan halen?
Hou nu maar op met spelen. Het vlees is klaar.
Johnny en François, aan tafel.
Laat hem hier staan.
Diane, ik had je gevraagd niet meer met je chique auto te komen.
Mijn collega's nemen de metro.
Profiteer ervan. En je scrupules irriteren me.
Wil je dan dat ik je met de fiets kom halen?
Geen scrupules, maar principes.
En in welke eettent gaan we in principe eten?
We gaan niet uit eten. We gaan naar het theater.
Dan moeten we ons omkleden. - Daar is geen tijd voor.
Goed, vertrek maar.
Dat meen je niet. - Als we ons maar vermaken.
Daar heb je Diane.
Goedenavond, lieve schat. Alles goed?
Goedenavond.
Goedenavond. Alles goed? - Ja, hoor.
Goedenavond.
Goedenavond. Je hebt iets mee om te eten. Goed idee.
Goedenavond.
Antoine, ik heb geen sigaretten meer.
Ik ontmoet alleen interessante mensen. - Dat weet ik, liefje.
Ken je hem allang? - Ja, al heel lang.
Is hij familie van jou?
We gaan in het Cheval Noir eten, op weg naar Versailles.
Dat is een geweldig idee.
Rijden we achter elkaar? - Gaan we?
Diane, mag ik met jou mee?
Ik had het koud in de cabriolet van Lucille. Ik ben verkouden.
Lucille rijdt met Antoine mee. - Goed.
Rijd niet te snel, Antoine.
Kunnen wij er ook nog bij, Diane?
Pardon.
Ik kan de sleutel niet vinden.
Hij zat hier wel in.
Dan heb ik hem verloren.
Heb je hem gevonden?
Waarom doe je dat nu?
Waarom stop je?
Wanneer zie ik je terug?
Charles, waarom liet je me bij Antoine achter?
Wat zeg je?
Waarom liet je me bij Antoine achter?
Ik dacht dat je hem graag mocht.
Denk je dat ik alle mannen wil die ik graag mag?
Dat zou een slecht teken zijn.
Dat bedoelde ik niet.
Ik wil niet...
Wil je niet dat ik attent ben?
Dat ben ik niet.
Ik wilde iets controleren.
Meer niet.
Wat wilde je controleren? - Je gelaatsuitdrukking toen je aankwam.
Ja, je hebt de hele tijd vermeden om naar hem te kijken.
Je had een tedere blik. Je keek dromerig, bijna gelaten.
Zo kijk je als je iemand graag mag.
Ja, en?
Kun je niet van iemand houden zonder hem te kwetsen?
Nee, dat aanvaard ik niet. En je vrijheid...
Ik doe niets met m'n vrijheid.
Je weet dat ik van je hou.
En jij hebt ook jouw vrijheid.
Je mag Antoine graag. Meer niet.
Of je hem nu nog eens ziet of niet.
Of ik het nu weet of niet.
Ik mag hem inderdaad graag. Het is niet zo erg, want we praten erover.
De sleutel zit in de deur.
Hallo.
Hallo.
Heb je die allemaal gelezen? - Ze staan er om op te scheppen.
Sorry.
Alles goed? Voel je je goed? - Prima.
Hier is het herfst en daar is het lente. Prima.
Dat is aardig. Wil je het huis zien? Ik zal je even rondleiden.
Dit is de eetkamer.
Dat vind ik prachtig. - Het licht is mooi.
Het lijkt wel een dier.
Wat is dat? - Niets. Ik zal je de rest laten zien.
Dat is heel eenvoudig. - Ja.
Mijn man was dol op paarden.
Heel mooi.
Welk dier is dit? - Dat is een toekan.
Mooie kamer. - Antoine kleedde zich hier om.
Mannen zijn zo slordig. - Charles niet.
Ik zal je m'n Foujita eens laten zien. Ik ben er dol op.
Zeg me eens wat jij ervan vindt.
Ik woon hier nog niet zo lang. Vind je het schilderij mooi?
Het is een geslaagde avond.
Claire is aan het mokken. - Heb je het opgemerkt?
Dat verbaast me. Je lijkt me altijd zo...
Afwezig? - Precies.
Heb je een zoon? - Nee, dat is m'n neef.
Wat doen jullie hier? - Ik leid Lucille rond.
Ik ben intussen je spullen aan het opruimen.
Wat is er met m'n spullen? - Een das, een scheermes.
Stoort het je dan niet? - Charles en ik slapen apart.
Ik wilde je nog iets laten zien. - Goed, we gaan eens kijken.
Ik haal nog iets te drinken.
Ik ben bang voor jou. - Voor mij?
Je lacht, maar ik heb je graag. - Ik lach niet.
Je hebt alleen interesse in de dingen waar je van houdt.
Dat is niet erg.
Goedenavond.
Dat is niet erg, in ons groepje.
Het zal je helpen om langer heel te blijven.
Dank je.
Ik mag je ook graag.
Ben je dan niet gelukkig?
Jawel. Ik ben gewoon goedgehumeurd.
Dat is water. - Precies.
Neem me niet kwalijk.
Mag je hem graag?
Ja, jij niet? - Nee.
Ik heb een hekel aan dubbelzinnige situaties.
Ik vind het toch niet erg dat je das in de kamer van Diane lag?
Trouwens, die lelijke, witte das paste wel in die kamer.
Straks lig je in Charles z'n armen. - Niet waar.
Dan ben je niet bij mij.
Toen je daarnet binnenkwam, begon ik te blozen.
Ik durfde je niet aan te kijken.
Ik trilde. - Ik ook.
Ik voel me al veel beter. Ik voel me zelfs prima.
Ik lijk wel verliefd.
Dit is water.
Wat zijn jullie aan het vertellen dat zo grappig is? Vertel op.
Ik ben benieuwd.
Ik heb iets doms gezegd. - Vertel op.
Ik ben het al vergeten.
Is het dan zo indiscreet? - Lucille is altijd indiscreet.
Charles, ik heb te veel gedronken.
Zal ik je naar huis brengen? - Best wel.
Wat is er?
We kunnen beter gaan. - Heb je echt te veel op?
Ik voel me goed bij jou.
Over 17 uren lig ik weer in Antoine z'n armen.
Ik kan me niemand anders inbeelden. Zelfs jou niet, Charles.
God weet dat ik zielsveel van je hou. Geluk maakt me zo wreed.
Ik heb hoofdpijn. Ik neem straks een aspirientje.
Doe je raam dicht. Straks word je ziek. - Nee, dat is beter.
Ik ben bang om je te verliezen, Lucille. Ik ben helemaal in paniek.
Ik voel me ongelukkig.
Ik vertrek binnenkort naar New York. Ga je mee?
Waarom niet? Hoe lang? - Vijf à tien dagen.
Het is er prachtig in de lente.
Je mag een stad niet alleen in de winter zien.
Dat gaat echt niet, tien dagen zonder Antoine.
Ik geef alles op voor Antoine z'n kamer.
Goeiendag. - Goeiendag.
Alles goed? - Ja.
Wil je iets drinken? - Nee, bedankt.
Je ziet er goed uit.
Heb je hem niet gezien? - Nee.
Maar ik heb de sleutel. Die ligt hier altijd. Verlies hem niet.
Hallo? Ik denk dat mijn telefoon het niet doet.
Het is al tien uur. M'n baas liet ons twee uur blijven.
Ik was bang dat je zou weggaan en de telefoon werkte niet.
Ik dacht dat je boos zou zijn.
Weet je, ik denk dat ik echt van je hou. - Ik ook van jou.
Vergeet de bloemen in haar kamer niet.
Is mijn koffer gepakt? - Alleen nog uw hemden.
Stuur me zeker een kaartje.
Hier heb je het geld. - Ik ga niet graag naar de bank.
Je bent de enige.
Leuke dag gehad?
Ik heb een leuke dag gehad.
Charles? - Ja?
Ik ben bang. - Waarvoor?
Ik ben bang om het leven te missen.
No comments yet. Be the first to leave one.