Первые 200 строк.
Toen meester Geppetto Pinokkio maakte…
…had hij al een zoon verloren.
Dit was een paar jaar voor mijn tijd…
…maar ik hoorde het verhaal, en toen werd het mijn verhaal.
Geppetto verloor Carlo tijdens de Grote Oorlog.
Ze waren maar tien jaar samen.
Maar het was alsof Carlo het leven van de oude man had meegenomen.
Papa. -Ja?
Raad 's wat ik heb gezien? -Wat?
Raad maar. -Ik heb geen idee.
Ik zag vliegtuigen.
Is dat zo? Mooi.
Wat ben je nu aan het maken, papa? -Raad maar.
Een soldaat? Een tovenaar? Een heks?
Nee. Wacht maar af, Carlo.
Alle mooie dingen vergen geduld.
Ze kwamen niets tekort.
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Zolang ze elkaar maar hadden.
En de oude heks waarschuwde de kleine egel:
'Lieg nooit…
…want dan gaat je neus groeien en groeien…
…helemaal tot hier.'
Gaat z'n neus dan groeien?
Leugens, mijn jongen, worden meteen ontdekt…
…want ze zijn als een lange neus.
Iedereen ziet het, behalve de leugenaar zelf.
Hoe meer je liegt, hoe meer hij groeit.
Wil je mama's slaapliedje voor me zingen, papa?
Goed dan.
mijn zoon
mijn zoon
jij bent mijn stralende zon
mijn maan
Hoger, papa. -mijn sterren
mijn hemelsblauwe lucht
en als jij naar mij kijkt vandaag
herstelt mijn hart zo snel
Probeer maar.
en als je mij in je armen houdt
Dank u, dames.
dan voel ik mij compleet
eindelijk
Voor jou.
Voor mij?
voor mij ben jij nog mooier
dan de zonsondergang of de lente
je brengt mij vreugd
je laat me zingen in de ochtend
en 's avonds ook
jij bent alles voor mij
en ik hou van jou
Trekken, Carlo. Trekken.
mijn zoon
Prachtig, Geppetto. Dank u.
jij bent mijn gouden zon
Pas op, Carlo.
Is er een leven voorbij, komt er een nieuw.
En deze?
Nee, Carlo. Hij moet perfect zijn. Compleet.
Zie je?
Deze mist een paar schubben.
mijn zoon
mijn zoon
jij bent mijn
stralende zon
Welterusten, papa.
Welterusten, mijn zoon.
Ik vind mijn nieuwe schoenen zo mooi.
Daar ben ik blij om, Carlo.
We gaan eerst naar de kerk, hè? -O ja.
Hallo, hondje.
Goedemorgen. -Goedemorgen.
Meester Geppetto, gaat u vandaag het kruisbeeld afmaken?
We doen ons best.
Dames. -Wat een perfectionist.
Een voorbeeldige Italiaan.
En zo'n goede vader.
Carlo, mooie schoenen. Vang.
Dank u, meneer. -Goedemorgen.
Ah, Carlo.
Geppetto.
Het ziet er goed uit, papa.
Gaan we al bijna naar huis?
Bijna. Geef me nog een beetje rood, Carlo.
O, ik had nog wat gevonden.
Wat dan?
Kijk maar.
Tada.
De perfecte dennenappel.
Met al z'n schubben.
Ik ga 'm planten en kijken hoe de boom groeit.
Dan kan ik ook speelgoed maken, net als jij.
Dat is het beste idee wat een jongen kan hebben, Carlo.
Ja toch?
Wat is dat voor geluid? Een vliegtuig?
Pak alles in.
Vlug.
We gaan naar een lekker warm vuur en hete soep.
En warme chocola? -Tuurlijk.
Daar is het wel een dag voor, toch?
O ja. Prima.
Papa, wat is dat?
Niets. Het is vast niks, maar…
Wacht, mijn dennenappel.
Later zeiden ze dat Geppetto's dorp niet eens een doelwit was.
Dat ze terugkeerden naar de basis…
…en hun bommen afwierpen om ballast te lozen.
Carlo.
Nee…
Carlo.
Geppetto bleef aan zijn zijde. En dat was dat.
Hij werkte nog maar weinig. Hij at nog minder.
En het kruisbeeld bleef onafgemaakt.
Jaren gingen voorbij.
De wereld draaide door…
…maar Geppetto's leven stond stil.
En daar kom ik om de hoek kijken.
Ik was een schrijver…
…en zocht al jaren naar de ideale omgeving…
…om mijn boeiende levensverhaal op papier te zetten.
En uiteindelijk…
…vond ik die.
Mijn heiligdom. Thuis.
Hier kon ik mijn memoires schrijven. Wat een verhaal zou dat worden.
Ik had gewoond in een open haard op Sardinië.
In een vissersboot op de Adriatische Zee.
Een winter lang in Perugia, bij een gelauwerde beeldhouwer.
'Wederwaardigheden uit mijn jeugd.'
Door Sebastiaan J. Krekel.
Ik heb over je gedroomd, Carlo.
Ik droomde dat je weer hier bij mij was.
Mijn zoon.
Ach, jeetje.
Was je maar weer bij me.
Het spijt me zo.
Ik zag de oude man huilen, en het ontroerde me.
En ik was niet de enige die hem zag.
Tijdens mijn vele omzwervingen…
…ontdekte ik dat er oude geesten zijn, in de bergen, in de bossen…
…die zich zelden bemoeien met mensenzaken.
Maar soms doen ze dat wel.
Ik wil je terug, Carlo.
En wel hier.
Bij mij.
Waarom luister je niet naar mijn gebeden?
Waarom?
Waar waren we?
O ja. Perug…
Bij mijn voelsprieten.
Ik wil hem terug.
Ik maak een nieuwe Carlo.
Van deze vervloekte dennenboom.
Wat gebeurt hier?
Nee.
Het is een spookhuis.
Morgen maak ik je wel af.
Ja, morgen.
Weg jij.
Weg daar. Weg.
Duvel op.
O nee, dit is mijn huis. Verboden toegang. Weg.
Weg hier. Wegwezen.
Juist ja.
Kleine houten jongen.
Verrijs met de zon en bewandel de aarde.
Sorry, kan ik je helpen? Je hebt het wel over mijn huis.
Mag ik misschien even weten wie je bent?
Hier? Een beschermer.
Ik bekommer me om de kleine dingen. De vergeten dingen.
De verlorenen.
Ik ben Sebastiaan J. Krekel, huiseigenaar.
En ik heb 't recht om te weten wat je bedoelingen zijn met mijn bezit.
Aangezien jij al leeft in het hart van de houten jongen…
…kan je me wel helpen. -Helpen met wat?
Over hem te waken. Hem leren goed te zijn.
Ik ben geen gouvernante, mevrouw. Ik ben een romanschrijver.
Druk bezig met mijn memoires.
Nou, in deze wereld krijg je wat je geeft.
Neem deze verantwoordelijkheid en je mag een wens doen.
En dat kan alles zijn?
Wat dan ook? Het uitgeven van mijn boek?
Roem? Fortuin?
Alles.
Dan zal ik mijn best doen, dat is altijd het beste.
Slim gevonden, hè?
Kleine jongen gemaakt van dennenhout.
We noemen je Pinokkio.
Verrijs met de zon…
…en bewandel de aarde…
…en schenk vreugde en gezelschap aan die arme, gebroken man.
Wees zijn zoon.
Vul zijn dagen met licht…
…zodat hij nooit meer alleen is.
Wie is daar?
Ik waarschuw je.
Ik heb een wapen.
Goedemorgen, papa.
Wat is dit? Wat is dit voor tovenarij?
Je wilde dat ik zou leven. Dat heb je gevraagd.
No comments yet. Be the first to leave one.