Первые 200 строк.
Hij, die in de Rode Zee zwemt, weet niet hoe diep die echt is.
En niet elke man kan de zeebodem halen, Theeb mijn zoon.
Als het broederschap betreft, weiger dan nooit een gast.
Wees de rechterhand van de gerechtigden als mannen hun standpunt innemen.
En als de wolven vriendschap aanbieden, reken dan niet op succes.
Ze zullen niet aan je zijde staan als je de dood in de ogen kijkt.
Theeb! Hé, Theeb.
Kom hier. Kom de kamelen water geven.
Ik haal de andere kameel.
Niet spelen, kom hier. - Ik haal 'm even.
Vul 'm maar.
Goed zo.
Luister goed.
Zie je dat? Je richt hiermee op je doelwit. Snap je?
En dan breng je dit ermee in lijn.
Goed. Kijk nu hoe ik het doe.
Mooi.
Kom hier. Kom.
Druk 'm tegen je schouder.
Hou 'm goed vast. Iets naar voren.
Goed zo. - Laat los.
Wat? - Waar is de kogel?
Waar is ie? - Geen kogels tot je goed kunt richten.
Oké?
Nee.
Pak dan.
Voorzichtig, die is scherp.
Wacht. - Pas op. Val er niet in.
Laat me los, want anders...
Wat anders? - Laat los.
Zal ik je er ingooien? - Hussein, niet doen.
Geen grapjes meer, oké? - Goed.
Laten we gaan eten. Ik heb trek. - We gaan naar huis.
Zes. - Tabb.
Hij heeft 'm. - Nee, tekort.
Nee, niet waar. - Het is tabb.
Niet aanraken. - Het is tabb.
Het is tabb, punt uit. - Het is Abu Eids beurt.
Ottomaans goud. - Het is twee.
Jouw beurt, sjeik. - Hoeveel?
Nog eens zes. - Zes.
Twee. - Je hond is dood.
Geen kans. - Tellen.
Je speelt vals.
We hebben verloren. - Nog niet.
Hoeveel? - Zes, sjeik.
Hier komt de zes zeker.
Zes. - Hebbes.
Hij is uit. Uit.
Stil. Daar buiten is iemand.
Wie is het, Hussein?
We hebben gasten. - Ze zijn welkom.
Vrede met jullie allen.
En met jullie ook. Welkom. - Hoe gaat het?
Vrede met jullie. - Wees welkom.
Hoe gaat het? - Goed, en met jullie?
Hallo. - Hallo.
Welkom. - Kom binnen.
Ga zitten. Toe maar.
Alsjeblieft.
Hoe gaat het? - Met ons gaat het goed en met jullie?
Goedenavond. - Insgelijks.
Koffie, Hussein. - Komt eraan.
Goedenavond, allemaal. - Dank je wel.
Een lang leven. - Jij ook.
Lange reis. - Ja, het was een lange rit.
Moge God je kracht geven.
Hoe gaat het met je gast? - Prima, en met jou?
Hoe gaat het met je? Ben je helemaal gezond?
Kom, Theeb.
Wie is de buitenlander? - Geen idee.
Wat wil hij? - Stil, kind.
Kies er eentje.
Breng die maar.
Goed zo.
Dit is een goede.
In de naam van God.
Wil jij 'm doden? - Ja.
Goed, maar niet aan je broer vertellen. - Komt in orde.
Neem maar. Zeg een gebed.
Niet bang zijn. Hier snijden.
Zal ik het doen? - Nee.
Nee, laat mij maar.
Kom, help me met vasthouden.
In de naam van God...
Vooruit, eet. - Het was lekker.
Eet, eet.
Het was lekker. - Je hebt niets op.
Daar is water.
Theeb, haal water voor hem.
Waar komt je vriend vandaan? - Hij is Engelsman.
Vooruit, hou eens op.
Ik stuur je naar je moeder.
Waar is sjeik Abu Hmoeds stam? - Daar ben je nu.
Hoe gaat het met hem? - Hij is heengegaan.
Moge hij rusten in vrede.
Hij was een goed mens. - Dank je.
Heeft hij zonen? - Ja.
Ik ben de oudste en dit zijn Hussein en Theeb.
Het is me een eer. - De eer is ons.
Wil je een sigaret?
Wat zegt hij? - Weet ik niet.
Wees stil.
Pak vuur.
Hij heeft zelf al.
Dank je.
Ben je een prins?
Hoeveel mannen heb je gedood?
Dank je.
Niet aanraken.
Ik heb een verzoek, sjeik. - Ga je gang.
De Sharif zei dat je ons naar de Romeinse bron kon brengen.
Die op het pad van de Pelgrims?
Dat pas is verlaten sinds de trein is gekomen.
Ik heb daar mensen.
Met alle respect, maar op dat pad zijn meer overvallers dan handelaren.
Uw vaders reputatie leidde ons hierheen.
En je bent hier gekomen.
M'n broer Hussein zal je er brengen.
Tot ziens, broer. - Tot gauw.
Met uw goedkeuring, sjeik. - Ga in vrede.
Hussein?
Hussein?
Theeb?
De broer van de jongen is onze gids.
Dan gaat de broer mee.
En de jongen? Wat doen we daarmee?
Die kan me niet schelen. - We kunnen hem niet achterlaten.
Wat zegt hij? - Momentje.
Wie brengt hem terug? - Hij kan ook zelf weer teruggaan.
We hebben z'n broer nodig.
Wat zegt hij? - Je moet met ons mee.
Ik breng hem thuis en kom terug. - Hij wil nu vertrekken.
Overtuig hem. - Hij luistert niet.
Ga verder.
Goed.
Wie is zij? - M'n vrouw.
Z'n vrouw.
Hussein wil trouwen. - Stil.
Gefeliciteerd.
Het duurt lang. - Waarom knipoog je altijd naar haar?
Stil, je bent brutaal.
Waar praten jullie over? - Vrouwen.
Wat betekent dat? - Als je ouder bent.
Laat je vriend 's zingen.
Zing een lied. - Nee.
Zing. - Kom, man.
Zing. - Nee, nee.
Zing voor ons. - Nee, nee.
Zing. - Nee, nee.
Al veel te lang
heb je je thuis in de steek gelaten
Waar kun je opvang vinden
in vreemde landen?
Al veel te lang
heb je je thuis in de steek gelaten
Wat denk jij ervan? - Zes ruiters.
Pelgrims misschien. - Rijden dan maar.
Is er een probleem, Marji? - Nee, geen probleem.
We kunnen niet te dichtbij de stations komen.
Dus laten we het hier doen. - Goed.
Wat willen ze met de bron?
Geen idee. We brengen ze en gaan naar huis.
Dus we gaan die kant op.
Jij, ik en twee van onze snelste ruiters.
Wat zit er in de kist? - De kist?
Hij wordt gek als ik 'm aanraak.
Hij heeft z'n goud erin.
Ik geef ze wat brood.
Ik zei je, blijf mijn spullen af.
Zeg dat hij ervan af moet blijven. - Raak hem niet aan.
Waag het niet hem aan te raken. - Rustig aan.
Ga daarheen. - Raakt hem nooit aan.
Blijf van hem af. Wat hij ook doet.
Hij wil niet dat iemand aan de kist komt.
Hij wist het niet. - Vertel het hem dan.
Kom er niet meer aan. Afgesproken?
Dat is je bron.
Waar zijn ze? - Ze komen er aan.
Ze hebben ze afgeslacht. - Wegwezen.
We worden bespied.
Kunnen dat jouw mannen zijn?
Vooruit, wegwezen.
Die kant op. - Vooruit, snel.
Waar gaan jullie heen? Daar kwamen we vandaan.
Ze hebben onze mannen gedood. - Nee, we zoeken het regiment.
Onze mannen liggen in de bron.
We moeten het regiment vinden. El katiba.
Wat is er?
Vooruit.
Hij is gek.
Het is oorlog. We brengen de missie niet in gevaar, wie hun vader ook is.
Kan ik niet. - Begrijpen we elkaar goed?
Ik laat ze niet alleen. - Begrijp je het dan niet?
Wat heb jij? - Begrijp je het niet?
Als we de spoorlijn niet halen... - We laten ze niet achter.
weet je wat er dan gebeurt? - Ik doe het niet.
Dan zullen de Turken je mensen afslachten. - Ik ga nog liever dood.
Waarover ruziën ze? - Gaat je niet aan.
Het is oorlog. Weet je wat een land is, of een koning?
No comments yet. Be the first to leave one.