Первые 200 строк.
DE DRIE MUSKETIERS Ondertitels door BuStEl, 2025
Een klein paard draafde vrolijk voort. Zijn meester heette natuurlijk d'Artagnan.
Hij was op weg naar Parijs om roem en fortuin te zoeken.
Het paard, de edelste verovering van de mens,
veroorzaakte bij d'Artagnans aankomst vooral hoongelach.
Wat is daar zo grappig aan?
Kom eens hier. Pas op voor het paard.
Tussen Tarbes en Meung trok d'Artagnan vaak zijn zwaard en arriveerde triomfantelijk.
Herberg van Meung.
Men stapt vaak van zijn paard af, maar waar stamt dat paard van af?
Wie een paard uitlacht, lacht ook zijn meester uit.
Ik lach zelden, monsieur, maar als ik lach, dan goed.
Draai je niet om, zodat ik niet van achteren hoef te slaan.
- Met boeren vechten we niet. - Monsieur daagt ons uit.
Stop, knechten!
Schiet op!
De les was voldoende. Zet hem terug op zijn gele knol en stuur hem weg.
Niet voor ik jullie allemaal heb gedood.
Monseigneur moet blijven liggen.
- Niet bewegen. - Dan verstijf ik toch helemaal?
- Dat zou een gezicht zijn. - Monseigneur vergist zich.
Goed werk, liefje. Ik zie er goed uit.
Nou, nou...
Waar ga je naartoe?
Dus, Uw Eminentie beveelt...
Keer meteen terug naar Engeland en informeer me als Buckingham vertrekt.
Zeg tegen Zijn Eminentie dat ik zijn nederige...
Opgepast, monsieur.
Jij weer, jongeman? Het wordt een obsessie.
Wie is die vurige jongeman? Komt hij uit de oorlog of uit het gekkenhuis?
Voor een vrouw roep je je knechten niet.
Hij wil het onder vier ogen uitvechten. Ik zal niet indiscreet zijn.
Ik kus uw hand zodra ik zijn oren heb afgesneden. Dit is meteen geregeld.
Kom, Milady.
Lafaards!
We zien elkaar terug!
Op de vlucht als angsthazen. En dat noemen ze heren.
Wat is je hand koel!
- Hoe heet je? - Annette, Monseigneur. Tot uw dienst.
- Moge dat wederzijds zijn. - Monseigneur.
Met respect bleef ze hem die nacht "Monseigneur" noemen
de tweede nacht was het "d'Artagnan", de derde "mijn lieve Charles".
Deze "Charles" wist zeker dat d'Artagnans herstel goed begonnen was.
De nacht was helder, ze zwoeren dat het eeuwig zou duren.
In werkelijkheid duurde het acht dagen.
Rust is, net als alles, iets waar men uiteindelijk genoeg van krijgt.
D'Artagnan beloofde terug te keren zodra de dienst van de koning het toeliet.
- Beloof je het? - Beloofd.
Zij geloofde het niet, hij ook niet. Beloften blijven mooie herinneringen.
De volgende dag, nadat hij zijn problemen had
opgelost: paard verkocht en nieuw zwaard gekocht,
verdween d'Artagnan in het drukke Parijs.
Hij ging naar M. De Tréville, vriend van zijn vader en kapitein van de koning.
- Porthos, je balgordel is een kunstwerk. - Een zotternij, pure gekheid. Het is mode.
- Maakt ze je bankroet? - Wie?
Die beeldschone, zogezegd Spaanse brunette.
Ik heb die gordel zelf betaald. Geen Spaans geld aan te pas gekomen.
Vraag het aan Athos.
Als we op het geld letten, liepen we naakt rond.
Vrienden, een plaag zijn jullie. Aramis, help me even.
Staat er niet in de Schrift: "laat de kleine infanten tot mij komen"?
Meld me aan bij M. De Tréville. Chevalier d'Artagnan.
Aramis, je zou een charmante priester zijn.
Het is uitgesteld, maar ik blijf op mijn hoede.
Hij wacht tot de koningin de troon een erfgenaam schenkt.
Hopelijk duurt dat niet te lang.
Men zegt dat de hertog van Buckingham in Frankrijk is.
Maak daar geen grap over, liefde kent geen wetten.
En we weten dat het een Engels kind is. Men zal het gauw genoeg zingen.
Als er toen een Gasconse club had bestaan, was M. De Tréville de voorzitter geweest.
Hij ontving de zoon van zijn oude vriend hartelijk.
Je vader was moedig. Ik weet zeker dat jij zijn voorbeeld volgt.
Ik geef je een brief voor M. Des Essarts, zodat hij je bij de cadetten opneemt.
- Ik hoopte meteen musketier te worden. - Geduld, jonge man.
Bewijs jezelf bij de cadetten en dan zien we verder.
Hij was chauvinistisch en bevooroordeeld zoals elke
goedgeborene, en beoefende een geloof waarin God uit Béarn kwam.
Hemel! Die valse edelman uit Meung. De lafaard!
Zijn oren zijn eraan!
- We spreken af bij het Rode Duivenkot. - Goed.
Je bent zeker een provinciaal.
Of ik dat ben of niet, ik laat me door jou niet de les lezen.
- Als ik geen haast had... - Ik wacht op je.
- Waar? - Vanavond bij de Carmes Déchaux.
- Hoe laat? - Vijf uur.
Ik zal er zijn.
Hij maakt snel vrienden.
Ben je blind of gek? Je wordt in elkaar geslagen.
- Dat is nogal een woord. - Bespreken we dit?
- Om vijf uur, bij de Carmes Déchaux. - Prima. Ik ben je man.
Hier is een zakdoek die je liever niet kwijt bent.
Mooie kroon. Ontken je nog steeds dat je een affaire hebt met mevrouw de Bois-Tracy?
Neem me niet kwalijk.
Kijken Gascons altijd onder andermans schoenen?
Maar door zich te verontschuldigen,
doet een Gascon meer dan de helft van zijn plicht.
Ken je de Carmes Déchaux?
Heel goed. Om vijf uur, als u wilt.
Zo jong sterven... Tja...
Wat later, in het uniform van de cadetten, benutte d'Artagnan
de tijd die hem nog restte. Hij ging op zoek naar een kamer.
Hij stelde zich voor bij een zekere M. Bonacieux,
van wie hij het adres had gekregen.
Monsieur.
Bonjour. Een vriend zei dat u een kamer verhuurt.
Inderdaad, Monseigneur. Op de tweede verdieping. Als u mij volgt.
In deze magere tijden dekt de huur nauwelijks de kosten.
Ik verhuur om dienstbaar te zijn, niet om winst te maken.
Geen kamer voor een musketier, maar wel met een vorstelijke prijs.
Om die twee redenen moet ik u zeggen...
Eindelijk! Ik moest mijn eigen lunch opdienen.
Ik diende de koningin. Vergeet niet dat ik haar wasvrouw ben.
Ik kom van het Louvre.
Terug naar de zaken. Wat kost deze kamer?
Er is weinig licht en lucht, maar het uitzicht is prachtig.
Dus ik betaal voor het uitzicht.
- U maakt een goede deal. - Dat zie ik.
- Constance? - Oom?
Chevalier d'Artagnan is onze nieuwe huurder.
Mijn nichtje, Constance.
Maak het hier een beetje schoon.
Ik laat jullie even.
Zij doet het huishouden.
Monsieur?
Ik vind u charmant.
Oh, monsieur...
- Wat is er? - Vijf uur.
Waar gaat u naartoe?
Waar eer roept. Ben ik binnen twee uur niet
terug, dan komt mijn ziel zich verontschuldigen.
Punctualiteit mag dan een deugd van koningen zijn, maar niet van onze vijanden.
Te laat voor hun laatste uur. Onvergeeflijk.
Wat fijn elkaar tegelijk en om dezelfde reden te treffen, zonder afspraak.
Met wie duel je?
Met een geharde Gaskonjer. En jij?
- De mijne is een koppige Béarner. - Toeval. De mijne ook.
- Daar is mijn man. - Nee, de mijne.
Laten we zeggen: de onze.
Drie duels op hetzelfde uur. Dit is een grap.
Waarschijnlijk de laatste.
Moeten we echt vechten om de eer te betwisten je te mogen doden?
De eer is aan mij, heren, maar laat ons de volgorde respecteren.
Athos heeft het recht mij eerst te doden.
Dat vermindert uw schuld, M. Porthos, en maakt die van u haast nul, M. Aramis.
Tenzij ik jullie alle drie dood.
Stoerdoenerij.
Die jongeman heeft een mooie trek.
De gardes van de Kardinaal. Zwaarden in de schede!
Genoeg! Zwaarden weg.
Houden, musketiers, vechten tegen het reglement in?
De goede M. De Jussac.
Niemand anders. En hij vraagt dat u hem volgt.
- Zo niet? - Zo niet, dan vallen we aan.
Kies maar.
We zijn met zes, jullie slechts met drie.
Blijkbaar zijn we met vier.
Echte vriendschap moet door bloed gesterkt worden.
Je bent een musketier of je bent het niet.
Lodewijk XIII maakte weinig indruk, misschien
omdat hij tussen Hendrik IV en Lodewijk XIV stond.
Ik vrees, heren, dat ik heb gewonnen.
- Het getal 13 brengt hem geluk. - Is Buckingham binnen onze muren?
Wenst U voort te zetten?
Verliezen van Uwe Majesteit is een genoegen.
Laat ons dan verdergaan.
M. De Tréville wacht op uw bevel.
Ik zie hem zo.
M. De Soissons, vervang mij.
- Als deze heren mij aanvaarden. - Natuurlijk, waarde Soissons.
Kom naar mijn werkkamer, Tréville. Ik moet u berispen.
Uw musketiers zijn duivels, bestemd voor het schavot.
Vijf van de mannen van de Kardinaal, waaronder schermer Jussac, in één dag uitgeschakeld.
Het is te veel. Zij hebben Zijne Eminentie werkelijk ziek gemaakt.
Zo erg dat hij gisteravond mijn spelen niet bijwoonde.
- Hoe is het gebeurd? - Op de eenvoudigste manier.
Drie van de beste musketiers trokken erop uit met een jonge cadet die ik ken.
Deze vreedzame jongens belandden bij de Karmelieten.
Om als brave lammeren wat te grazen.
Net toen vielen M. De Jussac en zijn gardes hen aan.
- Waarover? - Laarzen, Sire.
Dat woord bevalt me.
Maar goed, terug naar onze kudde... naar uw lammetjes.
Uwe Majesteit kent het: drie musketiers en een cadet versloegen zes topgardes.
- Een totale overwinning. - Inderdaad, Sire.
Bravo.
Jammer dat Frankrijk verdeeld is... Breng me die dappere mannen, Tréville.
Ze zijn hier, Sire, berouwvol en schuldbewust.
Ik wantrouw hun schijnheilige blikken.
Uwe Majesteit vergist zich.
Ik zie een jonge cadet.
Was hij het die die gelukkige... die fatale stoot aan Jussac gaf?
- Hij was het. - Waarom neemt u hem niet aan?
Ik overwoog het al, Sire.
Treed naar voren, jonge Gaskonjer.
Hoe kan ik u danken?
Door nooit te vergeten dat vechten verboden is.
Ik haat ongehoorzaamheid.
Ik sta voor hen in zoals voor mezelf.
Ik had hen moeten straffen.
Gelukkig voor hen en voor u heb ik een zwak voor moed.
No comments yet. Be the first to leave one.