Первые 200 строк.
Tja...
Gij die liefde zijt, diep als de zee,
klaar als graanjenever, sterker dan de dood.
Laat niet verloren gaan één mensenkind.
Gij die geen naam vergeet,
hoe moeilijk te spellen of modern die ook mag zijn.
Gij, die geen mens veracht.
Laat niet de dood, die alles scheidt en pijn doet,
zomaar voor eeuwig zijn.
Geef ons de bevrijding van die tweede dood.
Gij die het woord tot ons gesproken hebt, voor hen die weerloos zijn
en voor hun naamgenoten in ons midden, te zeggen,
de vluchtelingen, de vreemden,
de lactosegevoeligen.
Laat ons niet leeg en verloren en zonder inzicht.
Wij weten namelijk, de fles nabij,
het makkelijke zinken.
Doe ons gelijk een gewillige mossel opengaan
voor het visioen van vrede dat ons sinds mensenheugenis roept.
Maar...
Mag ik erbij komen zitten? - Tuurlijk.
Ik had je hier niet verwacht.
Man, dat is lang geleden.
Jij was een bron van vreugde voor me, Christine,
en dat zul je altijd blijven.
Het enige wat ik daarvoor hoef te doen,
is aan je denken.
Me dingen herinneren.
Zoals die keer toen we samen in Tunesië waren
en je beweerde later te zullen reïncarneren in een kameel.
Ik moet daar trouwens heel erg aan wennen, Christine...
aan het idee dat je nu een kameel bent.
Tijdens die reis kreeg jij een legendarische aanval van diarree.
Geen van ons twee had er een idee van dat je zo hard de diarree kon krijgen.
De couscous klaterde er als een waterval weer uit.
Maar het was met een metersbrede glimlach
en een positieve ingesteldheid
dat jij die hele reis op de wc-pot hebt doorgebracht.
Ze heeft een ander.
Een gynaecoloog.
Dat is toch compleet het tegenovergestelde van een begrafenisondernemer?
Tja...
Ik heb me vannacht bezopen.
Ik ben in mijn zetel gesukkeld.
Ik heb mijn wekker niet gehoord. Voilà.
Een gynaecoloog, verdomme.
Dat is heftige shit hè, man.
En ik maar geloven dat ze zo dikwijls op controle moest.
Ja... de baarmoederhals.
Ze had er alleszins de leeftijd voor, hè.
Dat dat een hals heeft.
Wreed, hè?
Hier zullen we voor altijd samenblijven.
Wie bedoel je met wij?
Wij-
Wij allemaal. De hele familie.
Er is ook plaats voorzien voor de partners en...
de kinderen als die er eventueel zouden komen.
De kleinkinderen.
Huisdieren.
En we mogen niet zelf beslissen over onze laatste rustplaats?
Er heeft nog nooit een dode zelf iets kunnen beslissen.
Mama wou eigenlijk helemaal niet begraven worden.
Ze wou geflambeerd worden.
In cognac.
Dat zei ze tegen mij toch altijd.
Allee, als ze een glas ophad.
Dan zei ze dat.
Papa, Antoine is hier.
Is Antoine hier? - Ja.
Mag ik iets vragen? Is het nog mogelijk om haar rechts te leggen, alstublieft?
In bed wou ze ook altijd rechts liggen.
Dat is misschien ongebruikelijk. Ik weet het.
Naar het schijnt liggen de meeste vrouwen links.
Excuses, euhm...
Euhm...
Notaris Vercammen. Kan ik jullie even spreken?
Wat is het probleem?
Ja... Mijn oprechte excuses...
dat ik jullie op dit delicate moment kom storen.
Dieltiens Christine was mijn cliënte... - Wacht, moet dat nu?
Ja, ik vrees van wel.
Dit is haar laatste wilsbeschikking.
En het was haar wil... euhm...
dat ze niet hier begraven wou worden,
maar in Wettelen.
Pardon?
Waar?
In Wettelen.
Mag ik... Mag ik dat eventjes zien?
Zou ze niet Wetteren bedoeld hebben?
Ze had wel wat problemen met de 'r' toch soms, niet?
Wat zeg jij nu? Mama had toch helemaal geen problemen met de 'r'?
Waar haal jij dat nu ineens vandaan?
Mag ik eens zien?
En waar staat dat? - Hieronder.
En dat kan zeker geen typfout zijn? - Nee.
Tja.
Het is ook wel typisch mama.
Altijd nog een excuus bedenken om...
om niet te moeten gaan slapen.
Nee, ik vind het niet op de kaart. - Niks?
Ook niet op het internet, nee.
En ik krijg de hele tijd: 'Bedoelt u Wetteren?'
Een rare vraag misschien. Weet er iemand van jullie toevallig Wettelen liggen?
Wettelen?
Ja. - Met een 'I'?
Ja. - Tuurlijk.
Dus Wettelen bestaat?
Anders zou ik het niet weten liggen.
En hoe komt het dat u Wettelen weet liggen en de GPS niet?
Dat zul je aan de GPS moeten vragen.
Ik was vroeger taxichauffeur.
Klanten zijn veel vriendelijker als ze dood zijn.
Daarom ben ik overgeschakeld.
En is dat ver?
Wettelen?
Valt goed mee.
Te voet bedoel ik.
Te voet of met de velo, het blijft even ver.
Krijg ik geen kus?
Hey. - Hey.
Je ziet er goed uit.
Hoe is 't met jou?
Ça va.
Ik heb net het graf gezien waar ik ooit zal komen te liggen.
Het ziet er goed uit.
Groot.
Er is ook wel tamelijk wat tuin aan.
Wel geen wifi voor de kinderen, dus dat wordt lastig.
Ah, ik wist niet dat jij ondertussen al kinderen had.
Ah, nee. Nee, maar ze hebben wel al een graf.
Dus ik zal er nu wel moeten maken zeker?
Ja.
Wettelen bestaat.
Oké. - Ja.
De chauffeur weet het liggen, zegt hij.
Dus we brengen mama naar Wettelen?
Ja, als dat haar laatste wil is, dan vind ik dat we die moeten respecteren zoals het hoort
en vind ik dat we dat moeten doen, te voet.
Hoelang gaan we daarover doen?
Eigenlijk is die vraag onwelvoeglijk.
Tenzij je morgen een belangrijk contract moet binnenhalen, natuurlijk.
Volgens die begrafeniskerel kan het een paar dagen duren.
Echt goed inschatten kan hij het niet, want hij is geen wandelaar, zegt hij.
En gaan we nu echt meerdere dagen in die vieze doemp van die lijkwagen stappen?
Ja...
Christine wou daar blijkbaar begraven worden, dus...
Vraag me niet waarom, ik heb het ook pas vernomen, maar...
Ja, ik zag haar graag...
dus ik ga haar begeleiden naar daar. Desnoods alleen.
Iedereen moet voor zichzelf maar uitmaken of hij mee wil.
Of mee kan. - Of mee kan, ja.
En die in die rolstoel.
Heb je die al eens goed bekeken?
Echt fris ziet die er ook niet meer uit.
Dat is een klant die we kwijt zijn.
Door jou.
Wat jij kwijt bent, is je gevoel voor de levenden.
En nog eens iets: dat zal niet gaan. Die auto moet vanmiddag naar de keuring.
Bende mislukte garagisten, godverdomme.
Volledig afgekeurd.
Dat ze onze kloten kussen.
Zal ik anders eventjes overnemen? - Ja, is goed. Merci.
Heb jij eigenlijk al met papa gepraat?
Dat ligt moeilijk.
Waarom moest jij toen eigenlijk van vandaag op morgen weg uit ons gezin?
Weet jij dat?
Ik heb nogal wat problemen met mijn gezondheid
en ik moet van de dokter 7.000 stappen zetten per dag. Vandaar...
Behalve dat ze mijn cliënt was, heb ik Christine natuurlijk ook heel goed gekend.
Persoonlijk bedoel ik dan, hè.
Ah?
Wij zaten samen in de rolstoelbasket.
Dus toch?
Speelde Christine rolstoelbasket?
Ja, vijftien jaar. Net als haar zus, hè.
Christine zat toch niet in een rolstoel?
Een bobsleeër gaat toch ook niet in zijn bobslee naar de bakker?
Dat is toch iets helemaal anders?
Voor rolstoelbasket hoef je niet gehandicapt te zijn om te spelen. Dat is niet verplicht.
En als je het een beetje goed aanpakt, regel je zo een parkeerkaart voor invaliden.
Christine had geen parkeerkaart voor invaliden.
Omdat ze het niet goed heeft aangepakt, hè.
Rolstoelbasket.
Ik heb altijd gedacht dat dat een onnozel excuus was van haar
om andere dingen te gaan doen.
U bent Kaat zeker, hè? - Ja.
Ja, uw vader zie ik niet onmiddellijk in u, maar Christine zit er goed in.
En u bent?
Ik ben Herman, ik ben een jeugdvriend van uw mama.
Al van in de kleuterklas eigenlijk.
Ik had eens... Ik had eens in mijn broek gekakt.
En Christine rook dat onmiddellijk.
Die had een ongelooflijke neus hè, uw mama? - Dat is waar, ja.
Ze kon het van bij ons ruiken als de buren hun bloemkool aan het afgieten waren.
Echt een ongelooflijke neus.
Maar kijk, dat was een incidentje, ik werd daarmee gepest, die dag op school.
Kinderen zijn wreed hè, voor mekaar.
Maar Christine, die zei tegen mij:
No comments yet. Be the first to leave one.