Первые 200 строк.
Ik heb een papier. Een dagvaarding. - Dan moet u hier zijn, meneer.
Waarom wilt u precies scheiden?
Precies?
Ja, precies.
Het huwelijk is niet geconsumeerd.
Is de verklaring van uw vrouw conform de werkelijkheid?
Min of meer.
Voorheen, in Polen, en ook hier heb ik haar in die zin bevredigd.
Maar daarna...
Sinds we getrouwd zijn, vrijen we niet meer. Ik kan het niet meer.
Het gaat wel weer over.
Hoe zit het met die gelijkheid?
Neemt de rechtbank me niet serieus omdat ik geen Frans spreek?
Wat wilt u precies?
Ik heb tijd nodig, meneer de president.
Ik wil m'n huwelijk redden. Volgens mij is het nog niet over tussen ons.
Een keer op een avond was ik zover...
Is het huwelijk die avond geconsumeerd?
Nee.
Wat zegt u?
Houdt u van uw man?
Voorheen wel.
En nu?
Nee.
Ik hou niet meer van hem.
Mijn hemel...
Dat is alles.
Toets uw pincode in en bevestig deze...
onbruikbare kaart.
Karol Karol? Uw rekening is geblokkeerd.
Wat? - Uw pasje is niet meer geldig.
Hij doet het niet meer.
M'n pasje. - Dat mag ik niet teruggeven.
M'n geld.
Politie? - Nee, alsjeblieft...
Nou? - Pardon.
Ga met me mee naar Polen. - Ik zal nooit met je mee gaan.
Ik zal alle processen winnen.
De scheiding, de boedel, alles.
Je hebt nooit iets begrepen.
Dat is wel waar. - Nee.
Als ik zeg dat ik van je hou, begrijp je het niet.
Als ik zeg dat ik je haat, begrijp je het ook niet.
Je begrijpt ook niet dat ik met je wil vrijen, dat ik je nodig heb.
Begrijp je?
Begrijp je?
En ben je nu bang voor mij?
Ben je bang? - Ik weet het niet.
Je weet het niet.
Nu moet je kijken. Nu moet je goed opletten.
Je bent hier om je te wreken en je hebt de boel in brand gestoken.
Zo is het gegaan.
Nog even, en alle smerissen van Parijs zitten achter je aan.
De sleutels.
Uw gulp.
Pardon.
Hoe weet u dat ik Pool ben?
Ik herken het liedje.
En deze?
Dat vind ik niks.
Brengt zo'n kam wat op?
Gaat wel.
En dat?
Dat zijn m'n diploma's.
Kapper?
Een mooi beroep.
Ik heb wedstrijden gewonnen. Sofia, Boedapest. Warschau.
Hier ook.
Waar slaap je?
In die koffer?
Neem me niet kwalijk.
Mikolaj.
Karol.
Daar kun je...
Ik blijf bij je, oké?
Ken je kunstjes?
Geef eens dertien kaarten.
Schoppen: Drie, vier, dame en koning.
Ruiten: Twee, vijf en aas.
Klaver: Drie, vijf en koning.
Harten, zwak: Twee en vier.
Bij bridge gaat het om je geheugen.
En dat van mij is goed.
Ik heb hier lang gespeeld.
Nu ga ik naar huis. En jij?
Ik wil hier weg.
Ik neem je wel mee.
Morgenochtend.
Dat betwijfel ik.
Zonder paspoort, zonder geld, en met de politie achter me aan...
Ik maak geen kans.
Ik koop wel een keer een paspoort van de Poolse kerk.
Dat zijn dieven.
Dieven... - En het stelt niks voor.
Bij mij is er een keer een met de aanbetaling vandoor gegaan.
Lijkt het je wat?
Is het een goede baan?
Heel goed, maar erg onaangenaam.
Ik ben kapper.
Je moet een man doden.
Hij wil het zelf.
Hij wil niet meer leven.
Een landgenoot.
Hij betaalt goed.
Nee, hoor. Dat niet.
Kan hij het zelf niet doen?
Hij wil wel, maar hij kan het niet.
Hij heeft vrouw en kinderen...
Stel je voor wat het voor hen betekent.
Iemand doodt hem en dan is het klaar.
Hij heeft een vrouw en kinderen en geld en toch wil hij dood?
Wat moet ik zeggen?
M'n vrouw heeft me eruit gezet met m'n koffer.
En nu zit ik hier.
En ik hou nog van haar.
Meer dan ooit.
Ondanks alles wat ze me aandoet.
Is ze mooi?
Heel mooi.
Ik heb haar bij een wedstrijd in Boedapest ontmoet.
Ik won daar toen.
Een vriend kapte haar.
Ze keek me aan...
Ik zal je haar laten zien.
Waar dan? - Kom dan.
Brigitte Bardot? Heel mooi.
Alleen is ze geen twintig meer. - Daar.
Ze gaat slapen.
Denk je?
Ik ben het.
Dat komt goed uit, luister...
Dominique, ik hou van je.
Hij heeft twee francs gepikt.
Uw telefoon heeft twee francs gepikt. - Nou en?
Geef me het gestolen geld terug.
Geef terug.
Neem me mee terug naar Polen.
Ik weet hoe. - Hoe dan?
Haal je hand weg.
Om te ademen.
Hou je het vier uur vol?
Ja, hoor.
Ik moet alleen... - Wat?
Iets stelen.
Het toestel uit Parijs is geland.
Is dat alles uit Parijs?
Ja, hoezo?
Zeg het maar.
Ik ben m'n koffer kwijt.
Uw ticket. - Pardon.
Uw ticket, alstublieft.
Uit Parijs?
Waar bestond uw bagage uit?
M'n spullen. Pakken, overhemden.
75 kilo?
Er zat een vriend in.
We delen het door vijf. Ik krijg twee-vijfde.
Wat? - Eén voor het vervoer.
Krijg nou wat, een vent.
Krijg de kolere.
Haal hem eruit.
Een Rus. Verdomme.
Hou op. Z'n geld.
Twee francs. Wat een ellende. - Geef terug.
Hij heeft een schaar.
Hij heeft geen cent, die zak.
Lieve Heer...
Eindelijk thuis.
Ben je weer terug?
Wat is er gebeurd? - Je hebt een neonreclame.
Dit is Europa.
Jammer, je hebt de feestdagen gemist.
Jammer.
Een ogenblik.
Meneer Jurek, is Karol terug?
Jawel.
Kijk eens.
Ze vragen naar je. De dames.
Nog een paar dagen.
Ik heb bouillon gemaakt.
Ga maar slapen.
Slaap maar.
Meneer Karol, vergeet uw afspraak niet.
Bedankt.
Wat is er?
Wat? - Het is betaaldag.
Ze wachten op jou. - Doe jij het maar.
Ze willen mij niet meer.
Deur dicht, verdomme.
Neem me niet kwalijk. - Wat kom je doen?
Ik kom namens mevrouw Jadwiga.
Kap je haar? - Ja.
Alleen kappen?
Oké, wat wil je?
Ik wil in geldzaken.
In mijn branche is er geen toekomst.
Dat klopt.
Heel slim om uit Parijs weg te gaan.
Je ziet er niet uit.
Goed zo, ik heb een bewaker nodig.
No comments yet. Be the first to leave one.