Первые 200 строк.
CALABRIA, BEGIN JAREN 80.
Wacht hier.
Wachten, zei ik.
Ze is gek.
Wat wil je? -Mag ik niet even wandelen?
Nee, dat mag niet. Ga naar huis.
Ga. Als je broer je ziet, barst de hel los.
Ben je z'n bewaker?
Ga naar huis, Lea.
Wat ben jij eng.
Hoe herken je een eerbaar man?
Een gouden ster op z'n voorhoofd en een gouden palm in z'n hand.
Dit was eerst een overgangsplek…
…maar nu is het een heilige, gewijde plek.
In naam van onze voorouders…
…heilig ik deze plek en vorm ik een verbond…
…zoals onze voorouders dat ook deden.
Zweer dat je onze regels respecteert…
…en moeder, vader, broers en zussen onterft…
…en elke schuld tot de laatste cent vereffent.
Als je je niet aan de regels houdt, gaat het ten koste van ons allen.
Ik zweer het.
Je kunt nu praten.
Het is een nachtmerrie.
Het is winter, het is koud.
Op oudejaarsavond loopt een man door de sneeuw.
Hij zit onder het bloed.
Hij laat z'n kinderen achter en z'n vrouw.
Geen oudejaarsfeestjes meer, geen champagne meer.
Elke nacht verschijnt m'n vader…
…en zegt hij:
'Floriano, wat doe je? Ik wil gerechtigheid.'
Ik vraag je met groot respect:
Zoekt hij dezelfde gerechtigheid die jullie zoeken?
Onze Vader die in de hemel zijt…
…Uw naam worde geheiligd.
Uw rijk kome, Uw wil geschiede…
…op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld…
Lea, je wordt steeds mooier.
Wie ben jij?
Wat wil je?
Kijk niet zo naar me. Ik weet wat je denkt.
Maar ik zweer op dit kleed en dat kruis…
…dat ik niets te maken heb met je vaders dood.
Wees gegroet, Maria, vol van genade…
…de Heer is met U.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen…
…en gezegend is Jezus, de vrucht van Uw schoot.
Heilige Maria, moeder van God…
…bid voor ons, zondaars.
Nu en in het uur van onze dood. Amen.
Wees gegroet Maria, vol van genade…
…de Heer is met U…
We hadden de processie al verlaten en waren in het café. Er zijn getuigen.
Al was je in het café, wie zegt dat je het niet hebt georganiseerd?
Ik had er niets mee te maken.
Hij zou je vader hebben vermoord.
Wat kan ik zeggen? Dat zijn maar geruchten.
Als het waar was, had u hem gearresteerd, toch?
Verdomme. Is dit ding kapot?
Je bent best goed.
Goed. Geef me 100 lire.
Oké, maar dan moet je met me meerijden.
Waarheen?
Breng je de vrouwtjes altijd hierheen in je roestbak?
Deze auto is nieuw. -Ja, 20 jaar geleden.
Je bent net zo gek als je knap bent.
We moeten even kalmeren. -Hoe dan?
Heb je ooit geblowd?
Goed, hè?
Hé, rustig aan.
We doen niks.
Het is alles of niets.
Begrepen?
Wat doe je? Stop. -Eikel.
Ik wil met haar trouwen.
Rot op of ik breek je benen. Wegwezen.
Rijden.
Ga weg.
Wat wil je in godsnaam?
Wil je hem echt? -Donder op.
Toon respect voor je broer. -Ik maak je af.
Wat een schatje.
Dat ik geen kinderen wilde. -Zo mooi.
Zelfs vandaag in het zwart? Dit is geen uitvaart.
Ik wil haar Denise noemen. Vind je dat wat?
Goedemorgen. -Floriano.
Kom hier.
Dus dit is m'n nichtje? Mijn hemel, wat schattig.
Ja. -Hou haar vast.
Nee. -Waarom niet?
Ik ben bang dat ik haar laat vallen. -Ach, kom op.
Lijkt ze op jou of op mij? -Op mij, gelukkig.
Wat een leuk gezin. -Als ze eenmaal getrouwd zijn wel.
Niemand trouwt nog.
We willen ons kind niet hier opvoeden, toch Lea?
Waar anders?
In Milaan. We kunnen bij m'n broers intrekken.
Dan heb je meteen iemand in het noorden.
Wil je naar Milaan?
Ja.
Niet huilen.
Geven ze groepskorting?
Nee, niet binnen. Wegwezen.
Verdomme.
Ik wil niet al die mensen in m'n huis.
Ja, boeien.
Waar ga je met haar heen?
Kun je niet iets tegen hem zeggen?
Lea, wees niet zo'n zeur. Hou op.
Eén, twee, drie. -Wacht.
Deze zijn niet goed. -Hoezo zijn ze niet goed?
Jij met je geintjes. Hier, ga maar.
Volgende.
De volgende. -M'n dierbare vriend.
Wie is dit, verdomme?
Kijk je naar mij? -Naar ons allebei.
Hoe ben je hier gekomen, per kameel of met de trein?
Toch? -Doe het snel.
Eén, twee, drie. Wegwezen. -Volgende.
Wat wil je? -Hulp met het appartement.
Welk? -Flat B, derde etage.
We gaven het aan Chinezen.
Dat is nu van de Chinezen. Geef me de sleutels terug.
Geef me een week om een andere plek te vinden.
Dat kan niet, ga een andere plek zoeken. Ga zoeken, einde verhaal.
Geef me nou een week. -Geef me die sleutels.
Geef me wat tijd.
Ik heb kinderen. Waar moet ik heen? -Niet mijn probleem.
Geef ons die sleutels.
Verspil onze tijd niet. Geef ons die sleutels.
Geef ons de sleutels.
Wat is dit voor herrie? Hoor je de baby niet huilen?
Ja, boeien.
Jij, eruit.
Geef hem gewoon een week. -Ga naar de baby kijken.
Hij heeft twee kinderen. -Eruit.
Rustig aan.
Het spijt me.
Dit gebouw is van het ziekenhuis.
Jullie zijn de huurbazen helemaal niet.
Dit is Milaan, niet Calabria.
Bel de politie als je problemen hebt. -Bedankt voor het idee.
Lea, lekker bezig.
Waarom gaf je haar dat idee? -Wat wil je?
Je broer gaf Carlo veel verantwoordelijkheid.
Wat? Hoepel op.
Ja.
Nou?
Wat wilde hij? -Niks.
Ik dacht dat hij je vriend was, je partner.
Nee, ik vertrouw hem niet.
Renata kan op de baby passen. Laten we uitgaan.
Waarheen?
Ik moet de hele avond werken. Uitgaan, m'n reet.
Ga je nou roken met het kind erbij?
Ze slaapt. -Je bent een idioot.
Carlo maakt me niet gelukkig. Ik wil bij hem weg.
Hoor je me? -Hij is je man.
We zijn niet getrouwd. -Dat maakt niet uit.
Zijn dit de middeleeuwen? -Je mag niet zomaar alles.
Wat mag niet? -Dat weet je heel goed.
Roken en dealen en mensen vermoorden…
Wat bedoel je in godsnaam?
Carlo is een van mijn mannen.
Hou op met je gezeur, Lea. Wees niet zo respectloos.
Of ik maak je af.
Wil jij ook naar Milaan? -Je eten.
Oma is er.
Hier is wat brood, jam, olijven en worst.
In Milaan hebben we ook winkels.
Zo mooi.
Waarom blijf je niet een tijdje hier met haar?
Ik ben gelukkig in Milaan.
Ik praat wel met Floriano. -Mama, alsjeblieft…
MILAAN, WINTER 1995
Laat maar zien, Denise. Kom hier.
Kom hier. Maak me niet boos.
Nee. Maak me niet boos. Kom.
Wat is dat voor herrie?
Is het carnaval of zo?
Ze is jarig. Ik zei dat ze alles kon dragen.
Oké. Er klopt iets niet bij Antonio. Ga kijken.
Waarvoor? -Ga naar de naaister of zo.
Opschieten.
Mama komt zo terug.
Zeg iets tegen haar.
Lach eens naar papa, Denise.
Nou? Ben je boos?
Ik hou niet van bedriegers.
Kijk me aan. Ben je een bedrieger? Wat is er?
Snap je het niet?
Mevrouw Orlandi, ik ben het, Lea. -Ik kom.
Lea. -Goedemorgen. Heb je roze linten?
Ik zal eens kijken.
Kijk me aan.
Wat is er?
Wat kijk je nou?
Bang? Het is geen geheim dat je een dealer bent.
No comments yet. Be the first to leave one.