Первые 200 строк.
West-Europa
Kniel neer om het lichaam van Christus te ontvangen.
Het lichaam van de Christus.
Het lichaam van Christus.
Wie wil er iets drinken?
Vergeet het lichaam van Christus en drink.
Verdwijn hiervandaan. Kniel.
Kom op, schoften. Van dit spul rijzen Christus' haren.
Eten, anders ga je niet naar het soldatenparadijs.
De mis is voorbij, kardinaal.
Bereid de aanval voor.
Als ze zonder communie sterven, zullen ze branden in de hel.
Is je onsterfelijke ziel belangrijker voor je dan je lege beurs?
We moeten de aanval inzetten. Ze hebben me uit mijn stad verjaagd.
Geef 'm aan me terug, dan mogen jullie de rijken plunderen.
Ik geef jullie de vrije hand.
Niet met je vieze handen, Martin.
Schiet eens op, kardinaal.
Kom eens hier, Martin.
Kom nog eens langs.
Ik zal erover nadenken.
Sla de trom voor de aanval.
Ik kom er aan.
Wacht. Eet eerst dit op.
Dat is genoeg, mama.
Kom terug, je hebt niet betaald. - Zodra ik de buit heb.
Houd dit plekje warm voor me. - Het is nooit koud geweest.
Wacht.
Wacht, vader. Kijk eens.
Ik heb een oorlogsmachine gebouwd.
Het is gewoon een biervat, Steven. - Gevuld met buskruit.
Het is een mobiele bom. Je rolt 'm naar de poort...
en boem, je loopt zo de stad binnen.
Hoe laat je 'm ontploffen? - Met een lont.
Hij windt zichzelf af.
Ziet u wel?
Het is geen slecht idee. - Dank u, kapitein.
We proberen het. Vrijwilligers?
Eén goudstuk.
Pas op.
De lont.
Volgende.
We verdoen onze tijd.
Het werkt wel als de lont niet zo snel brandt.
Aanvallen.
Jij blijft hier bij eerwaarde George. - Waarom?
Vechten is voor dwazen.
Verspreiden.
Wie het eerst in het stadhuis is, krijgt een beloning.
Verspreiden.
Ik zag dat rotding niet. - Ik wel.
Je zult in de hemel beloond worden.
Ik word liever eerder betaald.
Ik word hier te oud voor.
Kom hier, eerwaarde George. Loopmars.
Verdomme.
Kun je haar redden? - Ik ben bang van niet.
Ze hebben zich overgegeven.
U hebt weer gewonnen, kapitein.
Blijft ze leven? - Als er een wonder geschiedt.
Zorg dan maar dat dat wonder er komt. Voor mij.
Mama, een gouden oorbel. - Haal die andere ook.
Ham ruilen voor deze lakens? - Laten we het tussen je lakens eten.
Maak plaats.
Houd haar vast, anders breekt ze haar armen en benen.
Wat mankeert haar? - Een duivelse infectie.
Wat kan ik voor haar doen?
Ze heeft medicijnen, speciaal voedsel en verpleging nodig.
Dag en nacht. Maandenlang.
Ze krijgt m'n hele soldij.
Als ik je ooit kan betalen.
Ze laten niets over. Het lijken wel maden.
U heeft het ze zelf beloofd. - Alleen om ze aan te moedigen.
Arm ding. Heb jij haar dat aangedaan?
Per ongeluk.
Mijn belofte aan je soldaten was ook een fout.
Ik wil dat uitschot niet in m'n stad, Hawkwood.
Anders blijft er geen stad meer over.
Is die vrouw belangrijker voor je dan die huurratten?
Die ratten zijn mijn soldaten. Ze vertrouwen me.
Ik bewonder hun vertrouwen.
Voor als al jij en ik er ons voordeel mee kunnen doen.
Wat doe jij hier? - Kijken.
Dit is m'n eerste oorlog. - Heb je in het klooster gezeten of zo?
Ik heb gestudeerd. - Dat is hetzelfde.
Wat heb jij dan gedaan?
Ik ben soldaat. Ik heb 16 veldslagen achter de rug.
En je gelooft niet in kennis? - Nee.
Ik heb één ding geleerd: Overleven.
Neem 'n hap. Draag me, Karsthans.
Uw rijtuig, heer.
Wat ga je met je buit doen? - Ik ga een boerderij beginnen.
Goed idee. - Geef me iets te drinken, Céline.
Zeg eerst dat je van me houdt. - Ik houd eerst van je.
En van m'n kind.
Je buik wordt wel erg dik. - Dat heb jij gedaan.
Samen met de hele compagnie. - Ik niet.
Jij bent de vader. - Ik ook.
Een vrouw weet wanneer...
Anders speel ik wel voor vader. - Martin is de vader.
Martin en ik zijn vrienden. Ik houd van je.
Geile bok. Sodemieter op.
Er hangt een strop. Er hangt een strop boven ons hoofd.
Het lijkt op een strop. - Het zijn brandende vodden.
Het is een teken uit de hemel, een voorbode van rampspoed.
Wat zeur je nou? Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.
Neem nog een borrel.
Het betekent niets.
Maak plaats. Gratis drinken voor iedereen.
Zoveel je kunt.
Drink op de overwinning.
Dans voor eeuwig met me. - Met jullie beide.
Op naar het plein, daar is het feest.
Er is hier geen plein.
De straat is afgesloten. - Het loopt dood.
We gaan terug.
Kijk daar, Martin.
Laat alle wapens en de buit vallen.
Drink met ons mee. - Doe mee met het feest.
Het feest is afgelopen. - Wat is dit voor grap, kapitein?
Arnolfini zei dat de buit van ons was.
Hij heeft besloten 'm toch maar zelf te houden.
Aan de kant.
De volgende is raak.
Leg nu jullie wapens en de buit neer.
Wat gaat u met ze doen? - We jagen ze weg en uit elkaar.
We zullen er 'n paar ophangen als voorbeeld.
Dan ben jij van ze af. - Wat een rotstreek, vader.
Fantastisch werk, kapitein. Uw beloning.
Hier hebt u een kleine bonus. Een rustig buitenhuis.
Daar kan je nonnetje genezen.
Het komt eraan. Persen.
Het doet zo'n pijn.
Ik hoor niets.
Waarom hoor ik niets?
Deze kou en vochtigheid zijn al erg genoeg voor een volwassene.
Help me een graf te graven.
Op wie lijkt hij?
Op mij.
Ik wist 't wel.
Je laat hem toch niet in de modder stoppen?
We maken een mooi kistje.
Help even, het zit vast.
Wat heb je gevonden?
Je hebt iets gevonden, kardinaal.
Het is een heilige.
De kardinaal heeft een heilige gevonden.
Moet je zien. Een heilige.
Een heilige met een zwaard?
Sint-Martinus is de enige heilige met een zwaard.
Hij sneed z'n jas in tweeën om een naakte bedelaar te kleden.
Dat is de hand van een bedelaar. - Het lijkt meer op een hoop stront.
Sint-Martinus is mijn beschermheilige.
Ik ben naar hem vernoemd.
Dit is het werk van god.
Een dood kind wordt door de aarde opgenomen...
en er rijst een levend beeld uit op.
Ik zie Sint-Martinus z'n mantel delen met een bedelaar...
en ik zie hoe soldaat Martin alsmaar rijker wordt.
Alles wat hij krijgt...
zal hij met ons delen.
Wat heeft hij dan? - Geen moer.
Zelf z'n drank is op. - Op een dag zal hij rijk zijn.
Daar zal god voor zorgen.
Dit beeld is een teken dat hij z'n rijkdom met ons zal delen.
Wat vindt jij ervan, Martin?
Hij heeft gelijk, het is een teken.
Van god.
Onzin. Dit heeft niets met god te maken.
Het is gewoon een stom beeld dat iemand in de grond heeft...
Waar was dat in godsnaam voor nodig?
Hij had geen vertrouwen. Hij hoorde niet bij ons.
En wie het niet met ons eens is, is tegen ons.
Wie tegen ons is...
wordt aan dit zwaard geregen.
Die hufters die ons hebben bedrogen zullen boeten.
We grijpen ze bij de ballen en nemen ze alles af.
Zo word ik rijk.
Naar binnen.
Goedemorgen, zoon.
Goedemorgen, vader.
Wat betekent dat?
Het gaat over Romeinse vestingen. - Hebben we er iets aan?
Nog niet.
Kijk hier een naar.
Wat vind je van haar? - Mooi. Wie is ze?
Je toekomstige echtgenote.
Dat meen je niet. - Prins Niccolo's dochter Agnes.
Ze is al onderweg met een enorme bruidsschat.
Belachelijk, ik ken haar niet eens.
Ze is opgevoed in een klooster en gegarandeerd maagd.
Dan neem jij haar toch? - Goed idee.
Misschien krijg je dan een paar broertjes.
Waar ga je heen? - We gaan op valkenjacht. Wil je mee?
Valken zijn geweldig. Da Vinci heeft ze bestudeerd.
Jij met je Da Vinci. Kom mee geleerde, buiten gebeurt het.
Hoe gedraag je als je alleen bent met een man, Kathleen?
Als je alleen bent met een man...
druk je z'n hand tegen je borst en zeg je zuchtend:
"Voel eens hoe m'n hart voor je klopt".
No comments yet. Be the first to leave one.