The first 200 lines.
Via de stembus veranderen we de misdaden van bloeddorstigen...
in goede daden van gezagsgetrouwe burgers.
Ik weet dat de verleiding om geweld te gebruiken groot is.
We moeten allemaal tegen die verleiding vechten.
Maar in de dagen die komen, moet u beseffen dat we een macht hebben...
die groter is dan de macht van kogels en handgranaten.
Wij hebben macht.
Hallo, Heinz. Dat is lang geleden.
Ik zat in de bak. - Dat weten we.
En nu ben je vrij.
Nog maar net.
Hoeveel kost die taart?
Een dollar.
Hoeveel kost hij nu?
Nu?
Nu kost hij niks.
ONVOLDOENDE
Laat me zakken.
Ben ik geweldig, of niet?
Wat nemen jullie nou weer? - Lijm.
Je hebt net pillen geslikt. - Die downers waren rotzooi.
Waarom kom je niet hier bij me zitten, Melanie?
Zit me niet af te leiden, Sal. Dit is moeilijk.
Zo, dat is genoeg.
Ik vlieg. Mijn poten raken de grond niet meer.
Die stomme meiden weten van niks.
Kom hier, Melanie. Je hebt een heleboel lijm op je snavel.
Willen jullie vliegen? Nou, ik kan ook vliegen.
We gaan vliegen.
Dit is niet zoals het hoort. - Het is prachtig.
Er zit te veel ruimte tussen de letters. Het is niet één woord.
Dus nam ik er twee. Het was 11 uur, en er gebeurde niks.
Willen jullie een paar wijven? - Wat is er, maat?
Help je me van die wijven af? - Wat is er mis mee?
Ze zijn zo stoned als een aap. Ik wil ze niet meer zien.
Wil je ze, of niet?
Wat zegt hij? - We moeten die meiden overnemen.
O ja? Dat is toch geweldig?
Vijf dollar. - Waarvoor?
Voor vijf dollar nemen we ze mee.
Die downers waren de heftigste troep die ik ooit geslikt heb.
Neem ze maar mee.
Je moet ze eens proberen. - Graag.
Wie ben jij? - Castro.
Waar is je baard gebleven?
Woon je hier in de buurt? - Ja. In deze hele buurt.
Wat krijgen we nou? - Onze letters.
Kom, breng die troep naar binnen.
Jij moest zo nodig letters kopen. - Maak je niet dik.
Kijk nou. - Gewoon kwajongens die lol trappen.
Wat moet je? - Ik weet waarom ik de bons kreeg.
Nou en? - Dacht je dat ik gek was?
Ik weet wat hier aan de hand is. - Je weet niks.
Ik wil die. - Niet waar.
Heinz is weer terug. - O ja?
Probeer je me te beschermen? Ik hoor jou te beschermen.
O ja? Zoals vorige keer?
Dit is een vrouwtjesvis. Die wil ik niet. Ik wil die.
Hou op met zeuren en ga die klerevis betalen.
Ik ga even wat eten, pa. Hou je de boel in de gaten?
James, ik weet dat ik dit niet perfect aanpak.
Maar toen Heinz me verkrachtte, viel jij 'm aan, en nu ben je mank.
Nou en?
Ik heb bescherming nodig. - Ik bescherm je wel.
Dat kun je niet.
De politie doet toch niks. - Ik ga naar Harry.
Die hield hem de vorige keer tegen. - Harry helpt je nu niet meer.
Dat zullen we nog eens zien.
Harry gebruikt geen geweld meer, wist je dat niet?
Geweld gebruiken in naam van de vrijheid is geen ondeugd.
Matiging in de strijd voor de vrijheid is geen deugd.
Je had beloofd De Boeddha uit te laten.
Kom op, schat. Mee naar buiten.
Hij wil niet meewerken. - Ik heb geen tijd, ma. Moeder.
Ik heb een afspraak met de SNCC in Harlem.
Wie hoort er bij die hond? - Het is mijn hond.
Inderdaad. De Boeddha is van jou.
Ik kan De Boeddha niet uitlaten. De Boeddha wil niet naar me luisteren.
Goed, ik zal hem uitlaten. Hier, De Boeddha.
Hè, Brita...
Ik heb koppijn. - Waar zijn we?
Geen idee.
Dit is mijn huis niet.
Mijn huis is het ook niet.
Wie woont hier dan? - Wat deden we gisteravond?
We waren uit met Sal. - Dit is Sals huis niet. Wacht 's.
Er waren een paar gozers... - Ja...
Ik heb geen kleren aan.
Ik ook niet.
Mrs Fitzgerald?
Ik ben Linda Komkowski. Is Harry er?
Nee, sorry. Maar hij komt zo terug.
Wil je even binnenkomen? - Ja, graag.
Hallo, Heinz.
Krijg de tering.
Dus je bent weer vrij.
Ik laat geen haar groeien over het litteken.
Jammer. Je ziet er klote uit. - Ik wil 't niet vergeten.
Die lel die ik je gaf met 'n glas? Is dat zo'n mooie herinnering?
Ik probeer het te vergeten. Ik ben er niet trots op.
Ik had veel tijd om na te denken. - Jammer dat je die niet gebruikte.
Ga je hond nou maar uitlaten, en laat mij rustig roken.
Luister, Heinz.
Ik wil je iets zeggen.
Ik hou van je.
Ik heb veel gepiekerd toen je weg was. Er was veel rottigheid.
Ik wil geen holbewoner meer zijn. Ik wil mensen helpen.
Dus jij houdt van mij?
Wat zitten de dingen toch gek in elkaar.
Je bent het eerste meisje dat voor Harry komt, en hij is weg.
Ken je hem van Fordham? - Nee, uit de buurt.
Ik dacht: hij gaat studeren, ontmoet een meisje en gaat trouwen.
Maar in juni is hij afgestudeerd, en hij is vrijgezel.
Dat dacht ik wel.
Hij werd serieus toen zijn vader stierf. Die was een politie-held.
Omdat hij gedood werd. - Ja, daar weet ik van.
Ga toch zitten.
Hoor je bij dat geweldloze gedoe voor die negers?
Harry wil ook een held worden.
Hij gaat naar Mississippi...
samen met wat andere helden...
om negers te laten stemmen.
Die domme pummels van de politie, met hun buksen, zijn dol op negers.
Die zullen Harry de Held een warm welkom bezorgen.
Ik kan beter gaan. - Het spijt me.
Hij pakt zijn koffer, daarom dacht ik eraan.
Waarom wil je Harry spreken?
Wie zou dat zijn?
Neem me niet kwalijk, maar Linda is hier, hé?
Wat doe jij hier? - Nu snap ik het pas.
Dat van die bescherming is onzin. Je wilt Harry versieren.
Uw zoon. Sorry, ik ben verliefd op haar. Ze belazert me.
Heb ik gelijk of niet? - Nee.
Gelu... leuter. Zal ik 't uitleggen? - Heel graag.
Dit is m'n vriendin. Gisteren maakte ze het uit en nu voel ik me rot.
Ze vertelde me niet waarom. En vandaag zag ik Heinz lopen.
Die heeft mijn heup vernield. Hij wou Linda verkrachten.
Dat voorkwam Harry door hem met een bierkan te slaan.
Dus ze maakt het uit omdat Heinz terug is.
Dat zeg jij. - Je ontkende het niet.
Harry moet haar beschermen. Terwijl die een Gandhi-tik heeft.
Wil je koffie? - Nee, dan krijg ik 'n hartaanval.
Toen ik erover nadacht, bleek het niet te kloppen.
En toen snapte ik het: ze wordt geobsedeerd door Harry Fitzgerald.
En dat verhaal over Heinz is een rookgordijn.
Alsjeblieft. - Wat kan het anders zijn?
Ga toch zitten. - Nee, ik moet in beweging blijven.
Zitten.
Wat is dit? - Dit is je leven, grappenmaker.
Kom over 20 minuten even bij me langs.
Goeiemorgen, Maxine.
Ze komen heus wel weer boven water.
Hun moeders zoeken ze ook. - Waarom zijn die dan niet hier?
Die stellen zich even stom op als jij. - Je kunt nog wat van ze leren.
Hoe is 't, Phil? - Goed, Sullivan. Wat is het?
Een moord.
Ik moet die meiden vinden. Ik ben verantwoordelijk.
Ga ze zoeken en laat mij met rust.
Dus het was echt een pijl. - Ja, in zijn rug.
Wat denk jij? - Lndianen.
Heb je gevochten? - Nee, dat is een pukkel.
Er waren hier vroeger indianen. - O ja?
Dit hele gebied was indiaans. Het heette Keskeeskek.
Is dat zo? Wat gebeurde er toen? - Hoe bedoel je?
Waarom zijn ze er niet meer? - De buurt is veranderd.
Wie vermoordde die... wat was het?
Een wiskundeleraar. Ik heb geen idee.
Heinz Sabatino is weer los. - Ik weet het.
Zou hij het gedaan hebben? - Wie weet.
Maar waar leerde hij boogschieten? - Ln de bak, misschien.
Van wie? - Een indiaan. Een hopman.
Dus wij kwamen, en de indianen verdwenen?
Ja, de indianen werden verdreven door een Hollands echtpaar.
Wie waren dat? - De Bronk's.
Jan en Katrien Bronk. Iedereen zei: We gaan even naar de Bronk's.
Ik heb nog nooit zoiets mafs meegemaakt.
Daar zijn ze. - Die jongens van vannacht?
Goed geslapen, Brita? - Hij weet hoe ik heet.
En hij is Frans, of zo. - Duits.
Is dat jouw huis? - Niet echt.
Wij gebruiken dit huis. - Tot de huisbaas erachter komt.
We hebben vrij. De leraar is vermoord. Gaan we 'n ritje maken?
Een ritje?
Is daar iemand?
Is daar iemand? - Ik ben het.
Ben jij dat, Heinz?
Niet te geloven.
Allemachtig. - Ik had hem een beetje hard gezet.
Het is ook zo mooi. Ik word er gewoon vrolijk van.
Ik heb al je brieven ontvangen. - Ik heb je niet geschreven.
Misschien zijn ze niet aangekomen, maar je hebt je moeder geschreven.
Hoe gaat het met je astma?
Ik heb sinds m'n 12e geen astma meer. - Je bent lang weggeweest.
Wat een vreemd kapsel.
Dat is zeker nu in de mode.
Mijn kapsel heet kruipende krullen. Vind je het mooi?
Ik wil me omkleden.
Liggen m'n kleren hier nog? - Ja.
Ik wil andere kleren aan.
Mag ik onder de douche? - Okidoki.
No comments yet. Be the first to leave one.