The first 200 lines.
Op 26 december 2004 sloeg een verschrikkelijke tsunami over de oostkust van Azië.
Levens van vele families veranderden voor altijd.
Dit is het waar gebeurde verhaal van zo'n familie.
Niet weer...
Is het alarm wel geactiveerd?
Ja, als laatste gedaan.
Nee, ik ben als laatst weggegaan...
en heb het alarm niet geactiveerd.
Nee, schat. Ik was de laatste. Hij is geactiveerd. Echt waar.
Zeker? - Ja.
Nee, ik was de laatste. Ik ben nog naar binnen gegaan.
Het alarm is dus niet geactiveerd.
Dan liggen er bij thuiskomst vast enkele hippies in ons bed.
Net als toen je nog studeerde?
Alles is goed. Het is maar turbulentie.
Schakel uw elektronische apparaten uit.
Wat doe je? Je moet zitten. We gaan landen.
Lucas praat niet met me.
Ga hier maar zitten.
Maar ik heb niets gedaan. - Ga nou maar zitten.
Riem vast.
Gaat u zitten, mevrouw?
Wat? - Doe eens wat liever tegen je broer.
Hij is gewoon bang. - Hij is bang voor alles.
Van wie zou hij dat hebben?
Pak je spullen.
Bent u al eerder in Khao Lak geweest? - Nee, dit is de eerste keer.
Dit is het gunstigste seizoen. Een erg rustige omgeving.
Zeer geschikt voor gezinnen.
Alles is nieuw. We zijn pas een week open.
Jullie zullen genieten.
We hebben de derde verdieping geboekt. Met zeezicht.
Ik weet het. Excuseer ons. Er is een fout gemaakt.
Maar ik denk dat dit beter bevalt.
Waar komt u vandaan? - Japan.
U lijkt niet Japans.
Ik werk voor een groot bedrijf. We verhuizen veel.
En u? Werkt u? - Ik ben dokter.
Ik heb momenteel geen praktijk. Ik zorg voor de kinderen.
U heeft dus promotie gemaakt?
Leuk, toch? - Mam?
Mag ik er één? - Lucas, als je dorst hebt...
drink je maar water. - Precies.
Jongens, kom eens. - Kom.
Is het niet mooi? - Kunnen we daar zwemmen?
Ja, dat kan.
Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, één...
Hoe kan hij omhoog gaan?
Hij gaat een andere kant op.
Kijk, hij haalt ze in. - Maar hij gaat verkeerd.
Hou op. - Opstaan.
Het is kerst!
Ik ga naar de cadeautjes. - Nee.
Wacht. Eén tegelijk.
Wat is het? - Een telescoop?
Een telescoop. Je ziet de hemel daardoor anders.
Die sterren kun je aan het plafond plakken. Ze geven dan licht.
Kijk, een sjaal. Prachtig.
Bedankt, schat. - Graag gedaan.
Wat is dat? Een bal?
Ik kan niet slapen.
Komt vast door de jetlag.
Zullen we naar de sterren kijken?
Morgen, misschien.
Sluit je ogen en denk aan iets leuks.
Mam, doe je mee? - Straks, schat. Speel maar met Lucas.
Niet te geloven. Je bent hopeloos.
Verberg dat ding nou maar gewoon.
Ik keek even hoeveel het huis in Japan waard is.
Ik heb bericht ontvangen dat Yoenios contractverlenging heeft gekregen.
Dan doen we beiden hetzelfde werk. En dat betekent maar één ding.
Ze kunnen je niet zomaar ontslaan. Dat is te duur. Maak je geen zorgen.
Dat doe ik wel. Ik kan deze baan niet verliezen.
Pap, kom met ons spelen.
Ik kan ook weer gaan werken.
Misschien is het tijd. - In Japan?
Nee. - Je wilt naar huis?
Geen gek idee, toch?
We denken er nog over. Ik ga met de jongens spelen.
Vang, pap.
Pak hem, Lucas. Kom op.
Blijf bij de jongens! - Lucas!
Pap!
Lucas!
Lucas! - Mam!
Help me!
Haal me eruit!
Blijf daar!
Hou vol!
Zwem naar mij toe. Doe voorzichtig.
Grijp dat matras!
Ik wil naar huis! - Pak mijn hand!
Lucas, onder water!
Mam. Pap!
Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien!
Ik ben bij je.
We moeten hier weg.
Kijk, die boom. Daar.
Die is perfect.
Voorzichtig, Lucas.
Niet bewegen.
Blijf stil.
Ik was altijd dapper, maar nu ben ik bang, mam.
Kom bij me.
Ik ben ook bang.
Is het al voorbij?
Ik weet het niet.
Wat? - Je bloedt, mam.
Het is goed. - Ik kan je zo niet aanzien.
Ga jij maar voor.
Zie je die boom? Die grote.
Kunnen we daarin?
Laten we gaan.
Papa!
Wacht. Hoorde je dat?
Mam, we kunnen niets doen. - Wacht.
We zijn er bijna. We moeten veilig zijn.
Nee, we moeten die jongen helpen.
We gaan dood als er nog een golf komt.
We moeten in die boom klimmen. Kom.
Waar ben je? - Mam, kijk naar je. We hebben hulp nodig!
Het risico is te groot, mam.
Kom. - Luister.
Wat als het Simon of Thomas was? Wat als zij hulp nodig hadden?
Je zou toch ook willen dat zij geholpen werden? - Simon en Thomas zijn dood!
Zelfs als dit het laatste is wat we doen...
Waar ben je?
Papa!
Kijk, mam. Daar. Ik zie hem.
Ben je ongedeerd?
Hoe heet je? Ik ben Lucas en jij?
Daniël. - Oké, Daniël...
Het komt wel goed. We halen je hieruit.
Til hem op. Het is al goed.
Zo. Gaat het goed?
Het al goed. Geen zorgen.
Blijf hier. Ik ben zo terug.
Mam, ik kom naar benden. Momentje.
Nee, het lukt wel. - Nee, ik kom eraan.
Het lukt wel, Lucas! Blijf daar gewoon.
Bedankt.
Hoorde je dat?
Kijk, mam. Ze komen ons halen.
Hé! Deze kant op!
Klim naar beneden, Lucas.
Mam, ik ben hier.
Dank u wel.
Dank u wel.
Zo erg bedankt!
Ik kon ze niet meer zien, mijn jongens.
Mijn jongens.
Laat ze me niet wegnemen zonder jou. - Geen zorgen, mam.
Ik laat je niet alleen. Beloofd.
Waar is Daniël? - Ik weet het niet.
Help me. Iemand!
Bedankt!
Het is erg koud hier. - Het is niet koud, mam.
Mam, wat is er?
Ik heb antibiotica nodig. Kijk in die kast.
Ik kan de etiketten niet lezen. Alles is in het Thai.
Er staat ook Engels op. Kijk op de zijkant.
Kijk goed, Luke.
Gelukkig.
Zie je die jongen? Ik ben alles wat hij nog heeft.
Ik ben ook dokter. Ik bloed hevig. Stop het, alstublieft.
Ik heb antibiotica nodig.
Gaat het? - Ik ben mijn man en twee kinderen verloren.
Als er iets met mij gebeurt...
Welke kleur heeft het? - Wat?
Mijn been.
Is het nog rood? - Ja, het is rood.
Wat betekent dat? - Dat is goed.
Zolang het maar niet zwart wordt.
Je moet iets eten. Eet op.
Wat bazig. - Van wie zou ik dat hebben?
Hallo. Wat is uw naam?
Mijn naam is Maria. Dit is mijn zoon Lucas. Hoe heet u?
Geef haar eens een stukje mandarijn. Ze zal wel honger hebben.
Voorzichtig.
Ga op uw zij liggen. U stikt anders.
Ze heeft hulp nodig. Draai haar hoofd, Lucas.
Mam, gaat het? Mam, wat doe je?
Stop ermee, mam. Genoeg!
Stop, mam.
Stop, mam!
Lucas, deze plaats. Het is zo druk.
Je moet iets doen.
Help wat mensen. Daar ben je goed in.
Wat kan ik dan doen? - Wat dan ook.
Red jij je wel dan? - Kom op, Lucas. Ik ga hier niet weg.
Beloofd. - Goed dan.
Is dat uw gezien? - Acda, Jozef, Morten.
Zoekt u uw gezin? - Heb je ze gezien? Benstrum.
Rustig. Ik zal u helpen.
Ik probeer u te helpen.
Acda Benstrum?
Bent u Jozef Benstrum? Morten Benstrum?
Morten Benstrum? - Pardon.
Ik ben op zoek naar mijn zoon. - Peter Berry.
Hij zal zich afvragen waar ik ben.
No comments yet. Be the first to leave one.