The first 165 lines.
Ben je in slaap gevallen? -Sorry, hoor.
Je bent vast verliefd, of zo.
Waarom zit dat oude kreng altijd op mij te vitten?
Dat is al de tweede keer deze week. Ik word er gek van.
Zit je te slapen? -Dat vroeg ik ook al.
Ze wil dat ik weer tot zeven uur werk.
Welke nagellak gebruik je? -De gebruikelijke.
Ik ben erop uitgekeken. Ik wil iets anders. Fire and lce van Revlon.
Ik ga 'm wel halen.
Madame Denise...
Mrs Rendlesham wil Fire and lce. Volgens mij hebben we die niet meer.
Gebruik deze. Ze merkt het toch niet.
Dag, pop. Alles goed?
Die troep kun je niet eten. Kom, we gaan naar Wheelers. Oke?
Ik moet gaan. -We kunnen toch wel eerst iets eten?
Toe nou.
Ik moet gaan, anders kom ik te laat. -We eten maar een gerechtje.
Ik heb geen tijd.
Tot ziens dan maar. -Wacht even. En vanavond dan?
Sorry, ik kan vanavond niet.
Ik voel me nu wel erg gewild. Wie is de geluksvogel?
Ik ga bij m'n zus eten. -Kan ze goed koken?
Dat weet ik eigenlijk niet.
Het kan niet erger zijn dan vis met patat.
Volgens mij eten we konijn.
Konijn? Ik dacht dat die allemaal waren afgeschoten.
Nee, ze heeft een vriend. -Een konijn?
Volgens mij heeft haar vriend konijnen.
Arm konijntje. En morgen dan?
Morgen? -Laten we iets afspreken.
Ik zie je in The Hoop and Toy. Dat is die kroeg daar. Rond zeven uur?
Kom op, jongen. Stap maar in.
Heb je een fijne dag gehad?
Lieverd?
Hoe was het op je werk? -Het ging wel.
Nog even. -Ga je nog steeds weg?
Hou daar eens over op.
Hoe lang blijf je weg? -Dat heb ik je al verteld.
Twee weken? -Aan de kant.
Hoe lang?
Tien of twaalf dagen. -Niet langer?
Er was iets grappigs op het nieuws. -Moeten z'n spullen hier liggen?
Een minister zei dat er palingen uit z'n wasbak kwamen.
Zelfs de nieuwslezer moest erom lachen.
Waarom zet hij z'n tandenborstel in mijn glas?
Alsjeblieft, Carol.
Ik moet iets aan die barst laten doen.
Je zou pas over een paar uur komen.
Ik kon niet langer zonder je. -ldioot.
Ik moet nog aan het eten beginnen.
Er staat iets grappigs in de krant. -Het duurt minstens een uur.
Ik maak je konijn klaar. Kijk, het moet anderhalf uur sudderen.
We gaan wel uit eten. Moet je dit eens lezen.
Ja, dat had ik al op tv gezien.
Stomme bel.
Palingen. Jammer dat het geen kreeft was.
Ik kan nooit eens bewijzen dat ik goed kan koken.
Vertel me er tijdens het eten maar over.
Moeten ze steeds die bel luiden? -Het is erger als ze het 's nachts doen.
Waarom doen ze 't? Houden ze wilde feesten? Misschien nodigen ze me uit.
Trek iets moois aan. We gaan het er flink van nemen.
De mooie, jongere zus. Alles goed?
Jullie zouden toch thuis eten?
Ga je niet eten?
Ja, ik ga eten.
Maar niet hier? -Nee, niet hier.
Geef me die borstel eens.
Zit niet zo te mokken omdat ik uitga. -Ik mok niet.
Je kijkt ook niet bepaald vrolijk.
Je bent al mooi genoeg, hoor.
Gaan we de toren van Pisa bekijken? -Assepoester mag me niet.
Je zusje. -Doe niet zo mal.
Gaan we de toren van Pisa bekijken? -Ze is een beetje gespannen, he?
Ze is gewoon gevoelig. -Nogal, ja. Ze moet naar de dokter.
Hoe bedoel je? -Niets.
Wat bedoel je daarmee? -Niets.
We gaan de toren van Pisa wel bekijken. -Niet zomaar van onderwerp veranderen.
Neem me niet kwalijk.
Ik moet gaan. Ik heb iets vergeten. -Krijg ik geen lift?
Daar heb ik geen tijd voor.
Dat is heet, zeg. Neem maar een taxi. Alsjeblieft.
Zie ik je vanavond nog?
Ik bel je nog wel.
Dag, lieverd. Heb je goed geslapen? -Ja, hoor.
Blijft hij hier elke nacht slapen?
Dat gaat je niets aan.
Hij is getrouwd.
Dat zijn mijn zaken, lieverd.
ledereen moet zich met z'n eigen zaken bemoeien.
Sta daar niet zo. Neem de telefoon op. Zie je niet dat ik bezig ben?
Miss Ledoux? Hoe lang moet ik nog op de huur wachten?
O, u belt voor m'n zus. -Ze is zeker niet thuis, he?
Ze is wel thuis. Momentje graag.
Wie is dat? -De huisbaas.
Moet hij uitgerekend vandaag bellen?
Het spijt me vreselijk. -Vast, ja. Wanneer betaalt u de huur?
Ik beloof... -Ja, dat ken ik.
U krijgt het geld morgen. -Dat zei u twee weken geleden ook al.
U krijgt het morgen. -Als dat niet zo is...
M'n zus komt het wel brengen. Ik ga op vakantie.
Ik heb hier genoeg van, Miss Ledoux. -Ze komt het morgen brengen.
Dat hoop ik maar, Miss Ledoux.
Ik word gek van die man. Hij denkt alleen maar aan geld.
Lieve hemel. Ik kom weer te laat.
ls Bridget er ook? -Ze is beneden.
Wat is er, Bridget?
Niets. -Vertel het me maar.
Niets.
Mannen zijn rotzakken. Ze beloven je van alles...
Ik wou dat ik dood was. -Dat moet je niet zeggen.
Ik dacht dat hij anders was.
Heeft hij... -Hij is gewoon een smeerlap.
Moet je m'n ogen zien.
Kan Bridget naar de kapsalon komen? Mrs Prendergast is er.
Ik vertel je alles straks wel.
Waarom zijn ze allemaal zo gemeen? -Niet huilen.
Kan Bridget onmiddellijk naar de kapsalon komen?
Tot kijk.
Dat meen je niet. -Het leken wel vrouwelijke worstelaars.
De een probeerde de ander in het gezicht te slaan. Twee bier, graag.
Twee? -Lesbiennes?
Ze vochten om een vent. Ik ben jaloers op hem.
Ze rolden over de grond. Het was een gekkenhuis.
Ik was de enige die zich ermee bemoeide. Ik lijk wel gek.
Dat had ik willen zien. -Jij liever dan ik.
M'n jas was kapot en m'n shirt zat onder het bloed.
Ik stel je wel voor aan m'n nicht. Ze heeft de zwarte band.
De zwarte band?
Hoe ging het?
ls je nicht leuk? -Met je meisje?
Ze lijkt me leuk. -Wanneer?
Je ging toch met haar uit eten? -Wat is je nicht voor iemand?
Staat die klok goed? -Nee.
We willen alle details horen.
Dit zijn de details: Ze ging bij haar zus eten.
Ga achter haar zus aan.
Wat mankeert jou? Ik heb een uur zitten wachten.
Waarop?
Niet op sint-juttemis. We hadden een afspraak. We zouden uit eten gaan.
Dat was ik vergeten.
Laat 't de volgende keer even weten. -Het was niet m'n bedoeling...
Is alles in orde? Je ziet er...
Je kijkt een beetje vreemd.
Ik voel me niet... Ik bedoel... Ik weet het niet.
Nu ik je gevonden heb, kunnen we iets gaan eten. Ik heb trek.
Het is te laat.
Ben je ontslagen of zo?
Kom, ik breng je naar huis.
Luister, lieverd...
Wat krijgen we nou?
Wat is er, lieverd?
Voel je je niet lekker?
Ik weet dat je niet wilt dat ik ga, maar...
Waarom heb je Michaels spullen weggegooid?
Waarom deed je dat? -Ze horen daar niet te liggen.
Het heeft niets met jou te maken. Onnozel wicht.
Het geld voor de huur ligt op tafel.
Ga alsjeblieft niet.
Denk aan de huur. Anders worden we dakloos.
Kom je nog of niet? -Ik kom eraan.
Kijk niet zo beteuterd. Ik kom snel weer terug.
Gedraag je.
Doe eens voorzichtig. -Sorry, Miss Balch.
Je moet... Goedemorgen.
Je moet mannen behandelen alsof je niet om ze geeft.
No comments yet. Be the first to leave one.