The first 200 lines.
Gino!
Gino, nondedju. Kom hier.
Hij kan hier wel niet weg, hoor.
Gino, verdomde ambetanterik.
Kom hier! - Laat ons maar, meneer.
De politie is hier,
om je in de gevangenis te steken.
Kop dicht.
Ik kan de honden loslaten. Hij zal snel hier zijn.
Van niks bang, maar van honden...
Laat ons doen, meneer. Het zal wel gaan.
Gino, ik laat de honden los!
Daar is ie!
Ze rijden aan 250!
Ik ga kijken hoe ze zich voelt. Ze zal niet tevreden zijn met haar tijd.
Ze kan racen, je zus.
Niet slecht voor een griet? - Ja, voor haar leeftijd.
Nietwaar, Gigi?
Hier komt ze.
Wat scheelt er?
We zullen 's kijken.
Daar blokkeert het. - Ja.
Schitterend.
Gaat je zus er al vandoor? - Bibi?
Ze komt later naar het buffet.
We gaan de teams ontmoeten.
Hallo.
Laat nog wat over voor de anderen.
Ik heb honger.
Ik ben Gino. Aangenaam.
Bénédicte.
Ze noemen je soms toch Bibi, niet?
Ja? Mij noemen ze Gigi. Grappig, hè.
Ja.
We gaan niet treuzelen. Ik breng je straks terug.
Mijn vader.
Aangenaam, ik ben Gino. - Een klant van Nardo.
Ik werk in de import-export van auto's. - Ach zo?
Niet treuzelen, hè.
Ben jij geen Vlaming?
Half en half. Mijn vader is een Brusselaar. Niks aan te doen.
Zullen we gaan zitten?
Mag ik je een vraag stellen? - Ja.
Heb je een lief?
Wat? - Heb je iemand? Heb je een relatie?
Waarom? - Ben nieuwsgierig.
Als je al iemand hebt, dan laat ik je met rust.
Een gentleman.
Als ik een lief heb, laat je me met rust?
Beloofd.
Voor altijd? - Ja, echt. Ik zweer het.
Nee, ik heb geen lief.
Niet waar.
Ben je zeker? - Ja.
Dan zien we elkaar terug. - Oké.
Over twee weken? - Twee weken?
Ga je scheiden of zo?
Nee, ik moet naar het buitenland voor auto's.
Tot over twee weken dan? - Ja. Met plezier.
Geen bloemen.
Geen bloemen.
We schudden wat met die doos en we weten niet wat erin zit.
We doen ze open en er zit een papegaai in.
Een grote papegaai. Groen en geel, van een eiland of zo.
We dachten: Dat gaat geld opbrengen, want zijn adres stond erop.
We gaan met Gigi naar de oude man.
En die man was superblij.
"Oh, mijn papegaai."
Wij zeggen: "Dat is iets waard." En hij geeft ons 100 frank.
We waren kwajongens maar we wisten dat dat meer waard was.
En Gigi kijkt kwaad en zegt: "100 frank?"
Hij pakt die vogel vast.
Hij zegt: "Het is het geld of de papegaai."
"Ja, maar ik heb niks meer." "Goed dan, oké.
Go to Africa."
Hij gooit de papegaai de lucht in.
We dachten dat hij ging vliegen, maar... Poef.
Hij knalt op de grond, pats op zijn kopje.
Nee, maar wacht...
Het was niet met opzet.
Waarom was hij al bewusteloos?
Ik was zo opgewonden over dat geld
en ik kneep te hard.
Daardoor ging hij van zijn stokje.
Je moet dat erbij vertellen. - Vertel het einde.
Nee, dat is het einde. Dat is het einde.
Nee, niet luisteren.
Gino voelde zich schuldig.
Over die arme papegaai met zijn verbrijzeld kopje.
Met zijn spaargeld ging hij een nieuwe kopen.
En die man vraagt Gino op de koffie.
Maar wie staat er hem nadien op te wachten aan de deur?
Wie stond er op je te wachten, Gino?
De flikken!
En Gino moest weer naar de instelling.
Je danst goed.
Ik was danseres in de Lune Rousse.
Ken je dat? - Nee.
Ken je de Lune Rousse niet? - Nee.
Dat is een club in Antwerpen.
Een club voor jongens ouder dan 18.
Daar heb ik Serge leren kennen.
Hij was zo schattig, bracht altijd bloemen mee.
Ik ben er dan mee gestopt.
Maar voordien had ik geen keus, ik was blut.
Ze is altijd zat.
Je bent zo mooi. Ik leg mijn jas even weg.
Een heel toffe vriendin van me. Ze heeft het niet makkelijk gehad.
Ze werd aangevallen in haar massagesalon,
in Antwerpen,
door een aantal smeerlappen. Echte beesten.
Goeienavond. - Hallo.
Bénédicte. - Aangenaam, Sandra.
Ze is coureur. - Coureur?
Ja. - Autocoureur?
Ze berijdt zware motoren, Sandra.
Ze berijdt Gigi.
Wie praat hier over mij? Zij?
Het is niet waar! Nee!
Wie heeft dat opgezet? - Gigi, jouw liedje!
Gigi, opstaan.
Het is al zo van toen ik nog klein was.
Dat is nooit veranderd.
Ik heb nooit kunnen uitleggen waarom ik doe wat ik doe.
Dat lukt me niet.
Veel mensen weten dat vanzelf. Ik niet.
En elke keer, elke keer
vroegen ze mij: Waarom heb je dat gedaan?
Ik had geen antwoord. Weet ik veel.
Misschien was ik geïrriteerd of zoiets.
Niet liegen, hè Gino. Niet liegen, Gino.
En ik zei:
Als je het antwoord al kent, waarom vraag je het dan?
Waarom vraag je het dan?
En dan kreeg ik altijd... een patat rond mijn oren.
Sindsdien denk ik: "Gino, stop daarmee.
Zeg niet alles tegen de mensen.
Want kijk wat ze doen als je eerlijk bent."
En dan heb ik een knop omgedraaid.
Gewoon om te zeggen dat ik en vertrouwen...
Ik vertrouw de mensen niet. Echt niet.
Niet veel of niemand? - Wel...
Eerder niemand.
Maar je hebt gelijk. - Het is al goed.
Je hebt gelijk. Niemand.
En ben jij te vertrouwen?
Ben jij te vertrouwen? - Jij kunt me vertrouwen.
Jij wel.
Je hebt niks te verbergen? - Nee.
Vertel me je grootste geheim.
Ik ben een gangster, ik overval banken.
Waarom kijkt je vader zo naar mij? Weet hij het?
Ik heb niks gezegd. Hoe kijkt hij dan?
Klaar, Gino? - Ja.
Ik ga even dag zeggen.
Kom, we gaan iets drinken.
Die grijze Ferrari gezien?
Als kind kwam ik hier vaak met m'n ouders.
Hoe oud was je? - Nog een jongen.
Had je een snor? - Ja, ik had al een snor.
Maar die auto's hier zijn echt... - Ja, het is hier de max.
Autoworld is wereldbekend.
Weet je nog, die bankier van Dilbeek? - Ja.
Alles goed?
Hallo. Aangenaam. - Mijn vrienden.
Serge, Younes.
Ik ga even met Freddy spreken. - Oké.
Meneer Delhany, alles goed? - Prima. Noem me maar Freddy.
Bevalt het je? - Ja. Die Ferrari is een pareltje.
Ik hou meer van Porsche. - Ah, oké.
Draait de import-export goed?
Absoluut. Vooral de export, dat draait goed.
Ik ken veel mensen in de autosector. - Ja?
Smolders, ken je die? - Nee, die ken ik niet.
En Knops in Vilvoorde? - Ja, daar heb ik al over gehoord.
Wat zeg ik nu? Knops, die zit in de containersector.
Ja, dat is waar ook. - Zeg, gaan we iets drinken?
Ga maar. Amuseer jullie. Ik trakteer.
Als je een goeie bank wilt, dan moet je bij mij zijn.
Ik stel mijn klanten geen vragen. Ik ben er om ze te beschermen.
In de bank zijn er twee kisten. Eén waar de staat kan binnenkijken
en één waar hij niet kan binnenkijken. In mijn bank zijn jullie thuis.
In Dilbeek? - Ja.
Waar Vlamingen thuis zijn. - Ja, natuurlijk. En Arabieren ook.
Zeker de Arabieren. Jullie komen wanneer jullie willen.
Ja, dan komen we weleens zien.
Ik heb hoofdpijn, ik heb koffie nodig.
Gaan we niet een keer bij jou thuis?
Ik heb nog niks geïnstalleerd. Het is een rommelkot.
Je wilt niet dat ik je appartement zie. Wat verstop je daar?
Je ex? - Nee. Het is een rommelkot.
Maar als ik terugkom, toon ik het je. Goed?
Wanneer kom je terug donderdag? - Vrijdag, om 15 uur.
Is Polen leuk? - Niet echt.
Mag ik volgende keer mee? - Tuurlijk, met plezier.
Smaakt het?
Zou je me overal volgen?
Natuurlijk. Naar waar wil je gaan?
Kies maar.
Mag ik eender wat kiezen? Oké.
No comments yet. Be the first to leave one.