The first 200 lines.
Vertaling: slootje
Wat rook je in godsnaam?
Neem je me in de zeik. Maak uit.
Is dit een goed moment?
Heb jij ook gerookt? Kijk me aan. -Een paar trekjes.
Ben je gek? -Niet doen.
Wat doen we hier?
Kom hier.
Kom hier.
Als we naar binnen gaan, Kiki,
blijf jij in de auto. -Wat zeg je nou?
Luister, dit is belangrijk.
Jij blijft in de auto.
Zonder verdediging, geen overwinning. -Ik hang er maar een beetje bij.
Ik ben een malloot, zeker. -Je doet wat ik zeg...
Oké? -Ja.
Verroer je niet.
Hou daarmee op.
Hou op.
Stoppen, verdorie. Hou op en lazer op.
Klerelijer, klootzak...
Blijf uit mijn buurt, klootzak. -Stop met als gekken rond te rennen.
Stop daar.
Hou op, verdorie. -Stop met schreeuwen.
Wat heb je nou gedaan?
Ik ben hem beu.
Ik vermoord je. -Daniel, stoppen.
Ophouden, nu.
Doe open. -Alleen als je zweert me niet te raken.
Ik moet niets.
Doe open.
Kalmeer, liefje.
Ik doe mijn huiswerk.
Serieus, luister...
Oké, goed.
Clotaire maakt me razend.
Werk ik zodat jij alles kan slopen?
De saus is heerlijk.
Ja. -Een beetje meer.
Eet van jezelf. -Wil je de mijne?
Ik heb al gegeten. -Laatste paar hapjes.
Weet je wat Stephanie zegt? -Wie is Stephanie?
Haar vader is die grote kale. -Dat wij er voor de kinderbijslag zijn.
Zeg dat ze een stomme trut is.
Let op je woorden.
Zeg tegen je vriendin dat...
wij kinderen uit liefde hebben.
Ja, uit liefde...
Hou je grote mond. Maak af waarmee je bezig bent.
Ja, hou je mond. -Bemoei je er niet mee.
Zwijg. -Bemoei je er dus niet mee.
Kijk, mijn giraffe zit vast.
Waar kijk je naar?
De plas. Die is mooi.
Mooi is zinloos.
Geloof me, als je niets mooi vindt, word je nooit teleurgesteld.
Sorry, heb ik je pijn gedaan? -Ja, papa.
Niet met de kam, mama gebruikte een borstel.
De borstel.
Deze, toch? -Ja.
Vind je het lekker? -Ja.
Wil je dat ik een pizza ontdooi? -Ja.
Twee keer drie? -Zes.
Vijf plus zes?
Elf.
Heel goed. En nu zes keer vijf?
30.
Jacqueline, vertel me of het nu werkt.
Het werk niet. -Shit, waarom werkt het niet?
Helemaal niets. -Oké, ik heb het begrepen.
Niet eens een beetje. -Begrepen...
Je kan hier zitten, als je wil.
Gezien je kleding, ben je nieuw.
De Yuppie-look?
Ik zat op de katholieke privéschool. Nooit meer, ik ga niet meer.
Ik zei tegen mijn vader: school is vrij... -Je bent weggestuurd.
Ja. -Waarom?
Brutaliteit.
Shit, ze zijn er.
Wie?
De bende van Clotaire, vreselijk.
Hé, wortel, je haar staat in brand. -Pas op dat je niet roest?
Flikker op, vuile heks.
Hé, je lijkt wel een vampier.
Had je een grotvakantie?
Je bent zo klein, je lijkt ver weg.
Pas op, daar komt Dikke Berta.
Ga je naar de kantine? -Je bent dikker dan je oma.
Is die jas uit de middeleeuwen?
Je bent zo vet, je stroomt over. -Hé, vrouwtje.
Ga je naar de kerk? Om te bidden voor een betere smaak?
Heb je het tegen mij?
Ik vraag je iets. Heb je het tegen mij?
Wat is er? Rustig maar. -Rustig maar?
Grote eikel, voor je dat vraagt, bedenk eerst eens waarom ik pissig ben, idioot.
Idioot? Ben ik een idioot? -Zeker.
Als je je afvraagt waarom, ben je nog stommer dan ik dacht.
Wie denk je dat je bent, brutaaltje?
Een meisje dat je niet beledigt. Nooit, begrepen?
Is idioot geen belediging? -Nee, geen belediging.
Een constatering. Ken je het verschil? -Ja.
Feiten zijn als ongelukken. Je had er één van achteren.
Wat is er? -Niets, wat stom dat je dat zegt.
Hup, wegwezen. -Alleen als ik dat wil.
Wil je niet?
Jacqueline, we gaan. -Jacqueline?
Zijn er levende mensen die Jacqueline heten?
Wat grappig. -Hoe heet jij, idioot?
Clotaire, als je het wilt weten.
Hij lacht mij uit en heet zelf Clotaire.
Ik noem je Jackie.
En ik noem je naam nooit.
Wat een flater. -Hou je kop.
Nee, hè?
Boefjes...
Ik ben kapot. Te veel geneukt. -Ja, ja...
We waren de hele dag samen. -Ik bedoelde vanmorgen.
Jackie...
Wat moet je?
Hier, voor jou.
Een cadeautje.
Waarom?
Weet ik niet, zomaar.
Die heb ik al. Ik heb ze allemaal.
Allemaal? -Allemaal.
Wat wilde hij?
Me een LP van The Cure geven. -Dus hij valt je op.
Dat denk ik niet. -Dat denk ik wel.
Clotaire is op je verliefd.
De hond van Pierre had gisteren puppy's.
Hij vroeg of we er één wilden.
Stel je eens voor.
Een hond hier.
Let wel, het is een mooie hond.
Maar je bent een slaaf van een hond. Als je op vakantie gaat...
Papa?
Hé, Michael Jackson. -Daar is het vijfde wiel aan de wagen.
Een heel weeshuis kan van haar eten.
Er zit bloed in haar thermos. -Hij kan touwtje springen met zijn haar.
Kijk, de dwerg. -Hou je kop.
Waar was je? -Ik was me aan het opdoffen...
en miste de bus en heb gelift.
Een vrouw pikte me op, maar ze stonk uit haar mond.
Je ademhaling is de sleutel. Kom op...
Heeft hij je een LP gegeven?
Dat zegt niks, hij heeft al 15 vriendinnen.
Hij is toch met Tara, de kapster? -Zij is al 19.
Ja, maar hij neukt.
Ga je met hem naar het feest? -Waarom wil je dat weten?
Het nieuwe meisje loopt hard van stapel. -Hé, trut, ze heeft een naam.
En dat is?
Jackie.
Heb je al eens geneukt? -Ja, minstens tien keer.
Tien keer? Jij?
Makkelijk. -Oké, geef eens wat namen.
Ben ik een telefoonboek? Alsof ik me hun namen herinner.
Mijn broer heeft je nog nooit gezien. -Punt één, het is mijn privéleven.
Het was in de vakantie, dus hou je mond.
De laatste was een Amerikaanse. Ze was op rolschaatsen. Oogcontact.
We beginnen te praten. -Praten?
Je kan geen woord Engels.
Lichaamstaal, hè?
We waren op het strand... -Rolschaatsen op het strand?
Oké, ik vertel het niet. Rot op.
Ik heb het ook al gedaan. -Nou en?
Met mijn nichtje.
Zijn nichtje. Gênant. -Zijn nichtje.
Je nichtje? Perverseling...
Wil je iets drinken?
Nee.
Wil je met me dansen?
Nee.
Er wordt gevochten. -Hoezo een gevecht?
Kom naar buiten.
Naar buiten iedereen. -Knokpartij...
Ik moet van school veranderen. -Het zijn boeven.
Mijn zus was in shock. -Al dat bloed.
Het was vreselijk. -Ik vind 'm eng.
En jij geeft hem je bandana. -Nou en?
Echt, die jongen is gestoord.
Gestoord? Het was drie tegen één.
Hoe was het met de politie? -Geen idee, ze zijn nog niet gekomen.
Het was maar een gevecht. Het is een vrij land.
Ik haat geweld. -Ik had geen keuze.
Je hebt altijd een keuze.
Kom, spring achterop.
Ik heb les. -Ga niet.
Goed idee.
En mijn leven vergooien, zoals jij.
Meen je dat? Denk je aan de toekomst en zo?
Aan mijn toekomst, ja. -Waarom?
Zonder plan is stom.
Mijn plan is de hele dag bij jou zijn.
De mijne een presentatie over Louis XIV.
Dus je toekomst is Louis XIV?
Ik moet gaan. -Wacht even.
Geef me je nummer.
Toe nou. -Nee.
Toe nou... -Wauw, jij bent overtuigend.
Ik woon bij mijn vader. -Nou en?
No comments yet. Be the first to leave one.