The first 200 lines.
Sommige vrouwen worden mooi geboren. Dan lijkt het eenvoudig.
Maar de meeste vrouwen moeten werken…
aan hun uiterlijk.
En sommigen hebben veel hulp nodig.
Ik bijvoorbeeld.
M'n man neemt me mee naar een sjiek feestje.
Ik doe er alles aan om er mooi uit te zien.
Soms moet je alle zeilen bijzetten.
Alweer een miniserie…
gebaseerd op het gepassioneerde proza van de koningin van de romantiek…
Hare Majesteit: Mary Fisher.
Ze is pas 34, maar ze heeft al 30 romans geschreven.
Ze verkoopt miljoenen boeken.
Ze heeft een leven waar haar eigen heldinnen jaloers op zouden zijn.
Ze woont in een paleis op Long Island.
Mary leidt een luxe leventje.
Passie. Opwinding.
Dat is belangrijk binnen een relatie.
Dat halen vrouwen uit m'n boeken.
Zo weten ze hoe hun man zich belangrijk en prettig voelt.
Hij moet weten dat hij de man is.
Voor de duidelijkheid.
Als trouwe dochter…
bezoekt ze vaak haar moeder.
Die is herstellende in het Golden Twilight-rusthuis.
Mrs Francine Fisher is de trotse matriarch van de Fisher-clan.
Champagne, kaviaar en mooie mannen.
Achteruit.
Mary Fisher neemt de tijd om te vertellen over haar filosofie.
Mr Patchett, uw vrouw op lijn drie.
accountant
Hallo, Ruth.
Hoi, schat. Hoe is het met m'n lievelingsboekhouder?
Druk druk druk. M'n secretaresse is weg. Ik word gek.
Ik werk een nieuw meisje in.
Ik bel om te zeggen dat ik me verheug op vanavond.
Het wordt saai. Ik ken die mensen ook niet echt.
Ik wil netwerken, nieuwe klanten werven.
Het is voor jou niet de moeite naar de stad te rijden.
Geeft niks. We zijn al lang niet meer uitgeweest.
Ik heb je gewaarschuwd. Ik moet ophangen.
Dag, Bob.
Beetje krap.
O, het spijt me.
Niet te geloven.
Het spijt me.
Wat doet u nu?
Ik heb wijn gemorst op de beroemde schrijfster Mary Fisher.
Ik heb al uw boeken gelezen. -Fijn. Niet doen.
Haal even wat zout en bronwater tegen de vlek.
Opschieten, schat.
Zout en bronwater. Een man die vrouwenzaken kent.
Leuk is dat.
M'n vrouw morst altijd.
Ze is onhandig. -Is dat uw vrouw?
Jammer.
Te laat. Die vlek gaat er niet meer uit.
We doen er wat overheen.
Stuur mij de rekening van de stomerij maar.
Het spijt me.
Heel galant.
Nu nog een drankje, Mr…
Patchett, Bob Patchett.
Mag ik wat zout en bronwater?
Ik heb wijn gemorst op de beroemde schrijfster Mary Fisher.
Wat voor werk doet u?
Ik ben financieel adviseur.
Ik hou van mannen die geldzaken regelen. Ik kan er niks van.
Doet uw accountant dat niet voor u?
Moet dat dan? -Een goeie doet dat.
Ik wil voor kunstenaars gaan werken.
Ik hou van creatieve mensen, die vind ik opwindend.
Een opgewonden accountant, dat klinkt goed.
Vertel verder, Mr Patchett.
Eerst beloven dat je me gewoon Bob noemt.
Goed, zeg maar Mary tegen mij.
Al die gezinnetjes.
Papa's en mama's, kindjes ingestopt voor de nacht.
Die hebben geluk.
Aardig van je om me naar huis te brengen. -Geen punt.
Voorzichtig. Ik zet je hier af.
Moeten we haar niet naar de deur brengen?
Hoeft niet. We wonen hier vlakbij.
Keren heeft weinig zin. -En we moeten nog ver.
Over een uur zijn we pas in de Hamptons.
Alles goed? -Prima.
Ontrief ik je niet?
Welnee, wat is nou 120 km?
Dag, schatje.
Ik vond het bijzonder aangenaam.
Het was erg leuk.
Dag, schat. Rij voorzichtig.
Mary Fisher is mooi, rijk en dun.
Ze schrijft bestsellers over de liefde.
Gelukkig vertrouw ik m'n man.
Dit is fantastisch.
Je moest m'n elektriciteitsrekening 's zien.
Lijkt me leuk.
Heb je even?
Garcia. -Ik ben voor je opgebleven.
Dat had niet gehoeven. Ga maar naar bed, we redden ons wel.
Wil je wat drinken? -Lekker.
Goedenacht.
Dit is me een aftrekpost.
Waar heb je het over? Cognac?
Ik bedoel dat alles in deze kamer, ook die Courvoisier…
aftrekbaar is.
Is dat goed?
Ja, heel goed.
Ik heb geen verstand van geldzaken.
Ik vind het allemaal zo verwarrend.
Ik denk alleen aan mooie dingen.
Die schoonheid komt tot uiting in m'n werk.
Je hebt een leven vol glamour.
Dat zal wel.
Maar soms zit ik hier dag in dag uit…
te tikken.
Dan kan ik me zo eenzaam voelen.
Je moet veel fantasie hebben om romans te schrijven.
Heb ik ook.
Maar ik doe ook veel aan...
research.
'Ze kronkelde haar lendenen om hem heen.'
'Zoals een klimplant zich om een massieve pilaar krult.'
'Toen hij z'n liefdesnectar vergoten had, zweefden ze weg in gelukzaligheid.'
Hij kan z'n geheugen zijn verloren bij een ongeluk.
Klets niet.
Dan zouden ze in het ziekenhuis in z'n portemonnee kijken.
Misschien was er alleen een bloederige massa over van hem.
Stil nou.
Andrew, zet dat beest neer.
Je vader bracht iemand naar huis en had waarschijnlijk een klapband.
Het werd laat.
Bob? Ben je daar?
Kom mee, Fuzzy.
Dag, schat.
Waar zat je nou? -Dat geloof je niet.
Ik zit op de snelweg en kaboem. Een klapband.
Toen ik die verwisseld had, was het zo laat dat ik naar een motel moest.
Ik wou niet achter het stuur in slaap vallen.
Hoe gaat het, kerel? -Waarom heb je niet gebeld?
Moet ik om half vijf iedereen wakker maken?
Goedemorgen, lieveling.
Wat heb ik een honger. -Jij bent in een goede bui.
Groot nieuws. Ik word de boekhouder van Mary Fisher.
Dat is nog maar het begin.
Met haar als klant ben ik geen boekhouder, maar business manager.
Worden we rijk? -We zijn op de goede weg.
M'n man heeft een affaire met Mary Fisher.
Hoe kun je dat nou zeggen? Ik ben altijd eerlijk tegen je, je bent m'n beste vriendin.
Ik heb alleen zakelijk contact met Mary.
Ik zou jou en de kinderen nooit zoiets aandoen.
Kom nou.
Geloof me nou maar.
Ik hoop dat je roze paleis in zee stort, Mary Fisher.
Ik hoop dat je onder de galbulten komt te zitten.
En dat je glanzende blonde haar uitvalt.
Voorlopig kijk ik toe en wacht ik af.
Ik zal voor het huis zorgen.
Ik probeer me mooi te maken voor m'n man.
Bob zit in een overgangsfase.
Als die voorbij is, sta ik voor hem klaar.
Mary Fisher, je bent maar een vlam, een nieuwigheidje, een bevlieging.
Bob houdt niet van je.
Ik hou van je.
Ik ken m'n man beter dan jij hem ooit zult kennen.
Ik weet wat ik moet doen om 'm terug te krijgen.
'Je man terugkrijgen is makkelijk...'
'met deze goedkope, sexy recepten.'
'Het geheim van kip vol-au-vent is het fijne deeg.'
'Een heerlijk voorafje hierbij is verleidelijke champignonsoep.'
Gatver. -Je vader houdt van champignonsoep.
Maar wij niet. En wij eten mee, of niet?
Ja, maar vanavond maken we je vader gelukkig.
Waarom? Zodat hij thuisblijft?
Was dat echt of was het een droom?
Als het een droom is, wil ik nooit meer wakker worden.
Ik weet het.
Wat doe je nu?
Wat doe je? -Ik moet naar huis.
Nu al?
M'n ouders komen eten.
Wat ben je toch huiselijk.
Ik moet een keer naar huis.
Helemaal niet.
Je hoeft nooit meer terug.
We zijn verliefd. Daar kan niemand iets aan doen, jij niet en ik niet.
Je bent uit aardigheid en medelijden met Ruth getrouwd.
Dat maakt je zo schattig.
Maar nu moet je aardig voor mij zijn, alsjeblieft.
Maar blijf bij mij, kom hier wonen.
Dat wil ik wel, maar dat is moeilijk. Ik heb kinderen.
Die hebben hun moeder nog.
Ruth mag blij zijn met ze. Ze zijn haar trots.
Het is niet eerlijk.
Wat heb ik nou? M'n hele leven stelt niks voor.
Dat mag je niet zeggen. Je hebt mij toch?
Ik wil je niet meer delen.
Ik hou het niet meer uit.
Ik wil je helemaal.
No comments yet. Be the first to leave one.