The first 200 lines.
Hallo.
Je bent erg laat. - Weet ik.
Sorry, M. Culson. - Het is Coulson, niet Culson.
Drink je niet?
Nee. Niet als ik werk.
Het helpt niet om zo alleen te zijn.
Daarom zou je ook vaker langs moeten komen.
Waarom gaat u niet terug naar Engeland?
Geen kracht meer voor, mijn engel.
Ik heb er veel succes gehad, wist je dat?
Ja, dat heeft u wel honderd keer gezegd.
Dat moet, anders vergeet ik het.
'Wild Fire.'
'Trainée de poudre' in het Frans.
Ik heb de Booker Prize met die roman gewonnen.
U zei laatst dat u weer was gaan schrijven.
Ja. En ik heb het net afgerond.
Ach, zo.
Het is een komedie, voor het toneel.
Maar het zal nooit opgevoerd worden.
Waarom niet?
In Engeland noemen ze me een has-been.
Maar in Frankrijk vinden ze me veel te dark.
Wil je het lezen? Het heet 'Passwords'.
'Mots de passe.'
Het is erg geestig. - Lees het maar eens voor.
Haal mijn glas even.
Gaat het?
Dank je wel, mijn engel.
Is het niet te heet? - Het is perfect. Perfect.
Kom bij me.
Pak m'n kamerjas.
Neem alles wat er in de zakken zit.
Neem het.
Kleed je nu uit. En kom bij me.
Op m'n bureau.
Digoxine. Snel.
Digoxine.
Je zei dat er een wachtwoord is voor de deur.
Je zei dat ik het moest opschrijven, maar m'n pen was leeg.
Zo kunnen we lang 'wachten'.
U speelt met mijn hoofd.
Ach, uw hoofd.
Dat was het voor vandaag.
Zonder dat wachtwoord ga ik niet weg.
Sta op, Madeleine.
Het woord. Geef me het woord.
'Mond?' Nee.
Het ligt op het puntje van m'n tong. - 'Mondje dicht?'
U werkt me op de zenuwen. - 'Wacht' maar.
Sta op, Madeleine.
Dit is de slotavond, Bertrand. Maak een buiging.
Dames en heren: Bertrand Valade.
Gaat het goed? - Kijk maar, wat een succes.
En verder?
Ik wacht nog steeds op het vervolg.
Niet vanavond, Régis.
Bescherm hem niet. Je moet kiezen.
Wil je me soms ontslaan? - Wat een onzin.
Ik heb ervan genoten. Het is echt heel goed.
Mag ik een handtekening?
Het geheel doet heel Brits aan. Heeft u in Engeland gewoond?
Ja, dat is enigszins waar. Ik hou van de Engelsen.
Voor wie is het? - Thierry.
Have a good trip, Thierry.
Een glas water, alstublieft.
Op het vervolg.
Ik dacht dat je gestopt was.
Je zei dat je een nieuw stuk klaar zou hebben. Heb ik dat gedroomd?
Ik ben aan een roman begonnen.
Meen je dat?
De tijd dringt, Bertrand. De meter loopt.
Spreek voor jezelf.
Waar ga je heen? - Naar huis.
En het feest dan? - Welk feest?
Je kunt niet zomaar weg. Wat moet ik? - Kom naar me toe.
Als ik niet lever, moet ik hem terugbetalen.
Relax.
En als ik op zwart zaad zit? - Dat gebeurt niet.
Waarom niet? - Omdat je mij hebt.
Zegt me niks. - Aan het werk dan.
Wat heb je tot nu toe?
Ik heb een idee voor een komedie. - Mag ik het zien?
Het is nog te vroeg.
Er broeit iets.
Is dat de titel? - Welja.
Ik kan hier niet schrijven.
En de chalet van m'n ouders? Daar ben je alleen. Dan kom ik eind van de week.
Waarom niet?
Ik laat Mme Germain boodschappen doen.
Dan hoef ik alleen maar te schrijven. - Niemand kan het voor jou doen.
Weet je wat Laure gisteren zei?
Voorspelt ze nog steeds de toekomst?
Dat we voor elkaar gemaakt zijn.
Afschuwelijk. - Ja. Maar het is niet anders.
Dus... - De chalet?
Het spijt me. Richard Barrot. Ik betaal voor het raam en het luik.
En voor de whisky? - We hadden het koud. We zaten vast.
Wie zijn 'we'? - Eva.
Een whisky?
Waar blijf je, Richard? Ik heb dorst.
U moest zich schamen.
Dit is mijn huis. - En dan? Eruit. En doe de deur dicht.
Hoe vindt u haar?
We kunnen haar delen.
Ga weg.
Pardon? - Ophoepelen.
Ik haal haar even.
Bent u gek geworden?
Kom naar beneden, Eva.
Wat doet u?
Vind je het erg om van klant te ruilen? - Waar is Richard?
Buiten. In de diepvries.
Toe...
Een knap staaltje.
Ik ben van de trap gevallen. - Vrije val?
Dat zou een mooie titel zijn.
Hoever sta je met je boek?
Het is een toneelstuk geworden.
Jongen ontmoet meisje op een feestje. Hij wil haar pakken.
Maar zij slaat hem met een asbak op z'n hoofd.
Hij komt bij in het ziekenhuis, ziet z'n verloofde...
en doet of hij haar niet herkent. Snap je?
Het gaat over een man die geheugenverlies voorwendt.
En dus kan hij zich alles veroorloven.
Ik moet het nog zien. - Je zal het wel zien.
Caroline en Alban wachten op je.
Dag, Bertrand.
Uitgegleden?
Inderdaad.
We beginnen in Annecy. Dan Lyon, Grenoble, Marseille, Toulouse.
Waarom Annecy? - Vraag maar aan Caroline.
We beginnen over twee weken. Maar we moeten wel wat schrappen.
Ik laat jullie even alleen.
Je blijft liegen. Ik heb het gehad.
Ik lieg niet. Ik was dronken en ik viel van de trap.
Ik ben flauwgevallen. - Is dat zo?
Ik weet er niks meer van.
Je sliep je roes uit, er werd ingebroken, maar er is niets gestolen. Helemaal niks.
Dat vertelde Mme Germain.
Was dat alles?
Nee. Ik ben niet achterlijk, hoor.
Je loopt te zeiken.
Ja, met mij.
Denis?
Neem me niet kwalijk. Ik verwarde het met Jean-Denis.
Natuurlijk, Denis. Hoe gaat het?
Zo laat nog?
Dat kost wel wat.
Het Beaulieu is een goedlopend theater.
70.000 toeschouwers per jaar.
Slaap je?
Caroline zegt waar het op staat.
We praten veel met elkaar. - Mooi zo.
Ze houdt echt van je.
Ik heb geen zin om het met jou over Caroline te hebben.
Goed. Heb je gezien wat ik geschrapt heb?
Ja. Ik vind het best. - Het lijkt of het je niks kan schelen.
'Mots de passe' is passé.
Daar klonk de schrijver in je. - Dank je wel.
Waarom ben je eigenlijk meegekomen?
Hallo.
We hebben voor dezelfde klant gewerkt, Mme de Tassin.
Hoe is het met haar? - Ze is dood.
Doe jij het nog steeds? - Nee, ik ben gestopt.
Dan heb je geluk.
Oké, tot ziens dan maar.
Ik ga meteen naar bed.
Hoe laat morgen? - Je hoeft niet te komen.
Hoe laat? - Om acht uur. Afspraak met de regisseur.
Goed, ik zal zien.
Moet je me in de gaten houden van Caroline?
Doe niet zo raar.
Welkom, M. Valade. We wensen u een prettig verblijf in ons hotel toe.
'Wat doet u?' Hij: 'Wil je van klant ruilen?'
Zij: 'En Richard? Waar is hij?'
Nee. 'Waar is hij? Waar is Richard?'
'Waar is Richard?'
Nee, Robert. 'Waar is Robert?' Hij:
'Buiten. In de diepvries.'
Neem me niet kwalijk. Is die plek vrij?
1050 euro, meneer.
Nu inzetten.
Inzet geplaatst.
Niet meer inzetten.
Vier, zwart, even, manque.
Geen winnaars.
Nu inzetten.
Ik ga naar de kassier.
Inzet geplaatst.
Niet meer inzetten.
17, zwart, oneven, manque.
Nu inzetten.
Die stoel is bezet.
Verbaast het je niet me te zien? - Welnee.
Mijn vriend is naar de kassa. Ga weg.
Is hij echt je vriend? - Wie betaalt, is mijn vriend.
Dan kunnen we weer afspreken.
13, zwart, oneven, manque. - Ga weg, u brengt ongeluk.
Hallo. Met Eva. Laat uw nummer achter.
No comments yet. Be the first to leave one.