The first 137 lines.
Er is een verhaal dat ieder van ons verbindt met elk dier op onze planeet.
Het verhaal van een groots avontuur: de reis die we maken door het leven.
Dieren hebben maar één einddoel in deze reis: nageslacht achterlaten.
En elk dier begint z'n leven met de onstuitbare drang om te overleven.
Het is verbazingwekkend hoe inventief dieren daarin zijn.
Elk aspect van hun gedrag, dat spectaculair, mooi of bijzonder kan zijn...
is altijd hun reactie op een bepaalde uitdaging.
In deze serie zien we hoe allerlei dieren proberen de obstakels te overwinnen...
die ze in elke fase van hun leven tegenkomen.
Ze doen het met brute kracht...
listige trucjes...
en inventieve ideeën.
Ze gaan gevechten aan.
En doen alles wat nodig is om een partner in te palmen.
Met elk succes zal elk dier een stapje dichter bij zijn voortplanting komen...
en zo de onsterfelijkheid benaderen.
De reis door het leven begint met elke generatie weer opnieuw...
zoals het al vele miljoenen jaren gaat.
Het is het grote verhaal van het leven.
Ik ben nu in Zuid-Afrika, waar ik naast een kolonie stokstaartjes zit.
Ik wacht op het moment dat de jongen van dit jaar hun wereld gaan verkennen.
Daar verschijnen ze al. Dat is een volwassen dier.
Ze kijken eerst of de kust wel veilig is.
Daar heb je nog eentje.
En daar komt een jonkie.
Hallo, ukkie.
De toekomst van dit kleine beestje is natuurlijk onzeker.
Net als bij ons begint ook dit dier aan z'n eigen en unieke levensverhaal.
Als een van deze dieren, en dat geldt voor alle dieren, in het leven slaagt...
door voor nageslacht te zorgen, dan wacht hem nog een lange en zware reis.
Dit is het verhaal van het leven.
En voor deze kleine beestjes is dat nog maar amper begonnen.
Het ga je goed.
Voor veel dieren zijn hun eerste dagen of zelfs uren meteen de grootste uitdaging.
Dan zijn ze kleiner en kwetsbaarder dan later in hun leven.
De afgelegen Ørsted Dal-vallei in Groenland...
is het toneel voor een van de grootste beproevingen voor een pasgeboren dier.
Brandganzen die net uit het ei zijn gekropen.
Hun ouders hebben hun nest gebouwd boven op een reusachtig hoge rotspunt.
Alleen op deze extreem geïsoleerde plek konden ze jagers op de grond vermijden.
Nu blijkt dat die keus ook z'n prijs heeft.
De vijf ganzenkuikens zitten hier boven veilig en warm...
maar er valt niets te eten en de honger begint nu te knagen.
Net als hun ouders eten ze alleen gras, en dat is alleen beneden te vinden:
120 meter lager.
Ze zullen pas over een week of acht kunnen vliegen.
Ze zullen dus wel moeten springen.
De vader begint onrustig te worden. Hij vindt 't tijd dat het gezin gaat vertrekken.
Hij probeert ze met gegak mee te krijgen.
De jongen zijn alleen zo aan moeder gehecht dat ze alleen haar willen volgen.
Beide oudervogels hebben hun sprong overleefd, een bewijs dat 't echt kan.
De donzige kuikens zijn in ieder geval licht en goed ingepakt.
Toch komt hier ook een dosis geluk bij kijken.
Beneden lokt de moeder ze naar zich toe met haar roep.
Hun instinct dwingt ze om haar te volgen.
Hij maakt z'n lichaam plat en flappert met z'n vleugels om te vertragen...
en zo de impact van onvermijdelijke botsingen te verzachten.
Als hij de eerste keer op z'n buik landt, zou hij de val moeten overleven.
Dit kuiken besluit te springen vanaf de achterkant.
Dat verkort de val, maar vergroot het risico op verdwijnen in de spleten.
Ook het derde kuiken maakt een geslaagde sprong.
Maar het vierde kuiken glijdt weg.
Hij valt met z'n kop vooruit en te dicht langs de rots, en dat kan fout aflopen.
Het derde jong doet 't beter. Op z'n buik stuiteren, zou z'n leven moeten redden.
Maar het gestuiter is nog niet voorbij.
Z'n moeder kan niets anders doen dan haar jong volgen.
Er is nog één jong over.
Een perfecte afsprong.
En een val die helemaal onder controle is. Beter dan dit kan eigenlijk niet.
Z'n ouders staan 'm al op te wachten.
Hij is misschien wat versuft, maar hij heeft niets gebroken.
Minstens één van de kuikens heeft 't niet gered.
En dit kuiken ziet er niet al te best uit.
Uiteindelijk reageert hij dan toch op de roep van z'n moeder.
Het is onvoorstelbaar hoeveel een brandgansjong kan verduren.
Er zijn nog meer jongen, die ergens op de helling te vinden moeten zijn.
De ouders moeten nu alleen snel hun twee overlevende jongen wegleiden...
voor roofdieren ze kunnen bereiken.
Een derde jong blijkt 't toch te hebben gered.
Hij moet de rest nog wel zien in te halen.
Ze zijn weer herenigd.
Drie van de vijf jongen hebben 't gered.
Zonder deze spectaculaire start zou vast niet één van hen nu nog in leven zijn.
Ze zullen meer gevaar moeten trotseren, maar nog maar twee dagen oud...
hebben ze de grootste uitdaging van hun leven al overleefd.
Een jong dier heeft veel meer kans om te overleven als hij snel groeit.
Weinig jongen groeien zo snel in hun eerste weken als die van bultruggen.
Al over zes weken zal dit pasgeboren kalf deze wateren bij Hawaï verlaten...
voor een 4800 km lange reis naar z'n voedselgebied in de Noordelijke IJszee.
Daar is veel kracht voor nodig...
en met deze bewegingen ontwikkelt hij z'n spierkracht en duikvermogen.
Voor het zover is, moet dit kalf z'n gewicht van 900 kilo verdubbelen...
door 2000 liter te drinken van de vetrijke melk van z'n moeder.
Die melkvoorraad is beperkt en de moeder zal vasten tot de reis voltooid is.
Bultrugjongen eisen zo veel van hun moeder...
dat vrouwtjes maar één jong per twee, drie jaar kunnen grootbrengen.
Kalf en moeder hebben nu rust nodig om zich voor te bereiden op de trek.
Maar hier vallen broed- en paarseizoen samen, en dat belooft weinig goeds.
De mannetjes zitten achter elk vrouwtje aan, zelfs als die nog haar jong zoogt.
Deze 3500 kilo zware mannetjes, ware testosteron-bommen...
vormen een serieus gevaar voor jongen die in het gedrang komen.
Terwijl de moeder voor ze wegvlucht, volgt het jong haar instinctief...
om te voorkomen dat 't van haar gescheiden wordt.
Steeds meer mannetjes sluiten zich aan en de sfeer wordt steeds agressiever.
Nu is er reëel gevaar dat de beukende staarten en lichamen 't kalf verwonden.
Uiteindelijk zijn de mannetjes zo met elkaar in de weer...
dat het kalf en haar moeder kunnen ontsnappen.
Ook als een kalf ongedeerd blijft, kan de beproeving hem wel uitputten.
De gevaren van de paartijd zullen alleen maar toenemen...
wat sommige jongen zo zal uitputten dat ze de komende trek amper overleven.
Zelfs de meest geduchte roofdieren zijn in hun jeugd verrassend kwetsbaar.
In de Masai Marain Kenia heeft een leeuwenwelp gemiddeld...
maar een kans van één op vijf om z'n derde levensjaar te bereiken.
Of een jong 't redt, hangt af van de kracht van de troep waartoe hij behoort.
Zes weken lang is dit leeuwenjong door haar moeder in het hoge gras verborgen.
Vandaag voegt ze zich met haar broertje en zusje bij de crèche van de troep.
Volwassen wijfjes dragen zorg voor voedsel en de eerste verdediging.
Deze troep heeft vier wijfjes, dus ze zal goed verzorgd worden.
Alle leeuwinnen hebben zelf jongen: speelmaatjes die bondgenoten worden.
Onder toeziend oog kan ze nu leren besluipen, bespringen en vechten.
Maar er is nog een familielid dat ze moeten ontmoeten.
Misschien wel de belangrijkste van allemaal.
Haar vader.
Haar ultieme verdediger.
Mannelijke rivalen op strooptocht vormen een continu gevaar.
Als eentje hem van z'n troon stoot, zal die al zijn welpen doden.
De veiligheid van de hele troep...
en de toekomst van deze welp hangen af van de vraag of hij zich kan handhaven.
De eerste levensdagen zien er heel anders uit voor een dier...
dat het zonder ouderlijke steun moet doen.
Deze merkwaardige, bijna buitenaardse scène is in feite het uitkomen...
van een groep orchidee-bidsprinkhanen.
Bidsprinkhanen zoeken net als veel andere dieren hun kracht in het getal.
Met ruim 60 jongen is de kans groter dat een paar de volwassenheid bereiken.
Vooral tijdens deze eerste minuten zijn ze uiterst kwetsbaar.
Ze moeten zich snel verschuilen...
en wachten tot hun zachte lichaam hard is geworden.
No comments yet. Be the first to leave one.