200 rreshtat e parë.
Stil, Soldaat.
- Ha, Alma. Wat mag het zijn? - Volgooien.
- 'n Priester vroeg net naar Eddie. - Was er nog iemand bij hem?
- Een taxichauffeur. - Hoe lang geleden?
Ongeveer 20 minuten.
- Ik moet bellen. - Ga je gang, Alma.
- Hoe gaat het, Bett? - Hallo, Earl.
Staar niet zo naar me, Earl.
- Hoe is het met je? - Prima.
- Nee, niet prima. Eenzaam. - Had je maar 's uit moeten gaan.
Heb ik een paar keer gedaan. Ik vond het niet zo...
Er zijn wel wat mannen geweest. Maar niets bijzonders.
Niets wat je bij blijft.
Luister...
Ik verwacht niets van je. Ik ben alleen maar blij dat je vrij bent.
- Schreef je vrouw ooit terug? - Nee,
- Teleurgesteld? - Nee,
- Heb je wel van je zoon gehoord? - Nee,
Het is niet bepaald chic. Meer een hut. Ik kan er wel koken.
Hoe ver is het?
Halverwege Eddie's huis.
Ik heb Nr.18 vrijgehouden, zoals u had gevraagd.
Het is weg van de snelweg. Veel rustiger.
Iets drinken?
Ik heb wat kleren meegenomen voor als je iets anders aan wilt.
- Wat is er met je? - Niets.
- Laten we hier weggaan. - Morgenochtend.
Nu meteen. We gaan naar het oosten, niet naar Eddie.
Ik moet wel. Zaken.
Ik zet je morgen in de stad af, maar ik ga verder.
Mijn grootvader was een vrederechter.
Greenville, Kentucky, 1882.
Dit is zijn horloge.
Ik wilde het niet.
Ik was zo bang voor hem, dat ik niet meer wist wat ik deed.
Ik zweer je bij God.
Eddie is dood.
Wie heeft me erbij gelapt?
Kom op, je hebt niet veel tijd.
- Ik heb glas in mijn gezicht. - De naam van je contactman.
Krijg de klere!
Als ik het vertel, ben ik er geweest.
- Wie gaf je de opdracht? - Jake Menner.
- En wie is dat? - Hij int schulden.
Hij is 'n grote jongen. Werkt met bookmakers bij dure hotels.
Oké, dat was Menner. Vertel wie me koud wilde maken.
- Ik kan het niet. - Ik zou 't proberen.
- Jim Sinclair. - Waar vind ik hem?
- Dit wordt mijn dood. - Je bent sowieso dood.
Hij heeft n club in Bakersfield, tussen 14th Street en de snelweg.
The Three Kings.
- Wat heeft hij tegen me, Frank? - Wij stellen geen vragen.
We gaan Menner bellen en vertellen hoe je de klus klaarde.
Earl? Doe hem geen pijn meer.
Hij probeerde me te vermoorden, waarom zou ik 'm geen pijn doen?
Sneller.
Lopen!
- Waar bel je naartoe? - Het Blackwell Hotel in L.A.
- Welke kamer? - Suite 11A.
11A.
- Wat moet ik zeggen? - Dat Macklin dood is.
Met Orlandi. Geef me Menner.
Menner? Het is gepiept. Macklin is dood.
Nee, geen problemen.
Tien minuten geleden.
- Hoeveel man? - Vijf, zes. Soms zeven.
Ze spelen poker. Het duurt een hele week.
Heb je geld? Zorg dat je wat krijgt en verdwijn. Heel ver weg.
Is dit je auto?
Probeer 't niet nog eens, dan weten ze dat je gemist hebt.
- Heb je een zakdoek? - Start de motor.
- Ik heb glas in mijn gezicht. - Start de motor.
Start! Donder op.
Ga maar ergens anders dood.
Ik moest je er alleen naartoe brengen.
Anders sneden ze mijn gezicht stuk.
Ze zouden me niet doodmaken.
Ze hielden een scheermes voor m'n neus.
Ze waren elke avond in de club.
Er zat elke avond een vent in een auto bij me voor de deur.
Je weet hoe ze zijn. Ze doen alsof de wereld van hun is.
Het spijt me.
- Ze komen nu achter mij aan, hè? - Nou en of.
Is het weer goed tussen ons?
Ja, het is goed.
Wat hebben ze met je gedaan?
- Ze hebben niks gedaan. - Kom op, laat zien.
Wie heeft dat gedaan?
- Dat doet er niet toe - Ja, wel. Wie heeft dat gedaan?
Jake Menner.
Die naam blijft maar opduiken.
- Je mag hier niet parkeren. - Ik ben zo terug.
Opstaan! Ga de hoek om.
- Hoe is het daarbinnen? - Het zijn grote jongens.
Ze betalen je te weinig om je mond te houden.
Zeven spelers en twee gorilla's. Goedkope arbeidskracht.
Als het er meer zijn dan twee, kom ik terug.
Hoe heet je? Draai je om, Al.
Naar links, ik hoor rechts niet zo goed.
Leg je handen plat op tafel.
Pak je portefeuilles. Niets anders dan jullie portefeuilles.
Je maakt een grote fout, vriend.
Pak de portefeuilles en het geld van de tafel.
- Pak die van Menner eerst. - Kent ie je?
Nu wel, lul!
- Wie ben je, vriend? - Macklin.
- We hoorden dat die dood was. - Dat hoorden jullie verkeerd.
Stop het in Menners jas. En de jouwe.
Niet zo slordig, verdomme.
Breng de jas hier.
Niet voor me staan.
Achter de tafel.
- Draai je naar het raam. Jij ook. - Je bent er geweest.
- Je bent dood. - Hou je kop.
- Zo praat je niet tegen mij. - We willen geen herrie.
- De maffia pakt hem. - Vertel me over die huurmoord.
- De pleuris voor je. - Vertel het. Je bent hier te gast.
Je broer, jij en ene Cody beroofden een bank.
De Midwest National in Wichita.
De maffia is de eigenaar. Jij pakt ons, wij pakken jou.
- We wisten van niets. - Pech.
Je maakte m'n broer koud en toen kwam je achter mij aan.
De maffia gaat me betalen voor mijn overlast.
Ik had gedacht aan 250.000 om het goed te maken.
- Weet je tegen wie je het hebt? - Ja. Hand boven tafel.
Dat is de rekening. 250. Ik pak jullie tot jullie betalen.
Wat ik in de tussentijd bij elkaar haal, is extra.
We hebben niets te bespreken.
- Dat is een mooie ring. - Ga je die ook stelen?
- Fijn dat je zoiets kunt betalen. - Zeg dat wel.
Je moet de arm van een meisje niet als asbak gebruiken.
Zitten blijven. Jullie willen geen herrie in het hotel.
Tot kijk.
- Je zou zo terugkomen. - Ik werd opgehouden.
- Waar gaan we heen? - Naar het noorden.
CODY'S SNELBUFFET
- Wilt u ontbijt? - Koffie.
- En u? Ontbijt? - Alleen koffie.
- U laat 't breed hangen. - Waar is Cody?
- Achter. - Ga hem halen.
Ga hem halen.
Ik ben Cody. Ik kan jullie niet plaatsen.
- We kennen vrienden van jou. - Wie zijn dat dan wel?
Het zijn oude vrienden. Die je vroeger kende.
- Hebben ze geen namen? - Hun namen zijn niet belangrijk.
Het is altijd leuk om van ouwe vrienden te horen.
- Gaan jullie op kwarteljacht? - Ja, kwartels.
Dan zijn jullie te laat. Daar moet je vroeg voor opstaan.
Als ze naar voedsel zoeken. Als jullie vogels willen.
Bedankt voor de tip.
Die geweren zijn te groot. Dat kaliber schiet 'n vogel aan reepjes.
- Is het heus? - Ja.
Leo.
Als je meer over geweren wilt weten, vraag 't dan aan Bob. De sheriff.
- Hij weet alles van geweren. - Dat is waar.
Weet je wat? Jij zou op de paarden moeten wedden.
Je hebt zo'n mazzel.
Vrienden van je?
Ik ken ze.
Twee lieve jongens.
"Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven."
"Een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven."
We waren niet getrouwd. Het huis is van zijn zoon.
- Hij heeft 10 jaar niet geschreven. - 24.000. Er komt meer.
- Waar heb je die vandaan? - Een partijtje poker.
Denk je dat ik dom ben? Ik wil er niets van weten.
Hij was met pensioen tot jij terugkwam.
Geen klussen meer, alleen vissen en aan het huis werken.
Toen kwam jij. Nog één klus, omdat je zijn broer was.
En jij moest zo nodig de maffia bestelen. Maar Eddie is dood.
God vergeve het me, maar ik wou dat jij het was.
Ja, maar ik ben het niet. Het wordt goedgemaakt.
Ik heb niets aan geld. Jij ook niet. Wat moet je ermee?
Je hebt 'n vrouw, je hebt alle tijd. Maar dat is niet genoeg.
Mannen zoals Eddie en jij kunnen mensen niet met rust laten.
Ik wil je geld niet, ik wil alleen met rust gelaten worden.
Eddie was mijn broer.
Je wordt doodgeschoten, net als hij.
Je hebt je tijd gehad. Eddie wist dat, waarom jij niet?
- Ik moet weg. - Nee, ga nog niet.
Dag.
Maak je slag af. Nog één. Ja.
Oké, nu naar achteren zwaaien. Dat is iets te hoog.
Evenwijdig aan de grond. Kijk naar de bal.
Je zwaai is te hoog. Klaar?
Art, we hebben een probleem.
Nee.
Jij hebt een probleem.
Ik hoorde over je ongelukje.
Je mag me straks alles vertellen.
- We zijn gesloten. - Ik zoek Cody.
Ik ben Macklin. Zeg tegen Madge dat ik er ben.
Het is in orde, Packard.
- Hallo, Earl. Een biertje? - Dit is Bett. Madge Coyle.
- Een biertje? - Nee, bedankt.
- Je ziet er leuk uit. - Dank je.
Earl weet ze altijd te kiezen. Maar we hadden je hier niet verwacht.
- Hij werkt nooit met vrouwen. - De tijden veranderen.
Ik moet oppassen, dat weet je best.
Harry Laudermilk kwam hier van de zomer langs.
No comments yet. Be the first to leave one.