Mistari 200 ya kwanza.
Almachtige God! Die vent is doodgeschoten.
Wat zou hij gedaan hebben? - Iets wat een ander niet leuk vond.
Help me, jongens.
Breng me in veiligheid, verberg me ergens.
Niet treuzelen, anders red ik het niet.
We krijgen vreselijk op onze donder. - Het is onze zaak niet.
Als we niks doen, gaat hij dood. - Dat is waar, jochie.
Ik ben op weg naar mijn Schepper, maar ik wil Hem nog niet zien.
Ik durf 'm niet aan te raken.
Is dit uw boerderij? - Ik ben de eigenaar.
Heeft u een vreemdeling gezien? - Nee, niemand.
En jij, jongen? - Nee, meneer.
Er is een gevaarlijke bandiet op de vlucht. Hou je ogen open.
Rijd alstublieft om m'n bloemperk heen.
Pas op de geraniums, mannen.
Een, twee, drie. Allemaal aanwezig. Goeienavond, jongens.
Leuk jullie te zien.
Ik ben inmiddels wel uitgekeken op het achterwerk van die koe.
Wat schaft de pot vanavond? - K0n1jn.
Klinkt goed.
Je moeder kan goed koken.
M'n ma is dood. Ik heb het gemaakt.
Ik heb ook iets meegenomen.
Dat is zeker een paar dollar.
Heb je dit gespaard of gejat? - Ik heb het gespaard.
U heeft het hard nodig. We weten dat uw zakken leeg zijn.
Ik heb een geldriem onder m'n broek met ruim duizend dollar aan goud erin.
Bewaar dit als een appeltje voor de dorst.
Ik zag dat er kant aan dit verband zit.
Droeg de dame de petticoat nog toen je het er afscheurde?
Het is een stuk gordijn van zolder.
Wat ben ik jullie schuldig? - Wat bedoelt u?
Eten, onderdak, verband. Hoeveel? - We vragen niks.
Jullie kunnen rijk worden. Er staat een prijs op m'n hoofd.
Vijfhonderd dollar in Texas, zeshonderd in Oklahoma en duizend inArkansas.
Wie bent u dan? - Ik heet Spikes. Harry Spikes.
Ik ben bankovervaller.
Bankovervaller?
Daarom ben ik neergeschoten. Voor de zoveelste keer.
Als ze u pakken, wordt u dan opgehangen?
Ze zouden m'n kop afhakken en op een telegraafpaal zetten.
Net als bij m'n vrienden.
Waarom blijft u het dan doen?
Er wachten vijf Mexicaanse dames op me in vijf verschillende stadjes.
Ik heb twaalf puur zijden overhemden, in alle kleuren van de regenboog.
Het leer van m'n laarzen is zo zacht als boter.
Dat komt doordat indiaanse meisjes er eerst op kauwen.
Er staan een fles bourbon en een kistje Havana-sigaren naast m'n bed.
In slappe tijden.
U slaapt nu tussen het hooi. - Het leven is niet perfect.
Morgen ben ik weg. Tijd dus om waardig afscheid te nemen.
Ik ben jullie eeuwig dankbaar.
Dat is niet veel, gezien wat jullie gedaan hebben.
Maar vergeet de naam Harry Spikes nooit.
Ik sta bij jullie in het krijt.
Altijd, waar en wanneer dan ook.
Je paard staat niet in de stal. - Ik heb 'm niet binnen gezet.
Waarom niet? - Vergeten.
Zat je ergens anders met je gedachten? - Dat zal wel.
Het is jouw paard. Als je je eten op hebt, gaan we 'm zoeken.
Dat kan ikzelf wel. - Ik ga met je mee.
Hij is weggelopen. Had je 'm wel vastgebonden?
Hij is misschien losgeglipt. Roep 'm eens.
Roep 'm dan.
Niks te zien. Kan het zijn dat hij gestolen is?
Geen idee. - Je weet het best.
Ik vraag het nog een keer: Waar is je paard?
Ik heb dat paard van m'n eigen geld gekocht.
Dat weet ik. Je werkt zo hard je kunt en je klaagt niet.
Maar je gehoorzaamt me niet. Je verzet je tegen me.
Waar is je paard? - Ik heb 'm weggegeven.
Aan die voortvluchtige? Die dief, die moordenaar?
Je hebt gelogen, tegen de achtervolgers en mij.
Je hebt kleren en eten gestolen.
Weet je wel wat je gedaan hebt? Zie je niet in dat je een zondaar bent?
Je hebt mij én God getart.
Wie is belangrijker, pa?
Ben je zomaar weggegaan?
Als ik was gebleven, had ik 'm vermoord.
Zit er nog vel op je rug? - Amper.
Wat ga je doen? - Ik verzin wel wat.
Je weet niet hoe de wereld in elkaar zit. - Daar kom ik wel achter.
Dat zal wel zo zijn, ja.
Ik zou graag met je meegaan.
M'n vader behandelt me als een voetveeg.
Ik zal je schrijven zodra ik nieuws heb.
Het zal stil worden zonder jou.
Stap niet op je hooivork. - Val niet uit bed.
Kom je echt niet terug? - Ik wil van dit leven af.
Kon ik maar met je mee. - Je kunt er beter niet bij betrokken raken.
Je zou me leren zwemmen. - Neusd1chtkn1jpen en springen.
We zijn altijd samen geweest.
Wij zijn het. - Dat zie ik. Wat komen jullie doen?
Ik wil ook lol in m'n leven. - Ik blijf het liefst bij elkaar.
Heb je schoon ondergoed bij je? - Wat ik nu draag, wordt maar vies.
Goed. We blijven bij elkaar. En we laten ons door niemand de wet voorschrijven.
Reken maar. - We gaan ons fortuin zoeken.
Waar gaan we eigenlijk heen? - Geen idee. We zien wel.
Wat willen jullie? - Misschien heeft u klusjes te doen.
We kunnen de varkens voeren of de stal uitmesten.
Opgehoepeld. Ik huur geen tuig in.
Geld is net mest. Je hebt er alleen wat aan als je het in het rond strooit.
Lunch. - Zo diep ben ik nog niet gezonken.
Je bent altijd al een lastige eter geweest, Will.
Jullie begaan een zonde. Dat zijn het lichaam en het bloed van Christus.
Tod, het zijn gewoon crackers met vlierbessenwijn.
Is dit ons ontbijt? -0ntb1jt, lunch en avondeten.
Ik barst van de hengel: - Drink dan meer water. Dat vult je maag.
Hebben we echt niks? - Geen rooie cent.
Geen nagel om aan onze kont te krabben.
Je kunt je horloge verkopen. - Dat heeft hij van z'n pa gekregen.
Het is puur goud. Dat levert een zak met geld op.
Wil je geen bord eten voor je neus? - H1j wil dat horloge niet kwijt.
Sta op.
Jullie zijn niet van hier. Ik ken elke man en muilezel uit de wijde omgeving.
Dat is een mooie kennissenkring. - Wat een grappenmaker ben jij.
Waar komen jullie vandaan? - Een stuk verderop.
Niks is zo irritant als drie stinkende nietsnutten in dit rustige stadje.
Wat zoeken jullie hier?
We zijn op doorreis. - Jullie krijgen vijf minuten.
Vanaf wanneer? - Vanaf jullie aankomst hier.
Geef ons tien minuten. Hij wil nog naar het openbaar toilet.
Niet zo brutaal, smeerlappen. - U bedoelt mij toch niet?
Opgerot.
Aardige lui hier.
Laten we maar gaan. - En dan? We hebben geen rooie cent.
Mr Spikes is nooit blut. H? heeft ook altijd een volle maag.
Hoe kom je daar opeens bij? - D1e bank.
Weet je wat hij zou doen? Hij zou die bank inlopen...
z'n revolver trekken en zeggen: Geld moet rollen, maar wel mijn kant op.
Dat is stelen. - Stelen is beter dan verhongeren.
Ik zal u niet neerschieten, maar geef me al het geld, en snel.
Het zit in de kluis, en die heeft een tijdslot.
Wanneer gaat het open? - Om negen uur.
Dan wacht ik even.
Ben je gek geworden? - Misschien.
Kom mee, de sheriff zit hier vlakbij. - Ik blijf hier.
Het is veel te link. - Ik doe het toch.
Goed dan. Samen uit, samen thuis.
Het is negen uur.
Die klok loopt voor. - Of u liegt.
Hij gaat zo open. Blijf nou maar kalm.
Nog even. - Dat is te hopen.
Je hebt nog tijd om na te denken over je daad. Over waar dit toe zal leiden.
Ik heb de brand aangestoken. Nu wil ik ook rook zien.
Tod, ga bij de deur staan voor het geval iemand binnenkomt.
Ongelooflijk.
Alleen de kleine coupures, dat is veiliger.
U wordt vast moe. Laat uw handen maar zakken.
Heb je drie opgeschoten jochies gezien? - Die heb ik gezien, ja.
Dit zal je zwaar berouwen.
Stop je hoed in z'n mond zodat hij niks meer kan zeggen.
Mond open.
Wijd open.
Achteruit, hup.
Kom ons niet gelijk achterna.
Wat is hier aan de hand? Waar zijn jullie mee bezig?
Ze komen ons achterna. Schiet op.
Hou ze tegen.
Ik ben gevallen.
Het geld. - Laat maar.
We zijn veilig.
We zijn de Rio Grande overgestoken. Ik denk dat we in Mexico zijn.
Er is een pluk van m'n haar geschoten, vlak achter m'n oor.
Er zit bloed op m'n hemd. - Die man viel tegen je aan.
H? had z'n armen om m'n nek.
Ik heb nog nooit iets gedood. Zelfs geen konijn.
Het ging per ongeluk. - Dat maakt niet uit. Hij is dood.
Hij is bij God in de hemel, voor eeuwig.
Ik zou mezelf moeten aangeven. Ik heb geschoten.
Als je dat wilt, moeten we ons alle drie verantwoorden.
Kunnen we niet in het leger gaan?
Dat betekent niet dat we aan onze straf ontkomen.
Je krijgt in elk geval drie keer per dag te eten.
De spoorwegmaatschappi j betaalt goed. - Daar nemen ze alleen Chinezen aan.
En het is toch aan de andere kant van de grens.
Moeten we dan op de vlucht blijven? - Ik weet het ook niet.
We bedenken wel wat.
Als ik doodga, kan ik niet armer zijn dan toen ik geboren Werd.
Hij droomt vast over wat er gister gebeurd is.
Ik wou dat het allemaal nooit gebeurd was.
Onze zakken zijn net zo leeg als onze magen.
We hebben geen geld.
Geef 'm wat ruimte. Er is niks aan de hand, hij heeft gewoon een lege maag.
Dat klokje is van m'n opa geweest. Ik heb het vlak voor hij doodging gekregen.
Het is puur goud en het heeft nog nooit achtergelopen. Hoeveel krijg ik ervoor?
Honderd. - Dollar of pesos?
Pesos. - Dat is maar tien dollar.
Ik heb een bank overvallen, maar u bent nog een grotere bandiet dan ik.
We zitten vast z'n broer op te eten.
Eet maar goed. We krijgen voorlopig niet meer.
Het is niet eens zo slecht als het ruikt.
Jullie zijn precies op de goede plek.
Ik weet niet hoe 't komt, maar we doen iets niet goed.
Ligt hij nou weer te slapen?
H? lag gister ook al steeds te pitten. - Ik weet het.
Hij doet niks anders.
Word eens wakker, Tod. Je moet wat eten.
Ik hoef niks. - Je moet op krachten blijven. Eet nou.
We komen hier nooit uit. - Dat begin ik ook te denken.
No comments yet. Be the first to leave one.