முதல் 200 வரிகள்.
Het geluk is niet altijd vrolijk
ALLE TURKEN HETEN ALI
Pardon,
maar buiten regent het zo hard... begrijpt u ?
Ik dacht: "Emmi, ga toch in dat café binnen."
iedere avond kom ik hier voorbij en hoor ik die vreemde muziek.
In welke taal zingen ze ?
In het Arabisch.
We hebben ook Duitse nummers in de jukebox,
maar ze horen dat liever.
Natuurlijk.
Wat zal het zijn ?
Wat wordt hier gedronken ?
Geen idee.
Iedereen neemt wat hij wil. Misschien een cola of een bier.
Ja, dat is vriendelijk. Dank u.
Wel ? Bier of cola ?
Een cola, graag.
Ze is niet goed wijs. Ze praat maar door...
Het is misschien haar enige kans om te praten.
Waarschijnlijk.
Wel ? Kom je of niet ?
En waarom ?
Pik naar de duivel.
Niet dan.
Nog een biertje ?
Betalen.
Negen biertjes ?
10,30.
Wil je niet met die ouwe dansen ?
Ik, met de oude vrouw dansen ?
Je benen zijn toch niet naar de duivel ?
Ze wil dat ik met de oude vrouw dans.
Jij met mij dansen ?
Pardon ?
Jij hier alleen zitten is triestig. Alleen zitten niet goed.
Waarom niet...
Maar ik heb al 20 jaar niet meer gedanst.
Misschien kan ik het niet eens meer.
Geeft niet. Heel traag dansen.
Doe het licht uit!
Vanwaar komt u ?
Stadje in Marokko. Tisnit.
In Marokko ?
Ja, heel mooi. Maar geen werk.
U spreekt goed Duits. Bent u hier al lang ?
Twee jaar. Altijd veel werk.
Ik werk ook veel.
Werken is de helft van het leven.
Jij geen man ? Getrouwd ?
Mijn man is dood. Al lang.
Wat doet u ?
Met auto's. Hele dag. Altijd.
En 's avonds komt u hier ?
Er is mooie muziek.
Veel Arabische collega's. Ken geen ander café.
Duitsers met Arabieren, niet goed.
Waarom niet ?
Weet niet.
Duitser met Arabier niet hetzelfde.
Maar op het werk ?
Niet hetzelfde.
Duitser meneer,
Arabier hond.
Hetzelfde.
Niet veel nadenken, goed.
Veel nadenken, veel wenen.
Nog iets ?
Bedankt. Ik moet vroeg op.
Ik betaal de cola.
Ik betaal cola.
Bedankt, maar...
Jij wel met Ali praten, Ali betaalt cola.
Is dat uw naam ?
Nee. Maar iedereen zegt Ali. Nu ik Ali.
En uw echte naam ?
El Hedi ben Salem M'Barek Mohamed Mustafa.
Dat is een heel lange naam.
Iedereen in Tisnit heeft lange naam.
Ik moet opstappen.
Geen afscheid. Ik ga tot thuis.
Jij niet alleen:
beter.
Als u dat wil.
Die afschuwelijke regen !
We zijn er.
Je huis ?
Kom even schuilen,
misschien houdt het zo op.
Anders doet u nog een verkoudheid op door mijn fout.
Wat jouw werk ?
Weet u...
Ik praat er niet graag over. De mensen bekijken je raar.
Ik niet raar.
Nee, u niet.
Ik ben werkster. Schoonmaakster.
In groot bedrijf ?
Het is oké. Er is veel glas.
Het is hard werken.
Er zijn 8 verdiepingen, en we zijn met z'n vieren.
Leder doet er twee.
Een 's morgens en een 's avonds.
Tussenin werk ik bij particulieren.
Schoonmaaksters zijn tegenwoordig zeldzaam.
En ik heb geen echt beroep geleerd.
Er zijn ongelooflijke dingen.
Een man die me komt halen met een Mercedes,
met chauffeur.
Wel, ik zeg niet nee.
Hij heeft een fabriek.
U zou lichte pakken moeten dragen.
Dat zou u beter staan dan donkere.
Ik, licht pak ? Waarom ?
Het gaat me niet aan, maar...
donker maakt zo triestig, niet ?
Weet niet. Misschien.
Het is goed met iemand te praten.
Ik ben veel alleen, weet u.
Altijd eigenlijk.
M'n kinderen hebben zelf genoeg zorgen.
Jij veel kinderen ?
Drie. Twee jongens en een meisje.
Allemaal al getrouwd.
Waar ? Andere stad ?
Nee, ze wonen hier.
Ze leiden hun eigen leven.
We zien elkaar soms, op feestdagen, maar...
Bij ons in Marokko,
familie altijd bijeen.
Mama niet alleen. Mama alleen niet goed.
Leder land heeft z'n gebruiken.
Ik ga kijken of het nog regent.
Het giet nog altijd.
Misschien...
Als u een kwartiertje mee naar boven gaat, zal ik koffie zetten.
Ondertussen zal het zeker ophouden met regenen.
Goed, maar...
Kom. We zeggen te vaak "maar".
"Maar"... en alles blijft zoals voordien.
U gaat mee naar boven.
Ik heb boven ook een fles cognac.
Een cadeau van m'n oudste zoon voor Kerstmis.
Lust u cognac ?
Alleen drinken is niet leuk.
Goeienavond, Mw. Kurowski.
Ik wou u de 3,50 mark teruggeven
die u me geleend had.
En nogmaals bedankt.
Stel u voor,
Kurowski is hier met een vreemdeling !
Een zwarte.
Een neger ?
Niet helemaal, maar toch redelijk zwart.
Ze is ook geen Duitse.
Kurowski, wat een naam !
Ja. Wat een zeden !
Wat wil ze van hem ?
Geen idee. Misschien een tapijt van hem kopen.
Om 9 h.30 's avonds ?
Wie weet.
Goeie koffie. Heel goed.
In de familie zeggen ze : "Emmi's koffie wekt de doden."
Wilt u een cognac ?
M'n man was Pool, geen Duitser.
Hij kwam hier als gastarbeider tijdens de oorlog.
En daarna is hij gebleven.
M'n ouders leefden nog.
Ze zeiden altijd : "Emmi,
dat loopt niet goed af."
Omdat hij vreemdeling was,
begrijpt u ?
Papa haatte alle vreemdelingen.
Hij was Partijlid. Onder Hitler.
Zegt u dat iets ?
Ik was ook bij de Partij. Iedereen eigenlijk, of toch bijna.
Maar ik kwam goed overeen met Franticek.
Zo heette m'n man.
Hij kreeg een leverziekte. Hij dronk veel.
Maar hij was altijd opgewekt.
Hij stierf in '55.
Nog een ?
En u?
Bent u getrouwd ?
Niet getrouwd.
En uw ouders ?
Dood.
Allebei ?
Papa heel oud, mama heel ziek.
Broers en zusters ?
Geen broer. Vijf zusters.
Vijf zusters. Ali jonger.
Allemaal ouder.
Wonen ze allemaal in Marokko ?
Niet alleen. Algerije et Tunesië.
Papa veel gereisd met kamelen.
Papa Berber. Berbers veel rondzwerven in Afrika.
Ali nu weggaan. Heel laat.
Nog een glaasje. Tien minuten, ja ?
Nu laatste tram.
Tram weg, Ali te voet.
No comments yet. Be the first to leave one.