All the Gold in the World

All the Gold in the World (Tout l'or du monde)

Dutch வசனம் பதிவிறக்கம்

வெளியீட்டு விவரம்

Tout Lor Du Monde 1961 1080p WEBRip x264 AAC-[YTS MX] v5 NL
கருத்துரை வழங்கியவர் FMS2025

குறிச்சொற்கள்

webdl
வெளியிடப்பட்ட தேதி: 2026-07-28
பதிவிறக்கங்கள்: 1
காது கேளாதோருக்கானது: No

Dutch வசனங்களின் மாதிரிக்காட்சி

முதல் 200 வரிகள்.

AL HET GELD VAN DE WERELD

Haast u niet. We hebben tijd zat.

U hebt wel haast.

De weg is niet alleen voor jou, pummel.

U bent niet erg beleefd.

Hij verdient een trap onder zijn reet.

Hallo, baas.

- Oude huizen. - Sommige zijn meer dan 500 jaar oud.

- Moet tegen de vlakte. Gaan we? - Het zal u vermaken.

Meneer Victor Hardy, de burgemeester en de gemeenteraadsleden.

Ons dorp staat in de belangstelling,

omdat het volgens de officiële statistieken...

We lazen het in de krant.

Onze fotograaf is al bezig.

Is dat niet mooi? Hij werd 85 en zijn vrouw 93. Foto.

En deze leefde van 1850 tot 1938. Foto.

- Deze werd 92, en die daar ook. - En de 100-jarigen?

Zijn er ook genoeg. Kijk, 1858-1959.101 jaar.

En kijk deze eens, nog ouder. En die daar.

- Hier word je oud. - We kopen alles.

- Voor niets. En dan verkopen we weer. - Met een pakkende slogan.

Wacht even. Nee.

- Men leeft hier lang. - Lang leven...

- Longueville. - Longueville...

- Longueville, een gouden greep. - Met goede publiciteit.

Wie van het leven houdt, gaat in Longueville wonen.

- Het gemeentebestuur van Cabasse... - Dank u, burgemeester. Dank u.

- Allemaal van ons. - Goed gedaan, Fred.

Hen tot verkoop overhalen zonder met geld te smijten.

- Hebben ze allemaal getekend? - Ja, behalve één. Hij wil u spreken.

- En hij is hier. - Ga hem maar halen.

Meneer Dumont, komt u maar. Meneer Hardy is er.

Ja, hierlangs. Door die deur.

- Ze zijn hier wat onnozel. - Gelukkig maar.

- Waar ligt zijn land? - Hier. Dat onbebouwde stuk.

Midden in het domein. En daar ligt de bron.

Hij heeft geen flauw benul. Komt u binnen, meneer Dumont.

- Fijn u te ontmoeten, meneer Dumont. - We hebben elkaar al ontmoet.

- Wanneer dan? - Onlangs. Op de weg.

- Uw chauffeur was niet erg beleefd. - Dat meent u niet.

Hij zei dat ik een trap onder mijn reet moest krijgen.

- Dat kan ik me niet voorstellen. - Dus ik lieg?

- Blijf toch. We geloven u. - Het was een misverstand.

- Hij zal zijn chauffeur berispen. - Serieus.

Gaat u even zitten en teken dan daar.

Hij verdient een trap onder zijn reet.

- Zo is dat. - U hebt helemaal gelijk.

- U bent het met me eens? - Volkomen.

- Ga hem dan maar halen. - Wie?

Uw chauffeur. Om hem zijn verdiende loon te geven.

Heel grappig.

Hij kan grappig uit de hoek komen, die meneer Dumont.

- Tekent u maar. Wij doen de rest. - We zullen de schuldige straffen.

Eerst die schop onder zijn reet. Dan praten we verder.

- U maakt een grapje. - U kunt toch niet verlangen...

Ik verlang niets. Jullie willen iets van mij.

- Alstublieft, meneer Dumont. - Kunnen we niet praten?

Meneer Hardy bedoelt het goed. Gaat u zitten, dan praten we.

Of hebt u soms haast?

Ik heb nooit haast. Ik heb tijd genoeg.

De knaap is kennelijk verbaasd. Hij moet aan het idee wennen.

Logisch, denk je eens in.

- Volgens mij vroeg hij bedenktijd. - Terecht. Je moet je tijd nemen.

Dit is allemaal van hem.

Je moet eraan geloven. Kom mee.

- Kom. - Ik ga alleen, geen getuigen nodig.

En schiet een beetje op.

- Meneer Dumont? - Wie is daar?

- Ik ben er klaar voor. - Wat wilt u?

Ik wil niets. U wilt iets.

O, is het voor... Dat heeft geen haast.

Ga uw gang.

De bruut heeft me goed geraakt.

Geregeld. Laat hem tekenen, dan kunnen we gaan.

Ik wil die oude man niet meer zien.

- Het is nog niet geregeld. - Hoezo? O ja.

Die mensen zijn bruten. Ze spreken een andere taal.

- Dat was toch de overeenkomst? - Zo lijkt het wel.

U hoeft alleen daar te tekenen.

Ik hoef alleen daar te tekenen? Dan teken ik daar.

Dat is dan afgesproken. Maar eerst moet ik met Toine praten.

- Toine? - Mijn zoon.

Maar uw zoon is toch niet de eigenaar?

Nee, dat ben ik. Maar wie liet het mij na? Mijn vader.

En die kreeg het huis van zijn vader.

Het is van vader op zoon overgegaan zolang er Dumonts zijn.

Ik verkoop het niet zonder met Toine te praten. Dat kan niet.

- Waar blijf je nou, Fred? - Een ogenblikje.

U moet met Toine gaan praten.

- Dat doe ik als ik hem zie. - Nu meteen.

- Nu meteen? Maar hij is boven. - Boven?

- In de bergen, met de schapen. - Dan gaan we erheen.

De bergen in? Dat deed ik toen ik jong was.

Dat is twee dagen lopen, en er zijn geen wegen. Dus...

Wanneer is hij terug?

Na de zomer. Met de schapen.

- Kom je nog een keer? - Ik kom al.

- Wilt u wat soep? - Nee, dank u. Een andere keer.

- Toine, herken je me niet? - Het is de burgemeester.

- U liet me wel schrikken. - We kwamen je gedag zeggen.

Hallo, Toine. Leuk je te ontmoeten.

Hij lijkt sprekend op zijn vader.

- Wie is dat? - Een vriend van je vader.

Hij bood me net nog soep aan.

En hij vertelde me dat hij met je wilde praten.

- Is dat zo? - Ja, dat is zo.

Zou je het niet leuk vinden mee te vliegen?

Ik? In dat ding?

Dat lijkt me leuk.

- Meneer Dumont. - Mathieu.

Hallo, papa.

- Wat doe jij hier? - Je wilde hem toch spreken?

Ik zei: na de zomer, als hij terug is met de schapen. Dan pas.

Omarm je vader en zeg dat hij verstandig moet zijn.

Je zet geen voet in huis voor de schapen terug zijn.

- U zei dat hij me wilde spreken. - Ik los het wel op.

- Wat ben je toch een stijfkop. - Ik zal je leren.

- Je gaat me toch niet doodschieten? - Het is maar hagel.

Voor appeldieven.

Ga weg of ik schiet.

Alle Dumonts waren stijfkoppen, maar jij bent de ergste.

Hij wilde op me schieten. Op mij, de burgemeester.

Ik ga wel.

- Luister, meneer Dumont. - Hou maar op.

- Hij hoort bij zijn schapen. - Maar u wou...

Na de zomer. En als ik iets zeg, dan meen ik het.

Ik wil iets ophelderen. Uw zoon treft geen blaam.

O nee?

- En wie past er nu op de schapen? - De schapen?

Ja. Zeg het maar. U weet alles toch zo goed?

- Je vader vroeg... - Wie op de schapen past.

Nou, de man met de baard.

- De man met de baard past erop. - Die weet er niks van.

Kent hij er niets van?

- Samen met zijn neef. - Mooi zo.

- Zijn neef helpt hem. - Welke neef?

Ik denk de neef van de man met de baard.

Hij moet lachen.

Die neef is een sukkel.

Nee, niet die neef.

- Welke dan? - De andere neef is de sukkel.

Het is de andere neef.

Toine, je mocht geen stap in huis zetten.

- Maar hij is uw zoon. - Hij mag er toch wel in?

Ik woon hier en ik ben geen kind meer.

O nee? Dat zullen we nog wel zien.

- En morgen... - De feestelijke opening.

- Al die journalisten. - De radio, de eregasten.

- Dat gaat allemaal de mist in. - Door die stijfkop.

- Konden we hem maar... - Doden.

Dat wordt lastig.

Hoewel...

- Ik leg het je uit, Toine. - Misschien drongen we te veel aan.

- Hij sloeg me. Op mijn leeftijd. - Dat is verschrikkelijk.

We menen het echt.

Het gaat hierom: wij willen jullie huis en grond kopen, en je vader...

- Doe open, Toine. - Een momentje.

We hebben toestemming van je vader...

- Ik had terug kunnen slaan. - Zeker, maar dat hielp niets.

Jullie moeten het samen eens worden over de verkoop.

- Doe je open of niet? - Zo meteen.

- Je vader heeft ja gezegd. Nu jij nog. - Ik moet gaan.

Ja, naar Parijs of zo.

- Een plek zonder zorgen. - Waar dan ook.

Als je liever buiten woont, bouwen we wat voor je.

Dan kun je een ander leven leiden. Voor jouw bestwil.

Sterker nog, het is je plicht.

Grote genade. Doe open, of ik pak mijn bijl.

We zijn klaar.

Jij zegt ja, nu hij nog.

- Misschien begrijpt hij het... - Vast wel.

Als ik op de bodem van de put lig.

- De bodem van de put? - Ja, dat zei hij.

- Mij buitensluiten. Waar is hij? - U zit fout, meneer Dumont.

Ik heb tot mijn veertigste schapen gehoed.

En nu opdonderen.

Toine, kom tevoorschijn. Waar ben je?

- Toine is er niet, meneer Dumont. - Ik vind hem wel.

Help, meneer Hardy. Help.

Wat doet u bij mijn put?

Weg daar.

Die lui denken dat alles mag.

Blijf staan. Niet bewegen.

Ik zal ze eens wat laten zien.

Pak hem, Toine. Pak hem.

Even een patroon pakken.

Wat is hij onhandig. Werk eens mee.

Ik had je je gang moeten laten gaan, idioot.

Kijk waar je zonder hem terecht was gekomen.

- In dat zwarte gat. - In het niets.

Een schot hagel kun je krijgen.

Heb je zo'n ding nodig, dan weigert het dienst.

Grote genade. Dat gloeit als de hel.

Wat heb ik God misdaan? Ik reken het ze aan.

Geef hem niet te veel drank, Rose.

Arme Toine. Je kent hem, hij heeft geen kwade dronk.

Ik ben er ook nog om je eer te verdedigen.

Ik reken op u, meneer Jules. Goedenavond, Rose.

Pak er een kaart uit.

Gezien? Stop hem nu weer terug. Kom dichterbij.

கருத்துகள்

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left