முதல் 200 வரிகள்.
DE GOEDE ZAAK Naar de roman van Jean Laborde.
Tijd voor de injectie!
- Monsieur heeft me niet meer nodig? - Nee, Robert, je mag naar boven.
Goedenacht juffrouw.
Robert! Heb je de koffers al naar beneden gebracht?
Nee, morgenvroeg. Mevrouw zei dat ik ze pas op het laatste moment moest doen.
Op het laatste moment! Maar we vertrekken donderdag in alle vroegte!
Je hebt geen twee dagen nodig om koffers te pakken.
- Is de auto al nagekeken? - Ja, Monsieur Marcel heeft het geregeld.
Perfect. Goedenacht, Robert.
Ah! Wij tweeën, eindelijk!
- Wat is er? - Monsieur!
Wat bedoel je met “Monsieur”?
Hallo? Dokter Mermet? Kom meteen. Meneer Dupré heeft een aanval.
Ja, meneer. Het gebeurde net toen ik hem zijn injectie gaf. Dank u, meneer.
Laat die ampul liggen!
- En? - Het is voorbij.
- Wat? - Net nu.
Ongelofelijk!
Vreselijk, dokter. Toen ik hem om acht uur verliet, voelde hij zich goed.
- Hij had hartproblemen. - Vindt u dat normaal?
- Hij had drie aanvallen in één jaar. - Ik vind dat helemaal niet normaal!
Hebt u de injectie zoals altijd gegeven?
Ja, zoals altijd. Het doosje ligt daar.
Heparine is een goed middel; een labfout lijkt me onwaarschijnlijk.
Ik heb nooit problemen gehad met dat medicijn.
Dit is geen ongeluk, dokter. Dit is moord.
Inderdaad, moord. Die vrouw heeft mijn man vermoord.
Wat? U bent niet goed bij uw hoofd!
Ze was zijn minnares, hij wou bij haar weg.
Zijn minnares?
Het bewijs! Wie gaf u die armband? Het was een afscheidsgeschenk.
Ik zweer u dat dat niet waar is!
Ze wist dat het uit was, daarom heeft ze hem vermoord.
U kent me toch!
Professioneel kan ik u niets verwijten. Althans voorlopig.
Ik denk dat u mij niet meer nodig hebt. Mag ik mij dan terugtrekken?
Mevrouw, nogmaals mijn deelneming.
- Beste meester. - Ik breng u even naar buiten, dokter.
Nu we onder ons zijn, luister ik naar u.
U kunt vrijuit spreken, ik ben geen politieagent of rechter.
Ik ben alleen de advocaat van meneer en mevrouw Dupré.
Het is niet mijn taak u te beschuldigen, integendeel. Maak daar gebruik van.
- Ik heb niets verkeerd gedaan. - Dat kan.
Voorlopig heb ik geen oordeel. Ik wil geloven dat het een natuurlijke dood was.
Maar help me.
Help me om helder te zien.
Wilt u me dan niet helpen?
U wordt beschuldigd van moord op een man en toch probeert u zich niet te verdedigen?
Een merkwaardige houding...
Ik hoef u niets te zeggen.
Niet tegen mij, maar morgen, als u wordt verhoord, moet u praten.
Anders zal uw stilzwijgen tegen u gebruikt worden.
Goed dan. In dat geval ben ik verplicht de zaak aan justitie over te dragen.
Wees morgenochtend om tien uur op het Paleis.
Vraag naar het bureau van de procureur des Konings, begrepen?
Ik zal er zijn.
- Mag ik dan gaan? - U bent vrij.
Wat een prachtige armband.
- Denk je echt dat… - Ik weet het zeker.
Ik heb haar morgen opgeroepen bij de rechtbank.
Ik vraag u erbij te zijn. Als u uw klacht handhaaft, komt er een rechter. En dan…
En dan?
Moet je man sterven voor we elkaar terugzien?
- We kunnen de deur toch tenminste sluiten? - Wat hebben we te verliezen?
- Kantoor van de procureur Magnin. - Eerste galerij rechts, eerste deur links.
Dank u.
Ik heb een afspraak met Meester Cassidi. Hij is waarschijnlijk bij procureur Magnin.
Goed, mevrouw.
- Hier, neem dit formulier mee. - Volgt u mij, mevrouw.
Gaat u zitten.
Ik ga een onderzoek en een autopsie bevelen. Binnen!
Meester, er is een dame voor u.
Dat is mijn cliënte. Laat haar wachten.
Ik heb ze allebei laten komen, want als u een onderzoek opent…
- 10u20… De andere zou er nu moeten zijn. - We hoeven niet gehaaster te zijn dan zij.
Tussen ons gezegd, ik geloof niet in moord. Eerder een ongeluk, denk ik.
De verpleegster… Hoe heet ze ook weer?
- Gina Bianchi. - Denkt u dat zij zijn minnares was?
Dupré was geen heilige, maar… Een verpleegster… Hij had keuze genoeg.
Als het snel moest gaan!
- En mevrouw Dupré? - Oh!
Zij was een voorbeeldige echtgenote. Dat weet ik zeker.
Ja, ze is uw cliënte.
Hallo? Ja, ik luister.
Ja, hier op mijn kantoor.
Ernstig?
Dank u, dokter.
De verpleegster komt niet. Ze is aangereden.
Is ze dood?
Nee, ze had nog de tegenwoordigheid van geest om u te waarschuwen.
- Ze ligt in Hôtel-Dieu. - Ongeluk…
Ongeluk of zelfmoord.
- Als het zelfmoord was… - Is dat een schuldbekentenis.
- Bent u hard tegen haar geweest? - Hard?
Nee. Als men zich van het leven berooft nog vóór een aanklacht…
Laten we de mogelijkheid van een ongeluk niet uitsluiten.
Ik ga toch een onderzoek starten.
We vragen de decaan om een onderzoeksrechter aan te stellen.
Wilt u vragen of de heer decaan even naar beneden komt?
Procureur, hebt u een minuut?
- De zaak-Bellart. - Alweer?
Een handtekening voor de raadkamer van beschuldiging.
Is dat nog niet doorgestuurd?
- Mag ik even, procureur? - Gaat uw gang.
Zie je? Ze is niet gekomen. Ze is gevlucht.
Nee, ze ligt in Hôtel-Dieu. Gisteravond onder een auto terechtgekomen. Een ongeluk.
Of zelfmoord. Dat zegt genoeg.
Misschien kon ze het niet aan om vals beschuldigd te worden.
- Alsjeblieft, verdedig haar! - Rustig.
- Dag, meneer de decaan! - Dag, beste meester.
Vals beschuldigd. Ik zal het onthouden.
- Stelt u zich burgerlijke partij? - Natuurlijk!
Denk goed na. Binnen 2 minuten is het te laat.
Er komt een onderzoeksrechter.
- Ben je zeker van je zaak? - Ja.
Wees voorzichtig! Een aanklacht wegens moord is ernstig. Dat kan ver gaan.
Zeker met de huidige pers.
- Ik heb niets te verbergen. - Lieverd…
Dat doet er niet toe.
- Dus we gaan ervoor? - We gaan ervoor.
Kom op, vooruit.
- Hoe voelt u zich? - Ik voel me een beetje…
Een beetje hoe? Dat is normaal, na zo'n schok.
Geef haar een lichte kalmering. Uw röntgenfoto's zijn in orde.
Over drie dagen huppelt u weer als een konijn.
Juffrouw Gina Bianchi?
Ja?
Albert Gaudet, onderzoeksrechter. Ik onderzoek de doodsoorzaak van meneer Dupré.
Mooie dag voor ons. Als ik het zo mag zeggen. Kom mee.
De analyse is binnen. Slecht nieuws voor het meisje.
In de spuit zat geen heparine, maar homérane.
Ampul verwisseld. Bijna een perfecte misdaad.
Wat een kreng!
Op dit moment ondervraagt Gaudet haar in Hôtel-Dieu.
Ik zou veel geven om erbij te zijn als ze haar met de leugen confronteren.
- Te grappig! - Wat een taalgebruik!
Zo bedoelde ik het niet.
- Arme Paul… Zo'n goed mens. - Laten we niet doorslaan naar de andere kant.
- Mag ik verdriet hebben? - Zeker vandaag. Dat is wel het minste.
Geef me je hand. Ook de andere.
Kijk me aan.
Het staat je goed, weet je?
Wat? De tranen?
Nee.
Zwart.
Paul vond dat ook mooi bij jou.
Heren van de familie, dames van de familie.
Dames en heren gasten, volgt u de heren, alstublieft.
Die laatste avond gaf u hem een injectie zoals gewoonlijk?
Ja.
- Heparine? - Ja.
- Weet u zeker dat het heparine was? - Zeker.
- Is heparine een giftige stof? - Nee, het is een antistollingsmiddel.
- Stoort de rook u niet? - Helemaal niet.
Waarom probeerde u die avond na het verlaten van
mevrouw Duprés huis uzelf van het leven te beroven?
Het was een ongeluk! Ik wilde geen zelfmoord plegen.
De chauffeur beweert dat u zich als een waanzinnige voor zijn auto wierp.
Hij vergist zich. Waarom zou ik dat doen?
- Dat vraag ik u! - Mezelf doden…
- Uw veter! - Dank u.
- Was u erg gehecht aan meneer Dupré? - Hij was erg vriendelijk.
Ja.
Een delicate vraag die ik moet stellen: was u zijn maîtresse?
Nee, meneer de rechter, ik was zijn minnares niet.
Niet zo snel! Antwoord niet te snel! Neem rustig uw tijd.
Denk goed na. Het is heel belangrijk. Kom, ik geef u tien seconden, zoals bij…
Nee, ik was niet zijn minnares.
- Antwoord genoteerd. - Gelooft u mij?
Had meneer Dupré een goede relatie met zijn vrouw?
- Hij vertelde me geen persoonlijke zaken. - Doet u dit werk al lang?
Drie jaar.
- Heeft u ooit een fout gemaakt? - Nooit. Vraag het aan dokter Mermet.
- Hé, waar is uw armband gebleven? - Die heb ik nog. Hier is hij.
- Mooi stuk! Een geschenk? - Niet van meneer Dupré, in elk geval.
- Van wie dan? Wie? - Mijn pen is leeg.
Hier. Druk niet te hard op de punt.
- Hoe oud bent u? - 23.
- Woont u alleen? - Ja.
- Geen verloofde of vriend? - Dat gaat u niets aan.
Ach, we hebben genoeg manieren om daarachter te komen.
Kijk!
- Houdt u van Stendhal? - Nee, ik vond hem altijd vervelend.
- Ik ben niet de enige! - Het is een boek van het ziekenhuis.
Onbegrijpelijk! U geeft toe Stendhal niet te waarderen, maar ontkent de verhouding...
Waar schuilt de schaamte tegenwoordig?
- Gaf u alleen injecties met heparine? - Natuurlijk niet.
- Gaf u ook injecties met morfine? - Ja, ook.
- En serum? - Ik gaf allerlei injecties.
- Ook met homérane? - Soms, ja.
- Ook aan meneer Dupré? - Ja, een kuur, zes maanden geleden.
- En daarna? - Niet meer.
- De heparine-injectie… - En?
- Dat zijn intraveneuze injecties? - Ja.
- En homérane? - Intramusculair.
- Altijd? - Altijd.
Wat als je in een ader spuit wat voor een spier bedoeld is?
Dan loop je risico op een ongeluk.
- Ernstig? - Ja.
No comments yet. Be the first to leave one.