200 บรรทัดแรก
De eerste prijs in de rallycross aanstaande zondag
Uit de weg. - Over mijn lijk.
In godsnaam. - Tot kijk, makker.
Zet me neer. Ik moet nog maar een halve ronde.
29 wordt ingehaald door de Kid.
20 gaat over de kop.
Uit de weg.
Me inhalen, hè? Dat is een groot verschil.
Ga toch uit de weg. - Ben jij dat, Ben?
Ik vermoord je.
Vooruit, kom los.
Vooruit, schatje, naar omhoog.
Sorry, makker.
Ben en de Kid rijden aan de kop.
Uit de weg.
Schiet op. - Nog tweeënhalve kilometer.
En Ben die op de tweede plaats reed, zit misschien in de nesten.
Zet 'm op, schatje. Zet 'm op.
Nummer drie zit de Kid op de hielen. - Vooruit, uit de weg. Ik kom eraan.
Nummer drie nadert snel.
Rot op. - Uit de weg.
Duw niet zo.
Een fotofinish. Nummer één en nummer drie.
Ben ligt voor. De Kid heeft zijn autogordel losgemaakt.
Ben is al weg. De Kid springt door de voorruit.
Ze lopen nek-aan-nek.
Ze eindigen gelijk.
Hij is prachtig.
Alsjeblieft.
Kom binnen. - Is de Kid nog binnen?
Wat gebeurt er?
Ik neem mijn voorzorgen. - Wat?
Ik wil niet dat je er met de buggy vandoor gaat.
Ik heb hetzelfde over jou gedroomd. - Ja?
Je nam de sleutel uit het contact, liep naar je geldkistje,
legde hem erin en deed de kast op slot.
Juist?
Wil je erom kaarten? Wie een aas trekt, wint de buggy.
Vertrouw je me niet? Denk je dat ik vals speel?
Inderdaad.
Zullen we een potje armworstelen?
Je bent bang dat ik te sterk ben. - Juist.
Chicos, jullie hoeven elkaar niet te haten.
Ik houd de sleutels bij me, en als je de buggy wilt stelen, kom je naar mij.
Klinkt goed. Wie wil hier nu blijven? - Je hoeft hier niet te blijven.
Niet ruziën, muchachos. Ik heb een geniaal idee.
Ik kan het me niet meer herinneren.
Ik ben aan de beurt. - Nee, ik.
Mag ik eens, jongens? - Ik was nog niet aan de beurt.
Laat eens zien wat je kunt, Kid.
Laat zien wat je kunt.
Recht op die n.
Uit de weg voor de reus.
Laat zien wat je kunt, dikke.
Hij heeft de b er weer aan geslagen. - B? Dat was een n, idioot.
Wat vind je van een bier-en hotdogwedstrijd?
Wat? - Bier drinken en hotdogs eten.
Wie opgeeft, betaalt en is de buggy kwijt.
Goed. Waar? - Daar.
Dat ziet eruit als een rustige tent.
Wie is dat meisje? - Weet ik veel.
Je woont vlakbij en je weet het niet? - Als je niet meedoet, win ik.
Doe je niet mee?
Ober?
Een vanilleijsje. Met veel slagroom.
Goed tegen het zuur.
Achteruit.
Halt. - Duw niet zo.
Jij daar. Het park is gesloten.
Hoezo, gesloten? - Geen kik, of je krijgt ervan langs.
Het park is gesloten.
Het park is tot nader bericht gesloten. Iedereen naar buiten.
Het park is gesloten. Het pretpark is gesloten.
Wist je dat ze die zouden gooien? - Ik heb een hekel aan sigaren.
Een rustige tent, hè?
Tijdens de week wel.
Je raakt achterop.
Kunnen we niet beter gaan?
Dan win ik.
Wees nou stil.
Eruit, of ik sla. - Nee, niet slaan.
Geef je het op?
Ken je het verhaal over de schildpad en de haas?
Kom, we gaan ergens anders heen.
Jij hebt meer weg van een brulkikker. - Houd je kop.
We betalen later wel.
Ik wil de zaak niet bedotten. Het eten valt best mee.
Maar de bediening kan beter. - Is het fijn?
Waarheen? - Jij rijdt.
Beer Parlour? - Daar zijn de hotdogs te klein.
En de San Diego Bar? - Daar is het bier te warm.
Waarheen dan wel? - Los Caracoles. Leuke tent.
Je neemt me de woorden uit de mond.
Eruit of ik sla.
Sorry?
Eruit, heb ik gezegd. - Waarom?
Als jullie niet uitstappen, verniel ik de hele auto.
Waarom de hele auto? - Omdat ik moet.
Wat zei hij? - Hij moet.
Is dat een redelijk antwoord?
Stop.
Jammer van je auto. - Jammer van jouw auto.
Als ik 'doe je best' zeg, bedoel ik ook 'doe je best'.
Begrepen? - Begrepen, baas.
Geen geklungel. - Ja, baas.
Ja, baas. - Eruit. Allemaal.
En, doctor, was dat goed? - Dit is tijdverspilling.
Ik heb al zo vaak gezegd dat slecht zijn een deugd is,
maar u moet ze goed gebruiken.
U weet maar al te goed dat ik slecht ben.
Ik ben zo slecht dat ik mezelf de stuipen op het lijf jaag.
U moet nog een lange weg afleggen. U durft niet echt slecht te zijn.
Dankzij u ben ik al vrij stout geweest.
Het spijt me, signore. Perdone. Gaat het?
Kijk de volgende keer waar je loopt, stommeling.
Die kinderachtige streken geven u waanideeën van macht.
U moet doorslecht zijn als u echte waanideeën van macht wilt.
Niet doen. Het was een ongelukje. Een ongeluk.
Dit is de wet van de jungle.
De baas kan de ober zomaar een beentje lichten,
maar als ik dat doe, krijg ik op mijn kop.
Dat mag ik hopen. Ik ben hier de koning, doctor.
De koning van dit kippenhok?
Koning van een afpersersbende? Dat stelt niets voor.
Als ik tot het diepste van uw geest doorgedrongen ben,
kan het wel iets worden. Waarom liet ik het bierhuis kort en klein slaan?
Om ze schrik aan te jagen zodat ze protectiegeld zouden betalen.
Domkop.
Luister naar mijn plan.
Jaag de bezoekers het pretpark uit.
En op het terrein... - Zet ik een groot flatgebouw.
Geen flatgebouw. U zet er een wolkenkrabber op.
De grootste ter wereld.
Fijn. Dat zal allemaal van mij zijn. - Ja, van u en van mij.
Van u? - Ik krijg het penthouse.
Wat is er aan de hand?
U wilt loonsverhoging, hè, doctor? - U weet dat ik het verdien.
Met mijn psychologie hebt u meer slagkracht.
U bent de koning van het kasteel en stinkend rijk.
En ik ben tien procent stinkend rijk.
Dat is nog nooit gebeurd. - Het was voorbeschikt.
Ik heb een hekel aan bullebakken.
Bullebakken, hè? En aan lastposten?
Die kerels van de buggy waren bullebakken.
Ga weg.
Weet je wat? - Nee, en het kan me niet schelen.
We zijn de buggy toch kwijt, maak dus dat je wegkomt.
Mij best.
Ik ga die bullebakken een nieuwe buggy vragen.
Een gloednieuwe buggy.
Ik ga.
Waar wacht je op? - Jou.
Als je als een brulkikker klinkt, zal het koor je niet willen.
Waarom ga je niet mee?
Dat is te lastig. Lastig. Lastig.
Maar de buggy is van mij.
Je kunt naar je buggy fluiten. - Is hij van mij?
Ik moet mijn rol instuderen. - Dan is hij van mij.
Je kent de daders niet eens. - Toch wel.
Een heel gemene kerel.
Heel, heel gemeen.
Mag ik? - Ga je gang.
Ga je gang.
Baas, die twee kerels van vanmorgen waren hier, maar ik heb ze eruit...
Bedaar. We komen er zo aan.
Gooi ze eruit.
We willen eerst een hartig woordje met u spreken.
Drie woordjes. - Vier.
Waarom vier? - Wij willen onze buggy.
Ja, vier. Wij willen onze buggy.
Buggy? Welke buggy? - Die u vernield hebt.
Dat had u niet mogen doen. We waren er enorm aan gehecht.
Weten jullie wel wie ik ben?
Hij is er allergisch voor. - Voor sigaren?
Zeg het hem.
Jullie weten niet wie ik ben.
U hebt onze buggy vernield en zult een nieuwe kopen. Begrepen?
Begrepen, baas. Sorry.
Onze naam en ons adres. We willen 'm terug in z'n oorspronkelijke staat.
Een nieuwe strandbuggy.
Lever hem aan huis af. U hebt tijd tot morgenmiddag.
Of?
Of... Of?
Of...
Of we worden kwaad. - We worden kwaad.
O ja, het moet een rode strandbuggy met een geel dak zijn.
U wilt toegeven, hè?
U hebt de psychologie mis.
Luister alstublieft naar de wijsheid van deze professor Freud.
Die twee zijn kinderen, niet-volgroeide mannen.
U bent de vaderfiguur. U bent de vader en moet ze hun speeltje teruggeven.
Ze willen hun strandbuggy'tje.
Zal pappie ze hun strandbuggy'tje teruggeven?
Wees een strenge vader. Geef ze een pak voor hun broek.
Dan zullen ze twee brave gehoorzame kinderen zijn.
Leer ze een lesje. - Ja, baas.
Waarom wuifde je nou? - Uit beleefdheid.
Hij was smerig, hè? - Ik had geen tijd om 'm te wassen.
Ze snappen niet dat we onze buggy terug willen.
Denk je dat? - We moeten ze het duidelijk maken.
No comments yet. Be the first to leave one.