200 บรรทัดแรก
Mito.
Mito.
Mijn vriend.
Hoe zou het daar zijn helemaal vanboven?
Daar, in dat appartement?
Dat zal een mooi uitzicht zijn. -Dat is waar.
Wat doet die hond? Wat doet die hier?
Hij is zes jaar. -Oké.
Wat heb je deze middag gegeten? -Je moeder.
Waarom neem je je broer niet terug mee?
Ik ben haar broer niet. Ik ben een vriend.
Wat dan ook.
Oké, maar moet hij niet aan de leiband?
Kom, we gaan. -Dag. Doei.
Kom met ons mee, Mito.
What the fuck was dat?
Mito.
Dawn.
Dawn.
Fuck you, Trolly.
Hij komt buiten en doet de deur dicht. -Zoals iedereen.
Amai, het stinkt hier ineens. -Ja, die geur.
Ik wou je even spreken
omdat je resultaten mij de laatste tijd een beetje zorgen baren.
Je lijkt ook een beetje afwezig in de klas, dus...
Ik wou eens weten of alles oké is.
Voel je je goed hier op school?
Heb je veel vrienden?
Alleen maar mijn zus en Bart.
Holly, word je weleens gepest?
Soms. Maar niet als mijn zus erbij is.
Hoe voel je je naar die mensen toe?
Ik weet het niet.
Ik denk niet dat die echt...
Ik vind dat wel erg voor hen.
Ik besef dat het misschien een vreemde vraag is,
maar ik vang natuurlijk wat dingen op hier en daar.
Noemen ze je weleens de heks?
Nee.
Holly Meyers.
3C2.
Ik kan echt niet naar school komen.
Mijn mama is al weg.
Nee.
Ik kan echt niet naar school komen vandaag.
Ik heb echt een slecht gevoel.
Het gaat gewoon echt niet.
Ik denk... Ik denk gewoon...
Ik denk gewoon dat het beter is dat we niet naar school komen vandaag.
Er gaan echt slechte dingen gebeuren vandaag.
Ik heb echt... Het is echt een slechte dag.
Ik heb Holly aangeraakt. De smet van de heks.
Ieuw, de smet van de heks.
Raak me niet aan. Ik wil het niet.
Holly's vloek. -En die geur van Holly.
Gaat het niet?
Voel je je niet goed?
Misschien moet je even binnen zitten?
Erik, stoor ik? -Nee.
Ik vroeg mij gewoon af of je nog had nagedacht
over mijn voorstel van die busreis? -Ja...
Ik ben natuurlijk geen traumapsycholoog, maar het lijkt me niet verstandig
om herinneringen aan die brand weer aan te wakkeren.
Al die gevoelens gaan naar boven komen.
Absoluut, dat is waar, je hebt gelijk, maar...
Mensen hebben er ook nood aan hun verdriet te kunnen delen.
Oei, sorry.
Ja, ja.
Ja? -En...
Ja, ja.
De natuur heeft zo'n helende kracht.
Dat is zo belangrijk dat we die kracht gebruiken.
Natuurlijk, de natuur is heel... -Ik geloof daarin.
Dat de natuur ons kan helpen.
Zeker, dat kan zeker.
We gaan verder met onze les. -Nee, hè.
Ik moest op de gang gaan staan.
Dat gaat niet. Ga nog maar even de klas in.
De Franse Revolutie...
Maar wat krijgen we nu?
Ik mocht er niet staan van de schoonmaakster.
Terug naar de gang.
Het ging vorige week over de Franse Revolutie...
Nog niet heb ik gezegd.
...de vergelijking... Hé.
Robespierre was dus de leider van de revolutionairen en creëerde een commune.
Oké, Holly. Ik ga je uitleg geven over onze projecten.
Ikzelf en nog een paar andere vrijwilligers
bieden hulp en bijstand aan mensen die het heel erg nodig hebben.
Ikzelf organiseer of kies die projecten
en dan ga ik op zoek naar mensen die willen of kunnen meehelpen.
Ik vroeg me af of jij ook een van onze vrijwilligers wil worden?
Wat moet ik dan doen?
Het volgende project dat wij organiseren, is een busuitstap.
We organiseren dat met de school
voor de naasten en de familie van de slachtoffers van de schoolbrand.
Ik heb eigenlijk gewoon praktische hulp nodig.
Dingen helpen dragen, helpen uitdelen, broodjes maken.
Dat soort dingen.
Oké. -Ja?
Jij wilt dat doen? -Ja.
Dat is heel fijn.
Dat vind ik echt geweldig. Dat is leuk.
Fijn.
Meisjes, dan is Holly vanaf nu deel van ons team.
En dan heb ik deze nog. Die is voor jou.
Dank je.
Het is nu het goede moment.
Mag ik eerst eten?
Ik moet wel over 15 minuutjes weg.
Eerst en vooral wil ik jullie allemaal hartelijk welkom heten
op deze toch heel bijzondere uitstap.
Het is een uitstap die wij samen maken
om na te denken, maar ook om dankbaar te zijn.
En vooral om dichter te zijn bij degenen die wij hebben verloren.
Het verschrikkelijke drama op onze school heeft onze geliefden van ons weggenomen.
Maar ik ben er ook van overtuigd dat de tijd nu rijp is
om verder te gaan en om vertrouwen te hebben in de toekomst.
Ik wens je een heel fijne dag.
Kun je iets anders opzetten?
Dank je.
Fijn, hè? De zon.
Herinner je je dat meisje van dat vreemde telefoontje de dag van de brand?
Ze is met ons meegegaan als vrijwilliger.
Ze heeft iets heel speciaals.
Alsof ze...
mensen op een of andere manier van hun verdriet kon verlossen.
Ik weet dat dat raar klinkt.
Mevrouw? Hoe noem je een zwarte man op de maan?
Dat weet ik niet.
Een astronaut.
Wat anders? Racist.
Bart, blijf... We blijven kalm.
Denk terug aan dat moment. Wat is er verkeerd gegaan?
Niks.
Nee, dat kun je niet zeggen. -Maar jawel.
Dat kun je niet zeggen. -Kijk naar je mama. Bart.
Denk aan de tip die ik gaf. Tel tot vijf. -Eén, twee...
Drie, vier, vijf. Voilà.
Oké? -Nee, niet oké.
Ik wil naar huis.
Genoeg. Blijf kalm. Ademen.
Ik doe altijd alles goed. -Adem in en uit.
Bart, nee, dat kan echt niet. -Ja, ja.
Je kunt niet elke keer als er iemand iets verkeerd zegt
gewoon woede-uitbarstingen krijgen, dat mag echt niet.
Ik doe niets verkeerd.
Kunnen we er nu weer over praten? -Nee.
Bart, rustig.
Oké, we gaan gewoon rustig worden.
Probeer te gaan zitten. Nee, Bart.
Dat zijn echte klassiekers. Assepoester, Pinokkio en zo.
Vijf euro.
Schraal.
Ja of nee? -Ja, oké, geef die vijf dan.
Ik wil dat dat opengaat. -Als het niet gaat, dan gaat het niet.
Kom, we gaan daar eens kijken.
Als we dat dicht bij elkaar houden, dan connecten we.
We zijn connect.
Ja, kijk.
Hoeveel kost dat, meneer?
Vijftien euro.
Jammer.
Dit is van de sportdag. Drie weken voor de brand.
Sofie staat daar wat alleen. Een beetje triest.
Daar is Holly.
Ze pakt in.
En nu gaat er iets gebeuren.
Kijk wat er gaat gebeuren.
Wacht, nu gaat het gebeuren.
Kijk.
Holly raakt haar aan en...
Ineens verandert heel haar gemoed.
Ze ziet er zo gelukkig uit en opgelucht.
Ongelooflijk, hè? Gelukkig.
Hoe ze lacht. Dat moment.
Ik ga het nog eens laten zien. Ik kan er naar blijven kijken. Kijk.
Holly, ik wil jou heel even iets vragen.
Herinner je je Sofie nog, die overleden is in de brand?
Haar mama was met ons mee op de busreis en ze zou jou heel graag nog eens willen zien.
Is dat oké voor jou? -Waarom?
Ze zou gewoon nog eens met jou willen praten.
Ik kan met jou meekomen als je dat wil. -Oké.
Oké? Dan regel ik dat.
De nacht na de busreis had ik een speciale droom.
Sofie kwam naar mij en ze zei dat ze oké was.
Dat je bij haar was en voor haar zorgde.
En toen ik haar zei dat je hier was en niet in de hemel,
antwoordde ze dat je haar af en toe bezocht...
en dat je heen en terug kon gaan tussen hier en de hemel.
Het klonk allemaal zo logisch en het voelde zo echt.
Alsof het geen droom was.
Weet je wat?
Nu stelt het me gerust dat je bij haar was.
Daarom wou ik je zien.
Om je te bedanken.
Mag ik je hand vasthouden?
Ik mis haar zo hard. Ze was zo'n mooie engel.
Mama is hier, schatje.
Mama is hier.
No comments yet. Be the first to leave one.