200 บรรทัดแรก
NAAR DE ROMAN VAN CHRISTIANE ROCHEFORT
Het is koud hier. Zal ik het raam dichtdoen?
Je vader kon ook niet tegen tocht. Hoeveel betaal je voor verwarming?
- Tweehonderdvijftig. - Dat slaat nergens op.
Longontsteking is niet dodelijk meer. Als je vader even gewacht had…
Waar is tante Lucie ook weer aan overleden?
Trombose van de kransslagader.
En ze laat alles aan jou na, terwijl ik ook familie ben.
- Ze wist dat ik niet rijk ben. - En je vaders geld?
- Dat loopt niet over. - Het appartement is drie ton waard.
Papa is hier overleden. Ik verkoop niets.
- Die lelijke meubels. - Ze zijn een aandenken aan hem.
- Net als zijn vriendinnen voor mij. - Jullie waren gescheiden.
Nou en?
- Dat is Pierre. Wil jij opendoen, mam? - Ja.
- De stomerij. - Zet maar in de hal.
- Heb je geld? - In de asbak op de piano.
Sorry, ik dacht dat u van de stomerij was.
Aangenaam, mevrouw.
- Ik heb al betaald. - Geneviève is klaar.
Ik pak mijn hoed en ik ben klaar. We zijn laat.
- Tijd genoeg. - En alle files?
- Niet's ochtends. - Weet je dat zeker?
Is ze altijd bang om te laat te komen?
Ze is praktisch, een deugd voor een vrouw alleen.
Die stomme hoedenspeld.
Onder ons gezegd: ik vind dat vrouwen niet alleen horen te blijven.
Ik ben nog geen ouwe vrijster.
Sterker nog, we gaan trouwen. Over een paar maanden, in de lente.
- En dat zeg je zomaar… - Hoe anders?
Ik weet altijd alles als laatste.
Ze had het voor ons willen weten. Snel, we missen de trein nog.
- Is het geen grapje, Pierre? - We overwegen het serieus.
Het gas… Wil jij het afsluiten? Geef mevrouw Pia de sleutels.
Tot over twee dagen, mevrouw Pia.
- Tot ziens. Gaat ze op reis? - Een erfenis innen.
- Een flinke erfenis? - Wie weet.
Hopelijk blijft ze hier wonen. Zulke jongedames zie je niet veel meer.
Stille boel voor de spoorwegen.
- Je bent 25 minuten te vroeg. - Nu kan ik tenminste zitten.
- Kon ik maar mee. - Je hebt het druk, lieverd.
Twee dagen is niet lang. Maar met die nieuwe baas…
Twee dagen is niets. Heb je haast?
Ja.
- Toch jammer. - Vind ik ook.
Dag, schat. Goeie reis.
HOTELINGANG
- Heeft u nog een kamer? - Voor hoelang?
Één of twee dagen.
Voor één of twee personen?
Ik ben alleen. Dat ziet u toch?
U krijgt kamer tien.
LE THEIL, GENEVIÈVE 28/3/36 PARIJS
Hallo?
- Ja, ik wacht. - Dit is het hotel…
Eerste verdieping, rechts.
- Ja. - Het is een lang verhaal…
Neem me niet kwalijk.
Meneer…
- Er is een ongeluk gebeurd. - Ongeluk?
- Met een van de gasten. - Wie?
- Kamer zes. - O ja?
- Hoe weet u dat? - Ik ging de verkeerde kamer binnen.
U heeft kamer tien en gaat naar kamer zes…
Ga liever kijken. Ik sta erbuiten.
- Kamer zes? - Zes, ja. Twee maal drie.
Meneer Wakker worden.
Dat zal niet snel gebeuren.
Fraaie boel, als dat het geval is.
Ik zal de politie moeten bellen.
- Het gaat niet makkelijk. - Wees blij. Had u liever een lijk gehad?
Het zal niet lang meer duren.
Renaud Sarti, student.
Hij ziet er ouder uit.
- Heeft u een identiteitsbewijs gezien? - Hij schreef iets over.
Hij heeft hem vast door de wc gespoeld. Het nummer klopt niet.
- Kijk de volgende keer beter. - Ja, meneer de inspecteur.
Hij redt het vast wel.
Hij was nog maar drie uur boven toen mevrouw hem vond.
Kent u de man? Is het mevrouw of juffrouw?
Juffrouw.
Natuurlijk ken ik hem niet.
- Bent u vandaag gearriveerd? - Met de trein van tien voor drie.
- Komt u ook uit Parijs? - Ja.
- En u heeft de man niet eerder gezien? - Nee, dat zei ik al.
Ik kom hier de erfenis regelen van een tante, mevrouw Lescure…
…met notaris Varangé.
Plus een huis met een tuin van 80 hectare met fruitbomen in Longvic.
De winkels hou ik, maar het onroerend goed niet.
De schatkistbiljetten ook niet. Ik heb liever aandelen.
Ik wilde u van advies dienen, maar dat heeft u niet nodig.
Jawel, ik wil geen domme dingen doen. De panden…
Alles op zijn tijd. Eerst de aktes passeren.
Acht uur al. Mag ik u uitnodigen om hierna een hapje te eten?
- Dan kunnen we verder praten. - Excuus, ik kom nooit te laat.
Er gebeurt hier nooit iets, dus een zelfmoord was niet te voorzien.
Ik maak ook nooit iets mee. En ineens…
…ben ik miljonair en red ik een mensenleven.
- Waar moet ik tekenen? - Hier en hier.
- Wat wilt u daarbij drinken? - Sorry.
- Een mooie rode bourgogne? - Bij parelhoen…
Een Volnay?
- Moment. - Een Pommard?
Mag ik even?
Parelhoen…
- De Chambertin. - 1945?
- Heeft u geen 1949? - Ja, nog beter.
Dat weet ik. Iets steviger. Dat lijkt me het beste.
Ik ben benieuwd…
Hoeveel is het onroerend goed ongeveer waard?
- Een ton. - Dat is niet genoeg.
Ik kan er niets aan doen.
Pechiney, de schatkistbiljetten, het onroerend goed…
Sorry, maar waarom wilt u meer dan twee derde van uw bezit verkopen?
Ik wil een bedrijf opzetten om iets omhanden te hebben.
- Maar u gaat toch trouwen? - Daarom wil ik iets te doen hebben.
- Iets wat me interesseert. - Maar waarom trouw je dan, kindje?
Je zegt niets.
Ik verwarde de zes met de tien.
Als ik kamer tien niet binnengegaan was…
De man komt straks in het ziekenhuis bij, zonder papieren en zonder geld…
…terwijl hij eruit wilde stappen.
Ik kom horen hoe het gaat met meneer Sarti, de man die…
- Bent u familie? - Nee, ik heb hem gevonden. Ik…
- Komt u maar. - Ik hoef hem niet te zien. Alleen…
Hij verwacht u.
Hij wil de vrouw die hem het leven heeft teruggegeven zien.
Hij heeft allerlei namen voor u.
Padvinder, engelbewaarder, reddende engel, Heilige Geneviève…
Sinds hij bijgekomen is, maakt hij grapjes.
Hier is ze. U had gelijk, ze is gekomen.
De reddende engel…
Hoe maakt u het na alle opwinding?
Goed. Maar hoe gaat met u?
Ik verkeer in prima gezondheid.
Gelukkig ben je mooi. Voor hetzelfde geld had een vertegenwoordiger me gered.
- Als je dan toch gered wordt… - Het ging per ongeluk.
Verkeerde deur.
God wilde mijn leven nog niet terugnemen…
…ook niet met korting.
Het was zelfs gratis op te halen.
Maar hij kan hoog of laag springen, ooit zal ik doodgaan.
- Dus droog je tranen maar. - Heeft u niets nodig?
Helemaal niets, dank je. Je hebt al te veel gedaan.
Hoelang houden ze u hier?
Dit is tijdelijk. Ze houden me niet.
Maar kunt u straks…
Heeft u familie of vrienden kunnen bereiken?
- Zorgt u goed voor hem? - Dat kan niet, ik…
- Wacht op de gang. Hij is zo klaar. - Maar…
- Niet moe? - Het gaat prima.
Ik ben in een opperbeste stemming.
- Heb je sigaretten bij je? - Ik rook niet.
Is uw tas zwaar?
Mijn tandenborstel en "Don Quichot", mijn lievelingsboek.
- Het ridderschap is mij evenmin vreemd. - Het was per ongeluk.
Als jij me niet gevonden had, had mijn ziel nu rust gekend.
Wen er maar aan. Mijn ziel behoort jou nu toe.
Soms best lastig. Maar je kunt hem altijd nog weggooien.
Hij vraagt niets, helemaal niets. Van niemand.
Het zal hem worst wezen.
Heb je sigaretten bij je?
- Nog steeds niet. - O ja, neem me niet kwalijk.
Goed idee. Ik neem een vijgenetertje als hoofdgerecht.
- En meneer? - Yoghurt.
- Als voorgerecht? - Ja.
- En pasta. - Dat hebben we niet, meneer.
- Meneer is op dieet. - Echt?
We hebben ook rijst met kip.
- Rijst met een stukje koude kip dan. - En yoghurt.
- Nog een yoghurt? - Ja.
Met een flesje mineraalwater?
- Droge witte wijn. - Oké.
Ik wil dat recept wel eens zien.
Interesseert het je?
Laat eens zien.
Vind je mijn haar niet mooi?
Juist wel. Het is het enige aan je dat niet keurig is.
- Is mevrouw uitgegeten? - Ja, dank u.
- Wilt u koffie? - Ja. Jij ook, Renaud?
- Ja. - Twee sterke koffie.
- Digestief? - Een cognac.
Twee.
Je hebt het recept niet gelezen.
- Mijn god. - Wat?
Mijn trein.
- 'Mijn trein', niet 'mijn god'. - Geen grapjes. Ober?
- Ik heb nog een kwartier. - Het was geen grapje.
Ober.
Die is weg.
- Dat overkomt me nooit. - Er zijn meer treinen.
Morgen om 10,33 uur.
15,20 of 10,33… Vandaag, morgen of volgende maand…
Wat maakt het uit? Wat moeten we op deze aardkloot?
- Spreek voor jezelf. - Dat doe ik ook.
Ik heb wel iets te doen. Ik ga mijn erfenis bekijken.
Goed, dan gaan we je erfenis bekijken.
Hier heeft mijn tante gewoond.
Ik vond het altijd een heerlijk huis.
Renaud?
No comments yet. Be the first to leave one.