200 บรรทัดแรก
De vorige Draak zou de wereld gebroken hebben, maar deze redt hem.
Vergeet wat je weet over de Draak.
Deze macht.
Die is alleen voor vrouwen bestemd.
Hij wordt overal anders genoemd,
maar het is de Ene Kracht.
Je luistert niet naar de wind.
De wind luistert naar jou.
Zie je niet hoe bleek ze wordt? Hoe zwak?
Die monsters hebben Nynaeve, Laila en velen die we kennen, vermoord.
Jij wordt net als je vader.
Net zo'n lul als hij.
Wat in Lichtsnaam?
Ga. Ik vind je.
-We kunnen niet weg zonder hen. -Volgens mij wel.
-Rhand. -Mart.
Als je me niet bij ze brengt, snij ik je keel door.
Nynaeve.
Nynaeve.
Waar zijn mijn vrienden?
Leven ze nog?
Ik vraag het niet nog eens.
Ze zijn hier niet.
Hoe heb je me gevonden?
Wat heeft ze met ze gedaan?
Je denkt dat je deze wereld kent.
Je weet niks.
De Duistere komt voor je vrienden.
Moiraine heeft hem met alles bevochten.
Waarom heeft ze ze dan achtergelaten?
Dat heeft ze niet.
Maar ik.
Ze kan niet verder.
Ze kan ze niet vinden.
Jij bent een heler.
Denk je dat ik haar help?
Wel als je je vrienden wilt helpen.
Geen beweging.
We weten allebei dat je dat niet zult doen.
-Probeerde je me te vermoorden? -Laat me los.
Egwene.
Perijn.
Egwene.
Perijn.
Zie je ze?
-Als ze uit de stad gekomen zijn... -Dat zijn ze.
-Egwene. -Luister, Rhand.
We zullen ze vinden, dat beloof ik je.
Maar ze hebben niks aan ons als wij sterven.
Wie weet wat ons daar kan horen.
Laten we een terugweg vinden.
-En als we ze onderweg zien... -Ik ga niet naar huis.
Volgens Moiraine komen de Trolloks dan terug.
We moesten van haar naar de Witte Toren.
Geloof jij Moiraine?
Egwene wel.
Wat moeten we dan doen?
Naar de Witte Toren lopen.
-Hoe komen we er? -Alle wegen zouden erheen leiden.
Zo werken wegen niet.
Het is in het oosten.
Dat weten we.
Kom op.
Jij wilde nooit van huis weg.
Dat weten we.
Zonder hen is het niet thuis.
Die wolven.
Ze volgen ons.
Blijf doorgaan. We maken vuur. Dat houdt ze uit de buurt.
Het lukt me wel.
Maak je niet druk. Het lukt me wel.
Kom op.
Kom op.
Was ik dat of jij?
Kun je wat water en eten oproepen?
Zouden ze in orde zijn?
Ik weet het niet.
Maar ik weet waar Rhand heen gaat.
Terug naar huis.
We kunnen niet terug.
-We moeten. -Nee.
Zij gaan ook niet.
Hoe weet je dat?
Omdat ik Rhand ken.
Hij gaat naar waar jij zou gaan.
Kom hier. Ik hou de wacht.
Verwarm jezelf. Rust uit.
Wil je nu helpen?
Als ik haar help, mag ze me wel antwoorden geven.
Alsof je eisen kan stellen.
Het is geen eis, maar een bedreiging.
Zonder behandeling sterft ze.
Dat weet je.
Ik zie hier geen andere Wijsheid.
Jij wel?
Sta daar niet zo. Ik ren niet weg.
Goed.
Stel je vragen.
Jullie hebben me gevolgd.
Helemaal van Tweewater tot Shadar Logoth.
Hoe?
Ik heb niet gezegd dat ik antwoord geef.
Goed, ik ben klaar.
Ik heb gehoord over de band tussen een Aes Sedai en haar zwaardhand.
Dat je voelt wat zij voelt.
Dus bereid je voor, want dit zal pijn doen.
Nu wachten we af.
Laila?
Laila.
De wolven. Ze zijn in de buurt.
Snel, rennen.
Deze kant op.
-Snel. -Kom op.
Ik heb je. Blijf doorgaan.
Kom op. Deze kant op.
Snel.
Ik hou ze bezig.
Nee, kom op.
Waarom zijn ze gestopt?
We moeten doorgaan. Kom op.
Ik heb je.
Wat is het koud.
Zullen we van jas ruilen?
Kom op.
Denk aan de kinderen die ooit verhalen over je lezen.
Mart Cauton, de man die het ooit een beetje koud had.
Is dat grappig?
Dat is nieuw.
Laten we in ieder geval naar beneden lopen.
Hé.
Wat is dat dan?
Naar beneden.
Dit ziet er vriendelijk uit. Een warme ontvangst.
Dus gedraag je.
Kom op.
Waarom hadden we die niet in Tweewater?
Heel gezellig.
Drinken.
Welkom, heren.
We hebben net genoeg voor eten.
-De soep is lekker. -Ja.
Is er nog iemand gekomen vandaag?
Onze leeftijd, een vrouw met een vlecht of een grote man?
Een smid?
Nee, de enige nieuwe is een speelman.
Wees stil, hij gaat weer zingen.
De kleuren van de morgen
De duisternis van de nacht
Een onverwachte ondergang
Een zon zonder licht
Hij zag zijn hele wereld breken
De gekwelde ziel die ik ontmoet heb
In een gevangenis van zijn eigen doen
De man die niet kan vergeten
Ik hoor nog hoe hij huilde
Om degenen die hij miste
Ik hoor nog hoe hij huilde
Om degenen die hij verloren had
Hij zag ze in de rivieren
Hij voelde ze in de regen
In dromen hoorde hij ze fluisteren
De waarheid van zijn pijn
Hij brak de hele wereld
Die gekwelde ziel die ik ontmoet heb
In een gevangenis van zijn eigen doen
De man die niet kan vergeten
Gaan we huilen of willen we nog een rondje?
-Sorry. -Het geeft niet.
Dank je.
Donatie voor de speelman?
Ik ben te depressief voor liefdadigheid.
Als je het beter kunt, doe dat dan.
Laat je niet opjutten.
Alle anderen die zingen, komen in het meer.
-Dat is drie koper. -We hebben geen bier voor hem besteld.
-Donatie voor de speelman. -Het is al goed.
Je kunt hier niemand vertrouwen.
Kom op.
Donatie voor de speelman.
-En wat extra voor de levensles. -Wel een dure les.
Dat zijn de beste.
Ga zitten.
Ze zijn er nog.
Kijk.
Verse sporen.
En diep.
Met veel mensen.
Wie zouden het zijn?
Geen idee.
Handelaars,
misschien wel witmantels.
Wat het ook zijn,
ze gaan naar het oosten, naar de Witte Toren.
De wolven...
Het lijkt alsof ze ons hierheen geleid hebben.
We moeten ver achter ze blijven, tot we weten wie we volgen.
Heb je genoeg geld voor een overnachting?
Ik wel. Jij bent beroofd.
Laten we kijken of die barmeid een kamer heeft.
Kom op.
No comments yet. Be the first to leave one.