200 บรรทัดแรก
Je kan niet naar de dokter, hij is hier niet.
Hij keerde nog niet terug.
Dat is jammer. Hij keerde nog niet terug.
Wat was dat?
Een jongen wilde dat je naar dokter Orloff meekwam.
Waarom vroeg je hem niet binnen?
Zodat hij mijn propere vloer kon besmeuren?
God helpe ons. Ik wist dat je niet zou gaan.
Als er iemand ziek is in het kasteel, wel, de duivel zelf woont er.
Dat Hij ze geneest. -Breng me mijn tas.
Je moet wel gek zijn.
Wat scheelt er? -We moeten nu naar het kasteel gaan.
Waarom? -We moeten meteen gaan.
Weet jij wie dat is?
Neen, ken jij hem, hans? -De nieuwe dokter.
Ik wil een koets inhuren.
Wel ,ja, dokter. Ik heb er een.
Maar ik wil vooraf weten waar je naartoe wil.
Het kasteel van dokter Orloff.
Is er dan niemand bereid mij te voeren?
Zijn jullie allen bevreesd van professor Orloff?
Vooruit. Vort.
Voorzichtig, koetsier, we kunnen omkantelen.
Als mijn rijstijl je niet bevalt, stap je maar uit.
En vanaf hier verder lopen, ben je gek?
Eruit, zei ik.
Je kreeg ruimschoots betaald. -Ik geef je je geld wel terug.
Zeg me welke richting uit. Ik ken deze omgeving niet.
Makkelijk, je volgt deze weg. -Rij verder.
Vort.
Je moet me helpen. Stap uit en duw.
Kom terug.
Wie daar?
Ik ben dokter Garondet.
Ik ben te voet en raakte verdwaald.
Waar wilde je heen?
Een ziek iemand in het kasteel van Orloff.
Maak open.
Alstublieft, maak open.
Wat heb jij hier te zoeken? -Ik ben dokter Garondet.
Waar is de zieke?
Moet je mij niet vragen.
Aan wie moet ik het wel vragen?
Mij. -Zo komen we nergens.
Waar is jouw meester?
Welke meester? -Professor Orloff.
Is dit een spelletje?
Iemand hier is ziek en ik eis hem nu te zien.
Dus toon we de weg.
Heb jij hem hier gevraagd?
Spreek op wanneer ik tegen je praat, idioot.
Wie noem jij een idioot?
Het is jouw schuld, niet de mijne.
De dokter wenst de meester te spreken.
Laat het hem weten.
En als ik dat niet doe?
Luister.
Zeg je meester dat de dokter hem dringend wil spreken.
Ik blijf ver uit zijn buurt.
Zo dom ben ik nu ook weer niet.
De meid stuurde de jongen. Dat zij het doet.
Als ik zo vrij mag zijn.
Alstublieft, kun je me bij de professor brengen?
Kun je me tenminste vertellen op welke kamer hij zich bevind?
Ik kwam hier om te doen wat ik maar kan.
Als je niet eens wilt antwoorden, hoef je ook geen hulp te verwachten.
Niet toch?
Of wel?
Wacht, ik zeg het je.
Beloof me een ding.
Wat?
Ik verklap je wie jou liet roepen vanavond.
Als je belooft me te helpen ontsnappen.
Professor Orloff weet niet dat je hier bent.
Als hij me niet liet roepen, wie dan wel?
De meester zijn dochter.
Waarom deed ze dat?
Dat kan ik niet onthullen.
Dat moet je Cécile vragen.
Heeft ze verzorging nodig?
Wat is dan het probleem?
Moet je mij niet vragen.
Vraag het haar.
Loop tot het eind van de gang.
Neem daar de trappen.
Die leiden naar haar kamer.
Wees voorzichtig, ja?
Waarom hoeft dat?
Goedenavond, dokter. Ik ben Cécile.
Ik ben verheugd jou te zien.
Ik was het die jou vroeg om naar het kasteel te komen.
Ben je gewond? Is er iemand ziek?
Neen.
Maar er is hier iets vreemd gaande en ik heb je nodig.
Ik ben arts.
Ik los geen mysteries op.
Mijn vader is...
Ik hoopte dat jij als dokter het kunt verklaren.
Zijn werk jaagt me angst aan.
Het is bizar.
Misschien als ik wist wat jou parten speelt?
Geloof me.
Het is iets zeer onnatuurlijk.
Ik weet dat het bespottelijk klinkt, maar het is de waarheid.
Het gebeurde vanmorgen, op deze plek.
Iemand...
...liep aan mijn zijde.
Ik kon zijn aanwezigheid voelen.
De vloerplanken kraakten hoorbaar.
Ik keek in een spiegel van gepolijst glas.
Ik kon mijn spiegelbeeld niet zien.
Zelfs mijn gelaat niet.
Niets.
De spiegel toonde gewoon geen reflectie.
Ik stond als bevroren, ik werd bang en...
...geleidelijk aan begon de spiegel opnieuw normaal te worden.
Maar zo griezelig langzaam.
Er bevond zich iets tussen waar ik stond en de spiegel.
Ik kon niet uitmaken wat.
Het drong diep tot me door en begon langzaam te vervagen.
Vormloos en niet tastbaar.
Het was doorzichtig en ook weer niet.
Werkelijk, ik kan niet... -Alstublieft, dokter.
Dit was pas het begin.
Er gebeurden meer vreemde dingen.
Om vijf uur was ik in de leeszaal en zag een stoel die zweefde.
De kamer was verlaten.
Geen menselijk wezen kon die stoel verplaatsen.
Ik was bang.
Ik wist dat het echt was, geen verbeelding.
Er was nog iemand daar...
...die ik niet kon zien of kon voelen.
Een mysterieuze aanwezigheid...
...of onnatuurlijke kracht.
Dat klinkt bovennatuurlijk, onecht en fantastisch.
Als je het zelf had zien bewegen.
Denk maar niet dat ik het me inbeeldde.
Later zag de bediende het ook.
Je dacht het te zien, mogelijk autosuggestie.
Visioenen zijn niet ongewoon bij vrouwen die alleen leven.
Sprak je er met je vader over?
Mijn vader heeft het erg druk.
Niemand die hem bezoekt, hij zou hen toch niet ontvangen.
Hij sluit zich de hele tijd op in zijn labo.
Heb je verder familie hier?
Geen vrienden of metgezellen?
Er is helemaal niemand.
Ik krijg niemand te zien.
Niemand mag hier komen op bevel van vader.
Hij is een man die geleden heeft en nu alleen wil zijn.
Enkel wij en de twee bedienden wonen hier.
Maar als iemand met hem kan praten,
ben jij het mogelijk.
Als je dat niet doen, vrees ik voor wat komen zal.
Vind je me dwaas?
Neen.
Het is mijn overtuiging dat ik jouw vader moet helpen.
Ik bezoek hem nu meteen.
Ik heb wind en weer moeten trotseren om hier te komen.
Ik kan net zo goed blijven en de puzzel ontrafelen.
Ik weet niet hoe je te danken.
Het labo is boven op de oostelijke vleugel.
Wil je voorzichtig wezen?
Ik zal mijn best doen.
Je doet beter je deur op slot.
Ik keer terug om je te zeggen wat ik kon concluderen.
Kom zo vlug mogelijk terug.
Ik zal nog wakker zijn.
Ik ben te onthutst om te kunnen slapen.
Probeer niet te tobben.
Verroer je niet.
Wie ben jij? -Er is geen nood aan een pistool.
Ik ben geen indringer.
Wie ben jij?
Dokter Garondet.
Jij bent professor Orloff?
Zoek je iemand?
Iemand vroeg me te komen.
Werkelijk? De bedienden?
Met hun onzinnige bemoeienissen?
Ik vrees van niet.
De bedienden hadden geen arts nodig.
En jij toonde je bereid naar hier te komen,
beste kerel, wetende wat je weet over dokter Orloff?
Ik bewonder jouw moed. -Het is niet buitengewoon.
Ik kom een patiënt bezoeken, dat is mijn beroep.
Een patiënt? Dan kwam je niet vergeefs.
Je zag het, niet?
Vertel me hoe je dingen verplaatst zonder
ze schijnbaar aan te raken.
Ik raak niets aan, dwaas.
Ik schiep een man.
Een schepsel welk je niet kunt zien.
Omdat hij onzichtbaar is. Twijfel je aan me?
Neen, maar ik wil graag meer weten.
Je trekt me wel in twijfel.
Je gelooft me helemaal niet. Daar ben ik aan gewend.
Mijn collega's lachen me uit.
Ze beschouwen mijn werk als bespottelijk.
Ik tracht niemand meer te overtuigen.
No comments yet. Be the first to leave one.