200 บรรทัดแรก
Ze zeggen dat geschiedenis belangrijk is.
Op school moest ik vroeger namen en jaartallen vanbuiten kennen.
Want dat, zo zeiden ze, dat is geschiedenis.
Dat jaar van die veldslag.
De sterfdatum van een klootzak die zich jarenlang als grote leider had misdragen.
Noem maar op.
Maar geen kat weet wat geschiedenis echt is.
Hoor je wat ik zeg?
Nee.
Je zult het met je eigen ogen moeten zien.
De mensen zeggen van "amai, jij hebt de oorlog meegemaakt."
En als flik dan nog. Respect.
En anderen zeggen van "smeerlap, je had dit of dat moeten doen."
Waarom heb je dat laten gebeuren?
Weet je wat het is?
Mensen hebben altijd een oordeel.
En het is altijd achteraf.
Maar als je er midden in staat.
Als je niet weet wat de dag van morgen brengt.
Zoals niet van ons dat weet.
Jij niet en ik ook niet.
Dan weet je van de hond zijn kloten.
Welkom bij de Antwerpse politie.
Jullie vangen de slagen op tussen ons mensen en de Duitsers.
Je dwingt achting af door je uniform dus hou dat proper en jezelf ook.
Je vraagt altijd alles eerst aan je superieuren.
En je volgt hun orders uiteraard tot op de naad.
Juist, toch?
Voilà, tot hier het officiële gedeelte.
Nu onder ons. Clément, doe de deur eens toe.
Mannen, weet dat vanaf morgen als je de straat opgaat...
dat die enorme opleiding van 2,5 weken...
dat je daar geen kloten meer mee kunt aanvangen.
Niks. Geen zak.
Want er is maar één ding namelijk dat je in het bolletje moet steken.
Eén ding.
Ik zag twee beren broodjes smeren.
Oh, dat was een wonder. Zing maar mee.
Het was een wonder. Komaan, meezingen, mannen.
Boven wonder.
Dat... Iedereen... Iedereen...
Dat die beren smeren konden.
Hi hi hi. - Iedereen. Dieter.
Ha ha ha. Ik stond er bij en keek er naar.
Heb je dat goed gehoort? Ik stond erbij en keek er naar.
Dat is dus wat je heel goed in je bolletje moet steken.
Je staat er bij en je kijkt er naar.
Hoe breed is die poep van Tante Alice?
Dat moet gemakkelijk zoiets zijn.
Daar kun je een beeldje op zetten.
Wacht, nu komt het.
Tante Alice gaat naar beneden en terwijl ze zich bukt,...
kijkt ze mij recht in mijn ogen.
En ze blijkt kijken terwijl ze zo staat.
Versta je dat?
Dat is een poep, toch? - Zeker.
Is ze dat?
Is ze dat? - Ik wil ook een tekening.
Mannen, rustig. Drie frank voor een tekening.
Rekruten.
Op dit adres zitten werkweigeraars.
Ze moeten gearresteerd worden.
Breng mij er naartoe.
Zeiden ze niet dat ze altijd met twee moesten zijn?
Ik dacht dat ook. - Wat is al dat gebabbel?
Vooruit. Dat is een bevel.
Het ziet er nu wel echt een bevel uit.
Jij bent een echte wijsneus?
Waar wachten jullie op?
Vooruit. Die kant op.
Cham Lizke?
Ja. - Meekomen.
Ik? Waarom?
Heren, dit moet een vergissing zijn. - Nu onmiddellijk.
Mag ik een arrestatiebevel zien? - Dat heb ik niet nodig voor Joden.
Ik begrijp het. U wilt geld?
Kom dan maar binnen.
Kom maar binnen.
Niemand verlaat dit huis.
Waar is het geld?
Hier, volgt u me maar. Het ligt hier.
Laat me erdoor. Ik wil haar afgeven bij de buren.
Alsjeblieft.
Alsjeblieft.
Jeanne, mag ze bij u blijven, alsjeblieft?
Myriam... - Ik kom zo snel mogelijk terug.
Ja, zeker. Kom.
Niet huilen. Ik kom terug.
Kom, schatje. Kom.
Nee.
Kalm. - Mama?
Laat me los. - Wees kalm.
Laat mij los. - Rustig.
Mama... - Alsjeblieft, wees kalm.
Ik heb niet de hele dag tijd.
Wacht nog even, alsjeblieft.
Ik weet het.
Genoeg gepraat.
Vooruit. - Alsjeblieft.
Geef het me nu. - Maar we kunnen...
Wij zijn fatsoenlijke mensen. Ik weet geld liggen.
Ja.
NIETS VOOR HITLER ONS ETEN VOOR ONS!
Shit. Mijn verdomde pillen.
Niemand beweegt.
Halt.
Hou ze tegen. Idioten.
Verdomme.
Welnu, stom wijf.
Laat los.
Rustig. - Laat mij los.
Wat doe je? - Verdomd jodenvriendje.
Kijk nu wat je gedaan hebt.
Alsjeblieft. Nee.
Verdomd jodenvriendje. - Nee. Alsjeblieft.
Kijn nu wat je gedaan hebt. - Nee...
Kijk. Papa.
Wilfried?
Het is hier geen duivenkot, hè.
Het is niet omdat je je eerste pree krijgt, dat je de grote Jan kan uithangen.
Hoe zie jij er nu uit?
Kom, buiten. - Lode?
Waar heb jij de hele nacht gezeten?
Kom eens hier, broertje. Wat is er gebeurd?
Een SS'er, hebben ze gezegd. - Nee lompe, een Feldgendarm .
Die mannen met die ijzeren platen om hun hals.
In elk geval. Hij zou hier verdwenen zijn.
Hoe hier?
In de buurt. In de zesde wijk.
In functie of na zijn uren?
Allee, denk nu eens even na. Vooruit mannekes, intekenen.
Onnozelaar. Wie gaat er nu in zijn vrije tijd naar de Jodenbuurt?
Misschien heeft hij hier een meisje zitten ofzo?
Allee, komaan. - Hij was er alleen, zeiden ze.
Echt heel erg merkwaardig.
Ik vind het hele zaakje heel bizar.
Zeker. Ik ga er van uit dat jullie een rondvraag gedaan hebben?
Er valt niks rond te vragen. Ik was hier.
En wij hebben hier geen Feldgendarm gezien.
Dat is wat ik zeg.
Hij zegt dat we gisteren... - Denken jullie dat we achterlijk zijn?
De vermiste Feldgendarm had orders.
Daarvoor had hij politiebegeleiding nodig.
Dit politiekantoor ligt op zijn route.
Pak het gebeurtenissenboek.
Ja, dat zal ik even doen.
En wat zegt zijn collega? Feldgendarmen moeten toch met twee zijn?
Of was hij met iets bezig dat zijn collega's niet mogen weten?
Vertaal. - Niet nodig.
Het was maar een grapje. - Humor.
Er staat niets in het boek.
Hoe Jean naar ons keek...
Hij heeft ons zien staan bij die Feldgendarm .
Blijf eens rustig.
Jean houdt vol dat die gast hier nooit geweest is.
Dat heb je toch gehoord of niet?
Wat als die mannen ons komen ondervragen?
Dan zeggen we hetzelfde als Jean.
Wat als iemand anders ons gezien heeft?
Er was niemand. Toch?
Kom eens mee. Ik heb een cadeautje bij.
Ah, die twee.
Goed.
Heren, ik heb dringend een politie-escorte nodig.
Communisten.
Uitstappen.
Iemand honger?
Eet.
Comministische zwijten vreten alles.
Ik wil graag alle aanwezigen een laatste kans geven.
Kan iemand me zeggen wat er met de Feldgendarm gebeurd is?
Niemand?
Geef mij een getal tussen één en acht.
Vooruit.
Drie.
Eén...
Twee...
Drie.
De Feldgendarm .
Wie weet er iets?
Bukken.
Eén, twee, drie.
Voor elke Duitse soldaat die iets overkomt,...
zullen er een veelvoud van jullie boeten.
Maar...
jullie...
jullie hebben geluk.
Jullie gaan op reis.
Naar het communistenparadijs.
Verdomme.
Ja?
Sorry voor het storen, meneer Verschaffel.
Het is Jozef. Mogen we u iets vragen? Het is dringend.
Ja.
Ik zou u nooit op dit uur storen, meester Verschaffel. Nog eens mijn excuses.
Maar u zei altijd dat als er iets dringends was...
Natuurlijk. Zeker.
Ik heb altijd gedacht dat jij een goed artiest zou worden.
Teken je nog, Wilfried?
Ik schilder ook. Kijk, zelfportretten.
No comments yet. Be the first to leave one.