İlk 200 satır.
Je bent nog altijd even gek.
Mooi. Komt het uit Japan?
Dank je wel.
Coline.
Ik heb ook geld voor je meegenomen. - Waarom?
Je kreeg nog 200.000 Fr. van me.
Fijn. Dat komt goed uit.
En New York? Hoe lang ben je al terug?
Drie maanden. Toen weer weg, nu weer terug.
Is dat de moeder van Rosalie? Met de hele familie.
Weet je dat ze weer gaat trouwen. De moeder.
Ja. Ik heb een kaart gekregen.
Ga je er heen?
Ja. En jij?
Ik denk het niet.
Ik heb je gemist. Hoe lang was het? Vijf jaar.
Ik dacht dat je nooit meer zou terugkomen.
En toch.
Zie je Rosalie nog sinds de scheiding?
Ja. We zien elkaar als het uitkomt. En de kleine is er ook nog.
Je weet dat we nooit een hekel aan elkaar gehad hebben.
We hebben alleen nooit van elkaar gehouden.
Ze is gewoon met mij getrouwd omdat jij vertrokken bent.
Blijf je in Frankrijk? - Ja.
En zij? Is ze hertrouwd?
Rosalie? Nee. Ze woont nu in Parijs met een schroothandelaar.
Maar dan wel een grote. Hij sloopt auto's, boten, métro's.
Als u me gewaarschuwd had, had ik u voor laten gaan.
Het gaat om die drie partijen van werf 4, hè? En die twee daar.
De prijzen blijven hetzelfde. Die gaan vanzelf omhoog.
Welke capaciteit? - Twintig ton per uur.
César. Telefoon.
Wie? - Rosalie.
Goed, heren. Het is akkoord. Ik stuur mijn broer naar u toe.
Marcel, handel jij het af. Het is akkoord. - Niet aangeven?
Een derde. Jij vraagt contant geld. Ik wil niets zwart op wit.
Als je wat gaat drinken, moet jij wel betalen.
Albert.
Hallo. Ja, schat.
Hè? Nee. Ik heb mijn pak al aan. Ik ben klaar.
Wat? Moet ik ze gaan halen?
Nee, dat had je niet gezegd. Maar dat geeft niet, ik ga wel.
Wat? Mijn zwarte das en schoenen, zoals je gezegd had.
En stuur ik mijn broers rechtstreeks naar het stadhuis?
Goed. Ja, ik ook. Ik kom eraan.
Op naar het stadhuis. Marcel komt later met de Packard.
Maar wel opschieten, hè? Zien jullie er netjes uit?
Doe je jasje dicht.
Jérôme gaat met mij mee om de verloofde op te halen.
Albert gaat met de Buick.
Heb jij je vanmorgen geschoren?
Is het koper aangekomen? - Bel die Hollanders maar op.
Gaat uw gang.
Hallo, César. Dit is mijn vriend, meneer Fantin.
Mijn broer, Jérôme.
U bent dus getuige meneer Fantin? - Ja. Net als u.
En heb je plankenkoorts, Henri?
Hij is wel de vierde. - Nee, de derde.
De vader van Rosalie en Carla. Dokter Guérin. En...
En jij. - En ik.
Doe niet zo stom, Simon. Ik krijg je wel.
Louise, hou je in.
Carla. - César.
Het kussen.
Ben je gek geworden? Kun je niet kloppen?
Ik ben het maar.
Wie ben je dan wel?
Nee, mijn jurk.
Weet je hoe laat het is? - Dat wilde ik je net vragen.
Het is kwart voor twaalf en het huwelijk is om twaalf uur.
Hoe laat ben je vanmorgen opgestaan?
De bloemen. Ik ben de bloemen vergeten.
De bloemenwinkel in de Rue Corot. Ga gauw, alsjeblieft.
Er staan er beneden genoeg. Die iedereen gestuurd heeft. En gratis.
Nee, César. Het is het bruidsboeket. Een rond boeket.
Je weet wel. Ga nou maar snel. - Geef me een kus.
Oh, Catherine.
Wat zie ik nu?
En ik neem je mee naar het bos.
David? - Heeft ze dat niet gezegd?
Nee. Mama?
Mama?
Heb je David uitgenodigd. Waarom heb je dat niet gezegd?
Ik heb het gezegd. - Nee, dat heb je niet.
Dan heb ik het niet gezegd. - Kom, mama. Schiet op.
Voor ons zijn in het openbaar verschenen in het gemeentehuis,
Henri Marrieu, belastinginspecteur,
geboren op 29 maart 1915 in Versailles, Yvelines,
zoon van Georges Marrieu en Marie-Antoinette Cadet, beiden overleden,
en Lucie Artigues, zonder beroep,
geboren in Wenen, Oostenrijk op 10 september 1920,
dochter van Fréderique Artigues en Gertrude Grept, beiden overleden,
gescheiden van Louis-Edgar Jamet en François Guérin.
Meneer Henri Harrieu,
aanvaardt u mevrouw Lucie Artigues als uw echtgenote?
David. - Hallo.
Hallo, David. - Hallo, Marité.
Carla.
Mama !
David ! Maar u was te laat, je was te laat.
Ik weet niet meer of ik u of je moet zeggen. Henri.
Je bent in Frankrijk? - Zoals je ziet.
David. César. - Aangenaam.
Bruidspaar, naar de auto.
Herinner je je Michel?
Het regent.
De paraplu's. Vraag aan Albert. Er liggen er genoeg in de Packard.
Lachen. Dank u wel.
Louise, oom en de Bretonners met Albert.
Marcel? Waar is hij? - Hij is hier.
Weet u de weg? - Ik volg wel.
Hij volgt ons.
Maakt u echt stripverhalen?
Dat zei ik toch al. - Schreeuw niet zo.
Hoe oud ben je nu, Marité? - Bijna twintig.
Achttien.
Toen zei ik: meneer Bacchino, tegen de tijd dat u verbinding heeft,
heb ik tienduizend mark op tafel. Dat hoofd van Bacchino.
Niet slecht, hè? - Niet slecht.
Wat een mooie kousen.
Hij is echt geweldig, Hij heeft het helemaal zelf gemaakt.
Je gaat César toch niet inhalen?
Wat? - Niets.
Toe dan, na die motors.
Hij geeft toch gas als we dichterbij komen.
Jammer.
Weet jij de weg?
Hij rijdt veel te hard. Hij hangt de clown uit.
Krijg nou wat.
Gelukkig is mijn reactievermogen goed.
Gelukkig hebben we geluk gehad. Je had zeven mensen kunnen doden.
Ben je soms bezopen of wat? - Ik wil toch even opmerken...
Nee, ik wil het niet horen.
Rosalie! - Er is niets.
Helemaal niets.
Die man ging naar het midden van de weg.
Dus dacht ik, als ik weer invoeg, dan zijn de kinderen de dupe,
dus een beetje naar links, gecontroleerd slippen,
de berm in en hier staan we dan.
Maar dat moet je wel kunnen. Want een beetje meer, je kop en...
Hij is sterk...
Dan hadden we nu niet gelachen. Ik mag dan iets stoms gedaan hebben,
maar die kerel is knettergek om zo hard te rijden.
Wat is er gebeurd?
Wat zou er gebeurd zijn? Helemaal niks, rustig maar.
Die auto kwam recht op me af.
Ik dacht, als ik invoeg, zijn de kinderen de dupe.
Hé, is die hond gek. Verdomme.
Blijven we hier eeuwig staan? Wat spoken jullie hier uit?
Zie je wel?
Wat kwam je hier eigenlijk doen? Ben je nu weer schoon?
Ik schaam me voor je.
Een Boeing. Hij landt op Orly.
Doodstil.
Is dat mijn Bach? Mijn Bach.
Kent hij er nog meer?
Nee, alleen deze. Hij heeft hem uit zijn hoofd geleerd.
Waarom? - Voor mij.
Ben je getrouwd? Heb je kinderen?
Nee. Helemaal niets. Mijn werk.
Je schijnt bekend te zijn.
Volg jij het nog?
Niet meer.
Zij is mooi.
Mijn dochter? Ja, ze is mooi.
We hebben samen heel wat meegemaakt.
Breng jij tante Sylvia weg? Ze heeft een cursus om zes uur.
Ik wil jullie niet storen. - Nee. Geeft niets.
Breng me de sleutels van Jérôme. In die andere kan ik niet rijden.
Kijk me niet zo aan.
Rosa. - Ja. Ik kom.
Bravo, César.
Hoe gaat het? - Erg goed.
Je bent... Je bent een neef? - Van wie?
Van de familie, van Rosalie? - Nee.
Dat dacht ik.
Er zijn er zoveel.
Waar is ze?
Vertrokken met een mevrouw.
Wat heeft ze je verteld? - Wie?
Nou, Rosalie... Jullie praatten toch.
Ik zal je de waarheid zeggen, César. Ik hou van Rosalie.
Dat is toch normaal. Iedereen houdt van haar.
Maar... Toch niet serieus.
Sinds wanneer?
Sinds...
altijd.
Altijd. Sinds wanneer is dat?
Voor jou. Voor Antoine.
Juist.
Dat is dan jammer.
Het is goed dat je het vertelt. Erg goed.
Erg goed.
César. Hé, César. Dans je niet met me? Ik wacht.
Ik kom eraan.
Goed. Ik moet weg. Ik ga werken. Tot ziens.
Kom nu, César.
Hier ben ik, duifje.
Hé, stop.
Blauw komt altijd slecht door. Vervelend.
No comments yet. Be the first to leave one.