İlk 200 satır.
Distribution / Distributie: CINÉART
Dag. - Dag.
Alles goed, schatje? - Ja.
Eet iets. Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd.
Geen zin.
Denk eraan dat je tandpasta moet kopen.
Staat al op de lijst.
Je bent perfect. - Ik weet het.
Dag. - Dag.
Sta op, schatje Kom uit je bedje
Het is tijd om 't nest te verlaten
Sta op, jongen Het is al ochtend
Het is tijd om uit je bed te komen
"Broeders, die komen na ons
Wees niet tegen ons hardvochtig
Want wie medelijden heeft met anderen
Zal het zelf ook krijgen van God
Bedankt."
Heb je m'n zakmes meegegeven?
Ja, om je appel te schillen. Niet om onnozel mee te doen.
Uiteraard.
Pirmez!
Op het middaguur, morgen.
Heb je me gehoord, Pirmez?
Ja. Op het middaguur, morgen.
Goed zo.
Stel u 'n stroom voor van 1500 graden,
de temperatuur die wordt ervaren door de arbeider.
Vandaar dat er gevaar was en ze speciale kledij droegen.
Ondanks alles, die kleren, speciaal bestand tegen de warmte,
is het duidelijk dat de arbeider de hitte blijft voelen.
Hij bleef even om te werken en dan ging hij weg.
Er waren heel veel arbeiders zodat ze mekaar konden afossen
want anders zouden ze voortdurend brandwonden hebben.
Denk aan de lava van 'n vulkaan. U kan er niet dichtbij komen,
en hier is dat hetzelfde. Vaak waren er mensen verbrand,
want er vielen mensen omdat niet alle veiligheidsmaatregelen
werden genomen. Het was heel gevaarlijk.
Er waren ongevallen, soms waren er zelfs doden.
Ik herinner me periodes
met één dode per jaar, of zelfs twee.
Er waren mensen die verminkt werden
want ze moesten hard werken en heel lang.
Ze namen niet de gepaste maatregelen om zich te beschermen.
Op dat moment wilden de bazen geen geld uitgeven voor de veiligheid.
Er moest worden geproduceerd. Niets anders dan dat.
Verdomme! Verdomme! Verdomme!
Mag ik binnenkomen? - Ja.
Ben je weeral gevallen? - Ja.
Laat zien. - 't Is niets. Vergeet het.
Een Jupiler? - Ja.
Je bent buiten adem. - De lift is weeral defect.
Verdomme, verdomme!
Dertig flats voor gehandicapten en de liften zijn altijd defect.
Doen ze 't opzettelijk? - 't Is oké, Jean-Pierre. We redden ons wel.
Ben je dat niet beu aan 't worden?
Jean-Pierre Renneson. In Droixhe.
De liften zijn weeral defect.
Als er 15 hebben gebeld, waarom is er dan geen mecanicien?
Je zet geen gehandicapten op 't 20ste als je geen liften kan herstellen.
Wat? Tien jaar geleden had ik je in twee gebroken.
Onnozele kwibus.
Verdomme, je bent zwaar.
Je doet niet genoeg sport.
Mijn stomme kinesist heeft 't me gezegd.
Verdomme, verdomme!
Goedendag.
Dag, Patrick, hoe gaat 't? - Goed.
Zijn m'n vrienden er niet?
Roland is er, de anderen niet. Een Vieux-Temps?
Ja, 'n lekkere Vieux-Temps.
En? Iedereen is te laat vandaag?
Ik was bezig met m'n radijzen en verloor de tijd uit 't oog.
En de andere twee? - Geen idee.
Daar zijn ze.
Goedendag. - Ben je weeral gevallen?
Ja, oké, vergeet het.
Wat is er? - De lift is weeral defect.
Dag, Gina.
Verdomme!
Gina, nog eens hetzelfde.
Niet voor mij. Ik moet m'n zoon gaan halen.
Nu al? - Ja.
Tot morgen? - Ja, oké.
Vergeet je rekening niet te betalen.
We zijn edelmoedig want met wat je hebt gepresteerd,
had je minstens twee rondjes moeten betalen.
Ja, ja, natuurlijk.
Zet je het op mijn rekening? Ik zit slecht bij kas.
Begin volgende maand. - Probeer wat vaker te winnen.
Zoals men zegt, het zijn altijd de dommeriken die de pineut zijn.
Maar deze keer zal je ons niet te grazen nemen.
Ik wil het nog wel zien.
Meneer.
Het was gevaarlijk, want als hij 'n fout maakte
werd hij doorboord. In twee stukken gesneden.
Maar ze hadden geen schrik.
Ze zeiden dat het "de aristocratie van de arbeidersklasse" was.
En wanneer staal heel warm is, smelt het.
Het wordt zo vloeibaar als lava.
Geef maar.
Ik kan niet meer. Ik duw hem al 3 kilometer.
Ik zal er straks naar kijken.
Het was heel gevaarlijk. Er waren veel ongevallen. Maar ze waren moedig.
Ja, het was de aristocratie van de arbeidersklasse.
Wist je het? - Ja.
Je opa's werkten er allebei.
En de opa's van je vrienden ook. Allemaal. Bijna allemaal.
En je hebt me niets gezegd.
Volgens mij is hij kapot.
En hoe zie jij dat?
Toen ik de wekker van oma demonteerde, was het net zo.
En nu naar bed.
Vergeet niet je handen te wassen.
Lukt het?
Nee, ik denk dat hij definitief kapot is.
Moeten we 'n andere kopen? - Ja.
Kunnen we dat?
Het zal wel moeten.
Ik zal 'n tweedehands zoeken, niet te duur.
Ik zal lenen bij mijn vader. - Nee, stop met lenen.
Bij mijn vader... - 't Is hetzelfde.
Nee, het is niet hetzelfde.
Je hebt gelijk. Het is erger.
Ondertussen zal ik wel elke ochtend de bus moeten nemen.
Ik zal nog vroeger moeten opstaan.
Ik vind wel iets.
Weet iemand of er ergens 'n brommer te koop is?
Nee. En jij?
In Droixhe misschien. Ik moet 't eens vragen.
Hoeveel wil je geven? - Geen idee. Tienduizend.
Reken jij nog in Belgische frank? - Daarvoor krijg je niet veel.
Toch wel, een gestolen brommer.
Nee, het is voor Carole.
We spelen! Praat straks.
Het hindert het spel niet. - Het stoort de concentratie.
Je had de troefkaart moeten volgen.
Hoe weet je dat ik er een heb? - Ik tel ze. Ik speel serieus.
Ik doe niet mee aan 'n handel in gestolen brommers.
Zie je wel! Gedaan.
Jij moet delen, jongen.
We moeten met de Lotto spelen. Samen maken we meer kans.
De duivel is ermee gemoeid als we geen brommer kunnen kopen.
De rest delen we.
Ik zal blij zijn tienduizend frank te winnen.
10.000? We moeten 100.000 frank winnen.
En waarom?
Voor 'n auto. Een reis naar Las Vegas.
Las Vegas! Met de auto.
Om daar met de kaarten te spelen? Is het hier niet goed?
Toch wel, maar ik mag toch dromen.
En jij, Jean-Pierre? Wat zou jij doen met 100.000 frank?
Wat denk je? Een nieuwe rolstoel kopen.
Hou op.
En u, meneer, wat zou u doen met 100.000 frank?
Voor 'n nieuw leven heb je 'n miljoen nodig. Meer zelfs.
Ik stel 'n ernstige vraag. We dromen niet.
Toch wel. Het kost geen frank meer te dromen dat we miljoenen winnen.
't Is niet omdat we dromen dat we niet redelijk moeten zijn.
Weet je wat? We spelen op de Lotto in plaats van nog 'n rondje te bestellen.
We zullen wel zien wat we met onze miljoenen gaan doen.
Als jullie willen, doe ik ook mee.
Welke brommer gaan we kopen? - Ik weet 't nog niet.
Een scooter is beter.
Je kan er met twee op en je voeten blijven droog als 't regent.
Maar het is duurder.
Als we genoeg winnen, kopen we dan 'n scooter?
Ja, waarom niet?
Een rode. Zou je 'n rode mooi vinden?
Zou jij hem mooi vinden? - Ja.
Dan nemen we een rode.
En ga je dan eens met mij rijden? - Als je wilt.
Je moet me 'n helm kopen. - Uiteraard.
Ook een rode. Rood en wit.
Nemen we papa mee?
Met drie? Ik denk niet dat dat mag.
Toch wel. Ik heb er gezien die met drie op 'n scooter zaten.
Het kind zat vooraan en hield het stuur vast.
We zullen wel zien.
Waar werkje? - Bij Jupiler.
Is dat 'n grap? - Nee. Bij het bottelen.
Dat was mijn droom.
Bevalt het je? - Nee.
't Is beter dan werkloos te zijn.
Gezondheid. - Gezondheid.
Ben je er al lang? - Drie maanden.
En waar was je vroeger?
In de cel.
Excuseer.
Geen probleem. - Wat had je gedaan?
Robert, dat gaat ons niet aan.
Ik weet graag met wie ik te doen heb.
Gewapende overvallen.
Banken, waardetransporten, benzinestations. Is dat oké?
Voor mij is alles oké, maar ik wil weten met wie ik te doen heb.
En, Pirmez, goed gezweet?
Wat scheelt er, schatje? - We verloren met de Lotto.
't Is niet erg. 't Is oké.
Ken je iemand die gewonnen heeft?
Het was dus zinloos. - Nee.
No comments yet. Be the first to leave one.