200 dòng đầu tiên.
deze film werd in 1970 bekroond met de PRIX LUIS DELLUC
Kijk, daar ligt een wiel!
Jean-Pierre! Christophe!
Kom in de auto!
Schiet op, Jean-Pierre.
Moet je die auto zien! Hoe kan dat?
- Hoeveel zitten erin? - Ik geloof maar eentje.
- Is hij dood? - Buiten bewustzijn.
Nog een geluk.
Blijkbaar is hij niet dood.
Ik dacht: "Ik heb de tijd." Slaat de motor af.
Ik kon niks doen.
Hij denkt: "Ik rijd voorlangs", omdat ik zowat stilstond.
Maar hij kwam van de andere kant. Hij remt, maar...
Hij reed minstens 100. Daardoor slipte hij.
Hij kwam recht op me af. Ik dacht: "Hij knalt tegen me aan".
Op het laatste moment krijgt hij 'm weer recht.
Achterlangs. Ik dacht: "Oef! Bravo!"
Paf! Knalt hij tegen de achterkant. Daarna...
Daarna draait hij om z'n as, tegen mij op, en in de greppel.
Met de 2 wielen erin. Hij kon niks meer doen.
Dus over de kop, en daarna tegen de appelboom.
Wat doe je?
Ik kijk naar je.
Deze pagina nog, daarna zal ik koffie zetten.
Wat is het Franse woord voor "liegen"?
Eigenlijk meer fabeltjes vertellen. Het Duitse "verschönern".
Liegen, als je zomaar wat verzint.
Affabuler.
Dat is het. Affabuler.
Met twee ff-en.
Het je de papieren voor Tunis ingevuld?
- Hoor je me? - Ja.
Heb je de papieren voor Tunis ingevuld?
Nee. Nog niet.
Ik wou dat we al weg waren.
Shit!
Teken ze nu meteen.
Ik doe ze zo op de post, anders zijn we in juli nog hier.
Is dat het huis op Île de Ré?
Ja.
Hoe oud is je zoon daar?
Weet ik niet. 15, 16 jaar.
Dat was drie jaar geleden.
Ze was knap, Catherine.
Dat is ze nog steeds.
Ja.
Laat je 't me zien?
Meteen als je wilt.
Pak je spullen maar. Maandag terug.
Eigenlijk wil ik er niet heen.
Ik wil geen tweedehands eiland.
Waarom hou je van me?
Omdat je oud en lelijk bent.
Wat doe je daar?
Hé! Wat doe je nou?
Een nieuw trimester. Ik vind 't fijn als de tijd verstrijkt.
In het volgende zijn we weg.
- Stoor ik? - Welnee, nooit. Komt u binnen.
Ik ging naar Rappeneau en zag de auto.
- Wilt u koffie? - Nee. Of slappe.
Ik slaap niet meer zo goed. De zorgen.
Jeanne denkt vanwege de ouderdom.
Jeanne denkt dat je oud bent en jij profiteert daarvan.
Dag, papa.
Ik vertel Jeanne alles.
- Wat? - Ik zag je
Maandag. Met mevrouw Fantin.
Ik?
Parc du Luxembourg. Je kuste haar.
Hoort u hoe hij tegen zijn vader praat?
Ik heb mevrouw Fantin niet meer gezien
sinds de begrafenis van Fantin.
Kuste u haar'?
Als u dat tegen Jeanne zegt, die geen humor heeft...
Niet zoals je moeder.
Zijn moeder had gevoel voor humor.
- Toen Pierre klein was... - Was jij er niet.
Wat?
Dat is absoluut nietwaar.
Bovendien was ik jong.
Wat zei ik ook alweer'?
Wil je koffie?
Ja, ja.
Ah! Geweldig. Echt heel erg goed.
Catherine was ook heel goed.
Nou ja.
- Ga zitten. - Nee, ik blijf maar even.
Wat wilde ik je ook alweer zeggen?
Oh ja.
Ik heb wat problemen op dit moment.
Je zult zeggen dat 't stom is.
Niet erg als het niet gaat.
Dan vind ik wel 'n andere oplossing.
Hoeveel heb je nodig?
100, 120.
Wat je wilt. Wat je kunt missen.
Vertel eens over Tunesië.
Hélène zegt dat jullie misschien 3 jaar weggaan.
3 jaar... Dat is lang, 3 jaar.
Laat je je oude vader in de steek?
Hou oud is hij nu?
72.
Nog steeds verloofd?
Nog steeds.
Ik pak een Celtique van je.
Hoe is het met Hélène?
Met Hélène?
Goed.
IK HOU VAN JE
Laat hem inhalen, hij is gek.
Ik heb ruzie gehad met Catherine.
- Waarover'? - Over jou.
Ik zei iets slechts over jou.
Dat moet je niet doen.
Ik zei dat je je herinneringen koestert.
Niets is te mooi voor haar.
Je maakt dingen mooier dan ze zijn.
Jij doet dat.
Je was er trouwens niet bij.
Was ik niet in je herinnering?
Nee. Of ik ben je vergeten.
Arme kerel.
En de garages?
- Welke garages? - Voor de auto's.
Dat snap ik. Bekijk de plattegronden.
Ik kijk naar de bouwplaats.
Ik zie geen garages voor 't blok Richelieu.
Die zijn ondergronds. Erbovenop ligt gras.
Ik vind gras prachtig, meneer Barret.
Maar we kunnen 30 garages meer bouwen,
zonder dat uw gebouwen instorten.
De folders zijn al weg.
De gebouwen op het zuiden en zuidoosten hebben garages,
dat is een andere categorie.
Dat lijkt me onmogelijk.
U maakt zeker 'n grapje? Het is al besloten.
- Door wie? - Door wie?
Door 't bouwbedrijf. Iedereen.
Niet door ons.
Niet door mij.
Wie naar buiten kijkt, ziet tuinen en geen garages.
Het spijt me. Als u uw contract naleest, zult u zien...
U kunt mijn contract naar uw kop krijgen!
Als ik één konijnenkooi op het gras zie,
verniel ik hem.
Woont u hier'? Nee.
Ik laat de riolering voor uw raam leggen. Kijken wat u zegt!
Als u de publiciteit vóór de plattegronden bekijkt,
is dat uw probleem. Niet 't mijne.
Zegt u dat maar tegen meneer Wilkinson.
Wilkinson? Ken ik niet.
Die kent hij niet.
Hij weet niet wie 't is.
Hoe was het op Île de Ré?
Heel mooi. Veel wind.
- Wanneer kwam je terug? - Gisteren.
Je kleine boompjes zijn nu groter dan ik.
De tuin is verwilderd, dat vind ik mooi.
Het luik klappen nog.
Ze beloofden het te repareren, maar je kent ze.
Laat de boot te water.
Vorig jaar deed je het niet. Daar wordt hij niet beter van.
Hij is zwaar voor mij.
Misschien moeten we 'm verkopen nu je niet meer komt.
Vraag Bertrand.
Ik weet niet of hij komt.
Ze maakten de haard in zijn kamer af.
- En het tafeltje is kapot. - Welk?
- Dat ovalen tafeltje? - Ja.
- Morgen naar Rennes, hè? - Morgen?
De Duitsers en Belgen komen ook.
Dat is waar ook.
Hoe ging dat tafeltje kapot?
Luister, Pierre...
Ik moet niet over Île de Ré praten.
Tijd verstrijkt, de zee is groen,
we hebben ieder ons leven.
Alles gaat goed.
De rekeningen en documenten van Rennes liggen thuis.
Kom je ze vanavond ophalen?
Vanavond kan ik niet. Ik haal ze zo wel op.
- Heb je de sleutel? - Ja, ja.
Mevrouw Bérard! Telefoon.
Nee.
Luister, Paul, daar gaan we nu niet over praten.
Vanavond.
Kun je me komen ophalen?
Dat weet je best.
Ik ook van jou.
Ik ook van jou.
Weet Bertrand dat je weggaat?
Zei jij dat niet?
- Pierre! - Dag, Guitte.
Ik schrok van je.
Blijft u zitten. Hoe gaat het met u?
Zoals je ziet! Ik ben echt geschrokken.
En uw kleinkinderen?
Die hebben al partners.
Aline kreeg 'n tweeling.
No comments yet. Be the first to leave one.