প্রথম 200টি লাইন।
DE VREEMDE MENEER STEVE
Verdorie.
Ik hoor het wel.
Hoe laat is het? O jee...
O, mijn stropdas.
Mijn stropdas.
De sleutel.
Mijn regenjas.
Goedemorgen.
Bank A. Darmon
Dag, Jeanine. Dag, Geneviève.
Vroeg uit de veren.
- Daar ben je. - Ik dacht dat ik te Iaat was.
Klopt, 5 minuten.
Ach, ik ben hier 8 uur per dag.
- Werd je niet wakker? - Mijn wekker deed het niet.
En gisteren toen je bij me wegging?
Ik ging meteen naar huis.
Ik zei je naam bij het traplopen.
Dat hielp.
- Is dat echt waar? - Ik zweer het.
- Hoe vond je de film? - Dat eind...
Het bestraffen van de schuldige zit in de prijs.
Jammer, dit was een aardige.
Dus een leuk koppie maakt alles goed?
Wel als je een filmheld bent, ja.
In het echte leven zijn we niet zo.
Ik niet, als wij trouwen.
"Als"? Mireille, hier hebben we het al zo lang over.
Daarom. Soms vraag ik me af of je het wel wilt.
Goedendag.
- U was bijna te laat. - Dat is zo.
Elke dag hetzelfde. U komt zeker slaap tekort?
Mechin, u kunt het geld komen halen.
Goed, directeur.
- Help je me even, Georges? - Oké.
Hier.
Dit is minder zwaar.
Pak de zakken.
- Bedankt. - Geen dank.
- Heb je mijn recu? - Hier.
Zo, niets te verbergen?
Jij wordt een vriend.
Jij... 1.000 frank, meer niet.
- Een broer. - En een schuldeiser.
Ik zal het nooit vergeten.
Denk daar aan op betaaldag.
Probeer eens rond te komen, al is het maar
een keer.
Met mijn loon is dat bijna een klucht.
- Dat wordt verhongeren. - En ik dan?
Het is 9 uur. Open de deur.
Ja, meneer.
- U wenst? - Twee Canada Dry orange.
- Marcel? - Ik kom, meneer Georges.
Wat krijg je van me?
- 3,80 meneer Georges. - Hier.
3,80 van de 1.000.
U gaat in de bank met zoveel geld om, dat u geen idee meer heeft
van de waarde.
Geld is vooral vies papier.
Vies of niet,
als u teveel heeft, geef maar.
- Ik wil het wel. - Dit is wel genoeg, vind ik.
Mijn huisbaas en de belasting krijgen de rest.
U luistert elke dag naar hetzelfde.
- Krijgt u soms auteursrechten? - Mireille is hier gek op.
U wordt nog rijk.
- 7 miljoen. - Met een inbreng van 20 frank.
- Goede belegging. - Was alles maar zo simpel.
- Hoeveel is nodig? - 10 miljoen.
U bent er bijna.
3 miljoen met het laatste kogeltje, dat lukt nooit.
Niet zo pessimistisch. Mag ik?
Ga uw gang.
- Bravo. - Zo.
Soms moetje het geluk even helpen.
Wilt u verder spelen, het gaat zo goed?
Ik zie liever anderen spelen. Ik hou van managen.
Ik kom te laat, maar ik win nooit.
Speel niet om te verliezen. Daar houdt het lot niet van.
- Dag, meneer. - Tot ziens.
Zal ik u ergens afzetten, meneer?
- O, ik wil geen misbruik maken. - Ik heb de tijd.
Graag.
Bedankt.
- Komt u vaak in de bar? - Ja.
Dan drinken we een keer wat.
- Tot gauw. - Ja.
- Tot ziens. - Dag.
Is hij zo geweldig?
Geweldig.
Als je eens wist.
Hij heeft klasse en is elegant.
- Dus nu zijn jullie vrienden? - Ja, we mogen elkaar.
- Is hij vrijgezel? - Zijn vrouw is skiën.
Die man zit er warmpjes bij.
Had nam me laatste mee naar een luxe tent.
Obers in rokkostuum, zilveren vaatwerk,
en ieder drie glazen.
Door die kerel krijg je grootheidswaanzin.
Denk je?
- En ben je na het eten naar huis gegaan?
- We zijn naar een nachtclub gegaan. - Ah.
En daar waren zeker meisjes?
Meisjes? Laat me niet lachen.
We gaan nooit meer uit.
Ik zie je alleen op kantoor.
Dat is toeval.
We moeten gaan. Ik betaal morgen.
We zijn echt goed bevriend,
maar hij betaalt alles.
Als je liever met die man omgaat dan met mij, zeg het dan.
- Nou ja. Ben je jaloers? - Misschien.
Ik wil weten waar ik aan toe ben.
Ik wil graag mijn saldo.
We gaan elke vrijdag naar de bioscoop
en het is nu vrijdag. - Ah?
Dat was ik vergeten.
Nou, juffrouw?
Je hebt toch niet afgesproken met...
- Hoe heet hij? - Steve.
En ik heet Clanchon, met een C, zoals Claude,
en ik wil mijn banksaldo weten.
"Clanchon"?
Tot nader order. Clanchon, Emile.
Gaan we dus, vanavond?
Er draait een te gekke film in mijn buurt.
Dan eten we eerst thuis.
- En je moeder? - Die doet wat ik wil.
En mijn saldo, komt er nog wat van?
- Het loket achterin. - Kon u dat niet meteen zeggen?
Nou, gaan we dus?
Graag, alleen zou ik vanavond
met Steve uitgaan.
Alweer?
Nou, zeg.
- Hallo. Hoe is het? - Het gaat wel.
Wat wilt u drinken?
Cinzano.
Heeft u problemen?
Nee, alleen suf door de cijfertjes.
Het was druk.
Laten we dan lekker gaan eten.
- Steve... - Kunt u niet?
Jawel, maar u betaalt altijd, dat vind ik vervelend.
Dat is idioot.
U bent zo aardig,
maar ik wil ook een keer betalen.
- Dan bent u mijn gast, oké? - Goed.
- Wat is er? - Vraag er maar niet naar.
U lijkt bezorgd.
Ik moet misschien ineens weg.
Dat is zelfs zeker. Help je me?
Geef mijn vrouw de autopapieren.
Het adres staat erop.
Stop maar in uw zak.
En, Steve?
Dag, heren.
Wat is er?
Kunt u lezen?
O ja. "Politie."
Wat heeft dit te betekenen?
Het is vast gewoon een misverstand.
Ach wat. Laat me uw papieren zien.
Ik?
Doe het maar.
En snel.
- Alles in orde? - Ja.
Noteer toch het adres maar.
Het hoeft toch geen show te worden?
Zeker niet.
Ik hou niet van hardlopen, hoor.
Ik ook niet.
Ben ik duidelijk?
Kom mee.
Sorry, we eten wel een andere keer.
Tot gauw.
- Wat is er aan de hand? - Geen idee.
Meneer?
- 190 frank alstublieft. - O.
- Hier. - Dank u.
Meneer.
Ik kom van meneer Steves vrouw.
- Georges Villard. - Komt u maar binnen.
- Pardon. - Dank u.
Ik neem de trap. Vindt meneer dat goed?
Ik breng u op de eerste verdieping.
Te voet is het snelst.
De lift heeft nooit gewerkt.
Bij de prinses de La Tour,
hadden we hetzelfde met de keukenlift.
Neemt u plaats. Ik zal mevrouw inlichten.
- Meneer Villard. - Laat maar binnen.
Wil meneer zo goed zijn om naar binnen te gaan?
Pardon.
Komt u maar dichterbij.
Mevrouw.
- Dus u bent Georges? - Ja.
Mijn man heeft het alleen nog over u.
No comments yet. Be the first to leave one.