Az első 200 sor.
PARIJS, MEI 1941
Hallo.
Ik ben bij Janvier geweest. Hij heeft nog geen agaat binnengekregen.
Ik vond de briljanten tegenvallen, dus heb ik deze tweedehandse meegenomen.
Deze is af. Zet jij de sluiting erop.
Heeft u de edelstenen vervangen? -Nee, bijgeslepen en geherpositioneerd.
Mooi.
Hallo.
Kijk in de kelder wat er nog aan agaat ligt.
Dag, mevrouw.
VOLKSTELLING JODEN
Ja?
Hallo. Ik kon niet eerder weg op het werk.
Ik ben een beetje laat.
VRUCHTBAARHEIDSONDERZOEK
En?
De uitslag van mevrouw is helemaal goed.
Goed.
Ik wist dat het aan mij lag.
Dat weet je niet. -Nu wel.
Als het niet aan jou ligt, ligt het aan mij.
Kom, we gaan wandelen.
Waarheen? -Maakt niet uit.
Welterusten, jongen. -Welterusten.
Welterusten.
Dag, lieverd. -Welterusten, papa.
Je pop. Lekker slapen, allebei.
Welterusten, pop.
Wij lopen geen gevaar. We zijn Fransen.
Jij loopt ook geen risico. Je ging weg uit Polen toen je acht was.
Daar dachten ze toen ook veilig te zijn.
Je denkt altijd dat ze het huis van je buurman afbranden.
Maar iedereen werd afgeslacht.
We moeten weg, Hannah.
Weg?
Waarheen? -Naar de vrije zone.
Daar kennen we niemand.
Het is gevaarlijk.
Ze helpen je over de bestandslijn, als je maar betaalt.
Ik heb een adres voor een appartement.
En de winkel? -Daar heb ik iets op bedacht.
Je gaat over een paar dagen met de kinderen. Ik kom jullie achterna.
Over een paar dagen?
Nee. Dat is waanzin, Joseph.
Hier blijven is waanzin.
Vertrouw me, alsjeblieft.
Opschieten, jongens.
In Clermont-Ferrand staat een auto die jullie naar de boerderij brengt.
Hier.
Nee, ze blijft bij mij. Je ziet haar weer als je terugkomt.
We zien elkaar snel. Dag, jongen.
Dag, lieverd.
Dag, schat.
Kom snel. -Meteen nadat ik het hier geregeld heb.
Het komt goed.
We moeten gaan.
Sorry dat ik zo laat ben. Er waren overal controles.
Ga zitten, we moeten praten.
Ik heb dit werk echt nodig. -Ga even zitten.
Hannah en de kinderen zijn vertrokken.
Vertrokken? -Naar de vrije zone.
Ik ga binnenkort naar ze toe.
Waarom?
Omdat we Joods zijn.
Gaat u de winkel dichtdoen? -Ja, maar jij neemt hem over.
Dat zou ik graag willen, maar dat kan ik niet betalen.
Jawel, ik geef je het geld. Althans, zo zetten we het op.
We zetten in een koopakte dat jij de nieuwe eigenaar bent.
Morgen trek je met je vrouw hierboven in.
Aan het einde van de oorlog, als we terug zijn, doen we het tegenovergestelde.
Dan help ik jou om je eigen winkel te openen. Ik weet dat je dat wilt.
Dacht je dat ik je niet gezien had met je schetsboekje?
Je hebt prachtig werk verricht, Joseph.
Het is schitterend. Als nieuw.
AVA, MIJN LIEF
Anders dan wij.
Ik pak het in.
Wil jij dit inpakken?
Hoeveel is het, Joseph? -300 francs.
Heel mooi werk.
Hallo. -Hallo, mevrouw.
Dus u vervangt die arme Gabriel?
Wat een afschuwelijke oorlog. Hij was zo jong.
U heeft gelukkig meer geluk gehad.
Ik hoefde niet te vechten.
Dat zeg ik, u heeft geluk gehad.
Dag, Joseph. -Dag, Joseph. En bedankt.
Hoe kunt u me vertrouwen? U kent me amper.
Ik heb helaas geen tijd om je beter te leren kennen.
Als je oneerlijk was, vroeg je dit niet.
Dan had je al ja gezegd.
Je hebt toch nee gezegd?
Waarom dat? -Omdat hij je gebruikt.
Juist niet. Hij waardeert me.
Eerst was je z'n slaaf en nu waardeert hij je? Dat is verdacht.
Hij behandelt me niet als slaaf.
Hij is wie hij is. Kijk naar jouw bazin in de wasserij.
Ik krijg m'n eigen winkel. Om zelf sieraden te maken.
Dat is m'n droom.
Wees blij voor me. Voor ons. Luister.
Dan krijgen we het leven wat we verdienen. Het leven wat jij verdient.
Er is een kinderkamer. De wonderen zijn de wereld niet uit.
Als andere winkeliers vragen stellen, hou het dan vaag.
Ze kunnen je niets maken, ze kunnen alleen jaloers zijn.
Vraag de schilder aan het eind van de straat om je naam op de deur te zetten.
Eén...
...acht...
...vijf...
...negen. Goed onthouden.
Ik laat wat geld achter voor de dagelijkse uitgaven.
De voorraad is voor jou. Kom je stenen te kort, ga dan naar Janvier.
Mooi, hè?
Claude Monet.
M'n vader heeft hem gekocht toen hij vluchtte.
Meneer Haffmann?
Dank u wel.
Dit is het. Kijk maar, alles is er.
Radio, servieskast, leren stoelen.
Open haard.
Doe je jas uit. Je bent thuis.
Ik laat het je zien.
De keuken.
Een fornuis.
Net als in een restaurant.
De badkamer.
Daar kun je je elke ochtend opmaken. Met een bad alleen voor ons.
En de slaapkamer.
Even groot als ons appartement.
Met een kachel. Voor de slaapkamer.
En kijk wat ik heb meegenomen. Net als thuis.
Je bent thuis.
Ik heb nog niet alles weggehaald. Dat doe ik nog wel.
Ik vind het maar gek. We lijken wel dieven.
Helemaal niet.
Dieven geven niks terug. Wij wel als ze terugkomen.
Waar ben je bang voor?
We doen ze geen kwaad, we helpen ze.
Kom op, lach. Lach dan.
Een echte lach. Ik zie je graag lachen.
Wacht, dat vergeet ik je te laten zien. Kom eens.
Moet je zien.
Wat? -Daar.
Wat is daar? -Jij.
Dat is een echte lach.
Je bent mooi als je lacht.
Ik hou van je. -Ik ook van jou.
Het wordt fijn hier.
De Haffmanns hebben hier drie baby's gemaakt.
Heb je die mooie kleren gezien? Die jurken.
Mag ik? -Tuurlijk, je bent thuis.
Wat vind je ervan?
Mooi.
Hoorde je dat?
Zet de muziek uit.
Wat doet u hier?
Ik heb de trein gemist. De Duitsers controleerden iedereen.
Ik moest me verstoppen, maar de smokkelaar is niet meer teruggekomen.
Heeft u de hele dag gewacht? -Ja.
Hallo.
Dit is meneer Haffmann, m'n baas.
Ik ga even naar het toilet. -Uiteraard.
Wat is dit? -Hij stuitte op problemen.
Het is niet erg.
Ik zal hier moeten overnachten. -We zullen het bed verschonen.
Ik slaap wel in de kinderkamer.
Daar is geen sprake van. -Dit is nu jullie huis.
Morgen zie ik de smokkelaar weer. Dan kan ik weg.
M'n vrouw zal wel ongerust zijn.
Dus hij blijft?
Hij gaat morgen weg, zoals afgesproken.
Dit was niet afgesproken. -Wat moeten we anders?
François.
Dag, meneer. -Joseph Haffmann?
Nee, François Mercier.
De nieuwe eigenaar.
Mag ik uw papieren zien?
Uiteraard. Ik zal de koopakte ook laten zien.
De koopakte.
Hebben ze gezegd waar ze heen gingen?
Nee.
Hebben ze geen adres achtergelaten? Voor de post?
Nee, ook niet.
Als u meneer Haffmann of z'n familie ziet...
...laat ons dat dan weten.
Als u geen problemen wilt.
Uiteraard.
De buitenlandse Joden worden in Duitsland te werk gesteld.
Wat doen we?
Meneer Haffmann.
Ze moeten werken in Duitsland. -O, ja?
Moeten die oude mensen in Duitsland gaan werken?
Als ze weg zijn, ga ik. -Meneer Haffmann...
Dat is te gevaarlijk.
Dan wordt u zeker opgepakt.
Ik ga wel.
Geef me z'n adres en z'n naam.
De hele stad door voor een oplichter? -Het is een slager.
Het is gevaarlijk.
Wil je dat hij de hele oorlog in de kelder zit?
Blijf hier en doe voor niemand open. -Wat zeg ik tegen de wasserij?
No comments yet. Be the first to leave one.