ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Dit is de laatste lading?
We kunnen.
Ik heb pauze, Joe. -Pauze?
Ja, ken je dat? -Nee.
Er is storm op til. Ga morgen, blijf nu in de stad.
Nee, ik red het wel. Ik moet morgen iets doen.
Oké. Heb je kettingen? -Ja‚ heb ik.
Zorg datje ze erop legt. -Ik heb dit wel vaker gedaan.
En als het te erg wordt, kan ik in je blokhut terecht.
Je redt het wel, eikel. En blijf bij m'n blokhut weg.
Rij veilig, makker. -Altijd.
Hallo?
Pap. Hoe wistje dat ik hier zat? -Van de vogeltjes.
Ze piepen omdat ik te dicht bij hun nest zit.
Zag je die ook aankomen? -Blijf staan.
Nee, niet doen. Hou op.
Heb je me gemist? -Drie dagen lang.
Vijf, schat. Kom mama eens redden.
Ga van me al. Nee, waag hetniet.
Geef me eens een kus.
Er staat soep op het fornuis. Kus.
Tot vanavond. -Oké.
Tot vanavond. -Als je dan nog wakker bent.
Geen idee wat ze bedoelt. Waar is opa?
Kerstlichtjes aan het ophangen. -Dat was me een avontuur.
Hij is in de garage, succes. -Goed, schep jij soep voor me op?
Wil je een broertje? Tot vanavond, Mrs Braven.
Wacht maar tot ik thuiskom, Joe Braven.
Hou van je.
Hé, pa.
Wat doe je?
Ik was op zoek naar iets. -Kerstlichtjes.
Die liggen hier, pa. -0, ik dacht…
Die horen hier te liggen. Leg dingen toch eens op hun plek.
Wordt aan gewerkt. Proost.
Wat is dit voor spul? -Porter.
Het is net een vieze milkshake. -Het eten is klaar, kom.
Papa?
Je lag weer te slapen.
Zeg je nou dat ik lieg? -Hou op.
Je valt altijd in slaap. -Het is dan ook bedtijd.
Hier heb je Piggy. -Het verhaaltje is nog niet uit.
Sedeus?
Waar waren we?
De dieren spelen verstoppertje, Bethany de Beer kruipt in haar grot.
Ze valt in slaap, niemand vindt haar. Winter wordt lente.
En zij wordt kampioen verstoppertje. Van het hele bos, einde.
Niet doen. Welterusten, Piggy.
Niet meer doen. -Je bent lief.
Jij ook. Opa's armband is af, mag ikhem geven?
Hij slaapt vast al, lieverd. Moet jij ook gaan doen.
We geven hem morgen wel. Licht uit.
Ik hou van je.
Jezus, daar gaan we weer.
Joe, met Mike van de Trinity Bar. Ik zou maar even komen.
Je vader is weer hier.
Wij moesten maar eens gaan. -Handen thuis.
Korn, schat.
WMmm. -Linden, nee.
Wat is er? -Pa is weer in de Trinity.
Gaat het, pa?
Nee, nee. Ik begrijp het. Bedankt, Harris.
Die kerel was voorwaardelijk vrij en dient geen aanklacht in.
Maar dit is wel een probleem.
Ik vind het vreselijk om je vader zo te zien...
...maar als het weer gebeurt, moet ik hem arresteren. En jou ook.
Duidelijk.
Papa.
Wat is er met je gezicht? -lk heb met opa lopen stoeien.
En? -Hij is gehecht.
Ga jij even bij opa kijken?
Ik heb een scan laten maken. -Was alles goed?
Ja. En die knokpartij? -Hij zag haar voor z'n vrouw aan.
Ik moest op hem letten. -ls hij alleen als jullie werken?
Ik plan m'n lessen wel om Joe heen, maar soms komt er iets tussen.
Sinds dat ongeluk vorig jaar gaat hij achteruit.
Ik overleg met een collega. -Nee.
Hij heeft meer toezicht nodig. -Een tehuis?
Er zijn meer mogelijkheden. -Mag hij naar huis?
Denk erover na.
Kom, schat. Naar huis, naar bed.
Dag, pa.
Ik zie je thuis.
Dat is toch…
...Donny's dochter? Ja, toch?
Dat is Charlotte, pa. Je kleindochter.
Ja, dat is waar ook. Charlotte.
We gaan naar huis.
Klaar, klojo?
Nou niet terugkrabbelen, hè?
Hoe vaak rij je naar het noorden? -Elke twee weken of zo.
Oké. Nog meer chauffeurs? -Ik wil er niemand bij betrekken.
Hoezo niet? Zo moet je groeien.
Vertrouw je verder niemand? -Ik wil er niemand bij betrekken.
En daarom blijf jij een runner. -Best, ik krijg m'n geld...
Hou je vast. -Godverdomme.
Godsamme.
Wat mankeer jij? Je hoefde alleen te rijden.
Dit moet weg, voor er iemand komt. Haal m'n tas en de bijl.
Waar ligt het? -Hier. Hier met die zaklamp.
Hier? -Openkappen die hap.
M'n truck.
M'n truck, verdomme. -Rustig nou.
Verder, schiet op.
Wat een berg dope. -Daar krijg je een stijve van, hè?
Vooruit, in die tas ermee.
We moeten dit blussen.
Dit moet weg zijn voor de politie komt. Bedenk jij eens wat, gast.
Goed. De blokhut van m'n baas is iets verderop.
We verstoppen het daar.
Vooruit dan.
Wat doe je, lieverd? Het is bijna 01.00 uur.
Bijna klaar. Ga maar.
Kijk me eens aan.
Ik wil pa nietin een tehuis stoppen.
Hij isde sterkste man die ik ken.
En moetje hem nu zien.
Ik wil niet dat Charlotte hem zo ziet.
Ik weet het.
Maar we zijn een gezin.
We slaan ons er wel doorheen.
We hoeven dit niet alleen te beslissen.
Praat met je vader.
Ga met hem naar de blokhut. Alleen jullie tweetjes.
Hij vindt het daar heerlijk.
Kaart het gewoon aan.
We zijn er. -Godzijdank.
Schiet eens op.
Wat is het hier verdomme koud.
We pikken het morgen wel op.
Ik heb het koud. -Pak die deken dan.
Die probeer ik met je te delen. -Pak nou maar.
Blijf hier. -Godzijdank.
Rustig nou maar.
Nogmaals bedankt, agent. Stomme klojo.
Ja, lach jij maar. Mijn leven ligt in de greppel.
Maak je liever zorgen om Kassen. En ik moet hem bellen, dus hou je bek.
Hoe gaat ie?
Heb je trek? De pannenkoeken zijn hier goed te doen.
Luister, ik weet dat ik het heb verkloot. Maar ik zet het wel recht.
Gun me die kans.
Probleempje. Ik heb het niet bij me.
Ik heb de hele lading hier. Moetje horen.
Jij wilde de vracht spreiden, maar het is me in één keer gelukt.
Briljant. Waar is het?
Het is de grens al over, niks aan de hand.
Maar de truck slipte, toen moest de politie komen.
Maar m'n maat Pete pikt het morgen op. En ons.
Bel Pete maar af. Ik kom zelf.
U mag hier niet roken. -Waar zit je?
Komt goed. -Een of ander hotel.
Ik regel het wel. -Waar zitten we, Weston?
Greenwood Inn, kamer 8. -Je hoort het.
Uitmaken, eikel.
Eikel.
Dit gaat pijn doen.
Goedemorgen. -Hé, pa.
Goedemorgen, opa.
Kijk dan toch. Heb je die voormij gemaakt? Dankje wel.
Hoe voel je je? -Goed.
Ik kan wel weer aan de slag, denk ik. -Neem nog maar een dag vrij.
Ik wilde naar de blokhut. -Hoezo?
Je kunt me helpen de hut winterklaar te maken.
Dat is de eerste keer dat je vader me om hulp vraagt.
Goed, ik ga wel mee. -Ik wil ook mee. Alsjeblieft?
Dan gaan wij samen jagen. Van je vader leer je niets goeds.
Ik hoef vandaag niet te werken, dus ik heb je hier nodig.
Toe nou, mama. -Je kunt kijken wat je wilt.
Je moet niet bij mij zijn. -lk zie je nooit.
Volgende keer, beloofd. -Dat zeg je altijd.
Voorjou.
Ik ben klaar, pakjij ook je spullen? -Mag ik wel eerst een eitje?
Ik rij wel. -Laat mij maar, pa.
Ga maar lekker zitten, ouwe.
Jij kickt hierop, hè?
Mooi soldatenpakje. -En wie is dit?
Weston, hij weet de weg. -Oké, rij jij maar met Gentry mee.
Jij gaat met ons mee, Weston.
Heren.
Rustig aan, vriend.
Hoe gaat ie?
Alles goed?
Mooi, we hebben stroom.
Gooi die gordijnen maar open.
Iemand heeft de mand niet gevuld. Ga jij even hout halen?
Kan ik even metje praten? -Zet jij eens koffie op.
Zo meteen. Mag ik je iets vragen?
Weet je wat er gisteravond in die bar is gebeurd?
Ja, ik had onenigheid. Met elf hechtingen tot gevolg.
Je wilde een vrouw aan haar arm naar buiten trekken.
Je dacht dat het mama was, zeiden ze.
Nee, dat geloof ik niet.
Weet je dat Charlotte is geweest? -Wat krijgen we nou?
Waar wil je heen? Waarom al die vragen?
Volgens de dokter heb je meer toezicht nodig.
Heb ik toezicht nodig?
Nee, maar als je zoiets doet… -En wat vond die dokter nog meer?
Dat ik ergens heen moet? Een tehuis of zo?
Nee, dat gebeurt niet. Maar we moeten wel praten.
Is dat zo? Hoor eens even, toen mijn vader me de zagerij gaf...
No comments yet. Be the first to leave one.