ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Ik haal de auto. - We hebben wel tijd.
Echt? Laat me je helpen.
Zal ik hem echt niet even pakken? - Pak m'n spullen. Ik kom eraan.
Ik neem de tas mee. Wat nog meer?
Sorry, je sliep.
Mijn vliezen zijn...
vroeg gebroken.
Shit.
Hallo.
Christel neemt niet op.
De moeder van zijn vriendje die op hem zou passen.
U zei dat u wel op hem wilde passen als...
Heb ik dat gezegd?
Sorry.
Als Elliott speelgoed nodig heeft of iets te eten, voel u vrij.
Geen school? - Het is zaterdag.
Ik heb een bericht over u ingesproken bij Christel.
Ik app u haar gegevens.
Tot morgen. - Oké.
Kom op.
Dag, schat.
Rustig aan.
Hallo, Christel.
Weer met Sandra, de buurvrouw.
Ik moet naar mijn werk.
Misschien kan ik...
Elliott onderweg afzetten, als dat helpt.
Bel me terug.
U hebt miljoenen boeken. Waarom?
Dat is mijn werk.
Bent u schrijver?
Een vrouw is 'schrijfster'.
Nee, ik heb een boekwinkel.
Mama is een keramiekkunstenares.
Juist.
Ik vind uw schilderijen stom.
Die zijn ook niet voor jongetjes. - U weet niets over jongetjes.
Hoe weet je dat?
U hebt geen kinderen.
Je lijkt zeker van je zaak. - Ik hoorde mama erover praten.
En ik zag dat u alleen woont. - Je ziet veel.
Baby's worden geboren door dat gaatje.
Je weet alles. - Kan dat wel?
God heeft vast een hekel aan vrouwen.
Ik maak me klaar. Niets aanraken. - Wat moet ik dan doen?
Geen idee. Heb je geen speelgoed? - Nee.
Wil je tekenen?
Is dat een ja of een nee?
Alex, weer met Sandra.
Je vriendin is dit weekend weg. Ze heeft je geprobeerd te bellen.
Ik heb het druk.
Als je dit bericht hoort...
tussen de weeën door...
Bedankt.
U loopt te snel.
Sorry.
Laten we racen.
Nee, bedankt.
Kom op.
Ik wil niet racen. Doe jij het maar. - Alleen kan het niet.
Jawel. Dan race je tegen jezelf.
Ja, Antoine? - Klaar, af.
Je houdt niet van enkele bestellingen.
Maar ik kan geen onverkochte boeken blijven terugsturen.
Verdomde voicemail.
Geen familie? - Niemand in de buurt.
Ze kwamen er wonen toen zijn moeder zwanger werd.
Nog nooit zo blij geweest om je te zien.
Bedankt. - Mijn verlosser.
Hoi, Jibril.
Gaat het? - Ja, en met jou?
Je ziet er moe uit. Toch? - Nou, dank je wel.
Laten we over dat lieve kind praten.
Jeetje. Wat een schatje.
Hoe heet je? - Elliott.
Ze moeten je arresteren omdat je te schattig bent.
Ik heb er vijf, bijna net zo leuk als jij.
Vijf kinderen? - Vijf grote, knappe jongens.
Ik ben Marianne, de lieve zus van de boze heks.
De heks heeft geen zus. - Jawel. Ik. Kom maar.
Ik neem je mee naar een minder vijandige plek.
Wat betekent vijandig?
Dat is hier. Later, luitjes.
Dag, Elliott.
Hallo?
Ja, met mij.
Echt? Is ze bevallen?
Hoe laat zijn jullie thuis?
Kun je hem even geven?
Shit.
Waarom kookt u niet? - Geen tijd voor en geen zin in.
Volwassenen hebben altijd haast. Mama zegt altijd: 'Schiet op.'
Ze heeft het vast druk. Ze werkt, kookt...
Zij is niet degene die kookt.
Ze woont samen met een moderne man die haar helpt omdat hij graag kookt.
Bespot u hem?
Ga verder.
Half rauw, half verbrand. Een nieuw concept.
Alsjeblieft.
Ik kan het wel snijden.
Waarom eet u niet?
Ik ga uit.
Tenzij u hier met mij vastzit.
Je kon het snijden, zei je.
Waarom woont u alleen?
Dat doe ik niet. Ik heb boeken.
Boeken praten niet. - Dat denk jij.
Hoe dan ook, zelfs op jouw leeftijd...
droomde ik niet van trouwen en kinderen.
Waarom niet?
Ik ben niet sterk genoeg. - Is mijn moeder sterk?
Ze kan voor jou en zichzelf zorgen. Ja, Cécile is heel sterk.
Wat...
Kom binnen.
Ik kan niet...
Het geeft niet.
We gaan maar.
Nee, blijf.
Ik weet niets van kinderen, maar...
Ik zou niet willen dat dit mij overkwam.
Laat hem slapen.
Laat hem z'n moeder nog wat langer hebben.
Sorry.
Ik heb het niet expres gedaan.
Je zusje is geboren.
Heeft ze haar?
Heel veel haar.
Heeft mama niet veel pijn?
Waarom vraag je dat, lieverd? - Omdat de baby uit een klein gat komt.
Mag ik haar zien?
Wie? - Mijn zusje.
We gaan.
Wacht. Elliott...
ik moet je iets verdrietigs vertellen over mama.
Is ze dood?
Ja.
Nu al?
Wat hebben we dan aan een conciërge?
Ik word niet boos.
Ik heb u alles al gestuurd.
Moment.
Sorry, ik wil m'n sleutels terug.
Natuurlijk.
Is zijn oma er?
Nee.
Ze komt naar het ziekenhuis.
Ik doe je sleutel in de tas.
Ik weet nog niet wie je op gaat pikken.
Ik wil met jou mee, niet naar Hannah.
Het is niet voor kinderen. Ik kan niet op je passen.
Ik zal braaf zijn, beloofd.
Het komt goed. Kom maar.
Bedankt, Sandra.
Alex.
Ik ga wel mee.
Is dat goed?
LUCILLE, 1 DAG OUD
Het is gemakkelijk.
Toe maar.
Leg je hand onder haar hoofd.
Zo, ja.
Hij doet het goed, hè, Lucille?
Geweldig.
Ze kan zich vrij bewegen. En jij kunt haar inzepen.
Oké.
Wilt u helpen?
Hoi.
Maia, ik heb je nodig. - Ik heb het druk.
Dat zie ik. De drieling gaat voor.
Ik leen haar een uurtje.
Dit zijn Lucille's vader en oma.
Gefeliciteerd. Het gaat prima.
Kom.
O, sorry.
Neem de tijd.
Mag ik haar zien?
Ja, hoor. Ze komen zo.
Mama, bedoel ik.
Nee, Elliott. Dat denk ik niet.
Waarom niet?
Ze is niet meer...
Het is te...
Wil je dat?
Als zij het goed vindt.
Denk je dat ze dat zou vinden?
Je kunt met haar praten.
Kom je? - Ik laat jullie wel alleen.
Ik breng je naar huis en kom terug.
Nee, ga maar. Het lukt wel. - Sandra.
Met Sandra.
Ik rij wel.
Bedankt.
Eerst de formaliteiten.
Wat zijn formaliteiten? - Dat leg ik je later uit.
Doe je schoenen uit. - Moet ik blijven?
Nee, ga maar.
Ik zet de tas hier neer. - Bedankt.
Mijn kleine Cécile...
Lucille.
Fanny...
No comments yet. Be the first to leave one.