ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Ik heb nu dus het lijk verzwaard.
Je moet er natuurlijk het een en ander bijdoen.
Een lijk dat in het water ligt, zwelt namelijk op.
En dan komt het bovendrijven.
Je moet er dus ballast bijdoen. Keien of andere zware dingen.
Daarbij ga je uit van het lijk.
Voor een normaal iemand als dit neem je drie keer z'n gewicht.
Dus niet als het om kinderen of dwergen gaat.
Een kind is lichter. Dan neem je vier keer het gewicht.
Nooit problemen gehad?
Maar een dwerg is veel zwaarder. Eén keer z'n gewicht is genoeg.
Voor oude mensen neem je vijf keer hun gewicht. Poreuze botten.
Hallo, mama. - O god.
Hallo, jongen. Hoe is het? - Goed, hoor.
Dat zijn m'n moeder en m'n oma. Hier ben ik opgegroeid.
O, m'n opa is er niet. - Hij komt zo.
Hij komt wel weer terug. - Hoe laat is het?
Kijk eens aan. - Mijn opa.
En dan te bedenken dat ik het al 53 jaar bij haar uithoud.
Beeld je dat eens in. - Wat een prestatie, hè.
Maar van hem of van mij?
Bravo. Ik heb het al 53 jaar bij haar uitgehouden.
Toen Benoît klein was, was hij een echte grappenmaker.
En hij was zo blond.
Papa, hou op of ik zeg niks meer. - Ik moet ervan huilen.
Leuk, hoor. Je verpest het helemaal.
Het was een prachtkind, die kleine Benoît. Het was een echt schatje.
Hij was aardig en lief. En altijd maar lachen.
Je zegt: Hij was. Nu niet meer? - Je snapt me niet.
Maar je zegt... - Nee je begrijpt me niet, papa.
En ze vochten als honden. - Ja, ze vochten.
Als honden.
Licht.
Zowat elke maand grijp ik 's morgens een postbode.
Dan ga ik de pensioenen innen. En zo pik ik meteen de lui met geld eruit.
Jongelui mijd ik als de pest. Daar is armoe troef. Waardeloos.
Maar de oude mensen, die hebben geld.
Ik ken geen arme oude mensen.
Gierig zijn ze wel, maar arm? Nee.
Kijken jullie naar mij of naar die kwajongens?
Zij hebben ook al revolvers.
Tof, hoor. Het zijn leuke dingen.
Geef eens.
Ga maar weer spelen.
Het is me wat.
Moeten jullie niet naar school?
Ik heb heel wat verdriet gehad van vrouwen.
Want ze... Ik heb hun van alles gegeven en zij mij.
Maar op een gegeven moment...
krijg je toch zo je twijfels vanwege dat deurtje.
Want bij een koppel moet die deur openblijven.
En als hij openstaat, is dat om nieuw voedsel binnen te laten.
Begrijp je? Of om weg te gaan.
Of je stopt er een zaadje in: Een kind, leuke dingen, vakantie.
Of je stapt op en je neemt al je zaadjes mee.
Soms weet je bij vrouwen niet eens dat die deur openstaat.
En of je er een zaadje in moet stoppen...
of dat je hem moet smeren.
En wanneer ik de deur wijd opendeed, deden de vrouwen hem weer dicht.
De liefde laat een soort zwavellucht achter...
een stank die blijft hangen. Je ruikt het bij de mensen.
Zoals je na het pissen je vingers blijft ruiken.
Dan moet je echt wel twee, drie keer je handen wassen.
Ik zal jullie eens wat laten zien.
Toen ik jong was, noemden ze me 'de inktvis'.
Ik kan namelijk welk orgaan dan ook...
afzonderlijk bewegen. Let op.
Zelfstandig dus. Kijk, m'n neus.
Let op.
Zag je dat? Nu m'n oren. Kijk goed.
Zie je het? Goed kijken. M'n rechteroor...
en nu m'n linkeroor. Gezien? Ik kan ook nog wat anders bewegen...
maar dat laat ik niet zien voor de camera's.
Knip dat eruit, idioot.
Goed thuisgekomen gisteravond? Jullie waren vast afgepeigerd.
Gooi je de sleutels of kom je opendoen?
Nee, ik gooi ze wel. - Goed.
Dat was hem dus niet.
Het zal die andere zijn.
Wie hebben we daar nu? Hallo, Benoît.
Wat fijn je te zien. Wat een leuke verrassing.
Alles goed? - Ja hoor.
Jenny, we zijn bezig met een filmpje over mij.
Hindert dat niet? - Helemaal niet. Dag, meneer.
Maar kom binnen. Blijf daar niet zo staan.
Wat leuk. - Ik had moeite je te vinden.
Ik dacht da je nog op de Place du Sablon woonde.
Ik moest daar weg vanwege de renovatie.
Vandaar dat ik hier zit. - Dat heb ik van Maurice gehoord.
Ik ben zo blij je te zien.
Heb je misschien wat te drinken? Ik heb zo'n droge keel.
Wat mag het zijn? - Doe mij maar een cognacje.
En je vrienden? - Vraag het ze maar.
Lets fris, graag. - Lets fris. En u, meneer?
Een pilsje. - En u?
Ook cognac. - Oké.
Kijk, daar heb je mijn Jenny. Dat is haar wereld.
Op het hoogtepunt van haar leven. Een schoonheid was ze.
Nog altijd, trouwens. Toen heb ik haar leren kennen.
En dit is dus Jenny's bed.
Let op.
De zon in huis. Je wordt bruin terwijl je het doet.
Na afloop heb je een bruine kont.
Een lekkere bruine kont. Kende je dat al?
Wat hoor ik allemaal? - Niets.
Flauwekul.
Jenny is dus verhuisd en daarom had ik moeite haar te vinden.
Ze heeft dertig jaar in de Sablonbuurt gewoond.
En toen was er een onroerendgoedbedrijf...
Ik weet de naam niet meer. Doet er niet toe.
Maar dat besloot plots zomaar...
om zich daar te vestigen. Oké, dat mag van de wet.
Het was je eigen huis niet, hè. Maar ze gooien je zomaar eruit.
Het is de manier waarop ze dat deden.
Dat gaat gewoon zo van: Jenny, wegwezen.
Het ontbrak die kleine gladjanus, die lomperik...
gewoon aan manieren, zo bot als hij het tegen Jenny zei.
De Sablon mag van gezicht veranderen, maar Jenny zal daar niet van profiteren.
Als ze aan iemand van je familie komen...
Ik ga dus wel even een babbeltje met dat heerschap maken.
Neem maar op, hoor.
Pitou, ik bel je zo terug. Ik ben nog aan het werk. Tot zo.
De smeerlappen. Een zwarte nachtwaker. Wat een rotstreek:
Je ziet hem niet in het donker. Besef je hoever ze gaan? Niets gaat ze te ver.
Arme knul. Een kind van de zon.
Weggerukt van onder z'n baobab, en aan het werk gezet in de bouw.
Ze denken dat ze alles mogen.
Net als dit cement. Reken maar dat het Hongaars is.
En reken maar dat het veel meer zand is dan cement. Zeker weten.
Verkeerde zuinigheid: Daarvan krijg je scheuren in je muren.
Het wordt één en al scheur.
Ik heb daarginds twee Noord-Afrikanen ingemetseld.
Met hun gezicht naar Mekka. Over twee jaar zie je hun reet.
Die Moeboetoe metsel ik ook in. Hij was best knap, hè?
Maar ik raak hem dus beslist niet aan.
Waarom niet? - Aids, Rémy.
Aids. De zwartjes.
Pak hem bij z'n laarzen. Ik raak hem niet aan.
Stom. Zo'n geel jasje valt toch op? Gelukkig had hij geen hond.
Want zwarten kunnen goed overweg met dieren. Dat is bekend.
Ze weten hoe ze ermee moeten praten.
Dit is het uitgelezen moment...
om erachter te komen of ze echt zo'n grote hebben.
Trek z'n broek en z'n onderbroek uit.
We zullen het meteen weten.
Goeie genade.
Hij is echt heel fors geschapen.
Pak maar weer in. Walgelijk.
Amper 18 en hij heeft al net zo'n grote als een muilezel.
Zulke knapen werken meestal in dancings.
Daar verdienen ze de kost mee. Deze moet preuts geweest zijn.
Maar er zijn er die van hun lid leven. Heel erg.
Moet je daarom lachen? Maar natuurlijk, voor jou is dat niet weggelegd.
We zijn hier in een buurt waar vooral ouderen wonen.
Je hebt namelijk de zogenaamde sociale woningbouw.
Je hebt woningen voor jongeren, voor jonge koppeltjes.
Voor arbeiders, huisvrouwen, werklozen misschien.
Het hoort allemaal bij de herstructurering.
Men wil de eenzaamheid van ouderen bestrijden door integratie.
Aardig idee, maar wat minder aardig is:
Bij sociale woningbouw is het esthetisch element ver te zoeken.
Dat kan echt niet. Sorry, hoor.
Het idee was om deze hele buurt vol te planten met Japanse kers.
Zoals je wel ziet in Engelse badplaatsen. Prachtig.
Maar hebben ze dat ook gedaan, denk je? - Nee.
Ze zijn ermee begonnen, en toen gestopt. Doodjammer.
Ze hebben de mensen blij gemaakt met een dode mus.
Mij is niet ontgaan dat ze ermee gekapt zijn.
Kijk, wat valt je direct op? Wat springt meteen in het oog?
Die rode bakstenen. En waarvan is rood de kleur?
Van bloed, van de indianen, van geweld.
De grote plaag van onze maatschappij is geweld, en zij nemen rood.
Maar rood is ook de kleur van de wijn waarmee het bedisseld is.
Want het is allemaal politiek gesjoemel en zo.
Het is allemaal te doen om de poen. En dat vind ik zo erg.
De mensen zouden graag stilstaan en zeggen:
Wat een fraai bloemperkje en die asymmetrie...
en wat een mooie kleur steen.
Maar dat kunnen ze niet. Dus blijven ze voor hun tv zitten.
Als ik hier iets had moeten ontwerpen, was alles gelijkvloers geworden.
Met grote bloemperken en luchtig à la Frank Lloyd.
In de geest van de Japanners.
Want ondanks hun gebreken waren ze niet achterlijk.
Want weet je, schoonheid is één ding, en functionaliteit een ander.
En dit is te functioneel. Heel anders dan wat Gaudí deed.
Zijn bouwstijl was schitterend.
Een organische stijl die leek uit te gaan van de seizoenen.
Of neem Emile Horta die grandioze dingen heeft gebouwd.
Dag, mevrouw. Neemt u ons niet kwalijk. Wij zijn van de tv.
We maken een reportage over bejaarden en eenzaamheid.
Wilt u wat vragen beantwoorden?
Als het niet te lang duurt... - We zullen het heel kort houden.
Goed dan. Komt u binnen. - Bedankt. We houden u niet lang op.
Daar is de ploeg.
Gaat u zitten. Steekt u maar van wal.
Doe maar net of die camera er niet is. Wees gewoon uzelf.
Dat stoort me niet. Ik ben al eens eerder gefilmd op straat.
En dat vond ik toen erg leuk.
O ja? Prachtig. We hebben iemand die vertrouwd is met film.
Mag ik u nu dan de eerste vraag stellen?
No comments yet. Be the first to leave one.